Eenheid 6: Regel 5: duidelijk, dubbelzinnig en taʾwīl#
Overzicht
Eenheid 6 · 2 onderdelen
Regel 5: duidelijk, dubbelzinnig en taʾwīl
Regel 5: wat Allah ons meedeelt, kennen we in één opzicht en niet in een ander; het duidelijke en het dubbelzinnige, en de betekenissen van taʾwīl
Allah beval de hele Koran te overdenken; we kennen dus de betekenis, maar niet de werkelijkheid van wat Hij over Zichzelf en het verborgene meedeelt. De meesten stoppen bij "en niemand kent de taʾwīl ervan dan Allah"; Mujāhid en anderen zeggen dat de gegrondveste geleerden die ook kennen. Er is geen tegenspraak, want "taʾwīl" heeft drie betekenissen: een woord wegdraaien van de sterkere naar de zwakkere betekenis met een bewijs (term van latere geleerden); uitleg (tafsīr), en die kennen de geleerden; en de werkelijkheid waarop het woord uitloopt, en die kent alleen Allah. Daarom zei Mālik: het rijzen is bekend, het hoe is onbekend. De hele Koran is "muḥkam" (precies gemaakt) en de hele Koran is "mutashābih" (in harmonie); en in specifieke zin is een deel muḥkam en een deel mutashābih: wat in één opzicht op iets anders lijkt en in een ander opzicht niet. De meeste dwaling komt uit die gelijkenis: verkeerde taʾwīl bij woorden en verkeerde analogie bij betekenissen; daaruit komt ook de le
Bron: at-Tadmuriyya van Ibn Taymiyya · p. 32–42
Regel 5 in één kaart
Van bladzijde 32 tot 42.
Overdenken bevolenp. 32
- "overdenken zij de Koran niet?"
- het hele Boek
Drie betekenissen van taʾwīlp. 33–34
- wegdraaien naar de zwakkere betekenis
- uitleg
- de werkelijkheid waarop het uitloopt
Rijzen bekend, het hoe onbekendp. 35
- Mālik
- Rabīʿa
Muḥkam en mutashābihp. 36–38
- algemeen: precisie en harmonie
- specifiek: onderscheid en gelijkenis
De meeste dwaling uit gelijkenisp. 38–39
- taʾwīl bij overgeleverde bewijzen
- analogie bij verstandelijke bewijzen
- eenheid van het bestaan
Fout van wie taʾwīl helemaal ontkentp. 40–42
- het vers als bewijs is tegenstrijdig
- aangesproken met het onbegrijpelijke? onjuist
Het hoofdstuk in één oogopslag
Allah beval de hele Koran te overdenken; er staat dus niets in waarvan de betekenis onbegrijpelijk is.
De meeste salaf stoppen bij "niemand kent de taʾwīl ervan dan Allah"; Mujāhid en anderen zeggen dat de gegrondveste geleerden die kennen. Beide zijn waar.
Taʾwīl heeft drie betekenissen: wegdraaien van de sterkere naar de zwakkere betekenis met bewijs; uitleg; en de werkelijkheid waarop het woord uitloopt.
De taʾwīl van wat Allah over Zichzelf meedeelt, is Zijn heilige werkelijkheid zelf; die van belofte en dreiging is wat er werkelijk gebeurt.
We kennen en verklaren de betekenis van wat ons over het verborgene wordt meegedeeld; de werkelijkheid zelf hoort bij de taʾwīl die alleen Allah kent.
De hele Koran is muḥkam (precies), de hele Koran is mutashābih (in harmonie), en in specifieke zin is een deel muḥkam en een deel mutashābih.
Elke twee dingen komen ergens in overeen en verschillen ergens in; daarom komt de dwaling van mensen voort uit gelijkenis.
Wie taʾwīl helemaal ontkent en zich op "niemand kent de taʾwīl dan Allah" beroept, spreekt zichzelf tegen: het vers bevestigt juist een taʾwīl die alleen Allah kent.
Onderdelen van dit hoofdstuk
Tekst: editie as-Saʿawī; paginanummers: de scan. Bronnen die de auteur niet zelf noemt en wat tussen haakjes staat, zijn toelichting.
Schema’s
De betekenissen van "taʾwīl"
p. 33–34, 40–41
Taʾwīldrie gebruiken
Wegdraaien naar de zwakkere betekenislatere term; juist met bewijs, verwerpelijk zonder
Uitlegde geleerden kennen het; dit bedoelde Mujāhid
De werkelijkheid waarop het uitlooptalleen Allah kent die bij Zijn Wezen, eigenschappen en het verborgene; dit bedoelt de meerderheid met stoppen
Muḥkam en mutashābih: algemeen en specifiek
p. 36–37
| Vergelijking | algemeen (de hele Koran) | specifiek (een deel) |
|---|---|---|
| Muḥkam | precisie: "een Boek waarvan de verzen precies zijn gemaakt" | het onderscheid tussen gelijkende dingen |
| Mutashābih | harmonie: "een Boek, in harmonie, herhaald" | gelijk in één opzicht, anders in een ander |
| Verhouding | algemene harmonie bevestigt algemene precisie | specifiek muḥkam is het tegendeel van specifiek mutashābih |
Drie groepen die dwaalden over "bestaan"
p. 38–39: allemaal soorten verwarring.
