Eenheid 9: De tweede hoofdgrondslag: tawḥīd in aanbidding#
Overzicht
Eenheid 9 · 4 onderdelen
De tweede hoofdgrondslag: tawḥīd in aanbidding
De tweede hoofdgrondslag: tawḥīd in aanbidding; één religie van alle profeten, de fout van theologen en soefi's, en de betekenis van de twee getuigenissen
De tweede hoofdgrondslag is tawḥīd in aanbidding, dat geloof in de sharīʿa én de voorbeschikking omvat: Allah schiep alles en bepaalde en schreef alles op, en Hij beval alleen Hem te aanbidden. Aanbidding is volmaakte nederigheid en liefde, met volmaakte gehoorzaamheid. Alle profeten hadden één religie, de islam, ook al verschilden hun wetten, net zoals het gebed eerst naar de Rots en later naar de Kaʿba allebei islam was op hun tijd. De eerste profeet kondigt de laatste aan, en het geloof in hen hoort bij elkaar: wie de boodschap van Muḥammad ﷺ bereikt en haar niet aanvaardt, is ongelovig. De kern van de islam is "er is geen god dan Allah". De polytheïsten erkenden dat Allah de Schepper is; niemand beweerde dat er twee gelijke scheppers zijn. De theologen vergisten zich dus toen ze als hoogste tawḥīd zagen: Allah is één in wezen, eigenschappen en daden; de Jahmiyya rekenden daar zelfs het ontkennen van eigenschappen toe, en sommigen dachten dat "god" betekent: wie kan scheppen. Maar "
Bron: at-Tadmuriyya van Ibn Taymiyya · p. 54–68
De tweede grondslag in één kaart
Van bladzijde 54 tot 68.
Schepping en gebodp. 54–55
- alles vooraf bepaald
- alleen Hem aanbidden
- aanbidding: volmaakte nederigheid en liefde
Eén religie van de profetenp. 55–58
- algemene en specifieke islam
- verschillende wetten
- geloof in alle profeten samen
Kern: geen god dan Allahp. 58–60
- shirk met engelen, profeten, sterren, beelden
- de polytheïsten erkenden het Heer-zijn
Fout van theologen en soefi'sp. 60–63
- hun driedelig tawḥīd
- "god" is niet "wie kan scheppen"
- opgaan in het Heer-zijn
Rangorde van de groepenp. 63–65
- Jahm
- Kullābiyya en Ashʿariyya
- Karrāmiyya en Muʿtazila
De twee getuigenissenp. 65–68
- alleen Allah aanbidden, vertrouwen, vrezen
- recht van de Boodschapper: gehoorzaamheid, liefde, zijn oordeel
Het hoofdstuk in één oogopslag
Je moet geloven in Allahs schepping én Zijn gebod: Hij schiep alles en bepaalde alles, en Hij beval alleen Hem te aanbidden.
Aanbidding is volmaakte nederigheid en volmaakte liefde, en dat brengt volmaakte gehoorzaamheid mee.
De religie van alle profeten is één, de islam, ook al verschillen wet, weg, gebedsrichting en rituelen.
Geloof in de profeten hoort bij elkaar: wie de boodschap van Muḥammad ﷺ bereikt en die niet aanvaardt, is ongelovig, ook al noemt hij zich moslim.
Niemand beweerde dat de wereld twee gelijke makers heeft; de meeste polytheïsten erkenden dat Allah de Schepper is en dat hun "partners" Hem toebehoren.
"God" (ilāh) is wie aanbeden wordt en aanbidding verdient, niet "wie kan scheppen".
Het beschouwen van en opgaan in Allahs heerschappij is wat de polytheïsten al erkenden; daarmee word je geen moslim, laat staan een vriend van Allah.
De basis van de islam zijn de twee getuigenissen: geen god dan Allah, dus alleen Hem aanbidden; en Muḥammad is Zijn Boodschapper, dus hem geloven en gehoorzamen.
Onderdelen van dit hoofdstuk
Tekst: editie as-Saʿawī; paginanummers: de scan. Bronnen die de auteur niet zelf noemt, zijn toelichting.
Schema’s
Het tawḥīd van de theologen en dat van de profeten
p. 60–63
| Vergelijking | Hun stelling | Het juiste |
|---|---|---|
| Eén in daden | dat is het gevraagde tawḥīd en de betekenis van lā ilāha illā llāh | de polytheïsten erkenden dat en bleven polytheïst |
| Eén in eigenschappen | de Jahmiyya rekenden ontkenning van eigenschappen hiertoe | niemand bevestigde een gelijke; eigenschappen betekenen geen gelijkheid |
| Eén in wezen, ondeelbaar | ze rekenden ontkenning van hoogte en gescheidenheid hiertoe | Hij is één en ondeelbaar, en Zijn hoogte en gescheidenheid staan vast |
| Betekenis van ilāh | wie kan scheppen | wie aanbidding verdient |
Het "tawḥīd" van de Jahmiyya in trappen
p. 61–62: allen kwamen in iets ergers terecht dan waarvoor ze vluchtten.
De Jahmiyyamaakten ontkenning tot tawḥīd
Muʿtazila e.a.ontkenden de eigenschappen: wie kennis, het zien of de ongeschapen Koran bevestigt is vergelijker
Extreme Jahmiyya, filosofen, Qarāmiṭaontkenden de namen: wie "Wetend, Machtig" zegt is vergelijker
De extreemstenHij krijgt ontkenning noch bevestiging
Rangorde van de groepen
p. 63–65: hoe dichter bij de salaf, hoe beter.
