NLAR

Eenheid 2: De twee grondslagen: sommige eigenschappen zoals andere, de eigenschappen zoals het Wezen

Overzicht

Eenheid 2 · 2 onderdelen

De twee grondslagen: sommige eigenschappen zoals andere, de eigenschappen zoals het Wezen

Grondslag 1: wat je van sommige eigenschappen zegt, geldt voor de andere; grondslag 2: wat je van de eigenschappen zegt, geldt als wat je van het Wezen zegt

Na de weg van de salaf volgen twee grondslagen, twee voorbeelden en een afsluiting. Grondslag 1: wat je van sommige eigenschappen zegt, geldt ook voor de andere. Dat treft wie zeven eigenschappen bevestigt en liefde, tevredenheid en toorn ontkent; wie de namen bevestigt en de eigenschappen ontkent; wie beide ontkent; en zelfs wie beide tegendelen ontkent. Elke ontkenner moet bij wat hij wél bevestigt hetzelfde aanvaarden als waar hij voor vluchtte. Het bezwaar van "gemis en vermogen" wordt op drie manieren weerlegd, en ook het bezwaar van "samengesteldheid". Grondslag 2: wat je van de eigenschappen zegt, is als wat je van het Wezen zegt. Wie een Wezen erkent dat op geen ander lijkt, moet eigenschappen erkennen die op geen andere lijken. Daarom zeiden Rabīʿa en Mālik: het rijzen boven is bekend, het hoe is onbekend.

Bron: at-Tadmuriyya van Ibn Taymiyya · p. 11–16

Je voortgang in dit hoofdstuk0%

De twee grondslagen in één kaart

Van bladzijde 11 tot 16.

De twee grondslagenze houden elke ontkenner aan wat hij zelf bevestigt
  • Grondslag 1sommige eigenschappen zoals andere
    • tegen wie zeven eigenschappen aanneemt
    • tegen wie namen zonder eigenschappen aanneemt
    • tegen wie namen en eigenschappen ontkent
    • tegen wie beide tegendelen ontkent
  • Bezwaar: gemis en vermogenp. 13–15
    • bestaan en niet-bestaan zijn tegendelen
    • wat volmaaktheid niet kan dragen is gebrekkiger
    • een gedeelde naam is geen vergelijking
  • Bezwaar: samengesteldheidp. 15
    • hun "intellect, denker, gedachte"
    • de eigenschap is niet hetzelfde als de drager
  • Grondslag 2de eigenschappen zoals het Wezen
    • het rijzen is bekend, het hoe onbekend
    • "Hoe daalt Hij neer?" "Hoe is Hij?"
  • Tegenstrijdigheid van de herinterpreteerdersp. 16
    • bij ontkennen: geen vaste maatstaf
    • bij bevestigen: hetzelfde probleem in de nieuwe betekenis

Het hoofdstuk in één oogopslag

  1. De weg van de salaf wordt duidelijk door twee grondslagen, twee voorbeelden en een afsluitend geheel (zeven regels).
  2. Wie willen bevestigt als "een willen dat bij Hem past", moet ook liefde, tevredenheid en toorn bevestigen "die bij Hem passen"; anders scheidt hij gelijke dingen.
  3. Wie toorn uitlegt als "het koken van het hartbloed", krijgt te horen: en willen is "de neiging van de ziel naar voordeel of weg van schade"; beide zijn beschrijvingen van schepselen.
  4. Het ontbreken van één bepaald bewijs betekent niet dat het bewezene ontbreekt; wie ontkent moet net zo goed bewijs leveren als wie bevestigt.
  5. Elk argument tegen de eigenschappen werkt ook tegen de namen; het antwoord op het ene is het antwoord op het andere.
  6. Wat leven en dood, zien en blindheid niet kan dragen, is gebrekkiger dan wat dat wel kan: een blinde is volmaakter dan een muur.
  7. Wat je van de eigenschappen zegt, is als wat je van het Wezen zegt: een echt Wezen dat op geen ander lijkt, heeft echte eigenschappen die op geen andere lijken.
  8. Het hoe van een eigenschap kennen volgt uit het hoe van de drager kennen; wie het hoe van Zijn Wezen niet kent, kan niet vragen naar het hoe van Zijn neerdalen of rijzen.