Eenheid van het bestaanzij maakten het bestaan van de schepselen gelijk aan dat van de Schepper; ze onderscheidden niet tussen één in werkelijkheid en één in soort
Wie zegt: alleen hetzelfde woorduit angst voor vergelijking zeiden ze dat "bestaan" alleen hetzelfde woord is; ze gingen in tegen alle verstandigen, die bestaan in eeuwig en ontstaan verdelen
Wie algemene begrippen buiten het denken plaatstze maakten wat in het denken is tot iets dat werkelijk bestaat, tegen zintuig, verstand en openbaring in
De tegenspraak van wie taʾwīl helemaal ontkent
p. 41–42
Ze beroepen zich op het versmaar het vers zelf bevestigt een taʾwīl
Ze denken dat we iets onbegrijpelijks kregenonjuist, want Allah beval te overdenken
Begrijpen we niets, dan kunnen we geen taʾwīl tegen de ẓāhir claimenwant volgens hen heeft het geen ẓāhir
Twee betekenissen van ẓāhir door elkaar is misleidingzo blijkt de tegenspraak van veel ontkenners en bevestigers
Uitleg
Het bevel om de hele Koran te overdenken
Regel 5: wat Allah ons meedeelt, kennen we in één opzicht en niet in een ander. Allah zegt: "Overdenken zij de Koran niet? Was hij van een ander dan Allah, dan vonden ze er veel tegenstrijdigheid in", "hebben zij het woord niet overdacht?", "een gezegend Boek dat Wij jou neerzonden opdat zij de verzen ervan overdenken", "overdenken zij de Koran niet, of zitten er sloten op hun harten?" Hij beval dus het hele Boek te overdenken. En Hij zegt: "Hij is het die jou het Boek neerzond; daarin zijn duidelijke verzen, die de kern van het Boek vormen, en andere die dubbelzinnig zijn... en niemand kent de taʾwīl ervan dan Allah; en de gegrondveste geleerden zeggen: wij geloven erin, alles komt van onze Heer."
Waar stop je in het vers? Twee meningen
De meeste vroegere en latere geleerden stoppen na "niemand kent de taʾwīl ervan dan Allah"; dat is overgeleverd van Ubayy ibn Kaʿb, Ibn Masʿūd en Ibn ʿAbbās. Van Ibn ʿAbbās: uitleg is er in vier soorten: wat de Arabieren uit hun taal kennen; wat niemand mag niet weten; wat de geleerden weten; en wat alleen Allah weet, en wie beweert dat te weten liegt. Van Mujāhid en anderen: de gegrondveste geleerden kennen de taʾwīl. Mujāhid zei: ik heb de mushaf van begin tot eind aan Ibn ʿAbbās voorgelegd; bij elk vers hield ik stil en vroeg naar de uitleg.
Taʾwīl als wegdraaien en als uitleg
Bij nader inzien spreken de twee meningen elkaar niet tegen. Door verschillende vaktermen heeft "taʾwīl" drie betekenissen gekregen. Eén (term van veel latere geleerden in fiqh en usūl): een woord wegdraaien van de sterkere naar de zwakkere mogelijke betekenis, op grond van een bewijs dat erbij komt; dit bedoelen de meeste latere geleerden als ze het over taʾwīl van de eigenschapsteksten hebben. Twee: taʾwīl als uitleg (tafsīr), de gangbare term bij de commentatoren, zoals Ibn Jarīr: "de geleerden van de taʾwīl verschillen". Mujāhid is de imam van de uitleggers; ath-Thawrī zei: als je uitleg van Mujāhid hebt, is dat genoeg. Ash-Shāfiʿī, Aḥmad en al-Bukhārī steunen op zijn uitleg. Zegt hij dus dat de geleerden de taʾwīl van het dubbelzinnige kennen, dan bedoelt hij: de uitleg ervan.
Taʾwīl als de werkelijkheid zelf
Drie: de werkelijkheid waarop het woord uitloopt, zoals "wachten zij op iets anders dan de taʾwīl ervan? Op de dag dat de taʾwīl ervan komt..."; de taʾwīl van wat over het Hiernamaals wordt meegedeeld, is wat er werkelijk gebeurt: Opstanding, afrekening, vergelding, Paradijs en Hel. Zo zei Yūsuf toen zijn ouders en broers zich voor hem neerwierpen: "dit is de taʾwīl van mijn droom van vroeger"; wat werkelijk gebeurde, noemde hij de taʾwīl van de droom. Zo ook ʿĀʾisha: de Profeet ﷺ zei in zijn buiging en neerwerping "Glorie aan U, Allah, onze Heer, en lof aan U; Allah, vergeef mij", en hij "voerde de Koran uit" (yataʾawwal), namelijk "prijs de glorie van je Heer en vraag Hem om vergeving". En Sufyān ibn ʿUyayna: de sunna is de taʾwīl van gebod en verbod.
Meer uitleg
De bevolen daad zelf is de taʾwīl van het gebod; het bestaande zelf is de taʾwīl van de mededeling. Daarom zeiden Abū ʿUbayd en anderen: de fiqh-geleerden kennen de taʾwīl beter dan de taalkundigen, zoals bij de uitleg van "ishtimāl aṣ-ṣammāʾ" (een bepaalde verboden manier om je in een kleed te wikkelen): zij weten wat er precies geboden en verboden is, omdat ze de bedoelingen van de Boodschapper ﷺ kennen, zoals volgelingen van Hippocrates en Sībawayh meer van hun bedoelingen weten dan de taal alleen zegt. Maar de taʾwīl van gebod en verbod móét je kennen; die van de mededeling niet. De taʾwīl van wat Allah over Zichzelf meedeelt, is dus Zijn heilige werkelijkheid zelf met de werkelijkheid van Zijn eigenschappen; die van belofte en dreiging is wat er werkelijk gebeurt.
