NLAR

Eenheid 1: Inleiding: de methode van de profeten en van hun tegenstanders

Overzicht

Eenheid 1 · 4 onderdelen

Inleiding: de methode van de profeten en van hun tegenstanders

Waarom het boek, de twee grondslagen, de weg van de salaf, de profeten en hun tegenstanders, en gelijke namen

Ibn Taymiyya schreef deze brief op verzoek van mensen die hem over tawḥīd, de eigenschappen van Allah, de sharīʿa en de voorbeschikking hadden horen spreken. Over de eigenschappen spreken is berichten: het gaat om bevestigen en ontkennen. Over sharīʿa en qadar spreken is gebieden en willen: het gaat om liefhebben en afkeuren. De grondregel: Allah wordt beschreven zoals Hij Zichzelf beschreef en zoals Zijn boodschappers Hem beschreven, zonder verdraaiing en ontkenning, en zonder het hoe te bepalen of Hem te vergelijken. De profeten bevestigden in detail en ontkenden in het algemeen; hun tegenstanders deden het omgekeerde. Daarna: dat namen gelijk zijn, betekent niet dat wat ze aanduiden gelijk is, met veel voorbeelden uit de Koran.

Bron: at-Tadmuriyya van Ibn Taymiyya · p. 1–11

Je voortgang in dit hoofdstuk0%

De inleiding in één kaart

Van bladzijde 1 tot 11.

Inleiding van at-Tadmuriyyatawḥīd en eigenschappen, sharīʿa en qadar
  • Waarom het boekp. 1
    • een verzoek dat hij moest inwilligen
    • veel verwarring over beide grondslagen
  • Twee soorten sprekenp. 1–2
    • bericht: ontkennen en bevestigen
    • gebod: bevelen, verbieden of toestaan
  • De twee grondslagenp. 2
    • tawḥīd in kennis en woord: soera al-Ikhlāṣ
    • tawḥīd in bedoeling en daad: soera al-Kāfirūn
  • De weg van de salafp. 2–3
    • bevestigen zonder vergelijken
    • vrijspreken zonder ontkennen
    • "Niets is als Hem, en Hij is de Horende, de Ziende"
  • De methode van de profetenp. 3–5
    • bevestigen in detail
    • ontkennen in het algemeen
  • De methode van de tegenstandersp. 5–6
    • ontkennen in detail, bevestigen in het algemeen
    • Bāṭiniyya, filosofen, Muʿtazila
  • Gelijke namenp. 6–11
    • maken de dingen niet gelijk
    • levend, wetend, horend, koning, machtig...

Het hoofdstuk in één oogopslag

  1. Spreken over tawḥīd en eigenschappen is berichten (bevestigen of ontkennen); spreken over sharīʿa en qadar is gebieden en willen (liefhebben of afkeuren).

    Dit onderscheid kent iedereen; de fuqahāʾ noemen het bij de eden, en logici, grammatici en retorici delen spreken in bericht (khabar) en gebod (inshāʾ).

    Onderdeel 1p. 1
  2. De dienaar moet Allah de eigenschappen van volmaaktheid toekennen en ontkennen wat daar tegenin gaat, en geloven in Zijn schepping (volmaakte macht, alles omvattende wil) en Zijn gebod (wat Hij liefheeft en waarmee Hij tevreden is).
  3. Er zijn twee soorten tawḥīd: in kennis en woord (soera al-Ikhlāṣ) en in bedoeling, wil en daad (soera al-Kāfirūn). Beide heten "soera's van de oprechtheid".
  4. De grondregel bij de eigenschappen: Allah beschrijven zoals Hij Zichzelf beschreef en zoals Zijn boodschappers Hem beschreven, in bevestigen én ontkennen.
  5. De weg van de salaf: bevestigen zonder het hoe te bepalen of te vergelijken, zonder verdraaien of ontkennen; en ontkennen wat Hij ontkende, zonder afwijking (ilḥād) in Zijn namen en tekenen.
  6. De profeten bevestigden in detail en ontkenden in het algemeen; de tegenstanders ontkennen in detail en bevestigen alleen iets algemeens zonder werkelijkheid.
  7. Twee dingen die dezelfde algemene naam dragen, zijn daardoor niet gelijk zodra je ze toeschrijft en specificeert: de Troon bestaat en een mug bestaat, maar ze zijn niet gelijk.
  8. Bevestigen zonder vergelijken en vrijspreken zonder ontkennen: wie ontkent, vergelijkt Allah met wat niet bestaat en met levenloze dingen; wie vergelijkt, maakt Hem gelijk aan levende schepselen.