Onderdelen van dit hoofdstuk

  1. Onderdeel 5 · p. 11 الأصل الأول: القول في بعض الصفات كالقول في بعض
  2. Onderdeel 6 · p. 15 الأصل الثاني: القول في الصفات كالقول في الذات

Tekst: editie as-Saʿawī; paginanummers: de scan.

Schema’s

Grondslag 1 tegenover vier groepen

p. 11–15: elk krijgt over wat hij ontkent te horen wat hij zelf zegt over wat hij bevestigt.

  1. Wie zeven eigenschappen aanneemt"willen dat bij Hem past" = "liefde, tevredenheid en toorn die bij Hem passen"
  2. Wie namen zonder eigenschappen aanneemtje ziet ook niets "levend, wetend, machtig" dat geen lichaam is; ontken dan ook de namen
  3. Wie namen én eigenschappen ontkentze ontkennen is vergelijken met het niet-bestaande, en dat is erger
  4. Wie beide tegendelen ontkentdie vergelijkt met het onmogelijke

Onderdeel 5p. 11

Antwoord op het bezwaar "gemis en vermogen"

Het bezwaar: beide tegendelen ontkennen kan alleen niet bij iets dat ze kan dragen; een muur is niet blind en niet ziend (p. 13–15).

  1. Eerste antwoordhet geldt niet voor bestaan en niet-bestaan, dat zijn tegendelen volgens iedereen; "gemis en vermogen" is een vakterm, en de Koran noemt levenloze dingen "dood"
  2. Tweede antwoordwat volmaaktheid niet kan dragen is gebrekkiger; je beschrijft Hem als levenloos; en wat bestaan en niet-bestaan niet kan dragen is nog onmogelijker
  3. Derde antwoordeen paar gedeelde namen is niet het verboden vergelijken; verboden is delen in wat alleen de Schepper toekomt

Onderdeel 5p. 14

Waarom we het hoe niet kennen

p. 15–16

Het Wezen lijkt op geen anderen we kennen het hoe ervan niet
    De eigenschap volgt uit de dragerhaar hoe kennen volgt uit zijn hoe kennen
      Dus: de eigenschappen zijn echt, hun hoe is onbekendhet rijzen is bekend, het hoe onbekend

        Onderdeel 6p. 15

        Twee antwoorden aan wie alleen met het verstand bewijst

        Hij zegt: de zeven bewijs ik met het verstand: ontstaan wijst op macht, specificatie op willen, vakmanschap op kennis (p. 12).

        VergelijkingAntwoordUitleg
        Eerstegeen bepaald bewijs betekent niet dat het er niet isals jouw verstandelijk bewijs ze niet bevestigt, ontkent het ze ook niet; de overlevering bevestigt ze zonder tegenbewijs
        Tweedeze zijn te bewijzen met dezelfde soort redeneringweldaden wijzen op barmhartigheid, eren van gehoorzamen op liefde, straffen van ongelovigen op afkeer, mooie doelen op wijsheid

        Onderdeel 5p. 12

        Uitleg

        1. Opzet: twee grondslagen, twee voorbeelden, een afsluiting

          Hij zegt: dit wordt duidelijk door twee edele grondslagen, twee voorbeelden (en aan Allah komt het hoogste voorbeeld toe) en een afsluitend geheel. De grondslagen staan in deze eenheid, de voorbeelden (Paradijs en ziel) in eenheid 3, en het afsluitende geheel zijn de zeven regels daarna.

        2. Grondslag 1 tegenover wie zeven eigenschappen aanneemt

          Stel dat hij erkent dat Allah levend is met leven, wetend met kennis, machtig met macht, horend, ziend, sprekend en willend, en dit letterlijk neemt, maar liefde, tevredenheid, toorn en afkeer overdrachtelijk noemt en uitlegt als willen of als gunsten en straffen. Dan zegt men: er is geen verschil tussen wat je ontkent en wat je bevestigt. Zeg je dat Zijn willen als dat van schepselen is, dan ook Zijn liefde: dat is vergelijken. Zeg je dat Hij een willen heeft dat bij Hem past, dan heeft Hij ook liefde, tevredenheid en toorn die bij Hem passen.

