Eenheid 5: De Profeet ﷺ in Medina#
Overzicht
Eenheid 5 · 12 lessen
De Profeet ﷺ in Medina
Twaalf lessen samen op één pagina
De eerste stappen in Medina: de moskee, de verbroedering en de toestemming tot strijd; daarna de expedities vóór Badr, de grote veldtochten van Badr tot Tabūk, het verdrag van al-Ḥudaybiya en de verovering van Mekka; vervolgens het jaar van de delegaties, de afscheidsbedevaart en zijn ʿumra’s ﷺ; en tot slot zijn ziekte, zijn overlijden en de deugd van zegen over hem vragen.
Bron: Kitāb as-Sīra an-nabawiyya (1), Zad-reeks · p. 56–96
Eenheid 5 in één kaart
De onderwerpen zoals in het boek.
- de moskee
- de verbroedering
- toestemming tot strijd
- expedities
- hun doelen
- strijd verplicht
- overwinning
- de boogschutters
- de gracht en de wind
- de eed van ar-Riḍwān
- het verdrag
- Khaybar
- Muʾta
- de verovering van Mekka
- misleid door aantallen
- de moeilijke tocht
- jaar van de delegaties
- de afscheidsbedevaart
- zijn overlijden ﷺ
Het hoofdstuk in één oogopslag
Lessen in dit hoofdstuk
- Les 13 · p. 59 De Medinensische periode: moskee, verbroedering en toestemming tot strijd
- Les 14 · p. 61 Expedities en veldtochten vóór Badr
- Les 15 · p. 67 De slag bij Badr
- Les 16 · p. 70 De slag bij Uḥud
- Les 17 · p. 72 De Grachtslag (al-Aḥzāb)
- Les 18 · p. 74 Het verdrag van al-Ḥudaybiya
- Les 19 · p. 76 Na al-Ḥudaybiya: Khaybar, de inhaal-ʿumra en Muʾta
- Les 20 · p. 81 De verovering van Mekka
- Les 21 · p. 84 De slag bij Ḥunayn
- Les 22 · p. 87 De veldtocht naar Tabūk
- Les 23 · p. 90 Het jaar van de delegaties, de afscheidsbedevaart en de ʿumra's
- Les 24 · p. 93 Het overlijden van de Profeet ﷺ
Oefeningen van het boek op p. 60, 64, 80, 83, 86, 89, 93 en 95. Delen die in het boek alleen ter kennisname zijn, staan zo aangeduid. De Nederlandse weergave van verzen en hadith geeft de betekenis weer; het is geen vertaling.
Schema’s
De grote veldtochten van de Profeet ﷺ
Zoals in het boek.
De eerste stappen in Medina
Zoals in het schema van het boek.
Doelen van de expedities vóór Badr
Zoals het boek ze opsomt.
Badr, Uḥud en de Gracht
Zoals in het boek.
| Vergelijking | Badr | Uḥud | De Gracht |
|---|---|---|---|
| Jaar | Ramadan, jaar 2 | jaar 3 | Shawwāl, jaar 5 |
| Moslims | 313 | 1000, daarna 700 | 3000 |
| Polytheïsten | ongeveer 950 | 3000 | 10.000 |
| Les | Allahs hulp en de steun van engelen | de gevolgen van ongehoorzaamheid aan de Boodschapper ﷺ | een strijd van zenuwen en een beproeving van harten |
De voorwaarden van al-Ḥudaybiya
Zoals in les 18.
Zijn ʿumra’s ﷺ
Vier ʿumra’s, alle in Dhū l-Qaʿda behalve die met zijn bedevaart.
Uitleg
De bouw van de moskee
Hij koos de plek waar zijn kameelmerrie neerknielde, kocht die van twee weesjongens, en hielp zelf mee met het dragen van leemstenen en stenen.
Toestemming tot strijd
Quraysh bleef de moslims na de hijra bedreigen; toen kwam de toestemming tot strijd. Na de expeditie van ʿAbdallāh ibn Jaḥsh werd de strijd verplicht met "en strijd op de weg van Allah tegen wie jullie bestrijden, en overschrijd de grenzen niet".
