Alle personen
489 personen
- Tāj ad-Dīn as-Subkī تاج الدين السبكي Geleerde · gest. 771 AH
- Taqī ad-Dīn as-Subkī تقي الدين السبكي Geleerde · gest. 756 AH
- ʿAbd al-Kāfī as-Subkī عبد الكافي السبكي Geleerde · gest. 735 AH
- al-Mizzī الحافظ المزي Geleerde · gest. 742 AH
- adh-Dhahabī الإمام الذهبي Geleerde · gest. 748 AH
- Zaynab bint al-Kamāl زينب بنت الكمال Geleerde · gest. 740 AH
- Ibn Sayyid an-Nās ابن سيد الناس Geleerde · gest. 734 AH
- Ibn Taymiyya ابن تيمية Geleerde · gest. 728 AH
- Ibn Qāḍī al-Jabal ابن قاضي الجبل Geleerde · gest. 771 AH
- Ibn Ḥajar al-ʿAsqalānī ابن حجر العسقلاني Geleerde · gest. 852 AH
- al-Imām ash-Shāfiʿī الإمام الشافعي Geleerde · gest. 204 AH
- al-Imām Mālik الإمام مالك Geleerde · gest. 179 AH
- al-Imām Abū Ḥanīfa الإمام أبو حنيفة Geleerde · gest. 150 AH
- al-Imām Aḥmad ibn Ḥanbal الإمام أحمد بن حنبل Geleerde · gest. 241 AH
- Abū Yūsuf القاضي أبو يوسف Geleerde · gest. 182 AH
- al-Muzanī المزني Geleerde · gest. 264 AH
- Ashhab أشهب Geleerde · gest. 204 AH
- Abū al-Ḥasan al-Ashʿarī أبو الحسن الأشعري Geleerde · gest. 324 AH
- Abū Manṣūr al-Māturīdī أبو منصور الماتريدي Geleerde · gest. 333 AH
- al-Qāḍī Abū Bakr al-Bāqillānī القاضي أبو بكر الباقلاني Geleerde · gest. 403 AH
- Abū Isḥāq al-Isfarāyīnī أبو إسحاق الإسفراييني Geleerde · gest. 418 AH
- Abū Ḥāmid al-Isfarāyīnī أبو حامد الإسفراييني Geleerde · gest. 406 AH
- Imām al-Ḥaramayn al-Juwaynī إمام الحرمين الجويني Geleerde · gest. 478 AH
- Abū Ḥāmid al-Ghazālī أبو حامد الغزالي Geleerde · gest. 505 AH
- Fakhr ad-Dīn ar-Rāzī فخر الدين الرازي Geleerde · gest. 606 AH
- Abū Bakr ar-Rāzī al-Jaṣṣāṣ أبو بكر الرازي الجصاص Geleerde · gest. 370 AH
- Sayf ad-Dīn al-Āmidī سيف الدين الآمدي Geleerde · gest. 631 AH
- Ibn al-Ḥājib ابن الحاجب Geleerde · gest. 646 AH
- al-Bayḍāwī القاضي البيضاوي Geleerde · gest. 685 AH
- al-Qarāfī شهاب الدين القرافي Geleerde · gest. 684 AH
- Ṣafī ad-Dīn al-Hindī صفي الدين الهندي Geleerde · gest. 715 AH
- Ibn Daqīq al-ʿĪd ابن دقيق العيد Geleerde · gest. 702 AH
- al-ʿIzz ibn ʿAbd as-Salām العز بن عبد السلام Geleerde · gest. 660 AH
- an-Naqshawānī نجم الدين النقشواني Geleerde
- Abū al-Ḥasan al-Karkhī أبو الحسن الكرخي Geleerde · gest. 340 AH
- Ibn Surayj ابن سريج Geleerde · gest. 306 AH
- Ibn Abī Hurayra ابن أبي هريرة Geleerde · gest. 345 AH
- Abū Bakr aṣ-Ṣayrafī أبو بكر الصيرفي Geleerde · gest. 330 AH
- Abū Bakr ad-Daqqāq أبو بكر الدقاق Geleerde · gest. 392 AH
- Abū Isḥāq ash-Shīrāzī أبو إسحاق الشيرازي Geleerde · gest. 476 AH
- Abū aṭ-Ṭayyib aṭ-Ṭabarī القاضي أبو الطيب الطبري Geleerde · gest. 450 AH
- Ibn aṣ-Ṣabbāgh ابن الصباغ Geleerde · gest. 477 AH
- Abū al-Muẓaffar as-Samʿānī أبو المظفر السمعاني Geleerde · gest. 489 AH
- Ilkiyā al-Harrāsī إلكيا الهراسي Geleerde · gest. 504 AH
- Ibn Fūrak ابن فورك Geleerde · gest. 406 AH
- al-Qushayrī القشيري Geleerde
- al-Qāḍī Ḥusayn al-Marwazī القاضي حسين المروزي Geleerde · gest. 462 AH
- al-Baghawī البغوي Geleerde · gest. 516 AH
- al-Qāḍī ʿAbd al-Wahhāb القاضي عبد الوهاب Geleerde · gest. 422 AH
- Abū Bakr al-Abharī أبو بكر الأبهري Geleerde · gest. 375 AH
- Ibn Khuwayz Mandād ابن خويز منداد Geleerde
- Abū Bakr al-Mālikī أبو بكر المالكي Geleerde
- Ibn Ḥazm ابن حزم Geleerde · gest. 456 AH
- ash-Shāṭibī الشاطبي Geleerde
- Abū Shāma أبو شامة Geleerde · gest. 665 AH
- al-Ḥasan al-Bukhārī الحسن البخاري Geleerde
- Abū ʿAlī al-Jubbāʾī أبو علي الجبائي Geleerde · gest. 303 AH
- Abū Hāshim al-Jubbāʾī أبو هاشم الجبائي Geleerde · gest. 321 AH
- al-Qāḍī ʿAbd al-Jabbār القاضي عبد الجبار Geleerde · gest. 415 AH
- Abū al-Ḥusayn al-Baṣrī أبو الحسين البصري Geleerde · gest. 436 AH
- ʿAbbād ibn Sulaymān عباد بن سليمان Geleerde
- al-Balkhī البلخي Geleerde
- al-Qazwīnī القزويني Geleerde
- Ibn Jarīr aṭ-Ṭabarī ابن جرير الطبري Geleerde · gest. 310 AH
- Sībawayh سيبويه Geleerde · gest. 180 AH
- al-Akhfash الأخفش Geleerde · gest. 215 AH
- Thaʿlab ثعلب Geleerde · gest. 291 AH
- al-Mubarrad المبرد Geleerde · gest. 286 AH
- az-Zajjāj الزجاج Geleerde · gest. 311 AH
- Abū ʿAlī al-Fārisī أبو علي الفارسي Geleerde · gest. 377 AH
- Ibn Jinnī ابن جني Geleerde · gest. 392 AH
- Ibn Fāris ابن فارس Geleerde · gest. 395 AH
- az-Zamakhsharī الزمخشري Geleerde · gest. 538 AH
- al-Ḥarīrī الحريري Geleerde · gest. 516 AH
- ash-Shalawbīn الشلوبين Geleerde · gest. 645 AH
- Ibn ʿUṣfūr ابن عصفور Geleerde · gest. 669 AH
- Ibn Mālik ابن مالك Geleerde · gest. 672 AH
- Abū Ḥayyān al-Andalusī أبو حيان الأندلسي Geleerde · gest. 745 AH
- Nāfiʿ al-Madanī نافع المدني Geleerde · gest. 169 AH
- Ibn Kathīr al-Makkī ابن كثير المكي Geleerde · gest. 120 AH
- Abū ʿAmr al-Baṣrī أبو عمرو البصري Geleerde · gest. 154 AH
- Ibn ʿĀmir ash-Shāmī ابن عامر الشامي Geleerde · gest. 118 AH
- ʿĀṣim عاصم Geleerde · gest. 127 AH
- Ḥamza az-Zayyāt حمزة الزيات Geleerde · gest. 156 AH
- al-Kisāʾī الكسائي Geleerde · gest. 189 AH
- Abū Jaʿfar al-Madanī أبو جعفر المدني Geleerde · gest. 130 AH
- Yaʿqūb al-Ḥaḍramī يعقوب الحضرمي Geleerde · gest. 205 AH
- Khalaf al-Bazzār خلف البزار Geleerde · gest. 229 AH
- al-Imām al-Bukhārī الإمام البخاري Geleerde · gest. 256 AH
- al-Imām Muslim الإمام مسلم Geleerde · gest. 261 AH
- ʿAbd al-Fattāḥ Abū Ghudda عبد الفتاح أبو غدة Geleerde · gest. 1417 AH
- ʿAbd Allāh ibn ʿAbbās عبد الله بن عباس Metgezel · gest. 68 AH
- ʿUmar ibn al-Khaṭṭāb عمر بن الخطاب Metgezel · gest. 23 AH
- ʿAbd Allāh ibn ʿUmar عبد الله بن عمر Metgezel · gest. 73 AH
- Ṣuhayb ar-Rūmī صهيب الرومي Metgezel · gest. 38 AH
- Saʿd ibn Abī Waqqāṣ سعد بن أبي وقاص Metgezel · gest. 55 AH
- ʿAbd ibn Zamʿa عبد بن زمعة Metgezel
- Ḥudhayfa ibn al-Yamān حذيفة بن اليمان
Metgezel · gest. 36 AH
Metgezel, bekend om zijn vragen aan de Profeet ﷺ over beproevingen. Overleveraar van de hadith over predikers aan de poorten van de Hel.
- Thawbān ثوبان
Metgezel · gest. 54 AH
Vrijgelaten dienaar van de Profeet ﷺ. Overleveraar van de hadith over de misleidende leiders.
- ʿAbd Allāh ibn ʿAmr ibn al-ʿĀṣ عبد الله بن عمرو بن العاص Metgezel · gest. 65 AH
- ʿĀʾisha bint Abī Bakr عائشة بنت أبي بكر Metgezel · gest. 58 AH
- Abū Hurayra أبو هريرة Metgezel · gest. 57 AH
- ʿImrān ibn Ḥuṣayn عمران بن حصين
Metgezel · gest. 52 AH
Metgezel. In het boek overleveraar van de hadith over de beste generaties en over afstand houden van de Dajjāl.
- Muʿāwiya ibn Abī Sufyān معاوية بن أبي سفيان
Metgezel · gest. 60 AH
Metgezel, openbaringsschrijver en later kalief. In het boek overleveraar van de hadith over de verdeeldheid en over begrip van de godsdienst; ook genoemd als metgezel die volgens het boek door extreme groepen bekritiseerd wordt.
- ʿIyāḍ ibn Ḥimār al-Mujāshiʿī عياض بن حمار المجاشعي Metgezel
- ʿAbd Allāh ibn Masʿūd عبد الله بن مسعود
Metgezel · gest. 32 AH
Een van de vroegste moslims en een groot kenner van de Koran. In het boek overleveraar van de hadith over de rechte lijn en de zijpaden.
- Muʿādh ibn Jabal معاذ بن جبل
Metgezel · gest. 18 AH
Metgezel, bekend om zijn kennis van halal en haram; door de Profeet ﷺ naar Jemen gezonden. In het boek overleveraar van de hadith over het recht van Allah op de dienaren en over de laatste woorden.
- Jābir ibn ʿAbd Allāh جابر بن عبد الله
Metgezel · gest. 78 AH
Metgezel uit Medina en veelvuldig overleveraar. In het boek overleveraar van de hadith over de afscheidsbedevaart.
- al-Barāʾ ibn ʿĀzib البراء بن عازب
Metgezel · gest. 72 AH
Metgezel uit Medina. In het boek overleveraar van de hadith over de ondervraging in het graf.
- Jubayr ibn Muṭʿim جبير بن مطعم Metgezel · gest. 59 AH
- Abū Rāfiʿ أبو رافع Metgezel
- al-Miqdām ibn Maʿdīkarib المقدام بن معديكرب
Metgezel · gest. 87 AH
Metgezel. In het boek overleveraar van de hadith 'Mij is het Boek gegeven en iets dergelijks erbij'.
- al-ʿIrbāḍ ibn Sāriya العرباض بن سارية
Metgezel · gest. 75 AH
Metgezel. In het boek overleveraar van de hadith over vasthouden aan de Sunna en de sunna van de rechtgeleide kaliefen, die meerdere keren terugkomt.
