Profetische biografie (3) – Omgang van de Profeet met anderen
93 personen
- Ibn Taymiyya ابن تيمية Geleerde · gest. 728 AH
- Ibn Ḥajar al-ʿAsqalānī ابن حجر العسقلاني Geleerde · gest. 852 AH
- ʿAbd Allāh ibn ʿAbbās عبد الله بن عباس Metgezel · gest. 68 AH
- ʿUmar ibn al-Khaṭṭāb عمر بن الخطاب Metgezel · gest. 23 AH
- Saʿd ibn Abī Waqqāṣ سعد بن أبي وقاص Metgezel · gest. 55 AH
- ʿAbd Allāh ibn ʿAmr ibn al-ʿĀṣ عبد الله بن عمرو بن العاص Metgezel · gest. 65 AH
- ʿĀʾisha bint Abī Bakr عائشة بنت أبي بكر Metgezel · gest. 58 AH
- Abū Hurayra أبو هريرة Metgezel · gest. 57 AH
- ʿImrān ibn Ḥuṣayn عمران بن حصين
Metgezel · gest. 52 AH
Metgezel. In het boek overleveraar van de hadith over de beste generaties en over afstand houden van de Dajjāl.
- Jābir ibn ʿAbd Allāh جابر بن عبد الله
Metgezel · gest. 78 AH
Metgezel uit Medina en veelvuldig overleveraar. In het boek overleveraar van de hadith over de afscheidsbedevaart.
- al-Barāʾ ibn ʿĀzib البراء بن عازب
Metgezel · gest. 72 AH
Metgezel uit Medina. In het boek overleveraar van de hadith over de ondervraging in het graf.
- Abū Rāfiʿ أبو رافع Metgezel
- Ibn al-Qayyim al-Jawziyya ابن القيم
Geleerde · gest. 751 AH
Muḥammad ibn Abī Bakr, leerling van Ibn Taymiyya. In het boek geciteerd over tawḥīd als boom in het hart, tawḥīd als toevlucht in nood en wat tawḥīd omvat.
- ash-Shawkānī الشوكاني
Geleerde · gest. 1250 AH
Muḥammad ibn ʿAlī ash-Shawkānī, Jemenitische geleerde. Alleen geciteerd in het woord van de uitgever over 'mensen van kennis' in Āl ʿImrān 3:18.
- at-Tirmidhī الترمذي
Geleerde · gest. 279 AH
Samensteller van de Sunan/Jāmiʿ at-Tirmidhī. In het boek onder meer bron van de hadith van de kaart.
- Anas ibn Mālik أنس بن مالك
Metgezel · gest. 93 AH
Dienaar van de Profeet ﷺ. In dit boek beantwoordt hij de vraag wat bloed en bezit onschendbaar maakt, en is hij overleveraar van de raad aan Fāṭima ('O Levende, o Zelfstandige').
- Fāṭima bint Muḥammad فاطمة بنت محمد
Metgezel · gest. 11 AH
Dochter van de Profeet ﷺ. In dit boek is zij degene aan wie hij de smeekbede 'O Levende, o Zelfstandige' voor ochtend en avond aanraadde.
- ʿAlī ibn Abī Ṭālib علي بن أبي طالب
Metgezel · gest. 40 AH
Vierde kalief en neef van de Profeet ﷺ. In dit boek stuurt hij Abū l-Hayyāj uit om beelden uit te wissen en verhoogde graven gelijk te maken. Het boek noemt ook verzen waarin anderen hem goddelijke eigenschappen toeschrijven, als voorbeeld van shirk.
- al-ʿAbbās ibn ʿAbd al-Muṭṭalib العباس بن عبد المطلب
Metgezel · gest. 32 AH
Oom van de Profeet ﷺ. In dit boek vroegen de metgezellen na de dood van de Profeet ﷺ hem om voor regen te bidden.
