Het overlijden van de Profeet ﷺ#
De ziekte. Ongeveer drie maanden na de afscheidsbedevaart werd hij ziek, eerst in het huis van Maymūna. Volgens het boek staat in al-Bukhārī dat zijn klacht begon in 7 AH na Khaybar, toen hij een stuk van een vergiftigd schaap at dat hem werd aangeboden door een joodse vrouw, de vrouw van Sallām ibn Mishkam. Hij vroeg zijn vrouwen of hij in het huis van ʿĀʾisha verzorgd mocht worden; zij reciteerde de twee laatste soera's en streek met zijn eigen hand over hem.
Abū Bakr leidt het gebed. Toen hij te ziek werd, beval hij Abū Bakr het gebed te leiden. ʿĀʾisha probeerde het tegen te houden, omdat haar vader een teerhartig man was die huilde bij het reciteren en zij vreesde dat de mensen hem als ongeluksbrenger zouden zien. Hij hield vol. Volgens het boek was dit de duidelijkste aanwijzing voor zijn opvolging: als hij Abū Bakr goed vond voor hun religie en gebed, dan ook voor hun wereldse zaken.
De laatste preek. Leunend op al-ʿAbbās en ʿAlī ging hij naar buiten, leidde het gebed en prees Abū Bakr. Hij zei dat Allah een dienaar liet kiezen tussen de wereld en wat bij Hem is, en dat die dienaar koos voor wat bij Allah is; Abū Bakr begreep dat hij zichzelf bedoelde en huilde (het boek geeft geen bron).
Het sterven. Hij leunde tegen de borst van ʿĀʾisha, doopte zijn hand in water, wreef zijn gezicht en zei: Er is geen god dan Allah; de dood kent zijn doodsstrijd. Hij zei: Met hen aan wie Allah gunst heeft geschonken en O Allah, de hoogste metgezel, en ʿĀʾisha begreep dat hij een keuze kreeg. Tegen Fāṭima zei hij: Na vandaag heeft je vader geen pijn meer, en hij vertelde haar dat zij als eerste van zijn familie zou volgen (het boek geeft hiervoor geen bron). Hij stierf op maandag 12 Rabīʿ al-Awwal 11 AH, in de voormiddag, met zijn hoofd in de schoot van ʿĀʾisha. Het laatste wat hij proefde was haar speeksel via de siwāk die zij voor hem zacht had gekauwd.
Abū Bakr. Abū Bakr kwam, ontblootte zijn gezicht en kuste hem. Hij zei tot de mensen: 'Wie Muḥammad aanbad: Muḥammad is gestorven; wie Allah aanbad: Allah leeft en sterft niet', en reciteerde Āl ʿImrān 3:144. ʿUmar zakte op de grond. Fāṭima rouwde om haar vader. Zijn leven eindigde, maar zijn boodschap blijft tot de Dag des Oordeels.
Zegeningen over de Profeet ﷺ. al-Aḥzāb 33:56. Muslim overlevert van ʿAbd Allāh ibn ʿAmr: Wie één keer zegen over mij uitspreekt, over hem spreekt Allah daarmee tien keer zegen uit. Het boek geeft de bekende formule 'Allāhumma ṣalli ʿalā Muḥammad wa-ʿalā āli Muḥammad …' als overlevering van Abū Hurayra bij al-Bukhārī en Muslim.
Bronnen. (1) Het verhaal van het vergiftigde schaap: al-Bukhārī heeft een uitspraak van ʿĀʾisha over pijn van het eten in Khaybar, maar zonder volledige keten en zonder de naam van de vrouw. (2) De formule van de ṣalāt ibrāhīmiyya staat in al-Bukhārī en Muslim vooral als overlevering van Kaʿb ibn ʿUjra; het boek noemt Abū Hurayra. Graag controleren.
Kernpunten
- De Profeet ﷺ werd ziek ongeveer drie maanden na de afscheidsbedevaart.
- Hij koos ervoor in het huis van ʿĀʾisha verzorgd te worden.
- Dat Abū Bakr het gebed leidde, was volgens het boek de duidelijkste aanwijzing voor zijn opvolging.
- Hij stierf op maandag 12 Rabīʿ al-Awwal 11 AH.
- Abū Bakr bracht de mensen tot rust met Āl ʿImrān 3:144.
- Zegeningen uitspreken over de Profeet ﷺ levert tienvoudige zegen van Allah op.
Bron: السيرة النبوية (١), les 24, vanaf p. 93.
Begrippen
- سكرات الموت sakarāt al-mawt · de doodsstrijd
- de zware momenten van het sterven (les 24, p. 94)
- الرفيق الأعلى ar-rafīq al-aʿlā · de hoogste metgezel
- zijn laatste woorden: hij koos voor wat bij Allah is (les 24, p. 94)
- السواك as-siwāk · tandenstok
- het takje waarmee de tanden worden gepoetst (les 24, p. 94)
- الصلاة على النبي aṣ-ṣalāh ʿalā n-nabī · zegeningen over de Profeet
- Allah vragen de Profeet ﷺ te zegenen en te eren (les 24, p. 96)