Het jaar van de delegaties, de afscheidsbedevaart en de ʿumra's#
Het jaar van de delegaties (9 AH). Delegaties van Arabische stammen kwamen naar Medina om hun islam te verklaren en trouw te zweren. Volgens de sīra-schrijvers waren het er zestig. al-Bukhārī noemt onder meer Tamīm, ʿAbd al-Qays, Banū Ḥanīfa, Najrān (dat geen islam aannam maar de jizya accepteerde), de Ashʿarīs en de mensen van Jemen, Daws, Ṭayyiʾ en ʿAdī ibn Ḥātim aṭ-Ṭāʾī.
De bedevaart van Abū Bakr (9 AH). In het jaar van de verovering deed de Profeet ﷺ alleen de ʿumra. In 9 AH stelde hij Abū Bakr aan als leider van de ḥajj, met driehonderd metgezellen en twintig offerkamelen. Na soera Barāʾa (at-Tawba) stuurde hij ʿAlī met de boodschap dat alleen een gelovige ziel het Paradijs binnengaat, dat niemand naakt rond de Kaʿba loopt, dat na dit jaar geen polytheïst de ḥajj doet, en dat een verdrag met de Profeet ﷺ geldt tot het afloopt (het boek geeft hiervoor geen bron). Volgens het boek was na tweeëntwintig jaar oproep de tijd gekomen voor deze scheiding.
De afscheidsbedevaart (10 AH). Hij vertrok overdag na zich verzorgd en geparfumeerd te hebben, overnachtte bij Dhū l-Ḥulayfa en begon de ḥajj als qārin (ʿumra en ḥajj samen). Het boek beschrijft de stappen: de ṭawāf van aankomst met ramal in de eerste drie rondes; de saʿy te paard; het bevel aan wie geen offerdier had om er een ʿumra van te maken; Minā op de dag van tarwiya; ʿArafa met een preek en het samengevoegde dhuhr- en ʿaṣr-gebed met één adhān en twee iqāma's; Muzdalifa; al-Mashʿar al-Ḥarām; het werpen op Jamrat al-ʿAqaba; het werpen op de drie jamarāt in de dagen van tashrīq; het slachten; ṭawāf al-ifāḍa; al-Muḥaṣṣab; ʿĀʾisha deed een ʿumra vanuit at-Tanʿīm; en de afscheids-ṭawāf. Het heet de afscheidsbedevaart omdat hij daarna geen ḥajj meer deed.
De vier ʿumra's. Anas zei: de Profeet ﷺ deed vier ʿumra's, allemaal in Dhū l-Qaʿda behalve die met zijn ḥajj: vanuit al-Ḥudaybiya, die van het jaar erna, vanuit al-Jiʿrāna waar hij de buit van Ḥunayn verdeelde, en die met zijn ḥajj (al-Bukhārī en Muslim).
Het leger van Usāma. Twee maanden of meer na de afscheidsbedevaart rustte hij een leger van drieduizend man uit naar Syrië onder Usāma ibn Zayd, met Abū Bakr en ʿUmar erin. Het vertrek werd uitgesteld door de ziekte van de Profeet ﷺ.
Kernpunten
- 9 AH heet het jaar van de delegaties; ongeveer zestig stammen kwamen.
- In 9 AH leidde Abū Bakr de ḥajj en verkondigde ʿAlī het einde van de ḥajj van polytheïsten.
- De afscheidsbedevaart (10 AH) deed hij als qārin; daarna deed hij geen ḥajj meer.
- Hij deed vier ʿumra's, drie in Dhū l-Qaʿda en één met zijn ḥajj.
- Het leger van Usāma werd uitgesteld door zijn ziekte.
Bron: السيرة النبوية (١), les 23, vanaf p. 90.
Begrippen
- الوفود al-wufūd · de delegaties
- groepen die namens hun stam naar Medina kwamen (les 23, p. 90)
- حجة الوداع ḥajjat al-wadāʿ · de afscheidsbedevaart
- de enige ḥajj van de Profeet ﷺ na de hijra, in 10 AH (les 23, p. 91)
- القران al-qirān · qirān
- ʿumra en ḥajj samen in één iḥrām (les 23, p. 91)
- الرمل ar-raml · ramal
- snel lopen met korte passen in de eerste drie rondes van de ṭawāf (les 23, p. 91)
- الجزية al-jizya · jizya
- belasting die niet-moslims onder islamitisch bestuur betalen (les 23, p. 90)