          Meer uitleg

          Zegt hij: toorn is het koken van het hartbloed uit wraakzucht, dan: en willen is de neiging van de ziel naar voordeel of weg van schade. Zegt hij: dat is het willen van een schepsel, dan: en dat is de toorn van een schepsel. En zoals hij zelf tegen de Muʿtazilī zegt dat de Eeuwige willen en spraak kan hebben anders dan schepselen, zo zeggen de bevestigers van alle eigenschappen het tegen hem.

        3. Als hij zegt: de zeven bewijs ik met het verstand

          Hij zegt: een ontstane daad wijst op macht, specificatie op willen, vakmanschap op kennis; die vereisen leven, en wie leeft is horend, ziend en sprekend of het tegendeel. Twee antwoorden. Eén: het ontbreken van een bepaald bewijs betekent niet dat het bewezene ontbreekt; als jouw bewijs ze niet bevestigt, ontkent het ze ook niet; wie ontkent heeft ook bewijs nodig, en de overlevering bevestigt ze zonder tegenbewijs. Twee: ze zijn te bewijzen met dezelfde soort redenering: weldaden wijzen op barmhartigheid, eren van gehoorzamen op liefde, straffen van ongelovigen op afkeer, lofwaardige doelen op wijsheid.

          Meer uitleg

          Hij voegt toe: lofwaardige doelen wijzen nog sterker op wijsheid dan specificatie op wil, omdat de doeloorzaak sterker is. Daarom spreekt de Koran veel meer over de gunsten en de wijsheid in de schepping dan over louter wil.

        4. Tegenover wie de namen aanneemt maar niet de eigenschappen

          Zoals de Muʿtazilī die zegt "levend, wetend, machtig" maar leven, kennis en macht ontkent. Zegt hij dat eigenschappen vergelijking en lichamelijkheid meebrengen, omdat wij alleen lichamen met eigenschappen zien, dan: je ziet ook niets dat "levend, wetend, machtig" heet behalve lichamen. Ontken je om die reden, ontken dan ook de namen, en zelfs dat Hij "iets" is. Elk argument tegen de eigenschappen werkt evengoed tegen de namen.

        5. Tegenover wie namen en eigenschappen ontkent, en wie beide tegendelen ontkent

          Zegt de extremist: ik noem Hem niet bestaand, levend, wetend of machtig, want dat is vergelijken met wat bestaat, dan: zeg je dat Hij niet bestaat en niet leeft, dan vergelijk je met het niet-bestaande, en dat is lelijker. Zegt hij: ik ontken het ontkennen én het bevestigen, dan: dan vergelijk je met het onmogelijke, want iets kan niet tegelijk bestaan en niet bestaan, en ook niet geen van beide.

        6. Het bezwaar van gemis en vermogen, en het antwoord

          Bezwaar: beide tegendelen ontkennen is alleen onmogelijk bij iets dat ze kan dragen; leven en dood zijn "gemis en vermogen", geen echte tegendelen; een muur is niet blind en niet ziend. Antwoorden: 1) Dit gaat niet op voor bestaan en niet-bestaan, dat zijn volgens alle verstandigen echte tegendelen. Leven en dood "gemis en vermogen" noemen is een term van de peripatetici; een term ontkent geen werkelijkheid, en Allah noemt levenloze dingen "dood, niet levend". 2) Wat leven en dood niet kan dragen is gebrekkiger: een blinde is volmaakter dan een steen. Je vluchtte voor vergelijking met levende wezens en beschreef Hem als levenloos. 3) Een paar gedeelde namen is niet het verboden vergelijken.

          Meer uitleg

          Bij 2 voegt hij toe: wat bestaan en niet-bestaan niet kan dragen is nog onmogelijker dan wat beide tegelijk heeft of mist; zo maak je de Noodzakelijke, die niet kan ophouden te bestaan, tot het meest onmogelijke. En wat de Noodzakelijke kan dragen, heeft Hij ook noodzakelijk, want Zijn eigenschappen hangen van niets anders af. Bij 3: verboden is alleen delen in wat de Schepper eigen is (wat voor Hem noodzakelijk, mogelijk of onmogelijk is). De waarheid "vergelijking" of "lichamelijkheid" noemen is misleiding van onwetenden; zo hebben de ketters het verstand en de religie van mensen bedorven.