- Zayd ibn Arqam زيد بن أرقم Metgezel · gest. 68 AH
- Ibn al-Qayyim al-Jawziyya ابن القيم
Geleerde · gest. 751 AH
Muḥammad ibn Abī Bakr, leerling van Ibn Taymiyya. In het boek geciteerd over tawḥīd als boom in het hart, tawḥīd als toevlucht in nood en wat tawḥīd omvat.
- Ibn Abī al-ʿIzz al-Ḥanafī ابن أبي العز الحنفي
Geleerde · gest. 792 AH
Ḥanafitische geleerde, bekend van zijn commentaar op al-ʿAqīda aṭ-Ṭaḥāwiyya. In het boek geciteerd over tawḥīd als eerste oproep van de boodschappers.
- Muḥammad ibn ʿAbd al-Wahhāb محمد بن عبد الوهاب
Geleerde · gest. 1206 AH
Geleerde uit Najd. In het boek geciteerd uit zijn werk Kashf ash-shubuhāt over tawḥīd met hart, tong en daad.
- ash-Shinqīṭī الشنقيطي Geleerde · gest. 1393 AH
- ash-Shawkānī الشوكاني
Geleerde · gest. 1250 AH
Muḥammad ibn ʿAlī ash-Shawkānī, Jemenitische geleerde. Alleen geciteerd in het woord van de uitgever over 'mensen van kennis' in Āl ʿImrān 3:18.
- Muḥammad Nāṣir ad-Dīn al-Albānī الألباني
Geleerde · gest. 1420 AH
Hadithgeleerde uit de twintigste eeuw. In het boek genoemd als degene die een hadith authentiek of goed verklaarde.
- Shuʿayb al-Arnaʾūṭ الأرناؤوط Geleerde · gest. 1438 AH
- Ibn Ḥibbān ابن حبان
Geleerde · gest. 354 AH
Hadithgeleerde, auteur van een Ṣaḥīḥ. In het boek genoemd als degene die de hadith van Abū Rāfiʿ authentiek verklaarde.
- at-Tirmidhī الترمذي
Geleerde · gest. 279 AH
Samensteller van de Sunan/Jāmiʿ at-Tirmidhī. In het boek onder meer bron van de hadith van de kaart.
- Abū Dāwūd أبو داود
Geleerde · gest. 275 AH
Samensteller van de Sunan Abī Dāwūd. In het boek onder meer bron van de hadith over de laatste woorden en over de Dajjāl.
- an-Nasāʾī النسائي
Geleerde · gest. 303 AH
Samensteller van de Sunan an-Nasāʾī. In het boek bron van de hadith over overdrijving in de godsdienst.
- Anas ibn Mālik أنس بن مالك
Metgezel · gest. 93 AH
Dienaar van de Profeet ﷺ. In dit boek beantwoordt hij de vraag wat bloed en bezit onschendbaar maakt, en is hij overleveraar van de raad aan Fāṭima ('O Levende, o Zelfstandige').
- Fāṭima bint Muḥammad فاطمة بنت محمد
Metgezel · gest. 11 AH
Dochter van de Profeet ﷺ. In dit boek is zij degene aan wie hij de smeekbede 'O Levende, o Zelfstandige' voor ochtend en avond aanraadde.
- Kaʿb ibn ʿUjra كعب بن عجرة Metgezel · gest. 52 AH
- ʿUthmān ibn Abī al-ʿĀṣ عثمان بن أبي العاص Metgezel · gest. 51 AH
- Qatāda ibn an-Nuʿmān قتادة بن النعمان Metgezel · gest. 23 AH
- Abū Mūsā al-Ashʿarī أبو موسى الأشعري Metgezel · gest. 44 AH
- Muʿāwiya ibn al-Ḥakam as-Sulamī معاوية بن الحكم السلمي Metgezel
- Maymūn ibn Siyāh ميمون بن سياه Geleerde
- al-Ḥasan al-Baṣrī الحسن البصري Geleerde · gest. 110 AH
- al-Fuḍayl ibn ʿIyāḍ الفضيل بن عياض
Geleerde · gest. 187 AH
Asceet en geleerde, gestorven in Mekka. In dit boek geciteerd over 'wie het beste doet' (Hūd 11:7): het meest oprecht en het meest correct.
- Nuʿaym ibn Ḥammād al-Khuzāʿī نعيم بن حماد الخزاعي Geleerde · gest. 228 AH
- Mālik ibn Anas مالك بن أنس
Geleerde · gest. 179 AH
Imam van Medina en grondlegger van de Mālikitische school. In dit boek geciteerd: 'De istiwāʾ is bekend, de wijze is onbekend, het geloof erin is verplicht en de vraag ernaar is bidʿa.'
- Abū Bakr al-Khallāl الخلال
Geleerde · gest. 311 AH
Ḥanbalitische geleerde die de leer van Aḥmad verzamelde. In dit boek genoemd als bron van de overlevering van Qatāda ibn an-Nuʿmān over de istiwāʾ.
- al-Ḥākim an-Naysābūrī الحاكم النيسابوري
Geleerde · gest. 405 AH
Hadithgeleerde, samensteller van al-Mustadrak. In dit boek bron van de hadith 'O Levende, o Zelfstandige'.
- ʿAlī ibn Abī Ṭālib علي بن أبي طالب
Metgezel · gest. 40 AH
Vierde kalief en neef van de Profeet ﷺ. In dit boek stuurt hij Abū l-Hayyāj uit om beelden uit te wissen en verhoogde graven gelijk te maken. Het boek noemt ook verzen waarin anderen hem goddelijke eigenschappen toeschrijven, als voorbeeld van shirk.
- al-ʿAbbās ibn ʿAbd al-Muṭṭalib العباس بن عبد المطلب
Metgezel · gest. 32 AH
Oom van de Profeet ﷺ. In dit boek vroegen de metgezellen na de dood van de Profeet ﷺ hem om voor regen te bidden.
- ʿIkrima ibn Abī Jahl عكرمة بن أبي جهل Metgezel · gest. 13 AH
- ʿAdī ibn Ḥātim aṭ-Ṭāʾī عدي بن حاتم الطائي Metgezel · gest. 68 AH
- ʿUqba ibn ʿĀmir al-Juhanī عقبة بن عامر الجهني
Metgezel · gest. 58 AH
Metgezel. In dit boek overleveraar van 'wie een amulet ophangt, heeft shirk gepleegd'.
- Maḥmūd ibn Labīd محمود بن لبيد Metgezel · gest. 96 AH
- Abū Marthad al-Ghanawī أبو مرثد الغنوي Metgezel · gest. 12 AH
- Umm Ḥabība أم حبيبة
Metgezel · gest. 44 AH
Moeder der gelovigen. In dit boek vertelt zij met Umm Salama over een kerk met afbeeldingen in Abessinië.
- Umm Salama أم سلمة Metgezel · gest. 62 AH
- Zaynab, de vrouw van Ibn Masʿūd زينب امرأة عبد الله بن مسعود Metgezel
- Abū l-Hayyāj al-Asadī أبو الهياج الأسدي Geleerde
- Qatāda ibn Diʿāma as-Sadūsī قتادة بن دعامة السدوسي Geleerde · gest. 118 AH
- ʿAbd Allāh ibn Dīnār عبد الله بن دينار
Geleerde · gest. 127 AH
Tābiʿī uit Medina. In een citaat van Ibn Taymiyya vertelt hij dat Ibn ʿUmar bij het graf van de Profeet ﷺ groette.
- ʿAmr ibn Qays al-Mulāʾī عمرو بن قيس الملائي Geleerde · gest. 146 AH
- Ibn Ḥajar al-Haytamī ابن حجر الهيتمي
Geleerde · gest. 974 AH
Shāfiʿitische geleerde. In dit boek geciteerd: graven tot gebedsplaatsen maken, er lampen bij ontsteken en eromheen lopen zijn grote zonden.
- Ibn al-Athīr ابن الأثير Geleerde · gest. 606 AH
- Ibn Māja ابن ماجه
Geleerde · gest. 273 AH
Samensteller van de Sunan Ibn Māja. In dit boek bron van de smeekbede 'neem het lijden weg' en van de hadith over wie een waarzegger gelooft.
- al-Bayhaqī البيهقي
Geleerde · gest. 458 AH
Hadithgeleerde uit Khurāsān. In dit boek bron van het verhaal van Anas die onwetend vóór een graf bad.
- Abū Bakr aṣ-Ṣiddīq أبو بكر الصديق
Metgezel · gest. 13 AH
Eerste kalief. Volgens het boek de beste van de metgezellen.
- ʿUthmān ibn ʿAffān عثمان بن عفان
Metgezel · gest. 35 AH
Derde kalief. Na zijn moord verergerden de geschillen tussen de metgezellen.
- Sahl ibn Saʿd as-Sāʿidī سهل بن سعد الساعدي Metgezel · gest. 88 AH
- ʿAwf ibn Mālik al-Ashjaʿī عوف بن مالك الأشجعي
Metgezel · gest. 73 AH
Metgezel. In dit boek overleveraar van 'tel zes zaken vóór het Uur'.
- Usāma ibn Zayd أسامة بن زيد
Metgezel · gest. 54 AH
Metgezel, zoon van Zayd ibn Ḥāritha. In dit boek doodde hij een man die 'lā ilāha illā llāh' had gezegd, en keurde de Profeet ﷺ dat sterk af.
- ʿAmmār ibn Yāsir عمار بن ياسر
Metgezel · gest. 37 AH
Metgezel. In dit boek werd hij gedwongen de Profeet ﷺ te beledigen, terwijl zijn hart gerust bleef in het geloof.
- Suhayl ibn ʿAmr سهيل بن عمرو Metgezel · gest. 18 AH
- ʿAmr ibn al-ʿĀṣ عمرو بن العاص
Metgezel · gest. 43 AH
Metgezel. In dit boek de scheidsrechter namens Muʿāwiya bij de arbitrage; het boek noemt verhalen die hem als bedrieger afschilderen verzonnen.
- Zaynab bint Jaḥsh زينب بنت جحش
Metgezel · gest. 20 AH
Moeder der gelovigen. In dit boek kwam de Profeet ﷺ geschrokken bij haar binnen met 'wee de Arabieren voor een kwaad dat nadert'.
- Abū Saʿīd al-Khudrī أبو سعيد الخدري Metgezel · gest. 74 AH
- Abū Bakra أبو بكرة Metgezel · gest. 51 AH
- Abū d-Dardāʾ أبو الدرداء
Metgezel · gest. 32 AH
Metgezel. In dit boek overleveraar van 'de martelaar doet voorspraak voor zeventig van zijn familie'.
- Jundub ibn ʿAbd Allāh al-Bajalī جندب بن عبد الله البجلي Metgezel · gest. 64 AH
- Usayd ibn Ḥuḍayr أسيد بن حضير
Metgezel · gest. 20 AH
Metgezel uit de Anṣār. Het boek noemt hem bij metgezellen met karāmāt.
- ʿAbbād ibn Bishr عباد بن بشر
Metgezel · gest. 12 AH
Metgezel uit de Anṣār, gestorven bij al-Yamāma. Het boek noemt hem bij metgezellen met karāmāt.
- ʿĀṣim ibn Thābit عاصم بن ثابت Metgezel · gest. 4 AH
- Baṣra ibn Abī Baṣra al-Ghifārī بصرة بن أبي بصرة الغفاري Metgezel
- ʿUthmān ibn Ḥāḍir al-Azdī عثمان بن حاضر الأزدي Geleerde
- Saʿīd ibn al-Musayyab سعيد بن المسيب
Geleerde · gest. 94 AH
Tābiʿī uit Medina. In dit boek: Allah straft niet om het gebed, maar om het ingaan tegen de Sunna.
- al-Awzāʿī الأوزاعي
Geleerde · gest. 157 AH
Geleerde uit Syrië. In dit boek: blijf bij de Sunna en sta stil waar de vroegere generaties stilstonden.
- Ayyūb as-Sakhtiyānī أيوب السختياني
Geleerde · gest. 131 AH
Geleerde uit Basra. In dit boek: hoe harder een vernieuwer zich inspant, hoe verder hij van Allah raakt.
