De oproep buiten Mekka#
Aṭ-Ṭāʾif. In Shawwāl van het tiende jaar liep hij met Zayd ibn Ḥāritha naar aṭ-Ṭāʾif, ongeveer zestig mijl van Mekka. De leiders wezen hem hard af en stuurden dwazen en slaven op hem af, die hem met stenen bekogelden tot zijn voeten bloedden. Uitgeput viel hij neer. Jibrīl kwam met de engel van de bergen, die aanbood de twee bergen over hen te laten vallen. Hij antwoordde met vergeving: Ik hoop dat Allah uit hun nakomelingen mensen voortbrengt die Allah alleen aanbidden en niets aan Hem toevoegen (al-Bukhārī en Muslim).
De stammen. In Dhū l-Qaʿda keerde hij terug en bood hij de islam aan stam na stam bij het pelgrimsseizoen aan, zoals hij sinds het vierde jaar deed. Vanaf het tiende jaar vroeg hij hun ook hem onderdak en steun te geven.
Zes mannen uit Yathrib. De Arabieren van Yathrib hoorden de joden zeggen dat er een profeet zou komen. Toen hij zes mannen van al-Khazraj sprak, zeiden zij tegen elkaar: 'Dit is de profeet waarmee de joden jullie dreigden, laat hen jullie niet voor zijn.' Zij werden moslim en brachten de boodschap naar Medina.
ʿĀʾisha. In Shawwāl van het elfde jaar van het profeetschap trouwde hij met ʿĀʾisha toen zij zes was; het huwelijk werd voltrokken in Medina in Shawwāl van 1 AH, toen zij negen was.
Isrāʾ en Miʿrāj. Ibn al-Qayyim beschrijft: hij werd met zijn lichaam op al-Burāq met Jibrīl van de Heilige Moskee naar Jeruzalem gebracht, leidde daar de profeten in het gebed, en steeg op naar de hemelen en tot zijn Heer. Hem werden vijftig gebeden opgelegd; op aanraden van Mūsā vroeg hij om verlichting tot het er vijf werden.
Kernpunten
- In aṭ-Ṭāʾif werd hij hard afgewezen, maar hij koos voor vergeving en hoop.
- Hij bood de islam aan de stammen aan en vroeg om bescherming.
- Zes mannen van al-Khazraj werden moslim en brachten de islam naar Medina.
- In de Isrāʾ en Miʿrāj werden de vijf dagelijkse gebeden opgelegd.
Bron: السيرة النبوية (١), les 10, vanaf p. 48.
Begrippen
- الأخشبان al-akhshabān · de twee bergen
- de twee bergen rond Mekka die de engel over hen wilde laten vallen (les 10, p. 48)
- الموسم al-mawsim · het seizoen
- het pelgrimsseizoen waarin stammen naar Mekka kwamen (les 10, p. 48)
- الإسراء al-isrāʾ · de nachtreis
- de reis van de Heilige Moskee naar Jeruzalem (les 10, p. 49)
- المعراج al-miʿrāj · de hemelvaart
- het opstijgen van Jeruzalem naar de hemelen (les 10, p. 49)
- البراق al-burāq · al-Burāq
- het rijdier van de nachtreis (les 10, p. 49)