        7. Het bezwaar van samengesteldheid en het antwoord

          De ontkenners zeggen: kennis, macht en willen bevestigen betekent meerdere eigenschappen, en dat is onmogelijke samengesteldheid. Antwoord: jullie zeggen zelf "noodzakelijk bestaand, intellect, denker en gedachte, minnaar en beminde, genietbaar, genietend en genot"; dat zijn verschillende begrippen, volgens jullie samenstelling, en toch noemen jullie het tawḥīd. Zeggen ze: dat is echte eenheid, dan: een Wezen met de eigenschappen die bij Hem horen is ook echte eenheid.

          Meer uitleg

          Het verstand weet dat "wetend zijn" iets anders betekent dan "machtig zijn", en dat Zijn Wezen niet hetzelfde is als wetend en machtig zijn. Wie de ene eigenschap de andere noemt en de eigenschap de drager, is een grote sofist; dan zou ook het bestaan van het mogelijke het bestaan van het noodzakelijke zijn, één bestaan in aantal. Dat is de leer van de eenheid van het bestaan, die de Noodzakelijke elk gebrek toeschrijft. Hoe je het ook draait, de ontkenners hebben ongelijk.

        8. Conclusie van grondslag 1

          Dit geldt overal: wie iets ontkent van wat de Boodschapper meldde om iets te vermijden, moet bij wat hij wel bevestigt hetzelfde aanvaarden. Uiteindelijk moet hij een noodzakelijk, eeuwig bestaande bevestigen met eigenschappen die Hem onderscheiden en waarin Hij niet op Zijn schepselen lijkt. Dan: zo geldt het voor alle eigenschappen. Elke naam en eigenschap heeft een gedeelde kern waardoor we de woorden begrijpen; maar wat Allah eigen is, is groter dan wat in een mens opkomt.

        9. Grondslag 2: de eigenschappen zoals het Wezen

          Niets is als Allah, niet in Zijn Wezen, niet in Zijn eigenschappen en niet in Zijn daden. Heeft Hij een echt Wezen dat op geen ander lijkt, dan heeft dat Wezen echte eigenschappen die op geen andere lijken. Vraagt iemand: hoe rees Hij boven de Troon? Dan zegt men, zoals Rabīʿa, Mālik en anderen: het rijzen is bekend, het hoe is onbekend, erin geloven is verplicht, en naar het hoe vragen is een bidʿa, omdat het een vraag is naar iets wat mensen niet weten.

          Meer uitleg

          Vraagt hij: hoe daalt onze Heer neer naar de onderste hemel? Dan: hoe is Hij? Zegt hij: dat weet ik niet, dan: wij weten ook niet hoe Hij neerdaalt, want het hoe van een eigenschap kennen vereist het hoe van de drager kennen. Erken je een echt Wezen met volmaakte eigenschappen waar niets op lijkt, dan zijn Zijn horen, zien, spreken, neerdalen en rijzen ook echt, zonder dat er iets van schepselen op lijkt.

        10. Tegenstrijdigheid bij wie sommige eigenschappen ontkent

          Wie sommige eigenschappen ontkent en voor die eigenschappen overlaten (tafwīḍ) of herinterpreteren tegen de taal in eist, heeft geen vaste maatstaf. Vraag je: waarom herinterpreteer je dit en laat je dat staan, terwijl de vraag dezelfde is?, dan heeft hij geen goed antwoord. Ook bij bevestigen is hij tegenstrijdig: wie liefde, tevredenheid en toorn uitlegt als het willen van beloning en straf, krijgt bij willen hetzelfde probleem; wie ze uitlegt als geschapen beloning en straf, ook.

          Meer uitleg

          Want een daad zoals wij die kennen, bestaat eerst in de handelende; en beloning en straf komen voor daden die de beloner liefheeft of verafschuwt. Bevestigen ze de daad zoals bij de mens, dan vergelijken ze; bevestigen ze haar anders, dan geldt dat ook voor alle eigenschappen.