- Sufyān ibn ʿUyayna سفيان بن عيينة
Geleerde · gest. 198 AH
Geleerde uit Mekka. In dit boek: elke vernieuwer draagt vernedering, volgens al-Aʿrāf 7:152.
- Sufyān ath-Thawrī سفيان الثوري
Geleerde · gest. 161 AH
Geleerde uit Kufa. In dit boek: Iblīs houdt meer van bidʿa dan van zonde.
- ʿUmar ibn ʿAbd al-ʿAzīz عمر بن عبد العزيز
Geleerde · gest. 101 AH
Omayyadische kalief. In dit boek: Allah heeft mijn hand van dat bloed gezuiverd, zou ik mijn tong er dan niet van zuiveren?
- al-Layth ibn Saʿd الليث بن سعد
Geleerde · gest. 175 AH
Geleerde uit Egypte. In dit boek (met aš-Šāfiʿī): laat je niet misleiden door iemand die over water loopt.
- Abū Zurʿa ar-Rāzī أبو زرعة الرازي
Geleerde · gest. 264 AH
Hadithgeleerde. In dit boek: wie een metgezel kleineert, is een zindīq.
- Ibn ʿAbd al-Barr ابن عبد البر
Geleerde · gest. 463 AH
Mālikitische geleerde uit al-Andalus. In dit boek: Koran en Sunna verbieden een moslim zondig of ongelovig te noemen.
- an-Nawawī النووي
Geleerde · gest. 676 AH
Shāfiʿitische geleerde. In dit boek: een teken van het Uur is niet per se verboden; over de rook; de deugd van het gezelschap; en ijtihād van de metgezellen.
- Ibn Kathīr ابن كثير
Geleerde · gest. 774 AH
Koranuitlegger en historicus. In dit boek over de neerdaling van ʿĪsā, wee wie de metgezellen haat, en over 'karrama llāhu wajhahu' alleen voor ʿAlī.
- as-Saffārīnī السفاريني
Geleerde · gest. 1188 AH
Ḥanbalitische geleerde. In dit boek: de neerdaling van ʿĪsā staat vast door Koran, Sunna en consensus.
- Ibn aṣ-Ṣalāḥ ابن الصلاح
Geleerde · gest. 643 AH
Hadithgeleerde. In dit boek: de gemeenschap is het eens over de betrouwbaarheid van alle metgezellen.
- al-Qurṭubī القرطبي Geleerde · gest. 671 AH
- Yaḥyā ibn Abī Bakr al-ʿĀmirī يحيى بن أبي بكر العامري Geleerde · gest. 893 AH
- Ibn Baṭṭa al-ʿUkbarī ابن بطة
Geleerde · gest. 387 AH
Ḥanbalitische geleerde. In dit boek: Allah wist dat de metgezellen zouden vechten en beval toch voor hen vergeving te vragen.
- Abū ʿUthmān aṣ-Ṣābūnī أبو عثمان الصابوني
Geleerde · gest. 449 AH
Geleerde uit Nīsābūr, schrijver van ʿAqīdat as-salaf. In dit boek: de salaf vragen om genade voor alle metgezellen.
- Muḥammad ibn Ṣāliḥ al-ʿUthaymīn محمد بن صالح العثيمين
Geleerde · gest. 1421 AH
Saoedische geleerde. In dit boek: het beledigen van de metgezellen raakt ook de Profeet ﷺ, de sharīʿa en Allah.
- ʿAbd ar-Raḥmān as-Saʿdī عبد الرحمن السعدي
Geleerde · gest. 1376 AH
Koranuitlegger uit Najd. In dit boek: mensen zijn tegenover de vromen in drie groepen.
- Ibn al-Jawzī ابن الجوزي
Geleerde · gest. 597 AH
Ḥanbalitische geleerde uit Bagdad, schrijver van Talbīs Iblīs. In dit boek voorbeelden van bedrog door zogenaamde walī's.
- al-Munāwī المناوي
Geleerde · gest. 1031 AH
Egyptische geleerde. In dit boek: wie bij een graf bidt om zegen, voert iets nieuws in.
- Ibn Rajab ابن رجب
Geleerde · gest. 795 AH
Ḥanbalitische geleerde. In dit boek: moskeeën op graven bouwen en afbeeldingen maken zijn elk afzonderlijk verboden.
- Abū Bakr ibn al-ʿArabī أبو بكر بن العربي
Geleerde · gest. 543 AH
Mālikitische geleerde uit al-Andalus. Volgens het boek weerlegde hij in al-ʿAwāṣim min al-qawāṣim de verzonnen verhalen over de arbitrage.
- aṭ-Ṭabarānī الطبراني
Geleerde · gest. 360 AH
Hadithgeleerde, samensteller van de Muʿjams. In dit boek bron van verschillende hadith.
- Saʿīd ibn Jubayr سعيد بن جبير
Geleerde · gest. 95 AH
Tābiʿī en leerling van Ibn ʿAbbās. In dit boek zijn uitleg van aṭ-Ṭūr 52:21: Allah verheft de nakomelingen tot de rang van hun ouders.
- Ibn Abī Ḥātim ar-Rāzī ابن أبي حاتم
Geleerde · gest. 327 AH
Hadithgeleerde en uitlegger. Het boek noemt hem bij de bekende geleerden van de tafsīr.
- Jalāl ad-Dīn as-Suyūṭī السيوطي
Geleerde · gest. 911 AH
Egyptische geleerde, schrijver van ad-Durr al-manthūr. Volgens het boek somt hij overleveringen op, meestal zonder oordeel over hun betrouwbaarheid.
- Abū Isḥāq ath-Thaʿlabī الثعلبي
Geleerde · gest. 427 AH
Schrijver van al-Kashf wa-l-bayān. Volgens het boek: veel isrāʾīliyyāt en verzonnen hadith; Ibn Taymiyya noemde hem een goed mens maar 'ḥāṭib layl'.
- Maḥmūd al-Ālūsī الألوسي
Geleerde · gest. 1270 AH
Irakese geleerde, schrijver van Rūḥ al-maʿānī. Volgens het boek een encyclopedische tafsīr, met als zwakte de soefische ishārī-uitleg.
- Abū s-Suʿūd أبو السعود
Geleerde · gest. 982 AH
Osmaanse geleerde, schrijver van Irshād al-ʿaql as-salīm. Het boek noemt het bij de tafsīrs op basis van eigen inzicht.
- Kaʿb al-Aḥbār كعب الأحبار
Geleerde · gest. 32 AH
Jemenitische jood die moslim werd. Het boek noemt hem bij de bronnen van isrāʾīliyyāt in de tafsīr van aṭ-Ṭabarī.
- Wahb ibn Munabbih وهب بن منبه Geleerde · gest. 114 AH
- Ibn Jurayj ابن جريج
Geleerde · gest. 150 AH
Geleerde uit Mekka. Het boek noemt hem bij de bronnen van isrāʾīliyyāt in de tafsīr van aṭ-Ṭabarī.
- as-Suddī السدي Geleerde · gest. 127 AH
- Ubayy ibn Kaʿb أبي بن كعب Metgezel · gest. 30 AH
- Abū Saʿīd ibn al-Muʿallā أبو سعيد بن المعلى Metgezel · gest. 74 AH
- Abū Umāma al-Bāhilī أبو أمامة الباهلي
Metgezel · gest. 86 AH
Metgezel. In dit boek overleveraar van de hadith over Āyat al-Kursī na elk verplicht gebed.
- Abū Dharr al-Ghifārī أبو ذر الغفاري
Metgezel · gest. 32 AH
Metgezel. In dit boek overleveraar van 'mij zijn de slotverzen van al-Baqara gegeven uit een schat onder de Troon'.
- Abū Masʿūd al-Anṣārī (al-Badrī) أبو مسعود الأنصاري Metgezel · gest. 40 AH
- Asmāʾ bint Abī Bakr أسماء بنت أبي بكر
Metgezel · gest. 73 AH
Metgezel, dochter van Abū Bakr. In dit boek vertelt zij dat zij op een bewolkte dag het vasten braken, waarna de zon weer verscheen.
- ʿAbd Allāh ibn Aḥmad ibn Ḥanbal عبد الله بن أحمد بن حنبل
Geleerde · gest. 290 AH
Zoon van imam Aḥmad, schrijver van as-Sunna. In dit boek de bron van de uitspraak van Ibn ʿAbbās over de Kursī.
- Masrūq ibn al-Ajdaʿ مسروق بن الأجدع
Geleerde · gest. 63 AH
Tābiʿī uit Kufa. Volgens het boek zei hij als hij van ʿĀʾisha overleverde: 'de waarachtige, dochter van de waarachtige vertelde mij'.
- Ibn Qudāma al-Maqdisī ابن قدامة المقدسي Geleerde · gest. 620 AH
- al-Būṣīrī البوصيري
Geleerde · gest. 696 AH
Dichter van de Burda. Het boek noemt een vers daaruit als voorbeeld van afkeurenswaardige lof, omdat er bescherming bij de Profeet ﷺ in gezocht wordt.
- ʿAbd ar-Razzāq aṣ-Ṣanʿānī عبد الرزاق الصنعاني
Geleerde · gest. 211 AH
Hadithgeleerde uit Jemen, schrijver van al-Muṣannaf. In dit boek de bron van de uitspraak van Ibn Masʿūd over zweren.
- Māʿiz ibn Mālik al-Aslamī ماعز بن مالك الأسلمي
Metgezel
Metgezel. Het boek noemt hem als voorbeeld van een bewijs van overspel door bekentenis.
- Unays al-Aslamī أنيس الأسلمي
Metgezel
Metgezel. In de hadith die het boek aanhaalt, stuurde de Profeet ﷺ hem om een straf uit te voeren als de vrouw bekende: bewijs dat straffen door de leider of zijn plaatsvervanger gaan.
- Dhū l-Khuwayṣira al-Yamānī ذو الخويصرة اليماني Metgezel
- Khadīja bint Khuwaylid خديجة بنت خويلد
Metgezel
Eerste vrouw van de Profeet ﷺ en de eerste gelovige. Een aanzienlijke koopvrouw; al zijn kinderen behalve Ibrāhīm waren van haar. Zij stierf in het tiende jaar van het profeetschap, vóór de hijra.
- Ḥamza ibn ʿAbd al-Muṭṭalib حمزة بن عبد المطلب
Metgezel · gest. 3 AH
Oom en zoogbroer van de Profeet ﷺ. Zijn bekering versterkte de moslims; hij leidde de eerste expeditie, vocht bij Badr in het tweegevecht en sneuvelde bij Uḥud.
- Zayd ibn Ḥāritha زيد بن حارثة
Metgezel · gest. 8 AH
Vrijgelatene van de Profeet ﷺ en een van de eerste gelovigen. Ging mee naar aṭ-Ṭāʾif en sneuvelde als aanvoerder bij Muʾta.
- Jaʿfar ibn Abī Ṭālib جعفر بن أبي طالب
Metgezel · gest. 8 AH
Neef van de Profeet ﷺ. Tweede aanvoerder bij Muʾta; droeg het vaandel tot hij sneuvelde. Volgens het boek gaf Allah hem twee vleugels in het Paradijs.
- ʿAbd Allāh ibn Rawāḥa عبد الله بن رواحة
Metgezel · gest. 8 AH
Metgezel uit de Anṣār, derde aanvoerder bij Muʾta, waar hij sneuvelde.
- Khālid ibn al-Walīd خالد بن الوليد
Metgezel · gest. 21 AH
Vóór zijn islam viel hij bij Uḥud de moslims in de rug aan; als moslim redde hij het leger bij Muʾta met een krijgslist.
- Muṣʿab ibn ʿUmayr مصعب بن عمير
Metgezel · gest. 3 AH
Een van de eerste gelovigen. Na de eerste eed van al-ʿAqaba gestuurd als eerste gezant in de islam om Medina te onderwijzen; heette 'de voorlezer'.
- Asʿad ibn Zurāra أسعد بن زرارة
Metgezel · gest. 1 AH
Metgezel uit de Anṣār; Muṣʿab ibn ʿUmayr verbleef bij hem in Medina.
- ʿUbāda ibn aṣ-Ṣāmit عبادة بن الصامت
Metgezel · gest. 34 AH
Metgezel uit de Anṣār, aanwezig bij de eerste eed van al-ʿAqaba en overleveraar van de tekst ervan.