We handelen naar het duidelijke en geloven in het dubbelzinnige
In wat Allah over Zichzelf en de Laatste Dag meedeelt, staan woorden waarvan de betekenis lijkt op wat we op aarde kennen: in het Paradijs zijn vlees, melk, honing, water en wijn. Dat lijkt in woord en betekenis op het aardse, maar is er niet gelijk aan, en de werkelijkheid is anders. Dan zijn Allahs namen en eigenschappen er des te meer vrij van dat de Schepper erdoor gelijk zou worden aan het schepsel, ook al is er een gelijkenis met de namen van de dienaren. Over het afwezige kun je alleen begrijpelijk spreken met woorden waarvan we de betekenis kennen uit het aanwezige, terwijl we weten dat er een verschil is, en dat het verborgene groter is: "wat geen oog zag, geen oor hoorde en in geen mensenhart opkwam".
Meer uitleg
Als Allah ons iets verborgens meedeelt, kennen we de betekenis, begrijpen we wat we moeten begrijpen en kunnen we het uitleggen. Maar de werkelijkheid zelf, zoals wat nog niet bestaat en pas op de Dag der Opstanding komt, hoort bij de taʾwīl die alleen Allah kent.
Het rijzen is bekend, het hoe is onbekend
Toen Mālik en andere salaf gevraagd werden naar "de Barmhartige rees boven de Troon", zeiden ze: het rijzen is bekend, het hoe is onbekend, erin geloven is verplicht en ernaar vragen is een innovatie. Rabīʿa, de leraar van Mālik, zei al eerder: het rijzen is bekend, het hoe is onbekend; van Allah komt de uitleg, de Boodschapper moet overbrengen en wij moeten geloven. Zo maakte hij duidelijk dat het rijzen bekend is en het hoe niet. Zulke uitspraken zijn er veel bij de salaf: dienaren kennen het hoe van Allahs eigenschappen niet; alleen Allah weet hoe Hij is. De Profeet ﷺ zei: "Ik kan Uw lof niet tellen; U bent zoals U Zichzelf hebt geprezen", en: "Ik vraag U bij elke naam die U hebt, waarmee U Zichzelf hebt genoemd, die U in Uw Boek hebt neergezonden, die U een van Uw schepselen hebt geleerd, of die U in Uw kennis van het verborgene voor Uzelf hebt gehouden". De betekenissen van de namen die Hij voor Zichzelf hield, kent niemand anders.
De namen: één Wezen, verschillende betekenissen
Allah zegt dat Hij Wetend, Machtig, Horend, Ziend, Vergevend en Barmhartig is. We begrijpen de betekenis en onderscheiden kennis, macht, barmhartigheid, horen en zien; en we weten dat alle namen op hetzelfde Wezen wijzen, terwijl hun betekenissen verschillen. Ze zijn dus gelijk wat het Wezen betreft en verschillend wat de eigenschappen betreft. Zo ook de namen van de Profeet ﷺ (Muḥammad, Aḥmad, al-Māḥī, al-Ḥāshir, al-ʿĀqib) en van de Koran (al-Qurʾān, al-Furqān, al-Hudā, an-Nūr, at-Tanzīl, ash-Shifāʾ). Men verschilde: zijn het synoniemen omdat het om één ding gaat, of verschillende woorden omdat de eigenschappen verschillen, zoals zwaard, scherpe (ṣārim) en Indische kling (muhannad)? Het juiste: synoniem qua ding, verschillend qua eigenschap.
De betekenis van iḥkām
Allah noemt de hele Koran muḥkam én mutashābih, en elders noemt Hij een deel muḥkam en een deel mutashābih. Je moet dus weten welke betekenis voor het geheel geldt en welke voor een deel. "Alif lām rā. Een Boek waarvan de verzen precies zijn gemaakt en daarna uiteengezet"; "Allah zond het mooiste woord neer: een Boek in harmonie, herhaald". Ḥukm is scheiden tussen twee dingen, en wijsheid (ḥikma) scheidt het gelijkende in kennis en daad. Men zegt "ik heb de dwaas ingetoomd" (aḥkamtu) als je hem tegenhoudt, en "het rijdier ingetoomd" als je het een ḥakama geeft: het deel van het hoofdstel rond de kin. Iḥkām van een tekst is precisie: waarheid van leugen scheiden in mededelingen, goed van dwaling in geboden. De hele Koran is in die zin muḥkam; Allah noemt hem "wijs" (ḥakīm) in de zin van rechter: hij vertelt, geeft fatwa, leidt en verkondigt goed nieuws.