Jahmontkende eigenschappen, leerde dwang en irjāʾ
Najjāriyya en Ḍirāriyyadicht bij Jahm in voorbeschikking, geloof en eigenschappen
Kullābiyya en Ashʿariyyabevestigen de verstandelijke eigenschappen, hun imams ook de overgeleverde; de Kullābiyya zijn beter
Karrāmiyyageloof is alleen met de tong; in eigenschappen en voorbeschikking beter dan de meeste
Muʿtazilaontkenden eigenschappen en voorbeschikking, hechtten aan gebod en verbod; een soort shirk
Soefi's die het gebod negerenerger dan de Qadariyya; als de polytheïsten die zeiden "had Allah gewild, dan hadden we geen shirk gepleegd"
Waar de Boodschapper naast Allah staat en waar niet
p. 66–68
| Vergelijking | Allah en de Boodschapper | Allah alleen |
|---|---|---|
| Geven en vertrouwen | "wat Allah en Zijn Boodschapper hun gaven": het wettelijke geven | "en zeiden: Allah volstaat ons", niet "en Zijn Boodschapper" |
| Gehoorzaamheid en vrees | "wie Allah en Zijn Boodschapper gehoorzaamt" | "en Allah vreest en Hem ontziet" |
| Gehoorzaamheid en wil | "wie Allah en Zijn Boodschapper gehoorzaamt": met "en" | "wat Allah wil, en daarna Muḥammad": met "daarna" |
Uitleg
Geloof in schepping en gebod
De tweede grondslag: tawḥīd in aanbidding, dat geloof in de sharīʿa én de voorbeschikking omvat. Je moet geloven dat Allah de Schepper, Heer en Eigenaar van alles is, alles kan, dat wat Hij wil gebeurt en wat Hij niet wil niet gebeurt; er is geen kracht en macht dan bij Allah. Hij wist wat zou gebeuren voordat het gebeurde, bepaalde alles en schreef het op: "weet je niet dat Allah weet wat in de hemel en op aarde is? Dat staat in een Boek." In de Ṣaḥīḥ: "Allah bepaalde de lotsbestemming van de schepselen vijftigduizend jaar voordat Hij hemelen en aarde schiep, en Zijn Troon was op het water." Je moet ook geloven dat Allah beval alleen Hem te aanbidden, zoals Hij djinn en mensen daarvoor schiep, en daarvoor zond Hij Zijn boodschappers en Boeken. Aanbidding is volmaakte nederigheid en liefde, en dat betekent volmaakte gehoorzaamheid; wie de Boodschapper gehoorzaamt, gehoorzaamt Allah: "zeg: als jullie Allah liefhebben, volg mij dan; dan heeft Allah jullie lief".
Eén religie van alle profeten
Allah zegt: "Wij zonden vóór jou geen boodschapper zonder hem te openbaren: er is geen god dan Ik, aanbid Mij dus", "Hij heeft voor jullie als religie vastgesteld wat Hij Nūḥ opdroeg... houd de religie in stand en raak er niet over verdeeld", "deze gemeenschap van jullie is één gemeenschap". De Profeet ﷺ zei: "Wij profeten hebben één religie; de profeten zijn halfbroers van één vader; ik sta het dichtst bij de zoon van Maryam, want tussen mij en hem was er geen profeet." Die religie is de islam; Allah aanvaardt geen andere, van de eersten noch de laatsten. Nūḥ: "mij is bevolen een van de moslims te zijn"; tegen Ibrāhīm: "geef je over; hij zei: ik geef mij over aan de Heer der werelden"; Mūsā: "als jullie moslims zijn"; de apostelen: "getuig dat wij moslims zijn"; "de profeten die zich overgaven, oordeelden ermee"; en Bilqīs: "ik geef mij met Sulaymān over aan Allah, de Heer der werelden".
Wat islam is, en de verschillende wetten
Islam is overgave aan Allah alleen. Wie zich aan Hem en anderen overgeeft, is polytheïst; wie zich niet aan Hem overgeeft, is hoogmoedig; beiden zijn ongelovig. Overgave aan Hem alleen betekent alleen Hem aanbidden en gehoorzamen. Dat doe je door op elk moment te doen wat Hij op dat moment beveelt: toen eerst bevolen werd naar de Rots (in Jeruzalem) te bidden en later naar de Kaʿba, was elk ervan islam toen het bevolen was; alleen de vorm veranderde. Zo hebben de profeten één religie, ook al verschillen wet, weg, gebedsrichting en rituelen. Bij hun religie hoort dat de eerste de laatste aankondigt en in hem gelooft, en de laatste de eerste bevestigt: "toen Allah de belofte van de profeten afnam... jullie zullen in hem geloven en hem helpen". Ibn ʿAbbās: Allah zond geen profeet zonder hem te laten beloven dat hij, als Muḥammad tijdens zijn leven kwam, in hem zou geloven en hem helpen, en die belofte ook van zijn volk af te nemen.
Het geloof in alle profeten hoort bij elkaar
Allah maakte het geloof in de profeten onlosmakelijk en noemde wie in sommigen gelooft en anderen verwerpt ongelovig: "zij zeggen: we geloven in sommigen en verwerpen anderen... zij zijn de echte ongelovigen". En tegen ons: "zeg: wij geloven in Allah, in wat tot ons is neergezonden en tot Ibrāhīm... wij maken geen onderscheid tussen hen". Wie de boodschap van Muḥammad ﷺ bereikt en die niet aanvaardt, is dus geen moslim of gelovige, ook al zegt hij dat. Men vertelt dat toen "wie een andere religie dan de islam zoekt, van hem wordt het niet aanvaard" neerkwam, joden en christenen zeiden: dan zijn wij moslims. Toen kwam neer: "Allah heeft recht op de bedevaart van de mensen", en ze zeiden: wij doen geen bedevaart. Toen: "en wie ongelovig is: Allah heeft de werelden niet nodig". Overgave is pas compleet als je erkent wat Allah van Zijn dienaren vraagt, zoals in "de islam is op vijf zuilen gebouwd". Waren de vroegere volgelingen van Mūsā en ʿĪsā moslims? Dat is een woordenstrijd: de specifieke islam van de Koran-wet hebben alleen de volgelingen van Muḥammad ﷺ; de algemene islam omvat elk volk dat een profeet volgde.