- Abū Ayyūb al-Anṣārī أبو أيوب الأنصاري
Metgezel · gest. 52 AH
Metgezel uit Banū n-Najjār; de Profeet ﷺ verbleef bij aankomst in Medina in zijn huis.
- ʿĀmir ibn Fuhayra عامر بن فهيرة
Metgezel · gest. 4 AH
Vrijgelatene van Abū Bakr; reisde mee bij de hijra naar Medina.
- ʿAbd Allāh ibn Abī Bakr عبد الله بن أبي بكر
Metgezel · gest. 11 AH
Zoon van Abū Bakr; bracht in de nachten in de grot Thawr nieuws over Quraysh.
- Wāthila ibn al-Asqaʿ واثلة بن الأسقع
Metgezel · gest. 85 AH
Metgezel; overleveraar van 'Allah koos Kināna uit de nakomelingen van Ismāʿīl'.
- Salmān al-Fārisī سلمان الفارسي
Metgezel · gest. 34 AH
Metgezel uit Perzië; stelde voor bij de Grachtslag een gracht te graven.
- al-Miqdād ibn al-Aswad المقداد بن الأسود
Metgezel · gest. 33 AH
Metgezel; zei vóór Badr: 'wij zeggen niet wat de Banū Isrāʾīl tegen Mūsā zeiden'.
- ʿUbayda ibn al-Ḥārith عبيدة بن الحارث
Metgezel · gest. 2 AH
Neef van de Profeet ﷺ; leidde de expeditie naar Rābigh en raakte gewond in het tweegevecht bij Badr.
- ʿAbd Allāh ibn Jaḥsh عبد الله بن جحش
Metgezel · gest. 3 AH
Metgezel; leidde de expeditie naar Nakhla, waarbij de eerste gedode en de eerste gevangenen in de islam vielen.
- ʿAbd Allāh ibn Umm Maktūm عبد الله بن أم مكتوم
Metgezel
Blinde metgezel; bestuurde Medina tijdens Badr.
- Abū Sufyān ibn Ḥarb أبو سفيان بن حرب
Metgezel · gest. 31 AH
Leider van Quraysh; leidde de karavaan vóór Badr en het leger van de Grachtslag; werd bij de verovering van Mekka moslim.
- Waḥshī ibn Ḥarb وحشي بن حرب
Metgezel
Slaaf van Jubayr ibn Muṭʿim; doodde Ḥamza bij Uḥud vóór zijn islam.
- ʿAbd ar-Raḥmān ibn ʿAwf عبد الرحمن بن عوف
Metgezel · gest. 32 AH
Metgezel; gaf volgens het boek veertigduizend dinar voor Tabūk.
- Bilāl ibn Rabāḥ بلال بن رباح
Metgezel · gest. 20 AH
Muezzin van de Profeet ﷺ; riep na de verovering van Mekka de adhān boven op de Kaʿba.
- Saʿd ibn Zayd al-Anṣārī سعد بن زيد الأنصاري
Metgezel
Metgezel uit de Anṣār; volgens het boek gestuurd om het beeld Manāt te vernietigen.
- ʿAmr ibn Sālim al-Khuzāʿī عمرو بن سالم الخزاعي
Metgezel
Kwam namens Khuzāʿa om hulp vragen na de aanval van Banū Bakr, de aanleiding tot de verovering van Mekka.
- Busr ibn Sufyān بسر بن سفيان
Metgezel
Metgezel van Khuzāʿa; bracht bij ʿUsfān nieuws over de plannen van Quraysh vóór al-Ḥudaybiya.
- ʿUrwa ibn Masʿūd ath-Thaqafī عروة بن مسعود الثقفي
Metgezel · gest. 9 AH
Onderhandelaar van Quraysh bij al-Ḥudaybiya, later moslim.
- al-Ḥārith ibn ʿUmayr al-Azdī الحارث بن عمير الأزدي
Metgezel · gest. 8 AH
Boodschapper van de Profeet ﷺ aan de heerser van Buṣrā; zijn moord was de aanleiding voor Muʾta.
- Sawda bint Zamʿa سودة بنت زمعة
Metgezel · gest. 54 AH
Moeder der gelovigen; de eerste met wie de Profeet ﷺ na Khadīja trouwde.
- Ḥafṣa bint ʿUmar حفصة بنت عمر
Metgezel · gest. 45 AH
Moeder der gelovigen, dochter van ʿUmar.
- Zaynab bint Khuzayma زينب بنت خزيمة
Metgezel · gest. 4 AH
Moeder der gelovigen.
- Juwayriya bint al-Ḥārith جويرية بنت الحارث
Metgezel · gest. 50 AH
Moeder der gelovigen; heette eerst Barra en de Profeet ﷺ noemde haar Juwayriya.
- Ṣafiyya bint Ḥuyayy صفية بنت حيي
Metgezel · gest. 50 AH
Moeder der gelovigen.
- Maymūna bint al-Ḥārith ميمونة بنت الحارث
Metgezel · gest. 51 AH
Moeder der gelovigen; in haar huis begon de laatste ziekte van de Profeet ﷺ.
- Māriya al-Qibṭiyya مارية القبطية
Metgezel · gest. 16 AH
Geschonken door de heerser van Egypte; moeder van Ibrāhīm, de zoon van de Profeet ﷺ.
- Zaynab, dochter van de Profeet ﷺ زينب بنت رسول الله ﷺ
Metgezel · gest. 8 AH
Oudste dochter van de Profeet ﷺ.
- Ruqayya, dochter van de Profeet ﷺ رقية بنت رسول الله ﷺ
Metgezel · gest. 2 AH
Dochter van de Profeet ﷺ en vrouw van ʿUthmān; emigreerde met hem als eerste naar Abessinië.
- Umm Kulthūm, dochter van de Profeet ﷺ أم كلثوم بنت رسول الله ﷺ
Metgezel · gest. 9 AH
Dochter van de Profeet ﷺ.
- az-Zuhrī محمد بن مسلم الزهري
Geleerde · gest. 124 AH
Tābiʿī en hadithgeleerde. Het boek zegt dat het verhaal over de pauze in de openbaring een balāgh van hem is, zonder volledige keten.
- ʿUrwa ibn az-Zubayr عروة بن الزبير
Geleerde · gest. 94 AH
Tābiʿī; het boek citeert hem over de ontvangst van de Profeet ﷺ in Medina.
- Ṣafī ar-Raḥmān al-Mubārakfūrī صفي الرحمن المباركفوري
Geleerde · gest. 1427 AH
Schrijver van ar-Raḥīq al-makhtūm; volgens het boek de hoofdbron van het meeste materiaal.
- Abū l-Faraj al-Iṣfahānī أبو الفرج الأصبهاني
Geleerde · gest. 356 AH
Schrijver van Kitāb al-Aghānī; volgens het boek geen betrouwbare bron voor de sīra.
- Ibn ʿAbd Rabbih al-Andalusī ابن عبد ربه الأندلسي
Geleerde · gest. 328 AH
Schrijver van al-ʿIqd al-farīd; volgens het boek geen betrouwbare bron voor de sīra.
- al-Mughīra ibn Shuʿba المغيرة بن شعبة
Metgezel · gest. 50 AH
Metgezel. Wilde de sokken van de Profeet ﷺ uittrekken en kreeg te horen: 'Laat ze, want ik heb ze rein aangetrokken'; overleveraar van het gedenken na het gebed.
- Ṣafwān ibn ʿAssāl صفوان بن عسال المرادي
Metgezel
Metgezel. Overleveraar van de hadith dat sokken niet uit hoeven na urine, ontlasting en slaap, maar wel na janāba.
- ʿAmr ibn Umayya aḍ-Ḍamrī عمرو بن أمية الضمري
Metgezel
Metgezel. Zag de Profeet ﷺ over zijn tulband en sokken strijken (al-Bukhārī).
- Busra bint Ṣafwān بسرة بنت صفوان
Metgezel
Metgezellin. Overleveraar van 'wie zijn geslachtsdeel aanraakt, laat hij woeḍoe doen'.
- Jābir ibn Samura جابر بن سمرة
Metgezel
Metgezel. Overleveraar van de vraag over woeḍoe na kamelen- en schapenvlees en over bidden in schaapskralen.
- ʿAbd Allāh ibn Zayd ibn ʿĀṣim al-Māzinī عبد الله بن زيد بن عاصم المازني
Metgezel · gest. 63 AH
Metgezel. Beschreef de woeḍoe van de Profeet ﷺ, met het strijken over het hoofd van voor naar achter en nieuw water voor het hoofd. Niet dezelfde als ʿAbd Allāh ibn Zayd van de adhān.
- ʿAbd Allāh ibn Zayd ibn ʿAbd Rabbih عبد الله بن زيد بن عبد ربه الأنصاري
Metgezel · gest. 32 AH
Metgezel uit de Anṣār die de adhān in een droom zag; de Profeet ﷺ noemde het een ware droom en liet Bilāl roepen.
- Umm Sulaym bint Milḥān أم سليم بنت ملحان
Metgezel
Metgezellin, moeder van Anas. Vroeg of een vrouw zich moet wassen na een natte droom.
- Fāṭima bint Abī Ḥubaysh فاطمة بنت أبي حبيش
Metgezel
Metgezellin met istiḥāḍa; de Profeet ﷺ legde haar het verschil met menstruatie uit.
- Umm Ḥabība bint Jaḥsh أم حبيبة بنت جحش
Metgezel
Metgezellin, zus van Zaynab bint Jaḥsh. Had istiḥāḍa en werd de ghusl opgedragen. Het boek noemt alleen 'Umm Ḥabība'.
- Umm ʿAṭiyya al-Anṣāriyya أم عطية الأنصارية
Metgezel
Metgezellin. Waste de dochter van de Profeet ﷺ en vertelde dat zij bruin en geel na de reinheid niet meetelden.
- Qays ibn ʿĀṣim قيس بن عاصم المنقري
Metgezel
Metgezel. Bij zijn islam werd hem opgedragen zich te wassen met water en sidr.
- Thumāma ibn Uthāl ثمامة بن أثال
Metgezel
Metgezel. Waste zich bij zijn islam en bad twee rakʿa.
- Abū Thaʿlaba al-Khushanī أبو ثعلبة الخشني
Metgezel
Metgezel. Vroeg naar het vaatwerk van niet-moslims.
- ʿArfaja ibn Asʿad عرفجة بن أسعد
Metgezel
Metgezel. Verloor zijn neus in een veldslag en mocht een gouden neus nemen.
- Abū s-Samḥ أبو السمح
Metgezel
Dienaar van de Profeet ﷺ. Overleveraar van het verschil tussen urine van een jongetje en een meisje.
- Umm Qays bint Miḥṣan أم قيس بنت محصن
Metgezel
Metgezellin. Haar zoontje plaste op de kleding van de Profeet ﷺ, die er water over sprenkelde.
- Abū Qatāda al-Anṣārī أبو قتادة الأنصاري
Metgezel · gest. 54 AH
Metgezel. Overleveraar van 'de kat is niet onrein'.
- Burayda ibn al-Ḥuṣayb بريدة بن الحصيب
Metgezel · gest. 63 AH
Metgezel. Overleveraar van 'het verbond tussen ons en hen is het gebed'.
- Abū Maḥdhūra أبو محذورة الجمحي
Metgezel · gest. 59 AH
Metgezel en muʾadhdhin in Mekka; de Profeet ﷺ leerde hem zelf de adhān en de tathwīb.
- Mālik ibn al-Ḥuwayrith مالك بن الحويرث
Metgezel
Metgezel. Hij en zijn reisgenoten kregen opdracht de adhān te roepen.
- Wāʾil ibn Ḥujr وائل بن حجر
Metgezel
Metgezel. Beschreef dat de Profeet ﷺ de rechterhand op de linkerhand, pols en onderarm legde.
- Abū Ḥumayd as-Sāʿidī أبو حميد الساعدي
Metgezel
Metgezel. Beschreef het gebed van de Profeet ﷺ: handen heffen na twee rakʿa en armen van de zij.
- Abū Juḥayfa أبو جحيفة السوائي
Metgezel · gest. 74 AH
Metgezel. Zag Bilāl bij de adhān naar rechts en links draaien.
- ʿAbd Allāh ibn Sarjis عبد الله بن سرجس
Metgezel
Metgezel. Overleveraar van het verbod in een gat te plassen.
