Zijn huwelijk met Khadīja, zijn vrouwen en kinderen#
Khadīja. Toen hij vijfentwintig was, reisde hij voor de handel van Khadīja naar Syrië, samen met haar knecht Maysara. Khadīja was een aanzienlijke en vermogende koopvrouw. Zij had gehoord van zijn eerlijkheid en betrouwbaarheid en bood hem meer dan ze anderen gaf. Na zijn terugkeer zag ze een betrouwbaarheid en zegen in haar bezit die ze nooit eerder had gezien, en Maysara vertelde over zijn edele karakter. Vele leiders wilden met haar trouwen, maar ze weigerde. Via haar vriendin Nafīsa bint Munya liet ze hem een huwelijk voorstellen, en hij stemde in. Zij was de eerste vrouw met wie hij trouwde, hij trouwde niet met een andere vrouw zolang zij leefde, en al zijn kinderen behalve Ibrāhīm waren van haar.
Zijn vrouwen na Khadīja. Sawda bint Zamʿa, ʿĀʾisha bint Abī Bakr, Ḥafṣa bint ʿUmar, Zaynab bint Khuzayma, Umm Salama Hind bint Abī Umayya, Zaynab bint Jaḥsh, Juwayriya bint al-Ḥārith (eerst Barra genoemd), Umm Ḥabība Ramla bint Abī Sufyān, Ṣafiyya bint Ḥuyayy en Maymūna bint al-Ḥārith.
Zijn kinderen. al-Qāsim (naar hem heette hij Abū l-Qāsim, stierf op tweejarige leeftijd), ʿAbd Allāh (aṭ-Ṭayyib en aṭ-Ṭāhir genoemd), Ibrāhīm (geboren in Medina in 8 AH, van Māriya al-Qibṭiyya, een geschenk van de heerser van Egypte), en de dochters Zaynab, Ruqayya, Umm Kulthūm en Fāṭima. Allen stierven tijdens zijn leven, behalve Fāṭima.
Opdrachten. Het boek vraagt ook naar de vrouw die hem het meest dierbaar was, naar de plaats van ʿĀʾisha en naar het weerleggen van wie haar aanvalt.
Kernpunten
- Hij trouwde op zijn vijfentwintigste met Khadīja, na een handelsreis voor haar.
- Zij was zijn eerste vrouw, en tijdens haar leven trouwde hij niet met een ander.
- Al zijn kinderen behalve Ibrāhīm waren van Khadīja.
- Na Khadīja trouwde hij met tien vrouwen, die het boek opsomt.
- Al zijn kinderen stierven vóór hem, behalve Fāṭima.
Bron: السيرة النبوية (١), les 4, vanaf p. 27.
Begrippen
- أمهات المؤمنين ummahāt al-muʾminīn · moeders der gelovigen
- de vrouwen van de Profeet ﷺ (les 4, p. 28)
- الكنية al-kunya · erenaam met Abū of Umm
- zoals Abū l-Qāsim, naar zijn zoon al-Qāsim (les 4, p. 29)
- الطيب الطاهر aṭ-ṭayyib aṭ-ṭāhir · de goede, de reine
- bijnamen van ʿAbd Allāh, de zoon van de Profeet ﷺ (les 4, p. 29)
- المقوقس al-muqawqis · al-Muqawqis
- de heerser van Egypte die Māriya schonk (les 4, p. 27)