- ʿIkrima ibn Abī Jahl عكرمة بن أبي جهل Metgezel · gest. 13 AH
- ʿAdī ibn Ḥātim aṭ-Ṭāʾī عدي بن حاتم الطائي Metgezel · gest. 68 AH
- Umm Ḥabība أم حبيبة
Metgezel · gest. 44 AH
Moeder der gelovigen. In dit boek vertelt zij met Umm Salama over een kerk met afbeeldingen in Abessinië.
- Umm Salama أم سلمة Metgezel · gest. 62 AH
- Abū Bakr aṣ-Ṣiddīq أبو بكر الصديق
Metgezel · gest. 13 AH
Eerste kalief. Volgens het boek de beste van de metgezellen.
- ʿUthmān ibn ʿAffān عثمان بن عفان
Metgezel · gest. 35 AH
Derde kalief. Na zijn moord verergerden de geschillen tussen de metgezellen.
- Usāma ibn Zayd أسامة بن زيد
Metgezel · gest. 54 AH
Metgezel, zoon van Zayd ibn Ḥāritha. In dit boek doodde hij een man die 'lā ilāha illā llāh' had gezegd, en keurde de Profeet ﷺ dat sterk af.
- ʿAmr ibn al-ʿĀṣ عمرو بن العاص
Metgezel · gest. 43 AH
Metgezel. In dit boek de scheidsrechter namens Muʿāwiya bij de arbitrage; het boek noemt verhalen die hem als bedrieger afschilderen verzonnen.
- Zaynab bint Jaḥsh زينب بنت جحش
Metgezel · gest. 20 AH
Moeder der gelovigen. In dit boek kwam de Profeet ﷺ geschrokken bij haar binnen met 'wee de Arabieren voor een kwaad dat nadert'.
- Abū Bakra أبو بكرة Metgezel · gest. 51 AH
- an-Nawawī النووي
Geleerde · gest. 676 AH
Shāfiʿitische geleerde. In dit boek: een teken van het Uur is niet per se verboden; over de rook; de deugd van het gezelschap; en ijtihād van de metgezellen.
- Ibn Kathīr ابن كثير
Geleerde · gest. 774 AH
Koranuitlegger en historicus. In dit boek over de neerdaling van ʿĪsā, wee wie de metgezellen haat, en over 'karrama llāhu wajhahu' alleen voor ʿAlī.
- Ibn al-Jawzī ابن الجوزي
Geleerde · gest. 597 AH
Ḥanbalitische geleerde uit Bagdad, schrijver van Talbīs Iblīs. In dit boek voorbeelden van bedrog door zogenaamde walī's.
- Ibn Rajab ابن رجب
Geleerde · gest. 795 AH
Ḥanbalitische geleerde. In dit boek: moskeeën op graven bouwen en afbeeldingen maken zijn elk afzonderlijk verboden.
- Abū Umāma al-Bāhilī أبو أمامة الباهلي
Metgezel · gest. 86 AH
Metgezel. In dit boek overleveraar van de hadith over Āyat al-Kursī na elk verplicht gebed.
- Asmāʾ bint Abī Bakr أسماء بنت أبي بكر
Metgezel · gest. 73 AH
Metgezel, dochter van Abū Bakr. In dit boek vertelt zij dat zij op een bewolkte dag het vasten braken, waarna de zon weer verscheen.
- Ibn Qudāma al-Maqdisī ابن قدامة المقدسي Geleerde · gest. 620 AH
- Māʿiz ibn Mālik al-Aslamī ماعز بن مالك الأسلمي
Metgezel
Metgezel. Het boek noemt hem als voorbeeld van een bewijs van overspel door bekentenis.
- Khadīja bint Khuwaylid خديجة بنت خويلد
Metgezel
Eerste vrouw van de Profeet ﷺ en de eerste gelovige. Een aanzienlijke koopvrouw; al zijn kinderen behalve Ibrāhīm waren van haar. Zij stierf in het tiende jaar van het profeetschap, vóór de hijra.