- Ṭāwūs ibn Kaysān طاوس بن كيسان
Geleerde · gest. 106 AH
Tābiʿī uit Jemen. Vroeg Ibn ʿAbbās naar de iqʿāʾ op de hielen.
- Ibn al-Mundhir محمد بن إبراهيم بن المنذر النيسابوري
Geleerde · gest. 318 AH
Geleerde, schrijver van al-Awsaṭ en al-Ijmāʿ. Het boek citeert hem over het strijken over sokken door negen metgezellen en de consensus over eten in het gebed.
- ad-Dāraquṭnī علي بن عمر الدارقطني
Geleerde · gest. 385 AH
Hadithgeleerde; bron van 'pas op voor urine'.
- Ibn Abī Shayba أبو بكر بن أبي شيبة
Geleerde · gest. 235 AH
Hadithgeleerde, schrijver van al-Muṣannaf; bron van het woord van Abū Dharr na het toilet.
- ad-Dārimī عبد الله بن عبد الرحمن الدارمي
Geleerde · gest. 255 AH
Hadithgeleerde, schrijver van de Sunan; bron van het verhaal van de sandalen met vuil.
- Muḥammad ibn al-Ḥanafiyya محمد ابن الحنفية
Geleerde · gest. 81 AH
Zoon van ʿAlī ibn Abī Ṭālib. Vroeg zijn vader wie na de Profeet ﷺ de beste was.
- Ṭalḥa ibn ʿUbayd Allāh طلحة بن عبيد الله
Metgezel · gest. 36 AH
Een van de tien aan wie het Paradijs beloofd is.
- az-Zubayr ibn al-ʿAwwām الزبير بن العوام
Metgezel · gest. 36 AH
Een van de tien aan wie het Paradijs beloofd is.
- Saʿīd ibn Zayd سعيد بن زيد بن عمرو بن نفيل
Metgezel · gest. 51 AH
Een van de tien aan wie het Paradijs beloofd is.
- Abū ʿUbayda ibn al-Jarrāḥ أبو عبيدة بن الجراح
Metgezel · gest. 18 AH
Een van de tien aan wie het Paradijs beloofd is.
- aṭ-Ṭaḥāwī أبو جعفر الطحاوي
Geleerde · gest. 321 AH
Ḥanafitisch geleerde en schrijver van de bekende geloofsbelijdenis. Het boek citeert hem over liefde voor de metgezellen en over het verbod op opstand tegen de leiders.
- Ḥumayd aṭ-Ṭawīl حميد الطويل
Geleerde · gest. 142 AH
Overleveraar uit de generatie na de metgezellen. Vertelde hoe Anas boos werd toen iemand vroeg of hij een hadith zelf gehoord had.
- Ibn Manda محمد بن إسحاق بن منده
Geleerde · gest. 395 AH
Hadithgeleerde, schrijver van Kitāb al-īmān; bron van het woord van Anas over de betrouwbaarheid van de metgezellen.
- Ḥammād ibn Salama حماد بن سلمة
Geleerde · gest. 167 AH
Hadithgeleerde uit Baṣra, streng tegen de vernieuwers. Volgens Aḥmad en Ibn Maʿīn moet je wantrouwen wie hem aanvalt.
- Yaḥyā ibn Maʿīn يحيى بن معين
Geleerde · gest. 233 AH
Hadithcriticus. Het boek citeert hem over wie Ḥammād ibn Salama en ʿIkrima aanvalt.
- ʿIkrima, vrijgelatene van Ibn ʿAbbās عكرمة مولى ابن عباس
Geleerde
Geleerde van de tābiʿūn. Ibn Maʿīn noemt hem samen met Ḥammād ibn Salama als geleerde die je niet aanvalt.
- Ibn ʿAsākir علي بن الحسن ابن عساكر
Geleerde · gest. 571 AH
Historicus en hadithgeleerde uit Damascus. Zei: 'het vlees van de geleerden is vergiftigd'.
- Marwān ibn al-Ḥakam مروان بن الحكم
Geleerde · gest. 65 AH
Omajjadische bestuurder. Volgens het boek vroeg hij wat edelmoedigheid was; het antwoord was goedheid voor de ouders en goed beheer van bezit.
- Uways al-Qaranī أويس القرني
Geleerde
Volgens de hadith de beste van de tābiʿūn. De Profeet ﷺ prees hem om zijn goedheid voor zijn moeder en zei dat zijn smeekbede verhoord wordt.
- al-Ḥasan ibn ʿAlī الحسن بن علي
Metgezel
Kleinzoon van de Profeet ﷺ. Sprong op zijn rug in het gebed; stopte als kind een dadel van de zakāt in zijn mond.
- al-Ḥusayn ibn ʿAlī الحسين بن علي
Metgezel · gest. 61 AH
Kleinzoon van de Profeet ﷺ, die hem en zijn broer bescherming zocht en droeg toen zij struikelden.
- ʿUmar ibn Abī Salama عمر بن أبي سلمة
Metgezel · gest. 83 AH
Stiefzoon van de Profeet ﷺ, die hem leerde: noem de naam van Allah, eet met je rechterhand en van wat voor je ligt.
- Muʿāwiya ibn Ḥayda al-Qushayrī معاوية بن حيدة القشيري
Metgezel
Metgezel. Vroeg naar het recht van de vrouw; het antwoord omvatte: sla het gezicht niet en scheld niet.
- Ṣafiyya bint ʿAbd al-Muṭṭalib صفية بنت عبد المطلب
Metgezel · gest. 20 AH
Tante van de Profeet ﷺ, die hij opriep zichzelf te redden.
- Mujāhid ibn Jabr مجاهد بن جبر
Geleerde
Korangeleerde van de tābiʿūn. Vertelde het verhaal van het schaap en de joodse buur.
- Abū l-Haytham ibn at-Tayyihān أبو الهيثم بن التيهان
Metgezel
Metgezel uit de Anṣār. Ontving de Profeet ﷺ en zijn twee metgezellen en zei: 'niemand heeft vandaag edeler gasten dan ik'.
- Abū Shuʿayb al-Anṣārī أبو شعيب الأنصاري
Metgezel
Metgezel uit de Anṣār. Nodigde de Profeet ﷺ uit als vijfde van vijf en gaf toestemming voor de man die meekwam.
- Saʿd ibn ʿUbāda سعد بن عبادة
Metgezel
Leider van de Khazraj. Bij hem at de Profeet ﷺ brood en olie en bad hij voor zijn gastheer.
- ʿAbd Allāh ibn Abī l-Hudhayl عبد الله بن أبي الهذيل
Geleerde
Overleveraar uit Kūfa. Vertelde hoe Ibn Masʿūd een man berispte die naar een vrouw in het huis keek.
- Saḥnūn سحنون بن سعيد
Geleerde · gest. 240 AH
Mālikitisch geleerde. Zei: 'gastvrijheid geldt voor dorpelingen; in de stad is er het hotel voor de reiziger'.
- Ibn al-Lutbiyya ابن اللتبية
Metgezel
Werd uitgestuurd om zakāt te innen en hield geschenken voor zichzelf; de Profeet ﷺ keurde dat af.
- al-Qāḍī Abū Yaʿlā القاضي أبو يعلى الفراء
Geleerde · gest. 458 AH
Ḥanbalitisch rechter en geleerde. Het boek citeert hem over de plichten van de bestuurder en zijn recht op gehoorzaamheid en steun.
- al-Māwardī علي بن محمد الماوردي
Geleerde · gest. 450 AH
Shāfiʿitisch geleerde, schrijver over bestuur. Het boek citeert hem over de plichten van de bestuurder: vernieuwing tegengaan en straffen uitvoeren.
- Ibn Khuzayma محمد بن إسحاق بن خزيمة
Geleerde · gest. 311 AH
Hadithgeleerde, samensteller van een Ṣaḥīḥ; in dit boek bron van de hadith over het gebed dat niet opstijgt.
- al-Bazzār أحمد بن عمرو البزار
Geleerde · gest. 292 AH
Hadithgeleerde, samensteller van een Musnad; in dit boek bron van hadith over de buur.
- Ibn Abī ʿĀṣim أحمد بن عمرو بن أبي عاصم
Geleerde · gest. 287 AH
Hadithgeleerde; in dit boek bron van de hadith dat van drie geen daad aanvaard wordt.
- Abū l-Aswad ad-Duʾalī أبو الأسود الدؤلي
Geleerde · gest. 69 AH
Tābiʿī. Volgens de bekendste mening de grondlegger van de grammatica, volgens sommigen op aanwijzing van ʿAlī; zette de klinkerstippen in de muṣḥaf.
- al-Khalīl ibn Aḥmad al-Farāhīdī الخليل بن أحمد الفراهيدي
Geleerde · gest. 170 AH
Taalgeleerde in Basra. Maakte de hoofdstukken van de grammatica af en schreef het eerste Arabische woordenboek, al-ʿAyn.
- Ibn Khaldūn عبد الرحمن بن خلدون
Geleerde · gest. 808 AH
Historicus en denker. Het boek citeert uit zijn Muqaddima de vier pijlers van de Arabische taalwetenschap en waarom ze nodig zijn voor de sharīʿa.
- Ibn Hishām al-Anṣārī عبد الله بن يوسف ابن هشام الأنصاري
Geleerde · gest. 761 AH
Grammaticus. Schreef Awḍaḥ al-masālik, Mughnī al-labīb, Sharḥ Shudhūr adh-dhahab en Qaṭr an-nadā; meerdere werken van hem zijn bronnen van dit boek.
- Ibn ʿAqīl عبد الله بن عقيل
Geleerde · gest. 769 AH
Grammaticus. Zijn commentaar op de Alfiyya van Ibn Mālik is een bron van dit boek.
- ʿAbd Allāh ibn az-Zubayr عبد الله بن الزبير
Metgezel · gest. 73 AH
Metgezel, zoon van az-Zubayr ibn al-ʿAwwām en Asmāʾ bint Abī Bakr. In dit boek zijn uitspraak dat 'ʿAmma yatasāʾalūn' in Mekka werd geopenbaard.
- ar-Rāghib al-Iṣfahānī الراغب الأصفهاني
Geleerde · gest. 502 AH
Taalgeleerde, schrijver van al-Mufradāt over de woorden van de Koran. Het boek citeert zijn definitie van nabaʾ. Sterfjaar volgens de gangbare opgave.
- al-Azharī أبو منصور الأزهري
Geleerde · gest. 370 AH
Taalgeleerde, schrijver van Tahdhīb al-lugha. Het boek citeert zijn uitleg van mirṣād.
- Muqātil ibn Sulaymān مقاتل بن سليمان
Geleerde · gest. 150 AH
Vroege Koranuitlegger. Het boek citeert hem bij 'een passende vergelding': er is geen zonde groter dan shirk en geen straf groter dan het Vuur.
- al-Farrāʾ أبو زكريا يحيى بن زياد الفراء
Geleerde · gest. 207 AH
Grammaticus uit Kufa, schrijver van Maʿānī al-Qurʾān. Het boek citeert hem over kidhdhāb als welsprekend Jemenitisch woord.
- Nāfiʿ, vrijgelatene van Ibn ʿUmar نافع مولى ابن عمر
Geleerde · gest. 117 AH
Tābiʿī uit Medina en overleveraar van Ibn ʿUmar. In dit boek vertelt hij hoe Ibn ʿUmar verkopers aansprak om eerlijk te meten.
- Abū Mālik al-Ashʿarī أبو مالك الأشعري (كعب بن عاصم)
Metgezel · gest. 18 AH
Kaʿb ibn ʿĀṣim. Kwam met de Ashʿarieten per schip naar de Profeet ﷺ, werd moslim en ging met hem op veldtocht. Stierf onder ʿUmar in 18 AH. Overleverde hadith 15 ('reinheid is de helft van het geloof').
- al-Qāḍī ʿIyāḍ القاضي عياض بن موسى اليحصبي
Geleerde · gest. 544 AH
Mālikitische geleerde uit al-Andalus/Ceuta, schrijver van Ikmāl al-muʿlim (commentaar op Muslim), een bron van dit boek. Volgens hem worden grote zonden alleen door berouw of Allahs genade uitgewist.
- al-Khaṭṭābī أبو سليمان حمد بن محمد الخطابي
Geleerde · gest. 388 AH
Hadithgeleerde, schrijver van Maʿālim as-sunan, een bron van dit boek. Zei: 'wat je ook betwijfelt, vroomheid is het te mijden'.