Algemene en specifieke tashābuh
De tashābuh die voor de hele Koran geldt, is het tegendeel van de tegenstrijdigheid die in "dan vonden ze er veel tegenstrijdigheid in" wordt ontkend: de delen passen bij elkaar en bevestigen elkaar. Beveelt Hij iets, dan beveelt Hij elders niet het tegendeel, maar hetzelfde, iets gelijks of wat ermee samenhangt; deelt Hij iets mee, dan deelt Hij elders niet het tegendeel mee, tenzij er abrogatie is. Dat is anders dan tegenstrijdige uitspraken die elkaar opheffen. Deze algemene harmonie botst niet met de algemene precisie, maar bevestigt die. De specifieke tashābuh is: iets lijkt in één opzicht op iets anders en verschilt in een ander, zodat sommigen ze verwarren; de specifieke iḥkām is het onderscheid tussen beide.
Relatieve dubbelzinnigheid, twijfels en verkeerde analogie
Sommigen zien het onderscheid niet en voor hen blijft het dubbelzinnig; anderen zien het wel. Dubbelzinnigheid kan dus relatief zijn: voor sommigen wel, voor anderen niet; de geleerden weten wat de verwarring wegneemt, bijvoorbeeld als iemand denkt dat wat in het Hiernamaals beloofd is gelijk is aan wat hij op aarde ziet. Hierbij horen de twijfels (shubuhāt) waardoor mensen dwalen, en ook verkeerde analogie, want dat is iets vergelijken met wat er niet op lijkt. Elke twee dingen komen ergens in overeen en verschillen ergens in; daarom komt de dwaling van mensen uit gelijkenis. Imam Aḥmad zei: mensen vergissen zich meestal door taʾwīl en analogie: taʾwīl bij overgeleverde bewijzen, analogie bij verstandelijke; verkeerde taʾwīl gebeurt bij gelijkende woorden, verkeerde analogie bij gelijkende betekenissen.
De eenheid van het bestaan en verwante dwalingen
Het ging zo ver dat wie beweerde de waarheid, het tawḥīd en de mystieke kennis te bezitten, het bestaan van de Heer verwarde met het bestaan van alles wat bestaat en dacht dat het hetzelfde was. Zij maakten het bestaan van de schepselen gelijk aan dat van de Schepper, terwijl niets verder af staat van gelijkheid, eenheid, versmelting of inwoning dan de Schepper van het schepsel. Zij zijn het meest gedwaald door verwarring: omdat alles wat bestaat het woord "bestaan" deelt, dachten ze dat bestaan één ding is, zonder onderscheid tussen één in werkelijkheid en één in soort. Anderen zeiden uit angst voor vergelijking en samenstelling dat "bestaan" alleen hetzelfde woord is met verschillende betekenissen, tegen alle verstandigen in, die bestaan verdelen in eeuwig en ontstaan. Weer een groep beweerde dat algemene begrippen, zoals "bestaan zonder meer" of "dier zonder meer", buiten het denken bestaan; zo maakten ze wat in het denken is tot iets werkelijks.
Meer uitleg
Wie Allah leidt, onderscheidt dingen ook als ze in sommige opzichten overeenkomen, en dwaalt niet door het dubbelzinnige, omdat hij het samenleest met het duidelijke. Zo "Wij" (innā, naḥnu): dat zegt iemand met partners, maar ook één grootse die eigenschappen en helpers heeft en geen partners. Beroept een christen zich op "Wij hebben de Vermaning neergezonden" voor meerdere goden, dan neemt het duidelijke ("jullie god is één God, er is geen god dan Hij") de verwarring weg. Maar de werkelijkheid van de namen, eigenschappen en legers waarop dit wijst, kent alleen Hij: "niemand kent de legers van je Heer dan Hij".
Imam Aḥmad en de Jahmiyya
Dubbelzinnigheid komt voor bij woorden met één gedeelde betekenis en bij woorden met meerdere betekenissen; ze kan verdwijnen door een toevoeging of bepaling, zoals "daarin zijn rivieren van water": dit water wordt aan het Paradijs gekoppeld, maar wat het precies onderscheidt, weten we niet. Zo kent alleen Hij wat Zijn namen en eigenschappen, Zijn werkelijkheid, inhouden. Daarom verweten imams zoals Aḥmad de Jahmiyya dat ze wat hun dubbelzinnig leek een verkeerde taʾwīl gaven, zoals in zijn boek "Weerlegging van de ketters en de Jahmiyya in de dubbelzinnige Koranverzen waaraan zij twijfelden en die zij verkeerd uitlegden". Hij verweet hun de verkeerde taʾwīl, niet taʾwīl als zodanig.
De fout van wie taʾwīl helemaal ontkent
Wie dit niet weet, raakt in de war, zoals een groep die zegt: taʾwīl is onjuist en je moet het woord naar zijn ẓāhir nemen, met "niemand kent de taʾwīl dan Allah" als bewijs. Dat is tegenstrijdig: het vers zegt juist dat er een taʾwīl is die alleen Allah kent, en zij ontkennen elke taʾwīl. De fout: de taʾwīl die Allah voor Zichzelf houdt, is de werkelijkheid. De verwerpelijke taʾwīl is die van de verdraaiers: ze draaien het woord zonder bewijs van zijn betekenis af, beweren dat de ẓāhir een bezwaar heeft dat net zo goed geldt voor wat zij zelf met het verstand bevestigen, en vervangen het door betekenissen die gelijk zijn aan wat ze ontkenden. Is het bevestigde waar, dan ook het ontkende; is het ontkende onmogelijk, dan ook het bevestigde.
Werden we aangesproken met het onbegrijpelijke?