- Jaʿfar ibn Abī Ṭālib جعفر بن أبي طالب
Metgezel · gest. 8 AH
Neef van de Profeet ﷺ. Tweede aanvoerder bij Muʾta; droeg het vaandel tot hij sneuvelde. Volgens het boek gaf Allah hem twee vleugels in het Paradijs.
- Khālid ibn al-Walīd خالد بن الوليد
Metgezel · gest. 21 AH
Vóór zijn islam viel hij bij Uḥud de moslims in de rug aan; als moslim redde hij het leger bij Muʾta met een krijgslist.
- ʿAbd ar-Raḥmān ibn ʿAwf عبد الرحمن بن عوف
Metgezel · gest. 32 AH
Metgezel; gaf volgens het boek veertigduizend dinar voor Tabūk.
- Sawda bint Zamʿa سودة بنت زمعة
Metgezel · gest. 54 AH
Moeder der gelovigen; de eerste met wie de Profeet ﷺ na Khadīja trouwde.
- Ḥafṣa bint ʿUmar حفصة بنت عمر
Metgezel · gest. 45 AH
Moeder der gelovigen, dochter van ʿUmar.
- Zaynab bint Khuzayma زينب بنت خزيمة
Metgezel · gest. 4 AH
Moeder der gelovigen.
- Juwayriya bint al-Ḥārith جويرية بنت الحارث
Metgezel · gest. 50 AH
Moeder der gelovigen; heette eerst Barra en de Profeet ﷺ noemde haar Juwayriya.
- Ṣafiyya bint Ḥuyayy صفية بنت حيي
Metgezel · gest. 50 AH
Moeder der gelovigen.
- Maymūna bint al-Ḥārith ميمونة بنت الحارث
Metgezel · gest. 51 AH
Moeder der gelovigen; in haar huis begon de laatste ziekte van de Profeet ﷺ.
- Māriya al-Qibṭiyya مارية القبطية
Metgezel · gest. 16 AH
Geschonken door de heerser van Egypte; moeder van Ibrāhīm, de zoon van de Profeet ﷺ.
- Zaynab, dochter van de Profeet ﷺ زينب بنت رسول الله ﷺ
Metgezel · gest. 8 AH
Oudste dochter van de Profeet ﷺ.
- Ruqayya, dochter van de Profeet ﷺ رقية بنت رسول الله ﷺ
Metgezel · gest. 2 AH
Dochter van de Profeet ﷺ en vrouw van ʿUthmān; emigreerde met hem als eerste naar Abessinië.
- Umm Kulthūm, dochter van de Profeet ﷺ أم كلثوم بنت رسول الله ﷺ
Metgezel · gest. 9 AH
Dochter van de Profeet ﷺ.
- ʿUrwa ibn az-Zubayr عروة بن الزبير
Geleerde · gest. 94 AH
Tābiʿī; het boek citeert hem over de ontvangst van de Profeet ﷺ in Medina.
- Jābir ibn Samura جابر بن سمرة
Metgezel
Metgezel. Overleveraar van de vraag over woeḍoe na kamelen- en schapenvlees en over bidden in schaapskralen.
- Umm Sulaym bint Milḥān أم سليم بنت ملحان
Metgezel
Metgezellin, moeder van Anas. Vroeg of een vrouw zich moet wassen na een natte droom.
- Qays ibn ʿĀṣim قيس بن عاصم المنقري
Metgezel
Metgezel. Bij zijn islam werd hem opgedragen zich te wassen met water en sidr.
- Thumāma ibn Uthāl ثمامة بن أثال
Metgezel
Metgezel. Waste zich bij zijn islam en bad twee rakʿa.
- Abū Qatāda al-Anṣārī أبو قتادة الأنصاري
Metgezel · gest. 54 AH
Metgezel. Overleveraar van 'de kat is niet onrein'.
- Burayda ibn al-Ḥuṣayb بريدة بن الحصيب
Metgezel · gest. 63 AH
Metgezel. Overleveraar van 'het verbond tussen ons en hen is het gebed'.