        Kernpunten

        DefinitieUit het boek

        Grondslag 1

        • wat je van sommige eigenschappen zegt, geldt voor de andere
        • wat hij zegt over wat hij bevestigt, geldt voor wat hij ontkent
        • willen en liefde staan gelijk: beide wel of beide geen vergelijking
        DefinitieUit het boek

        Grondslag 2

        • wat je van de eigenschappen zegt, is als wat je van het Wezen zegt
        • een echt Wezen dat op geen ander lijkt = echte eigenschappen die op geen andere lijken
        • het hoe van een eigenschap kennen volgt uit het hoe van de drager kennen
        OpsommingUit het boek

        De uitspraak van Rabīʿa en Mālik

        1. het rijzen is bekend
        2. het hoe is onbekend
        3. erin geloven is verplicht
        4. naar het hoe vragen is bidʿa
        OpsommingUit het boek

        De verstandelijke bewijzen van theologen voor de zeven

        1. ontstane daad → macht
        2. specificatie → willen
        3. vakmanschap → kennis
        4. deze drie → leven
        5. wie leeft, hoort, ziet en spreekt of het tegendeel
        OpsommingUit het boek

        Even verstandelijke bewijzen voor de andere eigenschappen

        1. weldaden → barmhartigheid
        2. eren van gehoorzamen → liefde
        3. straffen van ongelovigen → afkeer
        4. lofwaardige doelen → wijsheid
        OnderscheidUit het boek

        Tegendelen tegenover gemis en vermogen

        • tegendelen: nooit samen, nooit beide weg, zoals bestaan en niet-bestaan
        • gemis en vermogen: een eigenschap of het missen ervan bij iets dat haar kan hebben, zoals zien en blindheid
        • leven en dood bij het tweede indelen is een term van de peripatetici
        BewijsUit het boek

        Levenloze dingen heten "dood"

        • "dood, niet levend, en ze weten niet wanneer ze opgewekt worden"
        • dat is gangbaar in het Arabisch en andere talen

        خبايا الزوايا

        Khabāyā az-zawāyā: wat in de hoeken verborgen zit. Fijne punten, uitzonderingen en subtiele onderscheiden uit de les zelf, die je bij snel lezen mist.

        Met zijn eigen woorden

        Wie eigenschappen scheidt, krijgt over wat hij ontkent dezelfde woorden die hij zelf tegen zijn tegenstander gebruikt: wat wie de zeven eigenschappen aanneemt tegen de Muʿtazilī zegt over willen, zeggen de bevestigers van alle eigenschappen tegen hem over liefde.

        De doeloorzaak is sterker

        Lofwaardige doelen wijzen sterker op wijsheid dan specificatie op wil; daarom noemt de Koran zo vaak de gunsten en de wijsheid.

        Wat Hem kan toekomen, komt Hem toe

        Wat de Noodzakelijke kan dragen, heeft Hij noodzakelijk, omdat Zijn eigenschappen van niets anders afhangen: als het mogelijk is, is het ook noodzakelijk.

        Twee soorten Bāṭiniyya

        Sommigen zeggen ronduit dat beide tegendelen wegvallen; anderen zeggen: ik bevestig geen van beide. Dat laatste is als de onwetendheid van een onwetende of het zwijgen van een zwijger: het verandert niets aan de werkelijkheid.

        Hun "eenheid" is samengesteld volgens hun eigen maat

        De filosofen zeggen "intellect, denker en gedachte" en "genot, genietend, genietbaar" en noemen dat eenheid, terwijl het naar hun eigen maatstaf samengesteld is. Dus moeten ze eigenschappen aanvaarden.

        Zonder gedeelde kern geen begrip

        Elke naam en eigenschap heeft een gedeelde kern; anders zouden we Allahs woorden niet begrijpen. Maar wat Hem eigen is, is groter dan wat in ons opkomt.

        Begrippen

        الصفات السبع

        aṣ-ṣifāt as-sabʿ

        De zeven eigenschappen: leven, kennis, macht, horen, zien, spreken en willen, die sommige theologen met het verstand bevestigen.

        Liefde, tevredenheid en toorn noemen zij overdrachtelijk en leggen ze uit als willen, of als gunsten en straffen.

        المجاز

        al-majāz

        Overdrachtelijk gebruik: een woord een andere dan zijn eigenlijke betekenis geven.

        العلة الغائية

        al-ʿilla al-ghāʾiyya

        De doeloorzaak: het lofwaardige doel waar een daad op uitloopt; het wijst op wijsheid.

        Ze wijst sterker op wijsheid dan specificatie op wil.