- Ṣuhayb ar-Rūmī صهيب بن سنان الرومي
Metgezel · gest. 38 AH
Metgezel, 'de Romein' genoemd. Volgens het boek bereikte hij samen met Bilāl hoge rangen zonder edele afkomst.
- ʿAbd al-ʿAzīz ibn Bāz عبد العزيز بن عبد الله بن باز
Geleerde · gest. 1420 AH
Hedendaagse geleerde uit Saoedi-Arabië. In dit boek: wat Ibn ʿUmar van zijn baard afknipte is zijn eigen ijtihād; bewijs is zijn overlevering, niet zijn inzicht.
- Abū ṭ-Ṭufayl ʿĀmir ibn Wāthila أبو الطفيل عامر بن واثلة الليثي
Metgezel · gest. 110 AH
Metgezel, geboren in het jaar van de hijra. Volgens het boek de laatste metgezel die stierf (110 AH). Beschreef de Profeet ﷺ als wit, mooi en evenwichtig van bouw.
- Labīd ibn Rabīʿa al-ʿĀmirī لبيد بن ربيعة العامري
Metgezel · gest. 41 AH
Dichter, aanzienlijk vóór en na de islam. Kwam met de delegatie van zijn volk en werd moslim; woonde in Kūfa en stierf in 41 AH. De Profeet ﷺ noemde zijn regel 'is niet alles behalve Allah vergankelijk' het meest ware woord van een dichter.
- Jarīr ibn ʿAbd Allāh al-Bajalī جرير بن عبد الله البجلي
Metgezel
Metgezel. Zei dat de Profeet ﷺ hem sinds zijn bekering nooit de toegang weigerde en hem nooit zag zonder te glimlachen.
- Abū Salama ibn ʿAbd ar-Raḥmān أبو سلمة بن عبد الرحمن بن عوف
Geleerde
Tābiʿī uit Medina, zoon van ʿAbd ar-Raḥmān ibn ʿAwf. Zei dat de metgezellen gedichten voordroegen, maar uiterst ernstig werden als het om hun religie ging; vroeg ʿĀʾisha naar het nachtgebed van de Profeet ﷺ.
- Abū Bakr al-Ājurrī أبو بكر محمد بن الحسين الآجري
Geleerde · gest. 360 AH
Geleerde in Mekka. In dit boek: een beetje Koranlezen met overdenking is beter dan veel zonder.
- Mullā ʿAlī al-Qārī علي بن سلطان محمد القاري
Geleerde · gest. 1014 AH
Ḥanafitische geleerde in Mekka. In dit boek: het aanleren van zangmelodieën voor de Koran is afgekeurd; een matras is aanbevolen; en de vergelijking met de verlegen maagd.
- Ibn Baṭṭāl علي بن خلف بن بطال
Geleerde · gest. 449 AH
Mālikitische commentator van Ṣaḥīḥ al-Bukhārī uit al-Andalus. In dit boek: wat de ḥibara is, en waarom de Profeet ﷺ huilde bij an-Nisāʾ 4:41.
- ʿUthmān ibn Maẓʿūn عثمان بن مظعون
Metgezel
Vroege metgezel en muhājir. De Profeet ﷺ kuste hem na zijn dood met tranen in de ogen.
- Umm Ayman أم أيمن بركة
Metgezel
Metgezellin. Schreeuwde toen een dochtertje van de Profeet ﷺ stierf; hij legde uit dat zijn tranen barmhartigheid waren en geen wanhoop.
- Saʿd ibn Muʿādh سعد بن معاذ
Metgezel · gest. 5 AH
Leider van de Aws in Medina. Stierf in 5 AH na een verwonding bij de Grachtslag. Toen hij kwam om te oordelen, zei de Profeet ﷺ: sta op voor jullie leider.
- Rabīʿa ibn Kaʿb al-Aslamī ربيعة بن كعب الأسلمي
Metgezel · gest. 63 AH
Metgezel en dienaar van de Profeet ﷺ. Vroeg om zijn gezelschap in het Paradijs en kreeg te horen: help mij tegen jezelf met veel neerknielen.
- Umm Hāniʾ bint Abī Ṭālib أم هانئ بنت أبي طالب
Metgezel
Metgezel, dochter van Abū Ṭālib. Vertelde dat de Profeet ﷺ op de dag van de verovering van Mekka in haar huis acht rakʿa's ḍuḥā bad.
- ʿAmr ibn ʿAbasa as-Sulamī عمرو بن عبسة السلمي
Metgezel
Metgezel en een van de eersten in de islam. Overleverde waarom bij zonsopgang en zonsondergang niet gebeden wordt.
- ʿAbdallāh ibn Buḥayna عبد الله ابن بحينة
Metgezel
Metgezel. Overleverde dat de Profeet ﷺ de eerste tashahhud vergat en vóór de salām tweemaal neerknielde.
- Kaʿb ibn Mālik al-Anṣārī كعب بن مالك الأنصاري
Metgezel
Anṣārī metgezel en dichter. Knielde uit dankbaarheid neer toen hij hoorde dat zijn berouw was aanvaard.
- Wābiṣa ibn Maʿbad al-Asadī وابصة بن معبد الأسدي
Metgezel
Metgezel. Overleverde dat de Profeet ﷺ iemand die alleen achter de rij bad, liet herhalen.
- ʿUmāra ibn Ruwayba ath-Thaqafī عمارة بن رؤيبة الثقفي
Metgezel
Metgezel. Keurde af dat Bishr ibn Marwān op de minbar zijn handen hief en zei dat de Profeet ﷺ alleen met zijn wijsvinger wees.
- ʿAmr ibn Salama al-Jarmī عمرو بن سلمة الجرمي
Metgezel
Ging als kind van zes of zeven zijn volk voor in het gebed, omdat hij de meeste Koran kende.
- Umm Waraqa al-Anṣāriyya أم ورقة بنت عبد الله بن الحارث الأنصارية
Metgezel
Metgezel die de Koran had verzameld. De Profeet ﷺ stond haar toe haar huisgenoten voor te gaan in het gebed.
- Abū Salama ibn ʿAbd al-Asad أبو سلمة عبد الله بن عبد الأسد المخزومي
Metgezel · gest. 4 AH
Metgezel en eerste man van Umm Salama. Toen hij stierf, sloot de Profeet ﷺ zijn ogen.
- Asmāʾ bint ʿUmays أسماء بنت عميس
Metgezel
Metgezel. Waste haar man Abū Bakr na zijn dood.
- Khabbāb ibn al-Aratt خباب بن الأرت
Metgezel · gest. 37 AH
Een van de eerste metgezellen. Vertelde hoe Muṣʿab ibn ʿUmayr met een te korte doek werd begraven.
- Abū Bakr aṭ-Ṭurṭūshī أبو بكر محمد بن الوليد الطرطوشي
Geleerde · gest. 520 AH
Mālikitische geleerde uit al-Andalus. In dit boek: rouwbijeenkomsten na een sterfgeval zijn volgens consensus verboden.
- Yaḥyā ibn Abī Kathīr يحيى بن أبي كثير
Geleerde · gest. 129 AH
Geleerde uit de generatie na de metgezellen. Zei: 'Leer de intentie, want die reikt verder dan de daad.'
- ʿAbd Allāh ibn al-Mubārak عبد الله بن المبارك
Geleerde · gest. 181 AH
Geleerde en asceet. Zei: 'Menige kleine daad maakt de intentie groot, en menige grote daad maakt de intentie klein.'
- Zubayd al-Yāmī زبيد بن الحارث اليامي
Geleerde · gest. 122 AH
Geleerde uit Kūfa. Wilde in alles een intentie hebben, zelfs bij eten en drinken.
- Abū Kabsha al-Anmārī أبو كبشة الأنماري
Metgezel
Metgezel. Overleveraar van de gelijkenis van de vier mannen: wie oprecht het goede wil maar niet kan, krijgt hetzelfde loon.
- ʿAlī ibn al-Ḥusayn Zayn al-ʿĀbidīn علي بن الحسين زين العابدين
Geleerde · gest. 94 AH
Achterkleinzoon van de Profeet ﷺ. Droeg 's nachts brood naar de armen en onderhield volgens het boek honderd huishoudens in het geheim.
- Ṭalq ibn Ḥabīb طلق بن حبيب
Geleerde
Geleerde uit de generatie na de metgezellen. Zijn definitie van taqwā: gehoorzamen en zonde laten, met licht van Allah, uit hoop en vrees.
- ʿAwn ibn ʿAbd Allāh عون بن عبد الله بن عتبة
Geleerde
Geleerde uit de generatie na de metgezellen. Zei: 'taqwā begint met een goede intentie'.
- an-Nuʿmān ibn Bashīr النعمان بن بشير
Metgezel · gest. 65 AH
Metgezel. Overleveraar van 'het toegestane is duidelijk en het verbodene is duidelijk, en daartussen zijn twijfelachtige zaken'.
- ʿAṭiyya ibn ʿUrwa as-Saʿdī عطية بن عروة السعدي
Metgezel
Metgezel. Overleveraar van 'de dienaar bereikt niet de rang van de godvrezenden tot hij laat wat geen kwaad doet'.
- al-Jurjānī علي بن محمد الشريف الجرجاني
Geleerde · gest. 816 AH
Geleerde, bekend van zijn boek met definities. Definieerde waraʿ als twijfelachtige zaken mijden uit vrees voor het verbodene.
- Muṭarrif ibn ʿAbd Allāh ibn ash-Shikhkhīr مطرف بن عبد الله بن الشخير
Geleerde · gest. 95 AH
Geleerde uit Baṣra. Zei: 'liever welzijn met dank dan beproeving met geduld', en legde 's nachts zijn daden naast die van de mensen van het Paradijs.
- Abū ʿAbd ar-Raḥmān al-ʿUmarī أبو عبد الرحمن عبد الله بن عبد العزيز العمري
Geleerde
Asceet uit Medina. Gaf als raad: een kiezel waraʿ in je hart is beter dan het gebed van alle mensen op aarde.
- Qutayba ibn Saʿīd قتيبة بن سعيد
Geleerde · gest. 240 AH
Hadithgeleerde. Zei: 'zonder Sufyān ath-Thawrī was waraʿ verloren gegaan'.
- Sahl ibn ʿAbd Allāh at-Tustarī سهل بن عبد الله التستري
Geleerde · gest. 283 AH
Asceet (het boek noemt 'Sahl ibn ʿAbd Allāh'). Zei dat wie naar zijn kennis handelt, naar waraʿ geleid wordt.
- Badr ad-Dīn al-ʿAynī بدر الدين العيني
Geleerde · gest. 855 AH
Ḥanafitische hadithgeleerde. Zei dat ahl as-sunna vrees en hoop verenigen, en dat wie één van beide laat overheersen dwaalt.
- Rābiʿa al-ʿAdawiyya رابعة العدوية
Geleerde
Ascete uit Baṣra. Het boek noemt een aan haar toegeschreven uitspraak waarop soefi's zich beroepen om alleen uit liefde te aanbidden, en verwerpt die visie.
- al-Junayd الجنيد بن محمد
Geleerde · gest. 298 AH
Asceet uit Bagdad. Zei: 'tevredenheid is naar de kracht van kennis'.
- Zayd ibn Thābit زيد بن ثابت
Metgezel · gest. 45 AH
Metgezel. De Profeet ﷺ leerde hem een dagelijkse smeekbede met 'ik vraag U tevredenheid na de beschikking'.
- Yaḥyā ibn Muʿādh ar-Rāzī يحيى بن معاذ الرازي
Geleerde · gest. 258 AH
Prediker en asceet. Noemde vier grondslagen van tevredenheid: aanvaarden, tevreden zijn, aanbidden en antwoorden.
- ʿAbd Allāh ibn ʿAwn عبد الله بن عون
Geleerde · gest. 151 AH
Geleerde uit Baṣra (het boek noemt 'Ibn ʿAwn'). Raadde tevredenheid met de beschikking aan, in moeite en gemak.
- ar-Rāmahurmuzī الحسن بن عبد الرحمن الرامهرمزي
Geleerde · gest. 360 AH
Hadithgeleerde. Zei dat wie met maat neemt en tevreden is met zijn deel, eervol en rijk van ziel leeft.