- Mālik ibn al-Ḥuwayrith مالك بن الحويرث
Metgezel
Metgezel. Hij en zijn reisgenoten kregen opdracht de adhān te roepen.
- Abū Ḥumayd as-Sāʿidī أبو حميد الساعدي
Metgezel
Metgezel. Beschreef het gebed van de Profeet ﷺ: handen heffen na twee rakʿa en armen van de zij.
- Ṭalḥa ibn ʿUbayd Allāh طلحة بن عبيد الله
Metgezel · gest. 36 AH
Een van de tien aan wie het Paradijs beloofd is.
- az-Zubayr ibn al-ʿAwwām الزبير بن العوام
Metgezel · gest. 36 AH
Een van de tien aan wie het Paradijs beloofd is.
- al-Ḥasan ibn ʿAlī الحسن بن علي
Metgezel
Kleinzoon van de Profeet ﷺ. Sprong op zijn rug in het gebed; stopte als kind een dadel van de zakāt in zijn mond.
- al-Ḥusayn ibn ʿAlī الحسين بن علي
Metgezel · gest. 61 AH
Kleinzoon van de Profeet ﷺ, die hem en zijn broer bescherming zocht en droeg toen zij struikelden.
- Mujāhid ibn Jabr مجاهد بن جبر
Geleerde
Korangeleerde van de tābiʿūn. Vertelde het verhaal van het schaap en de joodse buur.
- Ibn al-Lutbiyya ابن اللتبية
Metgezel
Werd uitgestuurd om zakāt te innen en hield geschenken voor zichzelf; de Profeet ﷺ keurde dat af.
- ʿAmr ibn ʿAbasa as-Sulamī عمرو بن عبسة السلمي
Metgezel
Metgezel en een van de eersten in de islam. Overleverde waarom bij zonsopgang en zonsondergang niet gebeden wordt.
- Kaʿb ibn Mālik al-Anṣārī كعب بن مالك الأنصاري
Metgezel
Anṣārī metgezel en dichter. Knielde uit dankbaarheid neer toen hij hoorde dat zijn berouw was aanvaard.
- an-Nuʿmān ibn Bashīr النعمان بن بشير
Metgezel · gest. 65 AH
Metgezel. Overleveraar van 'het toegestane is duidelijk en het verbodene is duidelijk, en daartussen zijn twijfelachtige zaken'.
- Badr ad-Dīn al-ʿAynī بدر الدين العيني
Geleerde · gest. 855 AH
Ḥanafitische hadithgeleerde. Zei dat ahl as-sunna vrees en hoop verenigen, en dat wie één van beide laat overheersen dwaalt.
- Ibn Isḥāq محمد بن إسحاق
Geleerde · gest. 151 AH
Geschiedschrijver uit Medina, auteur van de bekendste vroege sīra. Het boek geeft via hem het gesprek tussen Abū Quḥāfa en Abū Bakr.
- Abū Quḥāfa أبو قحافة عثمان بن عامر
Metgezel · gest. 14 AH
Vader van Abū Bakr aṣ-Ṣiddīq; hij nam de islam aan bij de verovering van Mekka. In dit boek vraagt hij zijn zoon waarom hij zwakke slaven vrijlaat. Sterfjaar volgens de gangbare opgave.
- Ḥakīm ibn Ḥizām حكيم بن حزام بن خويلد القرشي
Metgezel · gest. 54 AH
Metgezel uit Quraysh. Volgens het boek geboren in de Kaʿba en 120 jaar oud geworden: zestig jaar in de Jāhiliyya en zestig in de islam; stierf in 54 AH. Overleverde hadith 8 ('wie ingetogenheid zoekt…').
- Barīra بريرة مولاة عائشة
Metgezel
Dienares van ʿĀʾisha. De Profeet ﷺ vroeg haar bij de laster naar het gedrag van ʿĀʾisha.