Meer uitleg
al-Ḥajj 22:39–41, al-Baqara 2:190
De slag bij Badr (alleen ter kennisname)
Hij trok uit naar de karavaan van Quraysh; de karavaan ontkwam, maar Abū Jahl wilde vechten. Hij overlegde met zijn metgezellen, en al-Miqdād zei: ga voort met wat je Heer je opdroeg, wij zijn met je. De Profeet ﷺ smeekte in zijn schuilplaats en Allah steunde de moslims met engelen.
Meer uitleg
al-Anfāl 8:7, Āl ʿImrān 3:125. Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.
De uitkomst van Badr
Zeventig polytheïsten sneuvelden en zeventig werden gevangen; veertien moslims sneuvelden. Op advies van Abū Bakr nam hij losgeld van vierduizend dirham per gevangene; wie geen losgeld had, leerde tien moslimjongens lezen en schrijven.
De slag bij Uḥud
Quraysh wilde wraak voor Badr. Hij trok uit met duizend man, maar Ibn Salūl trok zich terug met een derde van het leger. Hij plaatste boogschutters op de berg en beval hen te blijven; toen zij de vijand zagen vluchten, gingen ze naar de buit, en Khālid ibn al-Walīd viel de moslims in de rug aan. Ḥamza sneuvelde.
Meer uitleg
Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.
De Grachtslag
De joden van Banū n-Naḍīr verenigden Quraysh en Ghaṭafān, en tienduizend man kwamen. Salmān stelde voor een gracht te graven; de Banū Qurayẓa verbraken hun verdrag; daarna verdreef Allah de bondgenoten met een harde wind.
Meer uitleg
al-Aḥzāb 33:23–26
al-Ḥudaybiya en de eed van ar-Riḍwān
Hij ging met veertienhonderd man op weg voor de ʿumra, maar Quraysh hield hem tegen. Hij stuurde ʿUthmān, die werd vastgehouden; toen het gerucht ging dat hij gedood was, gaven zij hem de eed onder de boom. Daarna kwam Suhayl ibn ʿAmr en werd het verdrag gesloten.
Khaybar
Hij trok met zestienhonderd man naar Khaybar, vanwege de vijandschap van de joden daar en hun rol bij de bondgenoten, en veroverde het na zware strijd. De Thorarollen die de moslims buitmaakten, gaf hij hun terug.
Muʾta
Hij stelde Zayd ibn Ḥāritha aan, dan Jaʿfar, dan ʿAbdallāh ibn Rawāḥa; alle drie sneuvelden. Khālid ibn al-Walīd nam de vaandel en trok het leger terug. Hij had hun opgedragen geen vrouw, kind of oude man te doden.
De verovering van Mekka
Quraysh verbrak het verdrag door de Banū Bakr tegen Khuzāʿa te helpen. Hij trok op met tienduizend man; Abū Sufyān werd moslim, en hij zei: "wie het huis van Abū Sufyān binnengaat, is veilig". Hij trok Mekka binnen terwijl hij Sūrat al-Fatḥ reciteerde, en brak de afgodsbeelden met "de waarheid is gekomen en de valsheid verdwenen".
Meer uitleg
al-Isrāʾ 17:81
Ḥunayn
De moslims werden misleid door hun aantal en liepen in een hinderlaag; velen vluchtten. Hij bleef standhouden en zei: "Ik ben de Profeet, dat is geen leugen; ik ben de zoon van ʿAbd al-Muṭṭalib." al-ʿAbbās riep de Anṣār, de Muhājirūn en de mensen van de boom terug, en de polytheïsten werden verslagen.
Tabūk (alleen ter kennisname)
Hij trok uit met ongeveer dertigduizend man, met weinig water en proviand, nadat de rijken royaal hadden gegeven. Zij bleven ongeveer twintig dagen in Tabūk zonder de Byzantijnen te treffen; daarna kwamen de mensen in groten getale tot de islam.
Meer uitleg
Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.
De bedevaart van Abū Bakr in het jaar 9
Hij stelde Abū Bakr aan als leider van de bedevaart en stuurde daarna ʿAlī om de mensen te laten weten: niemand loopt naakt om het Huis, na dit jaar doet geen polytheïst de bedevaart, en wie een verdrag heeft, diens verdrag geldt tot het afloopt.