De kern van de islam en soorten shirk
De kern van de islam is getuigen dat er geen god is dan Allah; daarmee zond Hij alle boodschappers: "Wij zonden in elk volk een boodschapper: aanbid Allah en vermijd de afgoden". Ibrāhīm: "ik heb niets te maken met wat jullie aanbidden, behalve Hem die mij schiep"; de boodschappers: "aanbid Allah, jullie hebben geen andere god"; de jongemannen van de grot: "wij roepen naast Hem geen andere god aan"; en tweemaal: "Allah vergeeft niet dat er iets naast Hem wordt gesteld". In Zijn Boek legt Hij shirk uit met engelen, profeten, sterren en beelden; de wortel van alle shirk is shirk met de duivel. Over de christenen: "zij namen hun geleerden en monniken als heren naast Allah, en de Messias"; "heb jij tegen de mensen gezegd: neem mij en mijn moeder als twee goden?"; "hij beveelt jullie niet engelen en profeten als heren te nemen; zou hij jullie ongeloof bevelen?" Engelen en profeten als heren nemen is dus ongeloof.
De polytheïsten erkenden het Heer-zijn
Niemand beweerde dat profeten, geleerden, monniken of de Messias met Allah samen hemelen en aarde schiepen, of dat de wereld twee gelijke makers heeft; niemand stelde een god die in alles gelijk is aan Allah. De meeste polytheïsten erkenden dat hun "partner" Allahs bezit was, zoals de Arabische polytheïsten in hun talbiya zeiden: "Tot Uw dienst, U hebt geen partner, behalve een partner die van U is; U bezit hem en wat hij bezit." De Profeet ﷺ sprak de talbiya van tawḥīd uit: "Tot Uw dienst, Allah, tot Uw dienst; U hebt geen partner; alle lof, gunst en heerschappij zijn van U; U hebt geen partner." De schrijvers over godsdiensten en sekten noemen niemand die een partner in de schepping van alles aannam; het verste is de dualisten: licht schiep het goede en duisternis het kwade, en die duisternis is volgens hen ofwel ontstaan, ofwel eeuwig maar gebrekkig. Allah zegt: "als je hun vraagt wie hemelen en aarde schiep, zeggen ze: Allah"; "zeg: aan wie behoort de aarde?... ze zullen zeggen: aan Allah"; en "de meesten van hen geloven niet in Allah zonder shirk te plegen".
De fout van de theologen over tawḥīd
De meeste theologen zien als het hoogste tawḥīd drie soorten: Allah is één in Zijn wezen (ondeelbaar), één in Zijn eigenschappen (zonder gelijke), en één in Zijn daden (zonder partner). Het bekendste is het derde: er is één Schepper van de wereld, bewezen met het "tegenwerkingsbewijs"; ze denken dat dit de betekenis van "er is geen god dan Allah" is, en sommigen maakten "god zijn" gelijk aan "kunnen scheppen". Maar de Arabische polytheïsten waren het daar niet mee oneens: ze erkenden dat Allah alles schiep, zelfs de voorbeschikking, en toch waren ze polytheïst. Hooguit kun je zeggen dat de Qadariyya de daden van de dienaren aan henzelf toeschreven, en dat filosofen, natuurfilosofen en astrologen sommige schepselen oorzaak van dingen maakten; maar ook zij erkenden de Maker. Wie de Maker loochent, zoals Firʿawn, is een ontkenner.
Hun tawḥīd in eigenschappen en wezen
De tweede soort: "geen gelijke in Zijn eigenschappen". Geen volk stelde een eeuwig wezen dat Hem gelijk is; het verstand weet dat een gelijke onmogelijk is, en ook dat twee bestaande dingen altijd iets gemeen hebben. Maar de Jahmiyya (Muʿtazila en anderen) rekenden het ontkennen van eigenschappen tot tawḥīd: wie zegt dat Allah kennis of macht heeft, dat Hij gezien wordt, of dat de Koran ongeschapen is, noemden zij vergelijker en geen monotheïst. Extreme Jahmiyya, filosofen en Qarāmiṭa gingen verder en ontkenden de namen; de extreemsten zeiden: Hij krijgt ontkenning noch bevestiging. Allen kwamen in iets ergers dan waarvoor ze vluchtten: ze vergeleken Hem met het onmogelijke, het niet-bestaande en het levenloze. De derde soort, "één in wezen, ondeelbaar", is vaag: Allah is één, aṣ-Ṣamad, en kan niet uiteenvallen of in delen opgaan; maar ze rekenden hier het ontkennen van Zijn hoogte en gescheidenheid toe. Wat zij tawḥīd noemen, is dus deels waar en deels onwaar; en zelfs als het helemaal waar was, waren de polytheïsten er niet mee van hun shirk af.
De betekenis van ilāh
Met "god" (ilāh) is niet "wie kan scheppen" bedoeld, zoals sommige grote theologen dachten: dat wie erkent dat alleen Allah kan scheppen, daarmee getuigt dat er geen god is dan Hij. De polytheïsten erkenden dat immers ook. De ware God is wie aanbidding verdient: ilāh in de zin van maʾlūh (aanbedene), niet van ālih. Tawḥīd is alleen Allah aanbidden zonder partner; shirk is naast Allah een andere god stellen.