Onderdelen van dit hoofdstuk

  1. Onderdeel 1 · p. 1 مقدمة الرسالة: موضوعها وأصلاها
  2. Onderdeel 2 · p. 2 الأصل الأول: التوحيد في الصفات، ومذهب السلف وطريقة الرسل
  3. Onderdeel 3 · p. 5 طريقة مخالفي الرسل في الصفات
  4. Onderdeel 4 · p. 6 الموجود إما خالق وإما مخلوق، واتفاق الأسماء لا يوجب تماثل المسميات

De tekst volgt de editie van dr. Muḥammad ibn ʿAwda as-Saʿawī; de paginanummers zijn die van de scan (druk van as-Sunna al-Muḥammadiyya). De tussenkopjes komen uit de editie van as-Saʿawī.

Schema’s

De profeten tegenover hun tegenstanders

p. 3–6

VergelijkingDe profetenDe tegenstanders
Bevestigenin detail: de Levende, de Wetende, Hij heeft lief, is tevreden, rees boven...algemeen: een absoluut bestaan zonder werkelijkheid
Ontkennenalgemeen: niets is als Hem, niemand is Zijn evenkniein detail: niet dit, niet dat, niet zo
Gevolgleiding naar het rechte paduiterste ontkenning én uiterste vergelijking

Onderdeel 2p. 3

Drie groepen tegenstanders

p. 5–6: ze vluchten allemaal voor iets en vallen in iets gelijks of erger.

  1. De extreme Bāṭiniyyaontkennen beide tegendelen: niet bestaand en niet niet-bestaand; zo maken ze Hem gelijk aan het onmogelijke
  2. De filosofen en hun volgersbeschrijven Hem met ontkenningen en relaties, maken Hem tot "absoluut bestaan", en stellen de eigenschap gelijk aan wie haar heeft
  3. De Muʿtazila en hun volgersbevestigen de namen zonder de eigenschappen: als lege eigennamen, of "wetend zonder kennis, machtig zonder macht"

Onderdeel 3p. 5

Een naam: los en toegeschreven

Voorbeeld: "de Levende" (p. 7).

De naam "levend"gezegd van Allah en van schepselen
  • Los genomeneen algemene betekenis, alleen in het hoofd; bestaat niet daarbuiten
  • Toegeschreven aan Allah"Allah, er is geen god dan Hij, de Levende": een leven dat bij Hem past en alleen van Hem is
  • Toegeschreven aan een schepsel"Hij brengt het levende voort uit het dode": het leven van het schepsel

Onderdeel 4p. 7

Uitleg

  1. Waarom de brief geschreven werd

    Mensen van wie hij het verzoek niet kon weigeren, vroegen hem op te schrijven wat ze in bijeenkomsten van hem hadden gehoord over tawḥīd en de eigenschappen, en over sharīʿa en qadar. Er was grote behoefte om deze twee grondslagen uit te zoeken, en er heerste veel verwarring. Iedereen heeft ze nodig; denkers, geleerden en mensen van aanbidding krijgen er gedachten en meningen over waarbij ze moeten weten wat leiding is en wat dwaling, vooral omdat velen erover spraken, soms met waarheid en vaak met onwaarheid, en twijfels de harten binnendringen.

    Meer uitleg

    Opmerking (toelichting): de naam "at-Tadmuriyya" komt, zoals bekend bij geleerden, van de mensen van Tadmur (Palmyra) die de vraag stelden; de tekst zelf noemt de plaats niet.

