De openlijke oproep#
Het bevel. Het eerste vers hierover was 'waarschuw je naaste verwanten' (ash-Shuʿarāʾ 26:214). Het staat in de context van het verhaal van Mūsā, van zijn profeetschap tot de redding van de Banū Isrāʾīl. Volgens het boek is dat een voorbeeld voor de Profeet ﷺ en zijn metgezellen van de ontkenning en vervolging die zouden komen.
Op de Ṣafā. Hij beklom de Ṣafā, riep 'yā ṣabāḥāh' (een alarmkreet) en riep de clans van Quraysh bij naam. Hij vroeg: Als ik jullie vertelde dat er ruiters in het dal zijn die jullie willen overvallen, zouden jullie mij geloven? Zij zeiden: 'Ja, wij hebben van jou alleen de waarheid meegemaakt.' Hij zei: Ik ben een waarschuwer voor jullie voor een zware straf, en vergeleek zichzelf met iemand die de vijand ziet en zijn familie waarschuwt.
Ieder voor zichzelf. Daarna sprak hij elke clan aan en ten slotte zijn eigen familie: Koop jezelf vrij van Allah … ik kan jullie bij Allah niet baten, tot aan al-ʿAbbās, Ṣafiyya en zijn dochter Fāṭima: Vraag van mijn bezit wat je wilt, maar red jezelf van het Vuur. Hij voegde toe dat hij de familieband wel zou onderhouden. Het boek noemt als bron Aḥmad, at-Tirmidhī en an-Nasāʾī, met de basis bij Muslim.
Abū Lahab. Iedereen ging uiteen, behalve Abū Lahab, die zei: 'Verderf over jou, heb je ons hiervoor bijeengeroepen?' Toen kwam soera al-Masad.
Kernpunten
- Het bevel tot de openlijke oproep kwam met ash-Shuʿarāʾ 26:214.
- Op de Ṣafā gebruikte hij hun vertrouwen in zijn eerlijkheid als begin.
- Hij waarschuwde iedere clan en zelfs zijn eigen familie: verwantschap redt niet.
- Abū Lahab wees hem af, en soera al-Masad werd over hem geopenbaard.
Bron: السيرة النبوية (١), les 7, vanaf p. 41.
Begrippen
- الجهر بالدعوة al-jahr bi-d-daʿwa · de openlijke oproep
- de tweede fase, waarin hij openlijk tot de islam riep (les 7, p. 41)
- يا صباحاه yā ṣabāḥāh · alarmkreet
- een kreet om mensen te waarschuwen voor een overval (les 7, p. 41)
- العشيرة الأقربون al-ʿashīra al-aqrabūn · de naaste verwanten
- zijn eigen familie, die hij als eerste openlijk moest waarschuwen (les 7, p. 41)
- نذير nadhīr · waarschuwer
- iemand die waarschuwt voor een komend gevaar of de straf (les 7, p. 41)