De afscheidsbedevaart
Hij trad in iḥrām voor qirān bij Dhū l-Ḥulayfa, deed de ṭawāf van aankomst en de saʿy, ging op de dag van tarwiya naar Minā, stond op ʿArafa, overnachtte in Muzdalifa, wierp op Jamrat al-ʿAqaba, slachtte, deed de ṭawāf al-ifāḍa en de afscheidsṭawāf. Zij heet afscheidsbedevaart omdat hij daarna geen bedevaart meer deed.
Een aanwijzing voor het kalifaat van Abū Bakr
Toen de ziekte zwaar werd, droeg hij Abū Bakr op het gebed te leiden en hield daaraan vast. Dat was de duidelijkste aanwijzing voor zijn opvolging: als hij hem goed vond voor de godsdienst van de gemeenschap, waarom dan niet voor haar wereldse zaken?
Abū Bakr bij het overlijden
Abū Bakr ging naar de mensen en zei: wie Muḥammad aanbad, Muḥammad is gestorven; en wie Allah aanbad, Allah leeft en sterft niet. Hij reciteerde het vers, en de mensen werden rustig.
Meer uitleg
Āl ʿImrān 3:144
Kernpunten
De eerste stappen in Medina
- de moskee bouwen
- de verbroedering
- het bondgenootschap
- toestemming tot strijd
Sariyya en ghazwa
- Ghazwa: door de Profeet ﷺ zelf geleid.
- Sariyya: een ander werd aan het hoofd gestuurd.
De aanvoerders bij Muʾta
- Zayd ibn Ḥāritha
- Jaʿfar ibn Abī Ṭālib
- ʿAbdallāh ibn Rawāḥa
- daarna Khālid ibn al-Walīd
De deugd van zegen over de Profeet ﷺ
- "Allah en Zijn engelen zegenen de Profeet" (al-Aḥzāb 33:56)
- "Wie één keer zegen over mij vraagt, over hem zendt Allah daarvoor tien keer Zijn zegen."
Begrippen
المؤاخاة
al-muʾākhāh
Verbroedering: een broederschapsverbond tussen Muhājirūn en Anṣār, met onderlinge steun en erfrecht.
Het erven werd daarna opgeheven met "en bloedverwanten hebben meer recht op elkaar".
- al-Anfāl 8:75
السرية
as-sariyya
Een expeditie waaraan de Profeet ﷺ zelf niet deelnam.
Een ghazwa is een veldtocht die hij zelf leidde.
العريش
al-ʿarīsh
Een schuilplaats die de moslims bij Badr voor de Profeet ﷺ op een heuvel bouwden.
Daar bleef hij smeken.
القليب
al-qalīb
De put waarin bij Badr de gesneuvelde polytheïsten werden geworpen.
الأحزاب
al-aḥzāb
De bondgenoten: de stammen die zich bij de Grachtslag tegen de moslims verenigden.
Quraysh, Ghaṭafān en anderen, opgehitst door de joden van Banū n-Naḍīr.
بيعة الرضوان
bayʿat ar-riḍwān
De eed onder de boom bij al-Ḥudaybiya, dat zij niet zouden vluchten.
Toen het gerucht ging dat ʿUthmān gedood was.
- al-Fatḥ 48:18
عمرة القضاء
ʿumrat al-qaḍāʾ
De inhaal-ʿumra in Dhū l-Qaʿda van het jaar 7, volgens de afspraak van al-Ḥudaybiya.
Ook ʿumrat al-qiṣāṣ genoemd, omdat zij hem in Dhū l-Qaʿda van het jaar 6 hadden tegengehouden.
ذو الجناحين
dhū l-janāḥayn
"Die met de twee vleugels": bijnaam van Jaʿfar ibn Abī Ṭālib.
Zijn handen werden bij Muʾta afgehakt; Allah gaf hem daarvoor twee vleugels om in het Paradijs mee te vliegen.
غزوة العسرة
ghazwat al-ʿusra
De moeilijke veldtocht: de tocht naar Tabūk.
Zo genoemd vanwege het gebrek aan water en proviand.
عام الوفود
ʿām al-wufūd
Het jaar van de delegaties: het jaar 9, toen stammen kwamen om hun islam te verklaren.
Volgens de sīra-schrijvers ongeveer zestig delegaties.
حجة الوداع
ḥajjat al-wadāʿ
De afscheidsbedevaart: zijn bedevaart ﷺ in het jaar 10.