Het tawḥīd van sommige soefi's
Groepen soefi's die zich op mystieke kennis en waarheid beroepen, zien als hoogste tawḥīd: beschouwen dat Allah de Heer en Eigenaar van alles is, vooral als de mysticus door wat hij beschouwt zichzelf, zijn beschouwen en zijn kennen vergeet en opgaat in het tawḥīd van het Heer-zijn, "zodat het vergankelijke verdwijnt en de Eeuwige blijft". Dat is voor hen het einddoel. Maar dat is precies wat de polytheïsten erkenden; daarmee word je geen moslim, laat staan een vriend van Allah of een van de grootste vrienden. Sommigen combineren dit met het bevestigen van de eigenschappen en de gescheidenheid; anderen met het ontkennen van de eigenschappen, en die zijn erger af dan veel polytheïsten.
Waar de groepen staan
Jahm ontkende de eigenschappen en leerde dat de mens gedwongen handelt. Omdat hij wel gebod, verbod, beloning en straf bevestigde, verschilde hij van de polytheïsten; maar door zijn irjāʾ (daden niet bij het geloof rekenen) werden die bij hem zwak. De Najjāriyya en Ḍirāriyya staan dicht bij hem in voorbeschikking, geloof en eigenschappen. De Kullābiyya en Ashʿariyya zijn beter wat eigenschappen betreft: ze bevestigen de verstandelijke eigenschappen, en hun imams in grote lijnen ook de overgeleverde; in voorbeschikking en in namen en oordelen (over geloof) liggen hun meningen dicht bij elkaar. De Kullābiyya volgen Ibn Kullāb, in wiens voetsporen al-Ashʿarī ging; zijn leerlingen, zoals al-Ḥārith al-Muḥāsibī en Abū l-ʿAbbās al-Qalānisī, zijn beter dan de Ashʿariyya. Hoe dichter bij de salaf, hoe hoger iemands mening. De Karrāmiyya zeggen dat geloof alleen met de tong is, ook zonder het hart; zo noemen ze de hypocriet gelovig, maar eeuwig in de Hel; in eigenschappen en voorbeschikking zitten ze beter dan de meeste theologen. De Muʿtazila ontkennen eigenschappen en voorbeschikking, al hechten ze sterk aan gebod en verbod; daarin zit een soort shirk.
Meer uitleg
Gebod en verbod erkennen en de voorbeschikking ontkennen is beter dan de voorbeschikking erkennen en gebod en verbod ontkennen. Daarom was er in de tijd van de metgezellen en hun opvolgers niemand die gebod en verbod ontkende, terwijl de Qadariyya en de Khawārij (Ḥarūriyya) toen wel opkwamen: de lichtere innovaties komen eerst, en hoe zwakker de dragers van het licht van het profeetschap, hoe sterker de innovatie. Soefi's die alleen de voorbeschikking zien en gebod en verbod negeren, zijn dus erger dan de Qadariyya (Muʿtazila): die lijken op de Madjoes (zoroastriërs), maar zij lijken op de polytheïsten die zeiden: "had Allah gewild, dan hadden wij en onze vaders geen shirk gepleegd", en de polytheïsten zijn erger dan de Madjoes.
De basis van de islam: de twee getuigenissen
Dit is een grote grondslag: geloof in de eenheid en de boodschap, getuigen dat er geen god is dan Allah en dat Muḥammad Zijn Boodschapper is. Veel mensen schieten tekort in beide of één ervan, terwijl ze denken dat ze het hoogste inzicht hebben. Erkennen dat Allah de Heer van alles is, redt je niet als je niet ook erkent dat er geen god is dan Allah (dus alleen Hem aanbidden) en dat Muḥammad Zijn Boodschapper is (dus hem geloven en gehoorzamen). De eerste grondslag is tawḥīd van de goddelijkheid. Allah vertelt dat de polytheïsten tussenpersonen namen die ze als voorsprekers aanriepen: "zij zeggen: dit zijn onze voorsprekers bij Allah"; "zeg: alle voorspraak is van Allah"; "jullie hebben naast Hem geen beschermer of voorspreker"; "wie kan bij Hem voorspreken zonder Zijn toestemming?"; "zij spreken alleen voor wie Hij aanvaardt". En: "degenen die zij aanroepen, zoeken zelf een middel om hun Heer te naderen". Sommige salaf zeiden: mensen riepen ʿUzayr, de Messias en de engelen aan; Allah maakte duidelijk dat die zelf Allah naderen, op Zijn genade hopen en Zijn straf vrezen.
Alleen Allah aanbidden en op Hem vertrouwen
Bij echt tawḥīd hoort weten dat Allah rechten heeft die geen schepsel deelt: aanbidding, vertrouwen, vrees, ontzag en godsvrucht. "Aanbid Allah met oprechte toewijding", "vertrouw op Allah als jullie gelovig zijn". En: "hadden ze maar tevreden geweest met wat Allah en Zijn Boodschapper hun gaven, en gezegd: Allah volstaat ons; Allah en Zijn Boodschapper zullen ons van Zijn gunst geven". Bij het geven staat "Allah en Zijn Boodschapper", maar bij het vertrouwen "Allah volstaat ons", zonder "en Zijn Boodschapper". Want dat geven is het wettelijke geven: wat toegestaan en halal is, zoals de Boodschapper het overbracht ("wat de Boodschapper jullie geeft, neem dat"); maar "ḥasb" is wie volstaat, en Allah alleen volstaat voor Zijn dienaar: "zij zeiden: Allah volstaat ons, en Hij is de beste Beschermer". "O Profeet, Allah volstaat jou en de gelovigen die jou volgen" betekent: Allah volstaat voor jou en voor wie jou volgt; niet "Allah en de gelovigen volstaan voor jou", zoals sommigen ten onrechte denken. Het is zoals de dichter zegt: "voor jou en voor aḍ-Ḍaḥḥāk volstaat een Indisch zwaard", en de Arabieren: "voor jou en Zayd volstaat één dirham".