Deze ontkenners denken soms dat we in de Koran werden aangesproken met iets wat niemand begrijpt of wat geen betekenis heeft. Dat is onjuist én tegenstrijdig. Begrijpen we er niets van, dan kunnen we ook niet zeggen dat het een taʾwīl tegen de ẓāhir heeft, want volgens hen is er geen ẓāhir; en we mogen dan ook niet ontkennen dat het op betekenissen wijst die we niet kennen. Bovendien wijst een woord sterker op wat ermee bedoeld is dan op wat niet bedoeld is; wijst het niet eens op het bedoelde, dan zeker niet op het niet-bedoelde. Je kunt dus niet zeggen "dit woord is weggedraaid", laat staan "alleen Allah kent die taʾwīl", tenzij je met ẓāhir bedoelt wat alleen bij schepselen hoort.
Meer uitleg
Zeggen ze dan: "er is geen taʾwīl tegen de ẓāhir" of "ze worden naar hun duidelijke betekenis genomen", dan spreken ze zichzelf tegen. Gebruiken ze ẓāhir in één context zonder uitleg in twee betekenissen, dan is dat misleiding. Bedoelen ze met ẓāhir alleen de klank zonder betekenis, dan is taʾwīl ontkennen of bevestigen tegenstrijdig, want wie dat doet, heeft er al een betekenis in begrepen. Met deze indeling blijkt de tegenspraak van veel ontkenners én bevestigers van de eigenschappen.
Kernpunten
Regel 5
- we kennen het meegedeelde in één opzicht en niet in een ander
- de betekenis kennen en verklaren we
- de werkelijkheid en het hoe niet
Betekenissen van taʾwīl
- wegdraaien naar de zwakkere betekenis met bewijs (latere geleerden)
- uitleg (commentatoren)
- de werkelijkheid waarop het uitloopt (Koran en sunna)
De twee leeswijzen verzoend
- stoppen na "dan Allah": taʾwīl = werkelijkheid
- doorlezen "en de geleerden": taʾwīl = uitleg
- dus geen tegenspraak
Vier soorten uitleg (Ibn ʿAbbās)
- wat de Arabieren uit hun taal kennen
- wat niemand mag niet weten
- wat de geleerden weten
- wat alleen Allah weet
Mālik en Rabīʿa
- het rijzen is bekend
- het hoe is onbekend
- erin geloven is plicht, ernaar vragen is innovatie
- van Allah de uitleg, van de Boodschapper het overbrengen, van ons het geloof
Muḥkam en mutashābih
- algemeen: alles precies en alles in harmonie
- specifiek: een deel duidelijk, een deel dubbelzinnig
- algemene harmonie bevestigt algemene precisie
- specifiek muḥkam is het tegendeel van specifiek mutashābih
Imam Aḥmad
- mensen vergissen zich meestal door taʾwīl en analogie
- taʾwīl bij overlevering, analogie bij verstand
- verkeerde taʾwīl bij gelijkende woorden
- verkeerde analogie bij gelijkende betekenissen
"Wij" (innā, naḥnu)
- gebruikt door iemand met partners
- en door één grootse met eigenschappen en helpers
- het duidelijke "jullie god is één God" neemt de verwarring weg
خبايا الزوايا
Khabāyā az-zawāyā: wat in de hoeken verborgen zit. Fijne punten, uitzonderingen en subtiele onderscheiden uit de les zelf, die je bij snel lezen mist.
Stoppen en doorlezen botsen niet
Wie stopt na "dan Allah", bedoelt met taʾwīl de werkelijkheid; wie doorleest, bedoelt uitleg. Beide zijn juist, elk in zijn eigen betekenis.
Taʾwīl in de Koran is iets anders dan bij latere geleerden
In de Koran betekent taʾwīl de werkelijkheid waarop het woord uitloopt, nooit het wegdraaien van een woord. Wie het vers volgens de latere term leest, vergist zich. (Toelichting op p. 33–34.)
De taʾwīl van een gebod moet je kennen, van een mededeling niet
De taʾwīl van een gebod is de daad zelf, en die moet je kennen om te handelen; die van een mededeling is het gebeuren zelf, en dat kennen we soms niet.
Fiqh-geleerden kennen de taʾwīl beter dan taalkundigen
Omdat ze door de bedoelingen van de Boodschapper ﷺ te kennen weten wat er precies geboden en verboden is, zoals bij "ishtimāl aṣ-ṣammāʾ".
Wijsheid en het hoofdstel
De grondbetekenis van iḥkām is tegenhouden en scheiden: de ḥakama is het deel van het hoofdstel rond de kin, en "de dwaas intomen" is hem tegenhouden.
Eén in werkelijkheid en één in soort
De kern van de fout van de eenheid-van-het-bestaan: omdat alles "bestaan" deelt, dachten ze dat bestaan één ding is, terwijl het alleen in het denken één soort is.
Aḥmad ontkende niet elke taʾwīl
De titel van zijn boek, "en die zij verkeerd uitlegden", toont dat alleen de verkeerde taʾwīl verwerpelijk is, niet taʾwīl als uitleg.
Begrippen
التدبر
at-tadabbur
Overdenken van de betekenissen van de Koran; bevolen voor het hele Boek.
الراسخون في العلم
ar-rāsikhūn fī l-ʿilm
De gegrondveste geleerden, die zeggen: "wij geloven erin, alles komt van onze Heer".
التأويل (اصطلاح المتأخرين)
taʾwīl (latere term)
Een woord wegdraaien van de sterkere naar de zwakkere betekenis, op grond van een bewijs dat erbij komt.