Zo genoemd omdat hij daarna geen bedevaart meer deed.
Hadith
De hadith die in de lessen van dit hoofdstuk genoemd worden, met tekst en bronvermelding zoals in het boek.
-
Overgeleverd door al-ʿAbbās ibn ʿAbd al-Muṭṭalib
«ثم أخذ رسول الله ﷺ حصيات فرمى بها وجوه القوم ثم قال: «انهزموا ورب محمد». قال: فما هو إلا أن رماهم فما زلت أرى حدهم كليلًا وأمرهم مدبرًا»
Toen nam de Boodschapper van Allah ﷺ steentjes, wierp ze in de gezichten van de vijand en zei: "Verslagen, bij de Heer van Muḥammad!" Hij zei: zodra hij ze gooide, zag ik hun kracht verslappen en hen terugwijken
Bron: in Ṣaḥīḥ Muslim
Bij de slag bij Ḥunayn.
-
Overgeleverd door Anas ibn Mālik
«اعتمر رسول الله ﷺ أربع عمر كلهن في ذي القعدة إلا التي كانت مع حجته: عمرة من الحديبية، وعمرة من العام المقبل في ذي القعدة، وعمرة من الجعرانة حيث قسم غنائم حنين في ذي القعدة، وعمرة مع حجته»
De Boodschapper van Allah ﷺ deed vier ʿumra’s, alle in Dhū l-Qaʿda behalve die met zijn bedevaart: een ʿumra vanuit al-Ḥudaybiya, een ʿumra het jaar daarna in Dhū l-Qaʿda, een ʿumra vanuit al-Jiʿrāna waar hij de buit van Ḥunayn verdeelde, in Dhū l-Qaʿda, en een ʿumra met zijn bedevaart
Bron: in de twee Ṣaḥīḥ’s
Zijn ʿumra’s ﷺ.
-
Overgeleverd door ʿAbdallāh ibn ʿAmr
«من صلى علي صلاة صلى الله عليه بها عشرًا»
Wie één keer zegen over mij vraagt, over hem zendt Allah daarvoor tien keer Zijn zegen
Bron: Muslim
Over de deugd van zegen vragen over de Profeet ﷺ, met "Allah en Zijn engelen zegenen de Profeet" (al-Aḥzāb 33:56).
Personen
De personen die in dit hoofdstuk genoemd worden, en waarom.
Genoemd in de tekst
-
Ḥamza ibn ʿAbd al-Muṭṭalib
حمزة بن عبد المطلب
Metgezel · gest. 3 AH
Leidde de eerste expeditie, duelleerde bij Badr en sneuvelde bij Uḥud.
-
ʿUbayda ibn al-Ḥārith
عبيدة بن الحارث
Metgezel · gest. 2 AH
Leidde de expeditie naar Rābigh en duelleerde bij Badr met ʿUtba.
-
Saʿd ibn Abī Waqqāṣ
سعد بن أبي وقاص
Metgezel · gest. 55 AH
Leidde de expeditie naar al-Kharrār.
-
ʿAbd Allāh ibn Jaḥsh
عبد الله بن جحش
Metgezel · gest. 3 AH
Leidde de expeditie naar Nakhla, waarna de strijd verplicht werd.
-
Abū Sufyān ibn Ḥarb
أبو سفيان بن حرب
Metgezel · gest. 31 AH
Leidde de karavaan van Quraysh vóór Badr en het leger van de bondgenoten; werd vóór de verovering van Mekka moslim.
-
ʿAbd Allāh ibn Umm Maktūm
عبد الله بن أم مكتوم
Metgezel
Bleef bij Badr als plaatsvervanger in Medina.
-
al-Miqdād ibn al-Aswad
المقداد بن الأسود
Metgezel · gest. 33 AH
Zei bij Badr: ga voort, Boodschapper van Allah, met wat je Heer je opdroeg; wij zijn met je.
-
Abū Bakr aṣ-Ṣiddīq
أبو بكر الصديق
Metgezel · gest. 13 AH
Adviseerde over het losgeld voor de gevangenen van Badr, leidde de bedevaart in het jaar 9, leidde het gebed tijdens de ziekte van de Profeet ﷺ en gaf de mensen houvast bij zijn overlijden.