Vrees, godsvrucht en wil
"Wie Allah en Zijn Boodschapper gehoorzaamt, Allah vreest en Hem ontziet, zij zijn de winnaars": gehoorzaamheid aan Allah en de Boodschapper, maar vrees en godsvrucht voor Allah alleen. Nūḥ: "aanbid Allah, vrees Hem en gehoorzaam mij". Ibrāhīm: "hoe zou ik vrezen wat jullie naast Hem stellen, terwijl jullie niet vrezen dat jullie Allah partners gaven?" En Allah: "wie geloven en hun geloof niet met onrecht vermengen, voor hen is veiligheid". Bij al-Bukhārī en Muslim van Ibn Masʿūd: toen dit neerkwam, viel het de metgezellen zwaar: wie van ons doet zichzelf geen onrecht? De Profeet ﷺ zei: "het is alleen shirk; hebben jullie de rechtschapen dienaar niet horen zeggen: shirk is een geweldig onrecht?" In zijn preken zei hij: "wie Allah en Zijn Boodschapper gehoorzaamt, is op het rechte pad; wie hen beiden ongehoorzaam is, schaadt alleen zichzelf". En: "zeg niet: wat Allah wil en Muḥammad wil, maar: wat Allah wil, en daarna wat Muḥammad wil". Bij gehoorzaamheid staat zijn naam met "en" naast die van Allah, bij de wil met "daarna": want de Boodschapper gehoorzamen is Allah gehoorzamen, maar de wil van een dienaar is niet Allahs wil; wat Allah wil gebeurt, ook als de mensen het niet willen.
Het recht van de Boodschapper ﷺ
De tweede grondslag: het recht van de Boodschapper ﷺ. Wij moeten in hem geloven, hem gehoorzamen, volgen, tevredenstellen, liefhebben en ons aan zijn oordeel overgeven. "Wie de Boodschapper gehoorzaamt, gehoorzaamt Allah"; "Allah en Zijn Boodschapper hebben meer recht dat zij hen tevredenstellen"; "zeg: als jullie vaders, zonen... jullie liever zijn dan Allah, Zijn Boodschapper en strijd op Zijn weg, wacht dan af"; "nee, bij je Heer, zij geloven niet voordat ze jou laten oordelen over hun geschillen, daarna geen bezwaar voelen tegen jouw beslissing en zich volledig overgeven"; "zeg: als jullie Allah liefhebben, volg mij dan".
Kernpunten
De tweede grondslag
- tawḥīd in aanbidding
- met geloof in sharīʿa en voorbeschikking
- aanbidding: volmaakte nederigheid, liefde en gehoorzaamheid
Eén religie van de profeten
- de religie is één: islam
- wetten verschillen: wet, weg, richting, ritueel
- zoals de Rots en dan de Kaʿba: beide islam op hun tijd
- de profeten zijn halfbroers van één vader
Islam, shirk en hoogmoed
- overgave aan Allah alleen: islam
- aan Hem en anderen: shirk
- niet aan Hem: hoogmoed
- beiden zijn ongelovig
Algemene en specifieke islam
- algemeen: elk volk dat een profeet volgt
- specifiek: de Koran-wet, voor de gemeenschap van Muḥammad ﷺ
- de strijd over de naam voor volgelingen van Mūsā en ʿĪsā is woordenstrijd
Tawḥīd volgens de theologen
- één in wezen, ondeelbaar
- één in eigenschappen, zonder gelijke
- één in daden, zonder partner
- dat erkenden de polytheïsten al, of ze stopten er onwaarheid in
Wat ilāh betekent
- ilāh: wie aanbidding verdient
- in de zin van maʾlūh, niet ālih
- tawḥīd: alleen Allah aanbidden
- shirk: een andere god naast Hem
Innovaties komen geleidelijk
- de lichtere innovaties komen eerst
- hoe zwakker de dragers van het profetische licht, hoe sterker de innovatie
- gebod erkennen en voorbeschikking ontkennen is beter dan omgekeerd
"En" en "daarna"
- bij gehoorzaamheid: "Allah en Zijn Boodschapper"
- want de Boodschapper gehoorzamen is Allah gehoorzamen
- bij de wil: "wat Allah wil, en daarna Muḥammad"
- want de wil van een dienaar is niet Allahs wil
خبايا الزوايا
Khabāyā az-zawāyā: wat in de hoeken verborgen zit. Fijne punten, uitzonderingen en subtiele onderscheiden uit de les zelf, die je bij snel lezen mist.
De Rots en daarna de Kaʿba
Een treffend voorbeeld: zoals de wisseling van gebedsrichting de religie binnen één profeet niet veranderde, zo maken verschillende wetten tussen profeten de religie niet tot meerdere.
Aanleiding van het vers over de bedevaart
Toen joden en christenen zeiden moslim te zijn, werden ze getoetst met de bedevaart en weigerden; islam is dus pas compleet met overgave aan de wet van Muḥammad.
De wortel van shirk is shirk met de duivel
Na shirk met engelen, profeten, sterren en beelden wijst hij erop dat de wortel van alles het gehoorzamen en dienen van de duivel is.
Erger dan waarvoor ze vluchtten
Ze vluchtten voor (vermeende) vergelijking met levende wezens en vergeleken Hem met het niet-bestaande, het onmogelijke en het levenloze.
Opgaan is niet het hoogste tawḥīd
Opgaan in het Heer-zijn is de verwezenlijking van wat de polytheïsten al erkenden; daarmee word je geen moslim, laat staan een vriend van Allah.