التأويل بمعنى التفسير
taʾwīl = tafsīr
De term van de Korancommentatoren, zoals Ibn Jarīr: "de geleerden van de taʾwīl verschillen".
التأويل بمعنى الحقيقة
taʾwīl = werkelijkheid
De werkelijkheid waarop het woord uitloopt, zoals "dit is de vervulling van mijn droom".
الكيف
al-kayf
Het "hoe" van een eigenschap; voor ons onbekend; alleen Allah weet hoe Hij is.
متواطئة في الذات متباينة في الصفات
mutawāṭiʾa fī dh-dhāt
Allahs namen wijzen allemaal op hetzelfde Wezen, maar hebben elk een eigen betekenis.
Zo ook de namen van de Profeet ﷺ en van de Koran, en zwaard, scherpe, Indische kling.
الإحكام العام
al-iḥkām al-ʿāmm
Precisie: waarheid van leugen scheiden in mededelingen, goed van fout in geboden; zo is de hele Koran.
التشابه العام
at-tashābuh al-ʿāmm
Harmonie: de delen bevestigen elkaar; het tegendeel van tegenstrijdigheid.
التشابه الخاص
at-tashābuh al-khāṣṣ
Iets lijkt in één opzicht op iets anders en verschilt in een ander, zodat sommigen ze verwarren.
الإحكام الخاص
al-iḥkām al-khāṣṣ
Het onderscheid tussen twee gelijkende dingen, zodat ze niet verward worden.
التشابه النسبي
at-tashābuh an-nisbī
Een dubbelzinnigheid die voor sommigen bestaat en voor anderen niet.
القياس الفاسد
al-qiyās al-fāsid
Iets in een opzicht vergelijken met iets waar het in dat opzicht niet op lijkt.
الواحد بالعين والواحد بالنوع
al-wāḥid bi-l-ʿayn wa-bi-n-nawʿ
Eén in werkelijkheid (één ding) tegenover één in soort (meerdere dingen van dezelfde soort).
الكليات المطلقة
al-kulliyyāt al-muṭlaqa
Algemene begrippen zoals "bestaan zonder meer"; die bestaan in het denken, niet daarbuiten.
أهل التحريف
ahl at-taḥrīf
Wie het woord een verkeerde taʾwīl geeft en het zonder bewijs van zijn betekenis afdraait.
Regels (qawāʿid)
De uṣūl-regels (qawāʿid) en vuistregels uit dit hoofdstuk, kort geformuleerd om te onthouden.
-
Allah beval de hele Koran te overdenken
أمر الله بتدبر القرآن كله
-
Het rijzen is bekend, het hoe onbekend
الاستواء معلوم والكيف مجهول
Voorbeeld: en zo alle eigenschappen
-
Alleen Allah weet hoe Hij is
لا يعلم كيف الله إلا الله
-
Allahs namen: één Wezen, verschillende betekenissen
أسماء الله مترادفة في الذات متباينة في الصفات
-
Elke twee dingen komen ergens in overeen en verschillen ergens in
ما من شيئين إلا ويجتمعان في شيء ويفترقان في شيء
-
Verkeerde taʾwīl bij gelijkende woorden, verkeerde analogie bij gelijkende betekenissen
التأويل الخطأ في الألفاظ المتشابهة، والقياس الخطأ في المعاني المتشابهة
-
Het dubbelzinnige wordt met het duidelijke gelezen
يرد المتشابه إلى المحكم
Voorbeeld: "Wij hebben de Vermaning neergezonden" met "jullie god is één God"
-
Is het bevestigde waar, dan ook het ontkende; is het ontkende onmogelijk, dan ook het bevestigde
إن كان الثابت حقا كان المنفي مثله، وإن كان المنفي باطلا كان الثابت مثله
Meningsverschillen
Kwesties waarover de geleerden verschillen, met de standpunten en wat de auteur of de toelichting de voorkeur geeft.
Stop je na "dan Allah" of na "en de gegrondveste geleerden"?
- na "dan Allah": de meerderheid, van Ubayy, Ibn Masʿūd en Ibn ʿAbbās
- doorlezen: de geleerden kennen de taʾwīl; Mujāhid en anderen
Voorkeur: Geen tegenspraak: het eerste gaat over de werkelijkheid, het tweede over uitleg.
De namen van Allah, de Profeet ﷺ en de Koran: synoniemen of verschillend?
- synoniem, want één ding
- verschillend, want meerdere eigenschappen
Voorkeur: Synoniem qua ding, verschillend qua eigenschap.
Koranverzen
De Koranverzen die in dit hoofdstuk als bewijs of voorbeeld worden aangehaald, en waarvoor.
﴿﴿أفلا يتدبرون القرآن ولو كان من عند غير الله لوجدوا فيه اختلافا كثيرا﴾﴾
Overdenken van de hele Koran; geen tegenstrijdigheid.
﴿﴿هو الذي أنزل عليك الكتاب منه آيات محكمات هن أم الكتاب وأخر متشابهات﴾﴾
De basis voor muḥkam en mutashābih.
﴿﴿هل ينظرون إلا تأويله يوم يأتي تأويله﴾﴾
Taʾwīl als de werkelijkheid waarop het uitloopt.
﴿﴿هذا تأويل رؤياي من قبل﴾﴾
De taʾwīl van de droom is wat werkelijk gebeurde.
