Geloofsleer (1)

PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Studeer heel eenheid 2 Schema’s, begrippen, hadith, personen en een toets voor alle lessen samen →

Oorzaken van afwijking (1–2): onwetendheid en slechte predikers

Eenheid 2 behandelt twee onderwerpen: de oorzaken van afwijking van de juiste geloofsleer, en de middelen om je daartegen te beschermen.

Oorzaak 1: onwetendheid over de juiste geloofsleer. Mensen keren zich af van het leren en onderwijzen ervan, of besteden er te weinig aandacht aan. Zo groeit een generatie op die de geloofsleer niet kent en ook niet weet wat haar tegenspreekt, zodat zij de waarheid voor onwaarheid houdt en andersom. Het boek citeert ʿUmar ibn al-Khaṭṭāb: de banden van de islam worden één voor één losgemaakt wanneer in de islam iemand opgroeit die de jāhiliyya niet kent.

Oorzaak 2: het volgen van slechte predikers en leiders van dwaling. Bewijzen: al-Qaṣaṣ 28:41; de hadith van Ḥudhayfa ibn al-Yamān over predikers aan de poorten van de Hel; wie hen antwoordt, werpen zij erin, die "van onze huid zijn en onze taal spreken" (Muslim); de hadith van Thawbān: Ik vrees voor mijn umma alleen de misleidende leiders (Aḥmad en at-Tirmidhī); de hadith van ʿAbd Allāh ibn ʿAmr: Allah neemt de kennis niet weg door haar uit de dienaren te rukken, maar door de geleerden weg te nemen ..., waarna mensen onwetende leiders nemen die zonder kennis fatwa's geven, zelf dwalen en anderen laten dwalen (al-Bukhārī en Muslim).

فائدة: slechte predikers (alleen ter kennisname, p. 36–37). Het boek geeft voorbeelden uit het verleden: as-Sāmirī, die het gouden kalf maakte voor de Banū Isrāʾīl toen Mūsā naar de berg ging (Ṭā Hā 20:85); en ʿAmr ibn ʿĀmir al-Khuzāʿī, die volgens de hadith van ʿĀʾisha zijn ingewanden in de Hel voortsleept omdat hij als eerste de godsdienst van Ismāʿīl veranderde, afgoden oprichtte en dieren aan afgoden wijdde (sayyaba as-sawāʾib) (al-Bukhārī en Muslim). Uit de moderne tijd noemt het boek "extreme Rāfiḍa" en somt het op waarin zij volgens het boek afwijken: het verwerpen van authentieke hadith (onder meer over de tekenen van het Uur: de Dajjāl, de terugkeer van ʿĪsā, en de Mahdī), het bekritiseren van de metgezellen (met name Muʿāwiya), en overdrijving in het verstand. Het boek beschrijft de Mahdī volgens Ahl as-Sunna als een afstammeling van de Profeet ﷺ, Muḥammad ibn ʿAbd Allāh, die aan het einde der tijden komt; en wijst de opvatting af dat hij nu al bestaat en uit een kelder in Samarra zal komen.

Kernpunten

  • Oorzaak 1: onwetendheid (uitspraak van ʿUmar).
  • Oorzaak 2: slechte predikers; vier bewijzen.
  • Voorbeelden as-Sāmirī en ʿAmr ibn ʿĀmir al-Khuzāʿī: door ZAD gemarkeerd als "alleen ter kennisname".

Bron: العقيدة (١), les 7, vanaf p. 35.

Begrippen

الجاهلية al-jāhiliyya · de tijd van onwetendheid
de toestand vóór de islam, genoemd in de uitspraak van ʿUmar (les 7, p. 35)
دعاة السوء duʿāt as-sūʾ · slechte predikers
wie mensen van de rechte weg afhoudt (les 7, p. 35)
الأئمة المضلون al-aʾimma al-muḍillūn · misleidende leiders
leiders die anderen doen dwalen (les 7, p. 35)
سيّب السوائب sayyaba as-sawāʾib · dieren aan afgoden wijden
een kameel vrijlaten, niet berijden of melken, als offer aan afgoden (les 7, p. 36)