Wie lijkt op de Madjoes, wie op de polytheïsten
De Qadariyya lijken op de Madjoes omdat ze een andere schepper voor de daden van de dienaren aannemen; wie de voorbeschikking als excuus gebruikt om het gebod te laten, lijkt op de polytheïsten die zeiden: "had Allah gewild, dan hadden we geen shirk gepleegd". (Toelichting op het "waarom".)
"Allah volstaat jou en wie jou volgt"
Betekenis: Allah volstaat voor jou en je volgelingen, niet dat de gelovigen samen met Allah volstaan; vergelijk de Arabische uitdrukking "voor jou en Zayd volstaat een dirham".
Begrippen
توحيد العبادة (الإلهية)
tawḥīd al-ʿibāda
Alleen Allah aanbidden, zonder partner.
توحيد الربوبية
tawḥīd ar-rubūbiyya
Erkennen dat Allah de Schepper, Heer en Eigenaar van alles is; ook de polytheïsten erkenden dit.
العبادة
al-ʿibāda
Volmaakte nederigheid tegenover Allah met volmaakte liefde voor Hem, met volmaakte gehoorzaamheid.
الإسلام
al-islām
Overgave aan Allah alleen; wie zich aan Hem en anderen overgeeft is polytheïst, wie zich niet overgeeft is hoogmoedig.
الإسلام العام والخاص
al-islām al-ʿāmm wa-l-khāṣṣ
Algemeen: de religie van elke profeet en zijn volgelingen; specifiek: de wet van de Koran die Muḥammad ﷺ bracht.
الشرعة والمنهاج
ash-shirʿa wa-l-minhāj
Wet en weg; ze verschillen per profeet, terwijl de religie één is.
أنبياء إخوة لعلات
ikhwa li-ʿallāt
Halfbroers van één vader en verschillende moeders: één religie, verschillende wetten.
الثنوية
ath-thanawiyya
Dualisten: licht schept het goede, duisternis het kwade.
دلالة التمانع
dalālat at-tamānuʿ
Het bewijs van de theologen dat er één Schepper is: twee goden zouden elkaar tegenwerken.
إله بمعنى مألوه
ilāh bi-maʿnā maʾlūh
"God" is de aanbedene, niet "wie schept".
الفناء في توحيد الربوبية
al-fanāʾ
Opgaan: de mysticus verliest zichzelf in wat hij beschouwt, "het vergankelijke verdwijnt en de Eeuwige blijft".
الحقيقة الكونية
al-ḥaqīqa al-kawniyya
Alleen de voorbeschikking zien en gebod en verbod negeren.
الإرجاء
al-irjāʾ
Daden buiten het geloof houden; daardoor verzwakken gebod, verbod, beloning en straf.
الشفاعة
ash-shafāʿa
Voorspraak is helemaal van Allah en helpt alleen met Zijn toestemming voor wie Hij aanvaardt; de polytheïsten namen voorsprekers naast Hem.
الحسب
al-ḥasb
Wie volstaat; Allah alleen volstaat voor Zijn dienaar.
Regels (qawāʿid)
De uṣūl-regels (qawāʿid) en vuistregels uit dit hoofdstuk, kort geformuleerd om te onthouden.
-
Aanbidding is volmaakte nederigheid met volmaakte liefde
العبادة كمال الذل مع كمال الحب
-
De religie is één, de wetten verschillen
الدين واحد والشرائع متنوعة
-
Wie de boodschap van Muḥammad ﷺ bereikt en niet aanvaardt, is ongelovig
من بلغته رسالة محمد ﷺ فلم يقر بها فهو كافر
-
Ilāh is wie aanbidding verdient
الإله هو المعبود المستحق للعبادة
-
Alleen het Heer-zijn erkennen maakt je geen moslim
الإقرار بالربوبية وحده لا يدخل في الإسلام
-
Hoe dichter bij de salaf en de imams, hoe hoger en beter iemands mening
كلما كان الرجل إلى السلف والأئمة أقرب كان قوله أعلى وأفضل
-
De lichtere innovaties komen eerst
يظهر من البدع أولا ما كان أخف
-
Aanbidding, vertrouwen, vrees en godsvrucht zijn voor Allah alleen; gehoorzaamheid voor Allah en de Boodschapper
العبادة والتوكل والخشية والتقوى لله وحده، والطاعة لله وللرسول
Meningsverschillen
Kwesties waarover de geleerden verschillen, met de standpunten en wat de auteur of de toelichting de voorkeur geeft.
Waren de vroegere volgelingen van Mūsā en ʿĪsā moslims?
- ja, in de algemene zin
- nee, in de specifieke zin van de Koran-wet
Voorkeur: Een woordenstrijd: ze waren moslim in de algemene zin, niet in de specifieke.
Wat betekent "er is geen god dan Allah"?
- niemand kan scheppen dan Allah (sommige theologen)
- niemand verdient aanbidding dan Allah
Voorkeur: Het tweede, want de polytheïsten erkenden het eerste en bleven polytheïst.
Koranverzen
De Koranverzen die in dit hoofdstuk als bewijs of voorbeeld worden aangehaald, en waarvoor.
﴿﴿وما أرسلنا من قبلك من رسول إلا نوحي إليه أنه لا إله إلا أنا فاعبدون﴾﴾
Alle boodschappers riepen op tot hetzelfde.
﴿﴿شرع لكم من الدين ما وصى به نوحا﴾﴾
De religie is één.
﴿﴿لكل جعلنا منكم شرعة ومنهاجا﴾﴾
De wetten verschillen.
﴿﴿وإذ أخذ الله ميثاق النبيين﴾﴾
De eerste kondigt de laatste aan.
﴿﴿نؤمن ببعض ونكفر ببعض... أولئك هم الكافرون حقا﴾﴾
Geloof in de profeten hoort bij elkaar.