  2. Twee soorten spreken: bericht en gebod

    Over tawḥīd en eigenschappen spreken is berichten: bevestigen of ontkennen. Over sharīʿa en qadar spreken is gebieden en willen: liefhebben of afkeuren. Ieder mens voelt het verschil tussen bevestigen en ontkennen, geloven en tegenspreken, en tussen liefhebben en haten, aansporen en tegenhouden. Gewone mensen en geleerden kennen dit; de fuqahāʾ noemen het bij de eden, en logici, grammatici en retorici verdelen spreken in bericht en gebod: een bericht bevestigt of ontkent, een gebod beveelt, verbiedt of staat toe.

  3. Wat de dienaar in beide grondslagen moet doen

    De dienaar moet Allah de eigenschappen van volmaaktheid toekennen en ontkennen wat daartegenin gaat. En bij Zijn beschikkingen moet hij zowel Zijn schepping als Zijn gebod erkennen: geloven in Zijn schepping, waarin Zijn volmaakte macht en alles omvattende wil zitten, en in Zijn gebod, dat laat zien welke woorden en daden Hij liefheeft. Hij gelooft in Zijn sharīʿa en Zijn qadar zonder uit te glijden. Dit omvat tawḥīd in de aanbidding van Hem alleen: tawḥīd in bedoeling, wil en daad. Het eerste omvat tawḥīd in kennis en woord.

    Meer uitleg

    Soera al-Ikhlāṣ wijst op tawḥīd in kennis en woord, soera al-Kāfirūn op tawḥīd in bedoeling en daad. Samen heten ze de twee soera's van de oprechtheid; de Profeet ﷺ reciteerde ze na al-Fātiḥa in de twee rakʿa's van fajr, de twee rakʿa's na de ṭawāf en bij andere gelegenheden.

  4. De grondregel bij de eigenschappen en de weg van de salaf

    De grondregel: Allah beschrijven zoals Hij Zichzelf beschreef en zoals Zijn boodschappers Hem beschreven, in bevestigen en ontkennen. De weg van de salaf en de imams: bevestigen wat Hij bevestigde zonder het hoe te bepalen of te vergelijken, en zonder te verdraaien of te ontkennen; ontkennen wat Hij ontkende zonder af te wijken in Zijn namen en tekenen, want Allah keurt wie dat doet af. Hun weg is dus: namen en eigenschappen bevestigen en gelijkenis met de schepselen ontkennen. Bevestigen zonder vergelijken, vrijspreken zonder ontkennen.

    Meer uitleg

    "Niets is als Hem" weerlegt het vergelijken; "en Hij is de Horende, de Ziende" weerlegt afwijken en ontkennen.

  5. De profeten: bevestigen in detail, ontkennen in het algemeen

    Allah zond Zijn boodschappers met gedetailleerd bevestigen en algemeen ontkennen. Ze bevestigden Zijn eigenschappen één voor één en ontkenden in het algemeen elke gelijkenis. Algemeen ontkennen: "Ken jij voor Hem een naamgenoot?", "en niemand is aan Hem gelijk", "maak Allah geen gelijken", en de verzen die Hem vrijspreken van kind, vrouw en deelgenoot. Gedetailleerd bevestigen: het Troonvers, soera al-Ikhlāṣ, "Hij is de Eerste en de Laatste", en de verzen over liefde, tevredenheid, toorn, afkeer, het komen, het rijzen boven de Troon, het spreken en roepen.

    Meer uitleg

    Kijk naar het slot van soera aṣ-Ṣāffāt: Hij prijst Zichzelf vrij van wat de leugenaars en polytheïsten zeggen, groet de boodschappers omdat wat zij zeiden vrij is van leugen en shirk, en looft Zichzelf, omdat Hij de lof verdient door Zijn namen, eigenschappen en wonderbaarlijke schepping.