- Umāma bint Abī l-ʿĀṣ أمامة بنت أبي العاص
Metgezel
Kleindochter van de Profeet ﷺ, dochter van Zaynab. Hij droeg haar op zijn schouder tijdens het gebed.
- ʿAṭāʾ al-Khurāsānī عطاء الخراساني
Geleerde
Geleerde. Het boek geeft zonder vindplaats zijn opsomming van de rechten van de buur.
- Abū Ṭalḥa al-Anṣārī أبو طلحة الأنصاري
Metgezel
Rijke metgezel die het boek als voorbeeld noemt. Bracht Anas naar de Profeet ﷺ om hem te dienen.
- ʿItbān ibn Mālik عتبان بن مالك
Metgezel
Metgezel die slecht zag en zijn volk in het gebed leidde. De Profeet ﷺ bad in zijn huis zodat hij die plek als gebedsplaats kon nemen.
- Maḥmūd ibn ar-Rabīʿ al-Anṣārī محمود بن الربيع الأنصاري
Metgezel
Jonge metgezel. Overleverde bij al-Bukhārī het verhaal van ʿItbān ibn Mālik.
- ar-Rabīʿ ibn Khuthaym الربيع بن خثيم
Geleerde
Een van de salaf. Het boek vertelt zonder bron dat hij een verwarde man zoetigheid gaf en zei: 'Maar Allah weet het'.
- Mālik ibn Naḍla مالك بن نضلة
Metgezel
Metgezel. Kwam in versleten kleding terwijl hij rijk was; de Profeet ﷺ zei: laat Allahs gunst op je gezien worden.
- Abū Mālik al-Ashjaʿī أبو مالك الأشجعي
Geleerde
Overleverde van zijn vader dat de Profeet ﷺ nieuwe moslims het gebed en een korte smeekbede leerde (Muslim).
- de Ghāmidiyya الغامدية
Metgezel
Vrouw van de Ghāmid die ontucht bekende en om reiniging vroeg. De Profeet ﷺ prees haar berouw en bad over haar.
- ʿAmr ibn al-Aḥwaṣ عمرو بن الأحوص
Metgezel
Metgezel. Was bij de afscheidsbedevaart en overleverde: 'behandel de vrouwen goed'.
- Anjasha أنجشة
Metgezel
Bediende met een mooie stem die voor de kamelen zong; de Profeet ﷺ zei: 'rustig, Anjasha, met de glazen'.
- Yusayra يسيرة
Metgezel
Metgezellin van de muhājirāt. Overleverde de aansporing tot dhikr op de vingertoppen.
- Umm Sinān al-Anṣāriyya أم سنان الأنصارية
Metgezel
Metgezellin. Kon niet mee op de ḥajj; de Profeet ﷺ zei: een ʿumra in Ramaḍān staat gelijk aan een ḥajj met mij.
- Umm al-ʿAlāʾ أم العلاء
Metgezel
Metgezellin. De Profeet ﷺ bezocht haar toen zij ziek was en verheugde haar met de vergeving van zonden.
- Umm as-Sāʾib أم السائب
Metgezel
Metgezellin. Vervloekte de koorts; de Profeet ﷺ zei dat koorts de zonden wegneemt.
- Ṭalḥa ibn Muṣarrif طلحة بن مصرف
Geleerde
Geleerde. Zei volgens het boek: 'als ik één nacht ouder was dan jij, was ik je niet voorgegaan'.
- Umm Khālid bint Khālid أم خالد بنت خالد
Metgezel
Metgezellin die als kind met haar familie in Abessinië woonde. De Profeet ﷺ kleedde haar zelf en zei 'sanā'.
- Zaynab bint Abī Salama زينب بنت أبي سلمة
Metgezel
Dochter van Umm Salama. De Profeet ﷺ speelde met haar en noemde haar Zuwaynab.
- ʿAbd Allāh ibn Hishām عبد الله بن هشام
Metgezel
Metgezel die als klein kind bij de Profeet ﷺ werd gebracht; hij zei 'hij is klein', wreef over zijn hoofd en smeekte voor hem.