﴿﴿ولقد بعثنا في كل أمة رسولا أن اعبدوا الله واجتنبوا الطاغوت﴾﴾
De kern van de islam is tawḥīd.
﴿﴿ولئن سألتهم من خلق السموات والأرض ليقولن الله﴾﴾
De polytheïsten erkenden het Heer-zijn.
﴿﴿وما يؤمن أكثرهم بالله إلا وهم مشركون﴾﴾
Geloof in het Heer-zijn met shirk in aanbidding.
﴿﴿قل لله الشفاعة جميعا﴾﴾
Voorspraak is van Allah.
﴿﴿ولو أنهم رضوا ما آتاهم الله ورسوله وقالوا حسبنا الله﴾﴾
Geven: Allah en de Boodschapper; volstaan: Allah alleen.
﴿﴿ومن يطع الله ورسوله ويخش الله ويتقه﴾﴾
Gehoorzaamheid aan beiden; vrees en godsvrucht aan Allah alleen.
﴿﴿فلا وربك لا يؤمنون حتى يحكموك فيما شجر بينهم﴾﴾
Overgave aan het oordeel van de Boodschapper.
Hadith
De hadith die in dit hoofdstuk genoemd worden, zoals in de notities.
-
Overgeleverd door ʿAbdullāh ibn ʿAmr
««إن الله قدر مقادير الخلائق قبل أن يخلق السموات والأرض بخمسين ألف سنة، وكان عرشه على الماء»»
"Allah bepaalde de lotsbestemming van de schepselen vijftigduizend jaar voordat Hij hemelen en aarde schiep, en Zijn Troon was op het water."
Bron: De auteur: in de Ṣaḥīḥ; het staat in Ṣaḥīḥ Muslim
Bewijs voor de voorbeschikking en het opschrijven ervan.
-
Overgeleverd door Abū Hurayra
««إنا معاشر الأنبياء ديننا واحد، والأنبياء إخوة لعلات، وأنا أولى الناس بابن مريم، لأنه ليس بيني وبينه نبي»»
"Wij profeten hebben één religie; de profeten zijn halfbroers van één vader; ik sta het dichtst bij de zoon van Maryam, want tussen mij en hem was er geen profeet."
Bron: De auteur: in de authentieke hadith; vergelijkbaar bij al-Bukhārī en Muslim
Eén religie, verschillende wetten.
-
Overgeleverd door ʿAbdullāh ibn ʿUmar
««بني الإسلام على خمس: شهادة أن لا إله إلا الله وأن محمدا رسول الله، وإقام الصلاة، وإيتاء الزكاة، وصوم رمضان، وحج البيت»»
"De islam is gebouwd op vijf: getuigen dat er geen god is dan Allah en dat Muḥammad de Boodschapper van Allah is, het gebed verrichten, de zakāt geven, de Ramadan vasten en de bedevaart naar het Huis."
Bron: Bij al-Bukhārī en Muslim (de auteur noemt de bron niet)
Overgave is pas compleet met erkenning van de bedevaart en de rest.
-
Overgeleverd door Jābir en Ibn ʿUmar
««لبيك اللهم لبيك، لبيك لا شريك لك لبيك، إن الحمد والنعمة لك والملك، لا شريك لك»»
"Tot Uw dienst, Allah, tot Uw dienst; tot Uw dienst, U hebt geen partner, tot Uw dienst; alle lof, gunst en heerschappij zijn van U; U hebt geen partner."
Bron: Bij al-Bukhārī en Muslim (de auteur noemt de bron niet)
De talbiya van tawḥīd, tegenover die van de polytheïsten: "behalve een partner die van U is".
-
Overgeleverd door ʿAbdullāh ibn Masʿūd
«لما نزلت ﴿الذين آمنوا ولم يلبسوا إيمانهم بظلم﴾ شق ذلك على أصحاب رسول الله ﷺ وقالوا: أينا لم يظلم نفسه؟ فقال: «إنما هو الشرك، ألم تسمعوا إلى قول العبد الصالح: ﴿إن الشرك لظلم عظيم﴾»»
Toen "wie geloven en hun geloof niet met onrecht vermengen" neerkwam, viel het de metgezellen zwaar: "wie van ons doet zichzelf geen onrecht?" Hij zei: "Het is alleen shirk; hebben jullie de rechtschapen dienaar niet horen zeggen: shirk is een geweldig onrecht?"
Bron: De auteur: bij al-Bukhārī en Muslim
Het onrecht in het vers is shirk.
-
Overgeleverd door ʿAbdullāh ibn Masʿūd
««من يطع الله ورسوله فقد رشد، ومن يعصهما فإنه لا يضر إلا نفسه، ولن يضر الله شيئا»»
"Wie Allah en Zijn Boodschapper gehoorzaamt, is op het rechte pad; wie hen beiden ongehoorzaam is, schaadt alleen zichzelf en schaadt Allah in niets."
Bron: Vergelijkbaar bij Abū Dāwūd in de preek bij een behoefte (de auteur noemt de bron niet)
Bij gehoorzaamheid staat de Boodschapper met "en" naast Allah.
-
Overgeleverd door Ḥudhayfa ibn al-Yamān
««لا تقولوا: ما شاء الله وشاء محمد، ولكن قولوا: ما شاء الله ثم شاء محمد»»
"Zeg niet: wat Allah wil en Muḥammad wil, maar zeg: wat Allah wil, en daarna wat Muḥammad wil."
Bron: Vergelijkbaar bij Abū Dāwūd en Ibn Māja (de auteur noemt de bron niet)
Bij de wil "daarna", niet "en".
Personen
De personen die in dit hoofdstuk genoemd worden, en waarom.