- Shurayḥ al-Qāḍī شريح القاضي
Geleerde
Rechter in Kūfa. Zei tegen zijn metgezellen: kom mee naar de markt, dan kijken we naar de kamelen, hoe ze geschapen zijn.
- Ibrāhīm an-Nakhaʿī إبراهيم النخعي
Geleerde · gest. 96 AH
Rechtsgeleerde uit Kūfa. Zei: 'nadenken is het merg van het verstand'.
- Bishr ibn al-Ḥārith بشر بن الحارث
Geleerde · gest. 227 AH
Asceet uit Bagdad. Zei: 'als de mensen nadachten over de grootheid van Allah, zouden zij Hem niet ongehoorzaam zijn'.
- Muḥammad ibn Kaʿb al-Quraẓī محمد بن كعب القرظي
Geleerde
Geleerde uit de generatie na de metgezellen. Las liever de hele nacht az-Zalzala en al-Qāriʿa met nadenken dan de Koran snel af te raffelen.
- Shaddād ibn Aws شداد بن أوس
Metgezel · gest. 58 AH
Metgezel. Overleveraar van 'de verstandige is wie zichzelf afrekent en werkt voor na de dood'.
- ʿAbd al-ʿAzīz ibn Abī Rawwād عبد العزيز بن أبي رواد
Geleerde · gest. 159 AH
Asceet uit Mekka. Vond na elke goede daad dat het aandeel van de duivel erin groter was dan dat van Allah.
- Muḥammad ibn Wāsiʿ محمد بن واسع
Geleerde · gest. 123 AH
Aanbidder uit Baṣra. Zei: 'als zonden een geur hadden, zou niemand bij mij kunnen zitten'.
- Abū l-Fatḥ Naṣr ibn Ibrāhīm al-Maqdisī أبو الفتح نصر بن إبراهيم المقدسي
Geleerde · gest. 490 AH
Shāfiʿitische geleerde. Volgens Ibn ʿAsākir rekende hij zichzelf af op elke ademhaling en liet hij geen tijd zonder nut voorbijgaan.
- Maʿrūf al-Karkhī معروف الكرخي
Geleerde · gest. 200 AH
Asceet uit Bagdad. Zei tegen iemand die roddelde: 'denk aan de watten wanneer zij die op je ogen leggen'.
- Murtaḍā az-Zabīdī محمد مرتضى الزبيدي
Geleerde · gest. 1205 AH
Taalgeleerde, auteur van Tāj al-ʿarūs (het boek noemt 'az-Zubaydī'). Definieerde tawakkul als vertrouwen op wat bij Allah is en niets verwachten van de mensen.
- al-Wāḥidī أبو الحسن علي بن أحمد الواحدي
Geleerde · gest. 468 AH
Koranuitlegger uit Nīsābūr, schrijver van Asbāb an-nuzūl. Het boek citeert hem: ash-shafaq als rode avondgloed is de mening van alle uitleggers en taalgeleerden. Sterfjaar volgens de gangbare opgave.
- Ibn Isḥāq محمد بن إسحاق
Geleerde · gest. 151 AH
Geschiedschrijver uit Medina, auteur van de bekendste vroege sīra. Het boek geeft via hem het gesprek tussen Abū Quḥāfa en Abū Bakr.
- Abū Quḥāfa أبو قحافة عثمان بن عامر
Metgezel · gest. 14 AH
Vader van Abū Bakr aṣ-Ṣiddīq; hij nam de islam aan bij de verovering van Mekka. In dit boek vraagt hij zijn zoon waarom hij zwakke slaven vrijlaat. Sterfjaar volgens de gangbare opgave.
- Sufyān ibn ʿAbd Allāh ath-Thaqafī سفيان بن عبد الله الثقفي
Metgezel
Metgezel die met een delegatie naar de Profeet ﷺ kwam en bij Ḥunayn was; ʿUmar stelde hem aan over de ṣadaqa van aṭ-Ṭāʾif. Overleverde hadith 5 ('zeg: ik geloof in Allah, en wees dan standvastig').
- Saʿd ibn Hishām سعد بن هشام بن عامر الأنصاري
Geleerde
Tābiʿī van aanzien. Vroeg ʿĀʾisha naar het karakter van de Profeet ﷺ en kreeg als antwoord: 'zijn karakter was de Koran'.
- Ḥakīm ibn Ḥizām حكيم بن حزام بن خويلد القرشي
Metgezel · gest. 54 AH
Metgezel uit Quraysh. Volgens het boek geboren in de Kaʿba en 120 jaar oud geworden: zestig jaar in de Jāhiliyya en zestig in de islam; stierf in 54 AH. Overleverde hadith 8 ('wie ingetogenheid zoekt…').
- Abū Shurayḥ al-Khuzāʿī أبو شريح الخزاعي
Metgezel
Metgezel. Overleverde de hadith over het gastgeschenk van een dag en een nacht en gastvrijheid van drie dagen (al-Bukhārī en Muslim).
- Fāṭima bint Qays فاطمة بنت قيس القرشية
Metgezel
Metgezellin. Vroeg de Profeet ﷺ raad over twee mannen die haar ten huwelijk vroegen, Muʿāwiya en Abū l-Jahm; het boek gebruikt dit als bewijs dat roddel bij advies mag.
- Hind bint ʿUtba هند بنت عتبة
Metgezel
Vrouw van Abū Sufyān, werd moslim bij de verovering van Mekka. Klaagde dat Abū Sufyān gierig was; de Profeet ﷺ zei: 'neem wat genoeg is voor jou en je kind, op redelijke wijze'.
- Muṣʿab ibn Saʿd ibn Abī Waqqāṣ مصعب بن سعد بن أبي وقاص
Geleerde
Tābiʿī, zoon van Saʿd ibn Abī Waqqāṣ. Overleverde hadith 15 over zijn vader ('worden jullie niet geholpen en voorzien door jullie zwakken?').
- Yazīd ibn Asad al-Qasrī يزيد بن أسد القسري
Metgezel
Metgezel. De Profeet ﷺ vroeg hem 'wil je het Paradijs?' en zei: 'wil dan voor je broeder wat je voor jezelf wilt' (Aḥmad, met een goede keten volgens het boek).
- Barīra بريرة مولاة عائشة
Metgezel
Dienares van ʿĀʾisha. De Profeet ﷺ vroeg haar bij de laster naar het gedrag van ʿĀʾisha.
- Umāma bint Abī l-ʿĀṣ أمامة بنت أبي العاص
Metgezel
Kleindochter van de Profeet ﷺ, dochter van Zaynab. Hij droeg haar op zijn schouder tijdens het gebed.
- ʿAṭāʾ al-Khurāsānī عطاء الخراساني
Geleerde
Geleerde. Het boek geeft zonder vindplaats zijn opsomming van de rechten van de buur.
- Abū Ṭalḥa al-Anṣārī أبو طلحة الأنصاري
Metgezel
Rijke metgezel die het boek als voorbeeld noemt. Bracht Anas naar de Profeet ﷺ om hem te dienen.
- ʿItbān ibn Mālik عتبان بن مالك
Metgezel
Metgezel die slecht zag en zijn volk in het gebed leidde. De Profeet ﷺ bad in zijn huis zodat hij die plek als gebedsplaats kon nemen.
- Maḥmūd ibn ar-Rabīʿ al-Anṣārī محمود بن الربيع الأنصاري
Metgezel
Jonge metgezel. Overleverde bij al-Bukhārī het verhaal van ʿItbān ibn Mālik.
- ar-Rabīʿ ibn Khuthaym الربيع بن خثيم
Geleerde
Een van de salaf. Het boek vertelt zonder bron dat hij een verwarde man zoetigheid gaf en zei: 'Maar Allah weet het'.
- Mālik ibn Naḍla مالك بن نضلة
Metgezel
Metgezel. Kwam in versleten kleding terwijl hij rijk was; de Profeet ﷺ zei: laat Allahs gunst op je gezien worden.
- Abū Mālik al-Ashjaʿī أبو مالك الأشجعي
Geleerde
Overleverde van zijn vader dat de Profeet ﷺ nieuwe moslims het gebed en een korte smeekbede leerde (Muslim).
- de Ghāmidiyya الغامدية
Metgezel
Vrouw van de Ghāmid die ontucht bekende en om reiniging vroeg. De Profeet ﷺ prees haar berouw en bad over haar.
- ʿAmr ibn al-Aḥwaṣ عمرو بن الأحوص
Metgezel
Metgezel. Was bij de afscheidsbedevaart en overleverde: 'behandel de vrouwen goed'.
- Anjasha أنجشة
Metgezel
Bediende met een mooie stem die voor de kamelen zong; de Profeet ﷺ zei: 'rustig, Anjasha, met de glazen'.
- Yusayra يسيرة
Metgezel
Metgezellin van de muhājirāt. Overleverde de aansporing tot dhikr op de vingertoppen.
- Umm Sinān al-Anṣāriyya أم سنان الأنصارية
Metgezel
Metgezellin. Kon niet mee op de ḥajj; de Profeet ﷺ zei: een ʿumra in Ramaḍān staat gelijk aan een ḥajj met mij.
- Umm al-ʿAlāʾ أم العلاء
Metgezel
Metgezellin. De Profeet ﷺ bezocht haar toen zij ziek was en verheugde haar met de vergeving van zonden.
- Umm as-Sāʾib أم السائب
Metgezel
Metgezellin. Vervloekte de koorts; de Profeet ﷺ zei dat koorts de zonden wegneemt.
- Ṭalḥa ibn Muṣarrif طلحة بن مصرف
Geleerde
Geleerde. Zei volgens het boek: 'als ik één nacht ouder was dan jij, was ik je niet voorgegaan'.
- Umm Khālid bint Khālid أم خالد بنت خالد
Metgezel
Metgezellin die als kind met haar familie in Abessinië woonde. De Profeet ﷺ kleedde haar zelf en zei 'sanā'.
- Zaynab bint Abī Salama زينب بنت أبي سلمة
Metgezel
Dochter van Umm Salama. De Profeet ﷺ speelde met haar en noemde haar Zuwaynab.
- ʿAbd Allāh ibn Hishām عبد الله بن هشام
Metgezel
Metgezel die als klein kind bij de Profeet ﷺ werd gebracht; hij zei 'hij is klein', wreef over zijn hoofd en smeekte voor hem.
- Kurayb كريب مولى ابن عباس
Geleerde
Werd door Umm al-Faḍl naar Muʿāwiya in Syrië gestuurd, zag daar de sikkel van Ramaḍān op vrijdagavond, en hoorde in Medina van Ibn ʿAbbās dat elk land zijn eigen waarneming volgt.
- Umm al-Faḍl bint al-Ḥārith أم الفضل بنت الحارث
Metgezel
Metgezel. Stuurde Kurayb naar Syrië, en stuurde de Profeet ﷺ op ʿArafa een beker melk, die hij op zijn kameel opdronk.
- Kharasha ibn al-Ḥurr خرشة بن الحر
Geleerde
Zag ʿUmar op de handen slaan van mensen die in Rajab vastten.
- ʿUrwa ibn Muḍarris عروة بن مضرس
Metgezel
Metgezel. Kwam uitgeput van de bergen van Ṭayyiʾ naar Muzdalifa en hoorde dat wie eerder op ʿArafa was, zijn ḥajj voltooid had.
- Samura ibn Jundab سمرة بن جندب
Metgezel
Metgezel. Overleverde dat elk kind verpand is aan zijn ʿaqīqa, die op de zevende dag geslacht wordt.
- Ḥassān ibn Thābit حسان بن ثابت
Metgezel
Metgezel en dichter. Dichtte dat zijn vader, diens vader en zijn eigen eer een schild zijn voor de eer van Muḥammad ﷺ.
- Abū Barza al-Aslamī أبو برزة الأسلمي
Metgezel
Metgezel. Overleverde dat de Profeet ﷺ het ʿishāʾ graag uitstelde en een hekel had aan slapen ervoor en praten erna.
- Ṭikhfa al-Ghifārī طخفة الغفاري
Metgezel
Metgezel. De Profeet ﷺ zag hem op zijn buik in de moskee liggen en zei: dit is een manier van liggen die Allah haat.
- Faḍāla ibn ʿUbayd فضالة بن عبيد
Metgezel
Metgezel. Was volgens het verhaal emir in Egypte en liep soms blootsvoets, omdat de Profeet ﷺ dat beval; overleveraar van 'deze man heeft zich gehaast' over de smeekbede.