-
ʿAlī ibn Abī Ṭālib
علي بن أبي طالب
Metgezel · gest. 40 AH
Duelleerde bij Badr, hield bij de Gracht de indringers tegen en bracht in het jaar 9 de boodschap aan de pelgrims.
-
Khālid ibn al-Walīd
خالد بن الوليد
Metgezel · gest. 21 AH
Viel vóór zijn bekering bij Uḥud de moslims in de rug aan; redde als moslim het leger bij Muʾta.
-
Waḥshī ibn Ḥarb
وحشي بن حرب
Metgezel
Doodde Ḥamza bij Uḥud.
-
Jubayr ibn Muṭʿim
جبير بن مطعم
Metgezel · gest. 59 AH
Beloofde zijn slaaf Waḥshī de vrijheid als hij Ḥamza doodde.
-
ʿIkrima ibn Abī Jahl
عكرمة بن أبي جهل
Metgezel · gest. 13 AH
Een van de aanstichters van Uḥud; drong bij de Gracht binnen en vluchtte.
-
Salmān al-Fārisī
سلمان الفارسي
Metgezel · gest. 34 AH
Stelde voor de gracht te graven.
-
Umm Salama
أم سلمة
Metgezel · gest. 62 AH
Ging met hem ﷺ mee naar al-Ḥudaybiya.
-
Busr ibn Sufyān
بسر بن سفيان
Metgezel
Werd vóór al-Ḥudaybiya gestuurd om nieuws over Quraysh te halen.
-
ʿUthmān ibn ʿAffān
عثمان بن عفان
Metgezel · gest. 35 AH
Zijn gezant naar Quraysh bij al-Ḥudaybiya; gaf royaal voor het leger van Tabūk.
-
ʿUrwa ibn Masʿūd ath-Thaqafī
عروة بن مسعود الثقفي
Metgezel · gest. 9 AH
Door Quraysh gestuurd om te onderhandelen bij al-Ḥudaybiya.
-
Suhayl ibn ʿAmr
سهيل بن عمرو
Metgezel · gest. 18 AH
Sloot namens Quraysh het verdrag met de Profeet ﷺ.
-
ʿUmar ibn al-Khaṭṭāb
عمر بن الخطاب
Metgezel · gest. 23 AH
Had moeite met de voorwaarden van al-Ḥudaybiya; bij het overlijden zeeg hij neer.
-
Zayd ibn Ḥāritha
زيد بن حارثة
Metgezel · gest. 8 AH
Aanvoerder van het leger bij Muʾta, waar hij sneuvelde.
-
Jaʿfar ibn Abī Ṭālib
جعفر بن أبي طالب
Metgezel · gest. 8 AH
De tweede aanvoerder bij Muʾta, "die met de twee vleugels" genoemd.
-
ʿAbd Allāh ibn Rawāḥa
عبد الله بن رواحة
Metgezel · gest. 8 AH
De derde aanvoerder bij Muʾta, waar hij sneuvelde.
-
al-Ḥārith ibn ʿUmayr al-Azdī
الحارث بن عمير الأزدي
Metgezel · gest. 8 AH
Zijn gezant naar de vorst van Buṣrā; zijn dood was de aanleiding voor Muʾta.
-
ʿAmr ibn Sālim al-Khuzāʿī
عمرو بن سالم الخزاعي
Metgezel
Kwam hem melden dat de Banū Bakr Khuzāʿa hadden aangevallen.
-
al-ʿAbbās ibn ʿAbd al-Muṭṭalib
العباس بن عبد المطلب
Metgezel · gest. 32 AH
Sprak bij de verovering voor Abū Sufyān en riep bij Ḥunayn de mensen terug.
-
Bilāl ibn Rabāḥ
بلال بن رباح
Metgezel · gest. 20 AH
Riep bij de verovering de oproep tot het gebed boven op de Kaʿba.
-
ʿAmr ibn al-ʿĀṣ
عمرو بن العاص
Metgezel · gest. 43 AH
Brak het afgodsbeeld Suwāʿ af.
-
ʿAbd ar-Raḥmān ibn ʿAwf
عبد الرحمن بن عوف
Metgezel · gest. 32 AH
Gaf royaal voor het leger van Tabūk.