        التخصيص

        at-takhṣīṣ

        Specificatie: dat iets ontstaat met deze eigenschap en op dit moment en niet anders; theologen bewijzen er het willen mee.

        الإحكام

        al-iḥkām

        Vakmanschap in een daad; het wijst op kennis.

        تقابل السلب والإيجاب

        taqābul as-salb wa-l-ījāb

        Tegenstelling van ontkenning en bevestiging: twee dingen die niet samen kunnen bestaan en niet samen kunnen wegvallen, zoals bestaan en niet-bestaan.

        تقابل العدم والملكة

        taqābul al-ʿadam wa-l-malaka

        Tegenstelling van vermogen en gemis: een eigenschap en het ontbreken ervan bij iets dat haar kan hebben, zoals zien en blindheid; van een muur zeg je niet dat hij blind of ziend is.

        Een vakterm van de peripatetische filosofen, geen bewijs om werkelijkheden te ontkennen.

        المشاؤون

        al-mashshāʾūn

        De peripatetici: filosofen in de lijn van Aristoteles.

        التركيب

        at-tarkīb

        Samengesteldheid: de bewering van ontkenners dat meerdere eigenschappen het Wezen samengesteld maken.

        وحدة الوجود

        waḥdat al-wujūd

        Eenheid van het bestaan: de leer dat er maar één bestaan is, zodat het bestaan van het schepsel dat van de Schepper is.

        Dit volgt uit de leer dat de eigenschap de drager is en de ene eigenschap de andere.

        الواحد بالعين والواحد بالنوع

        al-wāḥid bi-l-ʿayn wa-bi-n-nawʿ

        Eén in aantal: precies hetzelfde ding; één in soort: verschillende dingen van dezelfde soort.

        التفويض

        at-tafwīḍ

        Overlaten: bij ontkenners van sommige eigenschappen de betekenis van de tekst laten rusten en niet bevestigen.

        الكيفية

        al-kayfiyya

        Het hoe: hoe een eigenschap werkelijk is; alleen Allah weet het.

        Regels (qawāʿid)

        De uṣūl-regels (qawāʿid) en vuistregels uit dit hoofdstuk, kort geformuleerd om te onthouden.

        1. Wat je van sommige eigenschappen zegt, geldt voor de andere

          القول في بعض الصفات كالقول في بعض

          Grondslag 1.

          Voorbeeld: Willen en liefde: past het ene bij Hem, dan ook het andere.

        2. Wat je van de eigenschappen zegt, is als wat je van het Wezen zegt

          القول في الصفات كالقول في الذات

          Grondslag 2.

          Voorbeeld: "Hoe daalt Hij?" "Hoe is Hij?"

        3. Het ontbreken van een bepaald bewijs betekent niet dat het bewezene ontbreekt

          عدم الدليل المعين لا يستلزم عدم المدلول المعين

        4. Wie ontkent moet bewijzen, net als wie bevestigt

          النافي عليه الدليل كما على المثبت

        5. Het hoe van een eigenschap volgt uit het hoe van de drager

          العلم بكيفية الصفة فرع عن العلم بكيفية الموصوف

        6. Elke ontkenner moet bij wat hij bevestigt aanvaarden waarvoor hij vluchtte

          كل ناف يلزمه فيما أثبته نظير ما فر منه

          Dat geldt altijd.

        Meningsverschillen

        Kwesties waarover de geleerden verschillen, met de standpunten en wat de auteur of de toelichting de voorkeur geeft.

        1. Hoe staat het met liefde, tevredenheid en toorn?

          1. Ahl as-sunna: echte eigenschappen die bij Hem passen, zoals willen
          2. Wie de zeven aanneemt: overdrachtelijk, uitgelegd als willen of als gunsten en straffen

          Voorkeur: Het eerste: er is geen verschil tussen wat zij bevestigen en wat zij ontkennen.

          Gevolg van het verschil: Wie ze scheidt, heeft geen vaste maatstaf.

        2. Mag je vragen naar het hoe van rijzen en neerdalen?

          1. Nee: naar het hoe vragen is bidʿa; het hoe is onbekend

          Voorkeur: Zoals Rabīʿa, Mālik en anderen zeiden.

        Koranverzen

        De Koranverzen die in dit hoofdstuk als bewijs of voorbeeld worden aangehaald, en waarvoor.