  6. De weg van de tegenstanders van de profeten

    Wie van de weg van de boodschappers afweek (ongelovigen, polytheïsten, mensen van het Boek, en wie zich bij hen voegde: Sabiërs, filosofen, Jahmiyya, Qarāmiṭa-Bāṭiniyya) doet het omgekeerde. Ze beschrijven Hem met ontkenningen in detail en bevestigen alleen een absoluut bestaan dat bij nader inzien niets is: iets dat alleen in het hoofd bestaat. Dat leidt tot uiterste ontkenning én uiterste vergelijking: ze vergelijken Hem met het onmogelijke, het niet-bestaande en levenloze dingen, en ontkennen namen en eigenschappen zo dat ook het Wezen zelf wegvalt.

    Meer uitleg

    De extremen ontkennen beide tegendelen, en dat is net zo onmogelijk als beide tegelijk bevestigen. De filosofen houden alleen ontkenningen en relaties over en zeggen dat de kennis de wetende zelf is, en de ene eigenschap de andere. De Muʿtazila bevestigen namen zonder eigenschappen. Allen vluchten voor iets en vallen in het gelijke of erger: "sofisten in wat het verstand weet, Qarāmiṭa in wat overgeleverd is".

  7. Wat bestaat: noodzakelijk en eeuwig, of ontstaan en mogelijk

    Het verstand weet noodzakelijk dat er een eeuwig bestaande moet zijn die niemand nodig heeft. We zien dingen ontstaan (dieren, mineralen, planten); wat ontstaat is mogelijk, niet noodzakelijk en niet onmogelijk; wat ontstaat heeft een veroorzaker nodig, en wat mogelijk is iets noodzakelijks. Allah zegt: "Of zijn ze uit niets geschapen, of zijn zij zelf de scheppers?" Als ze niet uit niets zijn ontstaan en zichzelf niet schiepen, hebben ze dus een Schepper.

  8. Gelijke namen maken de dingen niet gelijk

    Het noodzakelijke bestaat en het ontstane bestaat, maar daaruit volgt niet dat hun bestaan gelijk is: elk heeft zijn eigen bestaan. Geen verstandig mens zegt bij "de Troon bestaat en een mug bestaat" dat ze gelijk zijn: buiten het hoofd is er geen derde ding dat ze delen; alleen het verstand haalt er een gedeelde algemene betekenis uit. Daarom noemt Allah Zichzelf en Zijn eigenschappen met namen die, aan Hem toegeschreven, alleen van Hem zijn, en noemt Hij schepselen met namen die alleen van hen zijn, ook al zijn het, los genomen, dezelfde woorden.

    Meer uitleg

    Voorbeelden in de tekst: levend, wetend, zachtmoedig, horend en ziend, mild en barmhartig, koning, gelovig/gever van veiligheid, machtig, overweldigend en hoogmoedig; en eigenschappen: kennis, kracht, wil, willen, liefde, tevredenheid, afkeer, list, maken, roepen en vertrouwelijk spreken, spreken, berichten, onderwijzen, toorn, rijzen boven, uitgestrekte handen. Telkens: "en het ene is niet als het andere".

  9. Conclusie: bevestigen zonder vergelijken, vrijspreken zonder ontkennen

    Wat Allah voor Zichzelf bevestigde, moet bevestigd worden, en gelijkenis met de schepselen ontkend. Wie zegt dat Allah geen kennis, kracht, barmhartigheid of spraak heeft, niet liefheeft en niet tevreden is, niet riep en niet sprak en niet boven de Troon rees, ontkent en loochent, en vergelijkt Allah met wat niet bestaat en met levenloze dingen. Wie zegt dat Hij kennis heeft als de mijne, kracht als de mijne, liefde als de mijne, handen als de mijne of een rijzen als het mijne, vergelijkt Allah met levende schepselen.