- ʿAbd Allāh ibn Burayda عبد الله بن بريدة
Geleerde
Overleverde het verhaal van de metgezel die Faḍāla ibn ʿUbayd in Egypte bezocht.
- Abū Usayd al-Anṣārī أبو أسيد الأنصاري
Metgezel
Metgezel. Hoorde de Profeet ﷺ tegen de vrouwen zeggen dat zij aan de kanten van de weg moesten lopen.
- al-Muhājir ibn Qunfudh المهاجر بن قنفذ
Metgezel
Metgezel. Groette de Profeet ﷺ terwijl die urineerde; hij antwoordde pas na de wuḍūʾ.
- Thābit ibn aḍ-Ḍaḥḥāk ثابت بن الضحاك
Metgezel
Metgezel. Overleveraar van 'een gelovige vervloeken is als hem doden'.
- Sahl ibn Abī Ḥathma سهل بن أبي حثمة
Metgezel
Metgezel. Overleverde het verhaal van de qasāma, waarin de Profeet ﷺ zei: de oudste, de oudste.
- Zayd ibn Khālid al-Juhanī زيد بن خالد الجهني
Metgezel
Metgezel. Overleverde samen met Abū Hurayra het verhaal van de man die toestemming vroeg om te spreken.
- Ibn Raslān ابن رسلان
Geleerde
Geleerde. Legde uit dat wie bij het vertellen omkijkt, daarmee zegt: houd dit voor jezelf.
- ʿAbd Allāh ibn Jaʿfar عبد الله بن جعفر
Metgezel
Metgezel. Overleverde dat de Profeet ﷺ bij het overlijdensbericht van Jaʿfar zei: maak eten voor de familie van Jaʿfar.
- Qays ibn Abī Gharaza قيس بن أبي غرزة
Metgezel
Metgezel. Overleverde: op deze markt mengen zich loze praat en leugens; meng haar daarom met liefdadigheid.
- Sulayk al-Ghaṭafānī سليك الغطفاني
Metgezel
Metgezel. Ging op vrijdag zitten tijdens de preek; de Profeet ﷺ zei hem twee korte rakʿa's te bidden.
- Aws ibn Aws أوس بن أوس
Metgezel
Metgezel. Overleverde dat wie op vrijdag vroeg en te voet gaat, voor elke stap het loon van een jaar vasten en nachtgebed krijgt.
- Muḥammad aṭ-Ṭāhir ibn ʿĀshūr محمد الطاهر بن عاشور
Geleerde · gest. 1393 AH
Tunesische geleerde en Koranuitlegger, schrijver van at-Taḥrīr wa-t-Tanwīr, een van de bronnen van dit boek. Het boek citeert hem over het gesloten Vuur en over al-ʿaṣf. Sterfjaar volgens de gangbare opgave.
- ʿAbd Allāh ibn ash-Shikhkhīr عبد الله بن الشخير
Metgezel
Metgezel, vader van Muṭarrif. Hij overleverde dat de Profeet ﷺ bij at-Takāthur zei: 'de mens zegt: mijn geld, mijn geld'.
- ʿAṭāʾ ibn Dīnār عطاء بن دينار Geleerde · gest. 126 AH
- Abū l-ʿĀliya ar-Riyāḥī أبو العالية رفيع بن مهران الرياحي Geleerde · gest. 90 AH
- Rabīʿa ibn ʿAbbād ad-Dīlī ربيعة بن عباد الديلي
Metgezel
Metgezel. Hij zag de Profeet ﷺ vóór zijn islam op de markt van Dhū l-Majāz de mensen tot 'lā ilāha illā llāh' roepen, gevolgd door Abū Lahab die hem een leugenaar noemde.
- Ibn Rushd (de grootvader) أبو الوليد محمد بن أحمد بن رشد (الجد)
Geleerde · gest. 520 AH
Mālikitische rechtsgeleerde uit Córdoba, schrijver van al-Bayān wa-t-Taḥṣīl. Het boek citeert hem over de beloning van al-Ikhlāṣ. Sterfjaar volgens de gangbare opgave.
- Tamīm ad-Dārī تميم بن أوس الداري
Metgezel · gest. 40 AH
Metgezel; was christen en werd in 9 AH moslim met een delegatie van de Banū d-Dār van Lakhm. Bekend om zijn aanbidding en Koranrecitatie; stierf in de Shām in 40 AH. Overleverde 'de godsdienst is oprecht advies'.
- an-Nawwās ibn Samʿān al-Kilābī النواس بن سمعان الكلابي
Metgezel · gest. 50 AH
Metgezel die verlangde naar kennis; bleef een jaar in Medina om te kunnen blijven vragen. Woonde in de Shām en stierf daar in 50 AH. Overleverde 'vroomheid is goed karakter'.
- ʿAlqama ibn Wāʾil علقمة بن وائل بن حجر
Geleerde
Tābiʿī, zoon van de metgezel Wāʾil ibn Ḥujr. Via hem overleverde Muslim het verhaal van de man die zijn broer in woede doodde.
- Muwarriq al-ʿIjlī مورق العجلي
Geleerde
Een van de vroegen (salaf). Het boek citeert hem: hij zocht al jaren het onthouden van wat hem niet aangaat.
- Ibn Manẓūr ابن منظور
Geleerde
Taalgeleerde. Het boek citeert hem: nifāq is een islamitisch begrip dat de Arabieren in deze betekenis niet kenden.
- Zayn ad-Dīn ibn al-Munayyir زين الدين ابن المنير
Geleerde
Geleerde. Het boek citeert hem: de imam keert de gebedsvolgers alleen de rug toe zolang hij het gebed leidt.
- aṭ-Ṭībī الطيبي
Geleerde
Hadithcommentator; zijn werk al-Kāshif staat in de bronnenlijst. Het boek citeert hem: tijd is als het kapitaal van een handelaar.
- Aḥmad Shawqī أحمد شوقي
Geleerde
Dichter. Het boek citeert een versregel van hem ter lof van de Profeet ﷺ: zijn woede was alleen voor de waarheid.
- aṭ-Ṭufayl ibn ʿAmr ad-Dawsī الطفيل بن عمرو الدوسي
Metgezel
Metgezel, edel en verstandig dichter van de Daws. Quraysh waarschuwde hem voor de Profeet ﷺ en hij stopte katoen in zijn oren, maar hij hoorde de recitatie en werd moslim.
- al-ʿIrāqī العراقي
Geleerde
Hadithgeleerde. Het boek zegt niet welke al-ʿIrāqī bedoeld is. Hij leidde uit 'want hij weet niet waar zijn hand de nacht doorbracht' af dat omschrijven van gênante zaken aanbevolen is.
- Ibn ʿAllān ابن علان
Geleerde
Geleerde en verklaarder van hadith. Zei dat wie iets lelijks citeert, het in de derde persoon moet leggen.
- Umm Maʿbad أم معبد الخزاعية
Metgezel
Vrouw van Khuzāʿa bij wie de Profeet ﷺ op de hijra langskwam. Gaf een beroemde beschrijving van zijn spreken en uiterlijk.
- Muḥammad ibn Sīrīn محمد بن سيرين
Geleerde · gest. 110 AH
Tābiʿī uit Basra, bekend om zijn vroomheid. Zei dat wie Abū Bakr en ʿUmar kleineert de Profeet ﷺ niet liefheeft.
- Salama ibn al-Akwaʿ سلمة بن الأكوع
Metgezel · gest. 74 AH
Metgezel, bekend als snelle loper en boogschutter. Overleverde het verhaal van de vlag bij Khaybar en van de man die met links at.
- ʿAbd ar-Raḥmān ibn Abī Bakr عبد الرحمن بن أبي بكر
Metgezel
Metgezel en broer van ʿĀʾisha. Kwam met een verse siwāk binnen op de laatste dag van de Profeet ﷺ.
- ʿAbd Allāh ibn ʿAdī ibn al-Ḥamrāʾ عبد الله بن عدي بن الحمراء
Metgezel
Metgezel. Hoorde de Profeet ﷺ bij al-Ḥazwara Mekka het beste land van Allah noemen.
- Abū Yaʿlā al-Mawṣilī أبو يعلى الموصلي Geleerde · gest. 307 AH
- as-Sindī السندي
Geleerde
Hadithverklaarder. Legde al-ḥamīm uit als heet water.
- Simāk ibn Ḥarb سماك بن حرب
Geleerde
Tābiʿī uit Kūfa. Vroeg Jābir ibn Samura naar zijn zitten bij de Profeet ﷺ.
- ʿUmayr ibn al-Ḥumām al-Anṣārī عمير بن الحمام الأنصاري
Metgezel · gest. 2 AH
Metgezel. Hoorde bij Badr over het paradijs, gooide zijn dadels weg en vocht tot hij viel.
- Hishām ibn ʿĀmir al-Anṣārī هشام بن عامر الأنصاري
Metgezel
Metgezel. Vroeg ʿĀʾisha naar het karakter van de Profeet ﷺ; zij antwoordde: zijn karakter was de Koran.
- Abū Ḥātim al-Muzanī أبو حاتم المزني
Metgezel
Metgezel. Overleverde de hadith: als iemand om de hand vraagt van wie jullie religie en karakter goedkeuren, huwt hem dan uit.
- Abū Qilāba al-Jarmī أبو قلابة الجرمي
Geleerde
Tābiʿī. Zei: zit niet bij de mensen van begeerten, want ik ben niet veilig dat zij jullie in hun dwaling dompelen.
- Ibrāhīm ibn Adham إبراهيم بن أدهم
Geleerde
Asceet. Zei: de zwaarste strijd is de strijd tegen de begeerte.
- al-Muhallab ibn Abī Ṣufra المهلب بن أبي صفرة
Geleerde
Bevelhebber uit de vroege generaties. Kreeg zijn aanzien volgens eigen zeggen door gehoorzaamheid aan beraad en ongehoorzaamheid aan de begeerte; liet zijn trotse gang varen na de vermaning van Muṭarrif.
- Ibn ʿAbd al-Qawī ابن عبد القوي
Geleerde
Ḥanbalitische dichter-geleerde. Dichtte over omgang met geleerden en godvrezenden, die tegen de begeerte helpen.
- al-Mustawrid ibn Shaddād المستورد بن شداد
Metgezel
Metgezel. Overleveraar van de vergelijking van de wereld met wat aan een vinger in de zee blijft.
- ʿAbd Allāh ibn al-Ḥārith ibn Nawfal عبد الله بن الحارث بن نوفل
Geleerde
Overleverde het woord van Ubayy ibn Kaʿb over de mensen die naar de wereld blijven uitzien.
- Sulaymān al-Khawwāṣ سليمان الخواص
Geleerde
Asceet uit Syrië. Ibn Taymiyya schrijft hem, met 'ik denk', het woord toe dat gedenken voor het hart is wat voedsel is voor het lichaam.
- Yūnus ibn ʿAbd al-Aʿlā يونس بن عبد الأعلى
Geleerde
Geleerde. Vergeleek de wereld met een man die droomt en dan wakker wordt.
- Shakal ibn Ḥumayd شكل بن حميد
Metgezel
Metgezel. De Profeet ﷺ leerde hem de smeekbede om bescherming tegen het kwaad van gehoor, zicht, tong, hart en zaad.
- Muʿāwiya ibn Qurra معاوية بن قرة
Geleerde
Tābiʿī. Zei: pas op voor deze twisten, want zij maken de daden teniet.
- Abū Wahb al-Marwazī أبو وهب المروزي
Geleerde
Vroeg Ibn al-Mubārak naar het verschil tussen hoogmoed en ijdelheid.
- ʿAmr ibn Shuʿayb عمرو بن شعيب
Geleerde
Overleveraar, van zijn vader van zijn grootvader, van de hadith dat de hoogmoedigen als mieren verzameld worden.
- ʿAmr ibn Murra عمرو بن مرة
Geleerde
Overleveraar. Legde het blazen, aansporen en spuwen van de shayṭān uit als hoogmoed, een soort waanzin en poëzie.
- al-Aswad ibn Yazīd an-Nakhaʿī الأسود بن يزيد النخعي
Geleerde
Tābiʿī (het boek noemt alleen 'al-Aswad'). Vroeg ʿĀʾisha wat de Profeet ﷺ thuis deed.