-
ʿĀʾisha bint Abī Bakr
عائشة بنت أبي بكر
Metgezel · gest. 58 AH
Deed vanuit at-Tanʿīm een ʿumra; de Profeet ﷺ was ziek in haar huis en stierf tegen haar borst.
-
Anas ibn Mālik
أنس بن مالك
Metgezel · gest. 93 AH
Overleverde zijn vier ʿumra’s ﷺ.
-
Usāma ibn Zayd
أسامة بن زيد
Metgezel · gest. 54 AH
Aanvoerder van het leger dat de Profeet ﷺ vóór zijn dood naar Syrië uitrustte.
-
Maymūna bint al-Ḥārith
ميمونة بنت الحارث
Metgezel · gest. 51 AH
In haar huis begon de ziekte van de Profeet ﷺ.
-
Fāṭima bint Muḥammad
فاطمة بنت محمد
Metgezel · gest. 11 AH
Hij vertelde haar dat zij als eerste van zijn familie hem zou volgen; zij beweende hem.
-
ʿAbd Allāh ibn ʿAmr ibn al-ʿĀṣ
عبد الله بن عمرو بن العاص
Metgezel · gest. 65 AH
Overleverde de deugd van zegen vragen over de Profeet ﷺ.
Genoemd in de bronvermelding
-
al-Imām Muslim
الإمام مسلم
Geleerde · gest. 261 AH
Nam de hadith over Ḥunayn en "wie één keer zegen over mij vraagt" op.
-
al-Imām al-Bukhārī
الإمام البخاري
Geleerde · gest. 256 AH
Nam de hadith over de ʿumra’s op.
Herhaling
Het belangrijkste vlak voor een toets
- De Medinensische periode begon met de moskee en de verbroedering, daarna kwam de toestemming tot strijd.
- Allah gaf de overwinning bij Badr; bij Uḥud ging het mis door de ongehoorzaamheid van de boogschutters.
- Allah verdreef de bondgenoten met de wind; het verdrag van al-Ḥudaybiya was een opening.
- Mekka werd in het jaar 8 veroverd; Ḥunayn leert dat aantallen niet de overwinning brengen.
- Hij deed de afscheidsbedevaart in het jaar 10 en vier ʿumra’s.
- Hij ﷺ stierf in Rabīʿ al-Awwal van het jaar 11; zijn boodschap blijft.
Flitskaarten
Mijn favorieten
Tik op het sterretje bij een kaart om hem hier te bewaren.
Test jezelf
Wat deed hij ﷺ als eerste in Medina?
Hoeveel moslims waren er bij Badr?
Wat was de hoofdoorzaak van wat de moslims bij Uḥud overkwam?
Wie stelde voor de gracht te graven?
Wat beloofden de metgezellen bij de eed van ar-Riḍwān?
Waarom heet Jaʿfar ibn Abī Ṭālib "die met de twee vleugels"?
Bij Ḥunayn kwam de moeilijkheid aan het begin doordat de moslims zich lieten misleiden door hun aantal.
Hoeveel ʿumra’s deed de Profeet ﷺ?
Originele tekst
Deze pagina bundelt de lessen van het hoofdstuk. De volledige samenvatting per les, en de bladzijden in het oorspronkelijke boek:
- Les 13 De Medinensische periode: moskee, verbroedering en toestemming tot strijd
Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 59–60
- Les 14 Expedities en veldtochten vóór Badr
Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 61–66
- Les 15 De slag bij Badr
Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 67–69
- Les 16 De slag bij Uḥud
Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 70–71
- Les 17 De Grachtslag (al-Aḥzāb)
Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 72–73
- Les 18 Het verdrag van al-Ḥudaybiya
Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 74–75
- Les 19 Na al-Ḥudaybiya: Khaybar, de inhaal-ʿumra en Muʾta
Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 76–80
- Les 20 De verovering van Mekka
Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 81–83
- Les 21 De slag bij Ḥunayn
Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 84–86
- Les 22 De veldtocht naar Tabūk
Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 87–89
- Les 23 Het jaar van de delegaties, de afscheidsbedevaart en de ʿumra's
Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 90–92
- Les 24 Het overlijden van de Profeet ﷺ
Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 93
Het hele hoofdstuk in het oorspronkelijke boek: Kitāb as-Sīra an-nabawiyya (1), Zad-reeks · p. 56–96 p. 56
Dit is een studiehulp; het oorspronkelijke boek blijft de bron.