Kernpunten

OpsommingUit het boek

Vier dingen die de salaf vermijden

  1. verdraaien (taḥrīf): woord of betekenis veranderen
  2. ontkennen (taʿṭīl): de eigenschap wegnemen
  3. het hoe bepalen (takyīf)
  4. vergelijken (tamthīl): gelijk aan een schepsel maken
OnderscheidUit het boek

Tawḥīd in kennis en in daad

  • in kennis en woord: namen, eigenschappen, berichten; soera al-Ikhlāṣ
  • in bedoeling en daad: aanbidding, wil, handelen; soera al-Kāfirūn
  • de Profeet ﷺ reciteerde beide in de twee rakʿa's van fajr en na de ṭawāf
BewijsUit het boek

Eén vers met de hele methode

  • "Niets is als Hem": tegen vergelijken
  • "en Hij is de Horende, de Ziende": tegen afwijken en ontkennen
BewijsUit het boek

Bewijzen voor algemeen ontkennen

  • "Ken jij voor Hem een naamgenoot?"
  • "en niemand is aan Hem gelijk"
  • "maak Allah dan geen gelijken"
  • "en Hij heeft geen deelgenoot in de heerschappij"
  • "Verheven is je Heer, de Heer van de macht, boven wat zij beschrijven"
OpsommingUit het boek

Wat uit de leer van de tegenstanders volgt

  1. uiterste ontkenning: zonder namen en eigenschappen valt ook het Wezen weg
  2. uiterste vergelijking: met het onmogelijke, het niet-bestaande, het levenloze
  3. een absoluut bestaan dat alleen in het hoofd kan bestaan
DefinitieUit het boek

Een kernzin over de tegenstanders

  • ze vluchten voor iets en vallen in het gelijke of erger
  • als ze goed nadachten, zouden ze gelijke dingen gelijk en verschillende verschillend behandelen
  • sofisten in wat het verstand weet, Qarāmiṭa in wat overgeleverd is
OnderscheidUit het boek

Los genomen en toegeschreven

  • los: beide namen delen een algemene betekenis in het hoofd
  • toegeschreven aan Allah: alleen van Hem
  • toegeschreven aan een schepsel: alleen van dat schepsel
  • gelijkheid van de losse naam betekent geen gelijkheid bij toeschrijving

خبايا الزوايا

Khabāyā az-zawāyā: wat in de hoeken verborgen zit. Fijne punten, uitzonderingen en subtiele onderscheiden uit de les zelf, die je bij snel lezen mist.

Waarom de twee soera's van de oprechtheid samen?

Omdat de religie twee delen heeft, kennis en daad: al-Ikhlāṣ gaat over tawḥīd in kennis en bericht, al-Kāfirūn over tawḥīd in bedoeling en daad. Daarom bracht de Profeet ﷺ ze samen in de twee rakʿa's van fajr en na de ṭawāf.

De volgorde in het vers van ash-Shūrā

Eerst ontkennen ("niets is als Hem"), dan bevestigen ("de Horende, de Ziende"): het ontkennen is algemeen, het bevestigen concreet. Eén vers weerlegt dus de vergelijkers én de ontkenners.

Beide tegendelen ontkennen is als beide bevestigen

De Bāṭiniyya wilden Hem niet vergelijken met wat bestaat of niet bestaat en ontkenden daarom beide. Zo maakten ze Hem gelijk aan het onmogelijke: erger dan waar ze voor vluchtten, want wat bestaat heeft een noodzakelijk bestaande nodig.

Het algemene bestaat niet buiten het hoofd

Er bestaat buiten het hoofd geen "algemeen bestaan" waarin de Troon en een mug delen; dat is een algemene gedachte. Daarom brengt een gedeelde naam geen gelijkenis mee.

De naam is in beide gevallen letterlijk

Hij zegt: "terwijl de naam bij elk van beide letterlijk is". "Bestaand" is letterlijk bij Schepper én schepsel, niet bij één van beide overdrachtelijk; het verschil zit in wat aangeduid wordt, niet in het gebruik.

