Bewijzen voor Allahs bestaan buiten de openbaring (1): de fiṭra#
In gesprek met niet-gelovigen, zoals atheïsten, heeft het volgens het boek geen zin hen alleen met de openbaring aan te spreken, omdat zij die niet aanvaarden. Daarom noemt het boek bewijzen buiten de openbaring: fiṭra, verstand en waarneming.
1. De fiṭra. Ieder schepsel is geschapen met geloof in de Schepper, zonder voorafgaand nadenken of leren; alleen iets van buitenaf kan hem daarvan afbrengen. Ieder kind wordt geboren op de fiṭra; zijn ouders maken hem tot jood, christen of magiër (al-Bukhārī en Muslim). Het boek merkt op dat er niet staat "of tot moslim", omdat het kind van nature al moslim is (ar-Rūm 30:30). Een teken van de fiṭra: in nood wendt de mens zich tot Allah (al-Isrāʾ 17:67; al-ʿAnkabūt 29:65). Niemand stuurt hem daarheen; het is de fiṭra. Als mensen aan hun natuur werden overgelaten, zouden zij zich alleen tot hun Heer wenden.
Kernpunten
- Drie soorten bewijs: fiṭra, verstand, waarneming.
- Waarom "of tot moslim" niet in de hadith staat.
- Het toevlucht zoeken in nood als teken van de fiṭra.
Bron: العقيدة (١), les 22, vanaf p. 77.
Begrippen
- الملحد al-mulḥid · atheïst
- voor hem dienen bewijzen buiten de openbaring (les 22, p. 77)
- الاضطرار al-iḍṭirār · nood, uiterste noodzaak
- in nood wendt de mens zich tot Allah (les 22, p. 77)