Genoemd in de tekst
-
ʿAbd Allāh ibn ʿAbbās
عبد الله بن عباس
Metgezel · gest. 68 AH
Zei: Allah zond geen profeet zonder de belofte dat hij Muḥammad zou geloven en helpen als die tijdens zijn leven kwam.
-
ʿAbd Allāh ibn Masʿūd
عبد الله بن مسعود
Metgezel · gest. 32 AH
Overleverde "het is alleen shirk".
-
Jahm ibn Ṣafwān
جهم بن صفوان
Geleerde · gest. 128 AH
Ontkende de eigenschappen en leerde dwang en irjāʾ.
-
ʿAbdallāh ibn Saʿīd ibn Kullāb
عبد الله بن سعيد بن كلاب
Geleerde · gest. 240 AH
Abū Muḥammad ʿAbdullāh ibn Saʿīd ibn Kullāb; naar hem zijn de Kullābiyya genoemd; al-Ashʿarī ging in zijn voetsporen.
-
Abū al-Ḥasan al-Ashʿarī
أبو الحسن الأشعري
Geleerde · gest. 324 AH
Volgde Ibn Kullāb; de Kullābiyya zijn beter dan de Ashʿariyya.
-
al-Ḥārith ibn Asad al-Muḥāsibī
الحارث بن أسد المحاسبي
Geleerde · gest. 243 AH
Een van de leerlingen van Ibn Kullāb, die beter zijn dan de Ashʿariyya.
-
Abū al-ʿAbbās al-Qalānisī
أبو العباس القلانسي
Geleerde
Een van de leerlingen van Ibn Kullāb.
Genoemd in de bronvermelding
-
al-Imām Muslim
الإمام مسلم
Geleerde · gest. 261 AH
Overleverde de hadith over de bepaling vijftigduizend jaar vóór de schepping.
Herhaling
Het belangrijkste vlak voor een toets
- De tweede grondslag is tawḥīd in aanbidding.
- Aanbidding is volmaakte nederigheid en liefde.
- Eén religie, verschillende wetten.
- Geloof in de profeten hoort bij elkaar.
- De polytheïsten erkenden het Heer-zijn.
- Niemand nam twee gelijke scheppers aan.
- Het drieledige tawḥīd van de theologen schiet tekort.
- Ilāh is de aanbedene, niet wie kan scheppen.
- Opgaan in het Heer-zijn is niet het hoogste tawḥīd.
- De Kullābiyya zijn beter dan de Ashʿariyya.
- De basis van de islam zijn de twee getuigenissen.
- Gehoorzaamheid met "en", wil met "daarna".
Flitskaarten
Mijn favorieten
Tik op het sterretje bij een kaart om hem hier te bewaren.
Veelgemaakte fouten
Fouten die studenten bij dit hoofdstuk vaak maken, met wat juist is.
✗ Niet zo: Het Heer-zijn als hoogste tawḥīd zien
✓ Wel zo: De polytheïsten erkenden het en bleven polytheïst.
✗ Niet zo: Ontkenning van eigenschappen "tawḥīd" noemen
✓ Wel zo: Dat is ontkenning die ze tawḥīd noemden; ze noemden zichzelf "de monotheïsten".
✗ Niet zo: Ilāh uitleggen als "wie kan scheppen"
✓ Wel zo: Ilāh is de aanbedene.
✗ Niet zo: De voorbeschikking als excuus om gebod en verbod te laten
✓ Wel zo: Dat is wat de polytheïsten deden, en het is erger dan de voorbeschikking ontkennen.
✗ Niet zo: "Allah en de gelovigen volstaan voor jou" lezen
✓ Wel zo: Alleen Allah volstaat.
Test jezelf
Aanbidding houdt in:
Wat betekent "de profeten zijn ikhwa li-ʿallāt"?
Het gebed eerst naar de Rots en dan naar de Kaʿba bewijst dat de religie veranderde.
Wie zei: Allah zond geen profeet zonder de belofte om Muḥammad te geloven?
Waarmee toetste Allah joden en christenen toen ze zeiden: wij zijn moslims?
Wat zeiden de Arabische polytheïsten in hun talbiya?
Volgens de schrijvers over sekten zeiden de dualisten dat licht en duisternis in alles gelijk zijn.
Nee, de duisternis is bij hen ontstaan, of eeuwig maar gebrekkig en doet alleen kwaad.
Onderdeel 21p. 59Het bekendste tawḥīd bij de theologen:
Ilāh betekent:
Wie opgaat in het Heer-zijn, wordt een van de grootste vrienden van Allah.
Wie is volgens de auteur beter?
Leerlingen van Ibn Kullāb:
Wat zeggen de Karrāmiyya over geloof?
Waarom staat er "Allah volstaat ons" en niet "en Zijn Boodschapper"?
Waarom "wat Allah wil, en daarna Muḥammad"?
Originele tekst
Deze pagina bundelt de onderdelen van dit hoofdstuk. De tekst van elk onderdeel zoals in de notities:
- Onderdeel 20 الأصل الثاني: توحيد العبادة، ودين الأنبياء واحد
Tekst van het onderdeel · Bladzijden: p. 54–57
- Onderdeel 21 بعث الرسل بالدعوة إلى توحيد العبادة، وإقرار المشركين بالربوبية
Tekst van het onderdeel · Bladzijden: p. 58–59
- Onderdeel 22 توحيد المتكلمين والجهمية والصوفية
Tekst van het onderdeel · Bladzijden: p. 60–62
- Onderdeel 23 مواقع الطوائف من الحق، وأصل الإسلام الشهادتان
Tekst van het onderdeel · Bladzijden: p. 63
Het hele hoofdstuk in de notities: at-Tadmuriyya van Ibn Taymiyya · p. 54–68 p. 54
Dit is een studiehulp; de notities zelf blijven de bron.