Geven en vrijgevigheid

Bij de uitgestrekte handen zegt hij: als met uitstrekken geven en vrijgevigheid bedoeld is, dan is ook Allahs geven niet als dat van Zijn schepselen. Zelfs de gedeelde betekenis brengt geen gelijkheid mee.

Begrippen

الخبر

al-khabar

Bericht: uitspraak die iets bevestigt of ontkent en waar of onwaar kan zijn.

Hiertoe behoort het spreken over tawḥīd en eigenschappen.

الإنشاء / الطلب

al-inshāʾ / aṭ-ṭalab

Gebod: uitspraak die beveelt, verbiedt of toestaat.

Hiertoe behoort het spreken over sharīʿa en qadar; het draait om liefhebben en afkeuren.

التحريف

at-taḥrīf

Verdraaien: de woorden of de betekenis van de teksten veranderen.

التعطيل

at-taʿṭīl

Ontkennen (letterlijk: leeg maken): ontkennen wat Allah Zichzelf aan namen en eigenschappen toekende.

التكييف

at-takyīf

Het "hoe" van een eigenschap vastleggen.

التمثيل

at-tamthīl

Vergelijken: een eigenschap van Allah gelijk maken aan die van een schepsel.

الإلحاد في الأسماء والآيات

al-ilḥād

Afwijken met Zijn namen en tekenen van de waarheid; Allah keurt het af in "en laat hen die afwijken in Zijn namen".

التنزيه

at-tanzīh

Vrijspreken: ontkennen wat niet bij Allah past.

Gevraagd is vrijspreken zonder ontkennen.

الإثبات المفصل والنفي المجمل

al-ithbāt al-mufaṣṣal

De methode van de profeten: namen en eigenschappen in detail noemen, en gelijke, evenknie en rivaal in het algemeen ontkennen.

السمي

as-samiyy

Een gelijke die dezelfde naam verdient, zoals in "Ken jij voor Hem een naamgenoot?"

Van Ibn ʿAbbās wordt overgeleverd: ken jij voor Hem een gelijke of iets dat op Hem lijkt?

الصفات السلبية

aṣ-ṣifāt as-salbiyya

Ontkennende eigenschappen: "Hij is niet dit en niet dat".

الوجود المطلق

al-wujūd al-muṭlaq

Absoluut bestaan: een algemeen begrip dat alleen in het hoofd bestaat; dat is wat de tegenstanders overhouden.

السلوب والإضافات

as-sulūb wa-l-iḍāfāt

Allah alleen beschrijven met ontkenningen en relaties (bijv. "eerste oorzaak"), zonder positieve eigenschappen.

الاسم المطلق والمقيد

al-ism al-muṭlaq wa-l-muqayyad

Algemeen: de naam los van een toeschrijving; in het hoofd heeft hij een gedeelde betekenis. Toegeschreven: de naam bij iemand, en dan deelt niemand anders erin.

المواطأة

al-muwāṭaʾa

Overeenstemming van dingen in de algemene betekenis van een naam.

Dat sluit niet uit dat ze bij toeschrijving verschillen.

القدر المشترك

al-qadr al-mushtarak

Het gedeelde deel: de algemene betekenis die het verstand uit de losse naam haalt.

Het bestaat niet buiten het hoofd; uitgewerkt in regel 6.

السفسطة والقرمطة

as-safsaṭa wa-l-qarmaṭa

Sofisterij: ontkennen wat het verstand weet; "qarmaṭa": de teksten een verborgen betekenis geven die tegen hun duidelijke betekenis ingaat.

Zo beschrijft hij de tegenstanders: sofisten in wat het verstand weet, Qarāmiṭa in wat overgeleverd is.

Regels (qawāʿid)

De uṣūl-regels (qawāʿid) en vuistregels uit dit hoofdstuk, kort geformuleerd om te onthouden.

  1. Allah wordt beschreven zoals Hij en Zijn boodschappers Hem beschreven, in bevestigen en ontkennen

    يوصف الله بما وصف به نفسه وبما وصفته به رسله نفيا وإثباتا

    De grondregel bij namen en eigenschappen.