        1. ﴿﴿والذين يدعون من دون الله لا يخلقون شيئا وهم يخلقون أموات غير أحياء وما يشعرون أيان يبعثون﴾﴾

          Levenloze dingen heten "dood"; dus leven en dood zijn niet alleen "gemis en vermogen".

        Personen

        De personen die in dit hoofdstuk genoemd worden, en waarom.

        Genoemd in de tekst

        Herhaling

        Het belangrijkste vlak voor een toets

        • De methode: twee grondslagen, twee voorbeelden, een afsluiting.
        • Grondslag 1: sommige eigenschappen zoals andere.
        • Willen dat bij Hem past = liefde en toorn die bij Hem passen.
        • Geen bepaald bewijs betekent niet dat het er niet is.
        • Wie de eigenschappen ontkent, moet ook de namen ontkennen.
        • Bestaan ontkennen = vergelijken met het niet-bestaande; beide tegendelen ontkennen = met het onmogelijke.
        • Een blinde is volmaakter dan een muur.
        • Een Wezen met eigenschappen is eenheid, geen samenstelling.
        • Grondslag 2: de eigenschappen zoals het Wezen.
        • Rijzen bekend, hoe onbekend, geloof verplicht, vragen bidʿa.

        Flitskaarten

        Mijn favorieten

        Tik op het sterretje bij een kaart om hem hier te bewaren.

        Veelgemaakte fouten

        Fouten die studenten bij dit hoofdstuk vaak maken, met wat juist is.

        • ✗ Niet zo: Denken dat "het hoe is onbekend" betekent dat de betekenis onbekend is

          ✓ Wel zo: Er staat ook "het rijzen is bekend": de betekenis is bekend; alleen het hoe niet.

        • ✗ Niet zo: Denken dat toorn als willen uitleggen vergelijking voorkomt

          ✓ Wel zo: Ook willen is bij schepselen een neiging van de ziel; wat voor toorn geldt, geldt ook voor willen.

        • ✗ Niet zo: Denken dat meerdere eigenschappen samengesteldheid zijn en tawḥīd schaden

          ✓ Wel zo: Een Wezen met de eigenschappen die bij Hem horen, is echte eenheid.

        • ✗ Niet zo: Denken dat zeggen "Hij leeft niet en is niet dood" eer aan Hem is

          ✓ Wel zo: Wat geen van beide kan zijn, is gebrekkiger dan wat leeft: dat is Hem als levenloos beschrijven.

        Test jezelf

        1. Waarmee maakt de auteur de weg van de salaf duidelijk?

        2. Wie toorn uitlegt als koken van het hartbloed, krijgt te horen:

        3. Wie ontkent hoeft niets te bewijzen; alleen wie bevestigt.

        4. Waarmee bewijzen de bevestigers liefde met het verstand?

        5. Wie eigenschappen ontkent omdat hij alleen lichamen met eigenschappen ziet, moet ook:

        6. Bestaan en niet-bestaan staan tegenover elkaar als gemis en vermogen.

        7. Wat is volgens de auteur volmaakter?

        8. "Gemis en vermogen" voor leven en dood is een term van:

        9. Hoe weerlegt hij het bezwaar van samengesteldheid?

        10. Wie de eigenschap gelijkstelt aan de drager, komt uit bij:

        11. Grondslag 2 is:

        12. Rabīʿa en Mālik: "vragen naar het hoe is..."

        13. Wie het hoe van Allahs Wezen niet kent, kan niet vragen naar het hoe van Zijn eigenschappen.

        14. Wie liefde uitlegt als het willen van beloning:

        Originele tekst

        Deze pagina bundelt de onderdelen van dit hoofdstuk. De tekst van elk onderdeel zoals in de notities:

        1. Onderdeel 5 الأصل الأول: القول في بعض الصفات كالقول في بعض

          Tekst van het onderdeel · Bladzijden: p. 11–14

        2. Onderdeel 6 الأصل الثاني: القول في الصفات كالقول في الذات

          Tekst van het onderdeel · Bladzijden: p. 15

        Het hele hoofdstuk in de notities: at-Tadmuriyya van Ibn Taymiyya · p. 11–16 p. 11

        Dit is een studiehulp; de notities zelf blijven de bron.