﴿﴿فسبح بحمد ربك واستغفره﴾﴾
De Profeet ﷺ voerde dit uit in buiging en neerwerping.
﴿﴿الر كتاب أحكمت آياته ثم فصلت﴾﴾
De hele Koran is muḥkam.
﴿﴿الله نزل أحسن الحديث كتابا متشابها مثاني﴾﴾
De hele Koran is mutashābih (in harmonie).
﴿﴿إنا نحن نزلنا الذكر﴾﴾
Meervoud van grootheid, niet van meerdere goden.
﴿﴿وما يعلم جنود ربك إلا هو﴾﴾
De werkelijkheid van Zijn legers kent alleen Hij.
Hadith
De hadith die in dit hoofdstuk genoemd worden, zoals in de notities.
-
Overgeleverd door ʿĀʾisha
«كان النبي ﷺ يقول في ركوعه وسجوده: «سبحانك اللهم ربنا وبحمدك، اللهم اغفر لي» يتأول القرآن»
De Profeet ﷺ zei in zijn buiging en neerwerping: "Glorie aan U, Allah, onze Heer, en lof aan U; Allah, vergeef mij", en voerde zo de Koran uit.
Bron: Bij al-Bukhārī en Muslim (de auteur noemt de bron niet)
Ze bedoelt "prijs de glorie van je Heer en vraag Hem om vergeving"; taʾwīl is hier het uitvoeren van het gebod.
-
Overgeleverd door ʿĀʾisha
««لا أحصي ثناء عليك، أنت كما أثنيت على نفسك»»
"Ik kan Uw lof niet tellen; U bent zoals U Zichzelf hebt geprezen."
Bron: De auteur: in Ṣaḥīḥ Muslim en elders
Zelfs de Profeet ﷺ kan Zijn lof niet volledig omvatten.
-
Overgeleverd door ʿAbdullāh ibn Masʿūd
««اللهم إني أسألك بكل اسم هو لك، سميت به نفسك، أو أنزلته في كتابك، أو علمته أحدا من خلقك، أو استأثرت به في علم الغيب عندك»»
"Allah, ik vraag U bij elke naam die U hebt, waarmee U Zichzelf hebt genoemd, die U in Uw Boek hebt neergezonden, die U een van Uw schepselen hebt geleerd, of die U in Uw kennis van het verborgene voor Uzelf hebt gehouden."
Bron: De auteur: in de Musnad (van Aḥmad) en de Ṣaḥīḥ van Abū Ḥātim (Ibn Ḥibbān)
Allah heeft namen waarvan alleen Hij de betekenis kent.
-
Overgeleverd door Abū Hurayra
««ما أعد الله لعباده الصالحين مما لا عين رأت ولا أذن سمعت ولا خطر على قلب بشر»»
"Ik heb voor Mijn rechtschapen dienaren voorbereid wat geen oog zag, geen oor hoorde en in geen mensenhart opkwam."
Bron: Bij al-Bukhārī en Muslim (de auteur verwijst ernaar zonder bron)
De werkelijkheid van het Paradijs hoort bij de taʾwīl die alleen Allah kent.
Personen
De personen die in dit hoofdstuk genoemd worden, en waarom.
Genoemd in de tekst
-
Ubayy ibn Kaʿb
أبي بن كعب
Metgezel · gest. 30 AH
Van hem is overgeleverd dat je stopt na "niemand kent de taʾwīl dan Allah".
-
ʿAbd Allāh ibn Masʿūd
عبد الله بن مسعود
Metgezel · gest. 32 AH
Van hem is het stoppen na "dan Allah" overgeleverd; hij overleverde ook het smeekgebed "bij elke naam die U hebt".
-
ʿAbd Allāh ibn ʿAbbās
عبد الله بن عباس
Metgezel · gest. 68 AH
Van hem: het stoppen, en uitleg in vier soorten; Mujāhid legde hem de hele mushaf voor.
-
Mujāhid ibn Jabr
مجاهد بن جبر
Geleerde
Imam van de uitleggers; hij zegt dat de geleerden de taʾwīl (= uitleg) van het dubbelzinnige kennen.
-
Ibn Jarīr aṭ-Ṭabarī
ابن جرير الطبري
Geleerde · gest. 310 AH
Ibn Jarīr; hij schrijft in zijn tafsīr "de geleerden van de taʾwīl verschillen", in de zin van uitleg.
-
Sufyān ath-Thawrī
سفيان الثوري
Geleerde · gest. 161 AH
Zei: als je uitleg van Mujāhid hebt, is dat genoeg.
-
al-Imām ash-Shāfiʿī
الإمام الشافعي
Geleerde · gest. 204 AH
Steunt op de uitleg van Mujāhid.
-
al-Imām Aḥmad ibn Ḥanbal
الإمام أحمد بن حنبل
Geleerde · gest. 241 AH
Steunt op Mujāhid; zei: mensen vergissen zich meestal door taʾwīl en analogie; schreef de Weerlegging van de ketters en de Jahmiyya.
-
al-Imām al-Bukhārī
الإمام البخاري
Geleerde · gest. 256 AH
Steunt op de uitleg van Mujāhid.
-
ʿĀʾisha bint Abī Bakr
عائشة بنت أبي بكر
Metgezel · gest. 58 AH
Overleverde dat de Profeet ﷺ in buiging en neerwerping "de Koran uitvoerde".