  2. Bevestigen zonder vergelijken, vrijspreken zonder ontkennen

    إثبات بلا تمثيل، وتنزيه بلا تعطيل

    De kern van de weg van de salaf.

    Voorbeeld: "Niets is als Hem, en Hij is de Horende, de Ziende"

  3. De profeten bevestigden in detail en ontkenden in het algemeen

    الرسل جاؤوا بإثبات مفصل ونفي مجمل

    De tegenstanders deden het omgekeerde.

  4. Wat ontstaat heeft een veroorzaker nodig, wat mogelijk is iets noodzakelijks

    المحدث لا بد له من محدث، والممكن لا بد له من واجب

    Voorbeeld: "Of zijn ze uit niets geschapen, of zijn zij de scheppers?"

  5. Gelijke namen maken de aangeduide dingen niet gelijk

    اتفاق الأسماء لا يوجب تماثل المسميات

    Niet los genomen en niet toegeschreven.

    Voorbeeld: De Troon bestaat en een mug bestaat; ze zijn niet gelijk.

  6. Beide tegendelen ontkennen is even onmogelijk als beide bevestigen

    سلب النقيضين كجمعهما في الامتناع

    Voorbeeld: "Niet bestaand en niet niet-bestaand" is onmogelijk

Meningsverschillen

Kwesties waarover de geleerden verschillen, met de standpunten en wat de auteur of de toelichting de voorkeur geeft.

  1. Hoe wordt Allah beschreven?

    1. Salaf: wat overgeleverd is in detail bevestigen, gelijkenis in het algemeen ontkennen
    2. Extreme Bāṭiniyya: beide tegendelen ontkennen
    3. Filosofen: ontkenningen, relaties en een absoluut bestaan
    4. Muʿtazila: namen zonder eigenschappen

    Voorkeur: Die van de salaf: dat is de methode van de profeten; de andere leiden tot ontkenning en vergelijking tegelijk.

Koranverzen

De Koranverzen die in dit hoofdstuk als bewijs of voorbeeld worden aangehaald, en waarvoor.

  1. ﴿﴿ولله الأسماء الحسنى فادعوه بها وذروا الذين يلحدون في أسمائه﴾﴾

    Afwijken in de namen wordt afgekeurd.

  2. ﴿﴿ليس كمثله شيء وهو السميع البصير﴾﴾

    Ontkennen en bevestigen in één vers.

  3. ﴿﴿فاعبده واصطبر لعبادته هل تعلم له سميا﴾﴾

    Ontkenning van een naamgenoot of gelijke.

  4. ﴿﴿لم يلد ولم يولد ولم يكن له كفوا أحد﴾﴾

    Ontkenning van een evenknie.

  5. ﴿﴿سبحان ربك رب العزة عما يصفون وسلام على المرسلين والحمد لله رب العالمين﴾﴾

    Allah vrijgesproken van wat de polytheïsten zeggen; wat de boodschappers zeggen is zuiver.

  6. ﴿﴿أم خلقوا من غير شيء أم هم الخالقون﴾﴾

    Bewijs dat er een Schepper is.

  7. ﴿﴿الله لا إله إلا هو الحي القيوم﴾ و﴿يخرج الحي من الميت﴾﴾

    "De Levende" is een naam van Allah en van schepselen; het ene leven is niet als het andere.

  8. ﴿﴿فسوف يأتي الله بقوم يحبهم ويحبونه﴾﴾

    Liefde is een eigenschap van Allah en van de dienaar, en de ene liefde is niet als de andere.

  9. ﴿﴿بل يداه مبسوطتان ينفق كيف يشاء﴾﴾

    Uitgestrekte handen; de ene hand is niet als de andere.

Personen

De personen die in dit hoofdstuk genoemd worden, en waarom.

Genoemd in de tekst

Herhaling

Het belangrijkste vlak voor een toets

  • De brief gaat over twee grondslagen: tawḥīd en eigenschappen, en sharīʿa en qadar.
  • Eigenschappen: bericht (bevestigen/ontkennen); sharīʿa en qadar: gebod (liefhebben/afkeuren).
  • Al-Ikhlāṣ: tawḥīd in kennis; al-Kāfirūn: tawḥīd in daad.
  • Salaf: niet verdraaien, niet ontkennen, het hoe niet bepalen, niet vergelijken.
  • Profeten: bevestigen in detail, ontkennen algemeen; tegenstanders: omgekeerd.
  • De tegenstanders komen uit bij uiterste ontkenning én uiterste vergelijking.
  • Gelijke namen maken de dingen niet gelijk.
  • Het algemene is een gedachte; het toegeschreven hoort bij zijn drager.
  • Wie ontkent, vergelijkt met het niet-bestaande; wie vergelijkt, met levende schepselen.

Flitskaarten

Mijn favorieten

Tik op het sterretje bij een kaart om hem hier te bewaren.

Veelgemaakte fouten

Fouten die studenten bij dit hoofdstuk vaak maken, met wat juist is.

  • ✗ Niet zo: Denken dat een gedeelde naam gelijkenis betekent

    ✓ Wel zo: Een gedeelde algemene naam maakt niet gelijk: de Troon en een mug heten beide "bestaand" en zijn niet gelijk.

  • ✗ Niet zo: Denken dat alleen ontkennen eer aan Allah is

    ✓ Wel zo: Alleen ontkennen in detail is de weg van de tegenstanders en eindigt in iets dat alleen in het hoofd bestaat. Echt vrijspreken gaat samen met bevestigen.

  • ✗ Niet zo: Denken dat wie ontkent, ontsnapt aan vergelijken

    ✓ Wel zo: Wie ontkent, vergelijkt Allah met het niet-bestaande en levenloze: hij doet beide.

  • ✗ Niet zo: Denken dat de Muʿtazila de namen ontkennen

    ✓ Wel zo: De Muʿtazila bevestigen de namen maar ontkennen de eigenschappen erin: wetend zonder kennis, machtig zonder macht.

Test jezelf

  1. Onder welke soort valt spreken over tawḥīd en eigenschappen?

  2. Welke soera wijst op tawḥīd in bedoeling, wil en daad?

  3. De weg van de salaf: eigenschappen bevestigen en gelijkenis met schepselen ontkennen.

  4. "En Hij is de Horende, de Ziende" weerlegt:

  5. De methode van de profeten:

  6. De extreme Bāṭiniyya zeggen: niet bestaand en niet niet-bestaand.

  7. Waarom is beide tegendelen ontkennen onmogelijk?

  8. Wie zeggen: "wetend zonder kennis, machtig zonder macht"?

  9. Dat de Troon en een mug beide "bestaand" heten, maakt ze gelijk.

  10. Met welk vers bewijst hij dat de schepping een Schepper heeft?

  11. Wanneer zijn de naam van de Schepper en van een schepsel gelijk?

  12. Wie zegt: "Hij heeft handen als de mijne", is:

Originele tekst

Deze pagina bundelt de onderdelen van dit hoofdstuk. De tekst van elk onderdeel zoals in de notities:

  1. Onderdeel 1 مقدمة الرسالة: موضوعها وأصلاها

    Tekst van het onderdeel · Bladzijden: p. 1

  2. Onderdeel 2 الأصل الأول: التوحيد في الصفات، ومذهب السلف وطريقة الرسل

    Tekst van het onderdeel · Bladzijden: p. 2–4

  3. Onderdeel 3 طريقة مخالفي الرسل في الصفات

    Tekst van het onderdeel · Bladzijden: p. 5

  4. Onderdeel 4 الموجود إما خالق وإما مخلوق، واتفاق الأسماء لا يوجب تماثل المسميات

    Tekst van het onderdeel · Bladzijden: p. 6

Het hele hoofdstuk in de notities: at-Tadmuriyya van Ibn Taymiyya · p. 1–11 p. 1

Dit is een studiehulp; de notities zelf blijven de bron.