-
Sufyān ibn ʿUyayna
سفيان بن عيينة
Geleerde · gest. 198 AH
Zei: de sunna is de taʾwīl van gebod en verbod.
-
Abū ʿUbayd al-Qāsim ibn Sallām
أبو عبيد القاسم بن سلام
Geleerde · gest. 224 AH
Zei: de fiqh-geleerden kennen de taʾwīl beter dan de taalkundigen.
-
Sībawayh
سيبويه
Geleerde · gest. 180 AH
Zijn volgelingen kennen meer van zijn bedoelingen dan de taal alleen zegt.
-
al-Imām Mālik
الإمام مالك
Geleerde · gest. 179 AH
Zei: het rijzen is bekend, het hoe onbekend, erin geloven is plicht, ernaar vragen innovatie.
-
Rabīʿa ar-Raʾy
ربيعة الرأي
Geleerde · gest. 136 AH
Leraar van Mālik; zei: het rijzen is bekend, het hoe onbekend; van Allah de uitleg, van de Boodschapper het overbrengen, van ons het geloof.
Genoemd in de bronvermelding
-
al-Imām Muslim
الإمام مسلم
Geleerde · gest. 261 AH
Overleverde "ik kan Uw lof niet tellen".
-
Ibn Ḥibbān
ابن حبان
Geleerde · gest. 354 AH
Abū Ḥātim; overleverde in zijn Ṣaḥīḥ "bij elke naam die U hebt".
Herhaling
Het belangrijkste vlak voor een toets
- Regel 5: kennen in één opzicht, niet in een ander.
- Allah beval de hele Koran te overdenken.
- Taʾwīl heeft drie betekenissen.
- Stoppen en doorlezen in het vers uit Āl ʿImrān botsen niet.
- Mujāhid is de imam van de uitleggers.
- De taʾwīl van een gebod is het doen; van een mededeling het gebeuren.
- Het rijzen is bekend, het hoe onbekend.
- De namen: één Wezen, verschillende betekenissen.
- De hele Koran is muḥkam en mutashābih in algemene zin.
- De meeste dwaling komt uit gelijkenis.
- De eenheid van het bestaan komt uit het verwarren van één in werkelijkheid en één in soort.
- Elke taʾwīl ontkennen met het vers is tegenstrijdig.
Flitskaarten
Mijn favorieten
Tik op het sterretje bij een kaart om hem hier te bewaren.
Veelgemaakte fouten
Fouten die studenten bij dit hoofdstuk vaak maken, met wat juist is.
✗ Niet zo: Taʾwīl in het vers lezen als de latere term
✓ Wel zo: In de Koran betekent het de werkelijkheid, bij de commentatoren uitleg.
✗ Niet zo: Elke taʾwīl ontkennen met het vers
✓ Wel zo: Het vers bevestigt een taʾwīl die alleen Allah kent; elke taʾwīl ontkennen is tegenstrijdig.
✗ Niet zo: Beweren dat we het onbegrijpelijke kregen
✓ Wel zo: Onjuist door het bevel te overdenken, en tegenstrijdig met de bewering dat er een taʾwīl tegen de ẓāhir is.
✗ Niet zo: Eén in werkelijkheid en één in soort verwarren
✓ Wel zo: Dat is de kern van de leer van de eenheid van het bestaan.
✗ Niet zo: "Ẓāhir" in één context in twee betekenissen gebruiken
✓ Wel zo: Zonder uitleg is dat misleiding.
Test jezelf
Wat bewijst de auteur met de verzen over overdenken?
Het stoppen na "dan Allah" is overgeleverd van:
Wat bedoelt Mujāhid als hij zegt dat de geleerden de taʾwīl kennen?
Taʾwīl als "wegdraaien naar de zwakkere betekenis met bewijs" is de term van:
In "dit is de taʾwīl van mijn droom" betekent taʾwīl:
Sufyān ibn ʿUyayna zei: de sunna is de taʾwīl van gebod en verbod.
Wie zei: "van Allah de uitleg, van de Boodschapper het overbrengen, van ons het geloof"?
"Het rijzen is bekend, het hoe onbekend" betekent dat ook de betekenis van rijzen onbekend is.
Allahs namen, wat Wezen en eigenschappen betreft:
Algemene tashābuh in de Koran betekent:
Algemene tashābuh botst met algemene iḥkām.
Imam Aḥmad zei: mensen vergissen zich meestal door:
De kernfout van de eenheid-van-het-bestaan: ze onderscheidden niet tussen:
Hoe antwoord je een christen die zich op "Wij hebben de Vermaning neergezonden" beroept?
Waarom is het tegenstrijdig dat ontkenners van taʾwīl dit vers aanhalen?
Originele tekst
Deze pagina bundelt de onderdelen van dit hoofdstuk. De tekst van elk onderdeel zoals in de notities:
- Onderdeel 13 القاعدة الخامسة: نعلم ما أخبرنا به من وجه دون وجه
Tekst van het onderdeel · Bladzijden: p. 32–35
- Onderdeel 14 معنى الإحكام والتشابه، وحقيقة التأويل
Tekst van het onderdeel · Bladzijden: p. 36
Het hele hoofdstuk in de notities: at-Tadmuriyya van Ibn Taymiyya · p. 32–42 p. 32
Dit is een studiehulp; de notities zelf blijven de bron.