NLAR

Eenheid 4: Martelaren, aṣ-Ṣafā en al-Marwa, verboden voedsel en het testament

Overzicht

Eenheid 4 · 4 onderdelen

Martelaren, aṣ-Ṣafā en al-Marwa, verboden voedsel en het testament

Het wassen van en bidden over de martelaar, aṣ-Ṣafā en al-Marwa, kadaver, bloed en varkensvlees, en het testament

Vier verzen. ﴿Zeg niet over wie op de weg van Allah gedood wordt: zij zijn dood﴾: de martelaar wordt niet gewassen; Mālik en ash-Shāfiʿī: er wordt ook niet over hem gebeden, Abū Ḥanīfa (en Aḥmad in één overlevering): wel. ﴿Aṣ-Ṣafā en al-Marwa﴾: volgens de hadith van ʿĀʾisha kwam het vers om het lopen toe te staan voor wie er bezwaar tegen voelde, niet om het nalaten toe te staan; Abū Ḥanīfa ontkende met ﴿wie vrijwillig goed doet﴾ dat de saʿy een zuil is. ﴿Kadaver, bloed en varkensvlees﴾: vis en sprinkhanen zijn uitgezonderd; verboden bloed is vergoten bloed (het onbeperkte wordt naar het beperkte uitgelegd); het varken is in al zijn delen verboden. ﴿Het testament wanneer de dood nadert﴾: bedoeld is het naderen ervan; volgens Ibn al-ʿArabī is het verplichte testament afgeschaft en nu aanbevolen, behalve voor rechten die men moet bekendmaken.

Bron: Notities bij Aḥkām al-Qurʾān (Ibn al-ʿArabī) · p. 16–21

Je voortgang in dit hoofdstuk0%

Het hoofdstuk in één kaart

Bladzijde 16 tot 21: al-Baqara 154, 158, 173 en 180.

Martelaren, Ṣafā en Marwa, verboden voedsel, testamental-Baqara 154–180
  • De martelaaral-Baqara 154
    • niet wassen, niet bidden: Mālik en ash-Shāfiʿī
    • niet wassen, wel bidden: Abū Ḥanīfa, één overlevering van Aḥmad
    • de hadith van Jābir en van ʿUqba
  • Aṣ-Ṣafā en al-Marwaal-Baqara 158
    • aanleiding: de hadith van ʿĀʾisha
    • bezwaar weggenomen, niet nalaten toegestaan
    • is de saʿy een zuil?
  • Verboden voedselal-Baqara 173
    • kadaver, behalve vis en sprinkhaan
    • vergoten bloed
    • varkensvlees in al zijn delen
  • Het testamental-Baqara 180
    • de dood nadert: dichtbij of ziek
    • afgeschaft en aanbevolen
    • verplicht bij een schuld zonder bewijs

Het hoofdstuk in één oogopslag

  1. Sommigen gebruikten ﴿integendeel, zij leven﴾ voor de mening dat de martelaar niet gewassen wordt en dat er niet over hem gebeden wordt: dat doet men met een dode, en de martelaar leeft. Zo zeggen Mālik en ash-Shāfiʿī.
  2. Abū Ḥanīfa, en Aḥmad in één overlevering, zeggen dat de martelaar niet gewassen wordt maar dat er wel over hem gebeden wordt; Abū Ḥanīfa beroept zich op de hadith van ʿUqba ibn ʿĀmir. De meerderheid beroept zich op de hadith van Jābir: «Was hen niet», en dat hij niet over hen bad.
  3. An-Nawawī antwoordt op de hadith van ʿUqba dat met "gebed" een smeekbede (duʿāʾ) bedoeld is, want de Profeet ﷺ deed dit kort voor zijn dood, acht jaar nadat zij begraven waren.
  4. Het vers over aṣ-Ṣafā en al-Marwa kwam niet om het nalaten van het lopen toe te staan, maar om het toe te staan voor wie er in de jāhiliyya bezwaar tegen voelde, of voor wie het in de jāhiliyya voor de afgoden deed.
  5. Mayta is een dier dat vanzelf stierf, zonder door slachting (dhakāt) gedood te zijn, of dat zonder slachting gedood werd. Vis en sprinkhaan zijn uitgezonderd door de hadith «Twee kadavers en twee soorten bloed zijn ons toegestaan».
  6. Juist is dat alle dode vis en sprinkhanen gegeten mogen worden, vanwege de algemene teksten; wat de Ḥanafieten aanvoeren om drijvende dode vis te verbieden, is niet vrij van zwakte.
  7. Bloed is volgens allen verboden en onrein. Hier staat het onbeperkt, in al-Anʿām beperkt tot vergoten bloed, en het onbeperkte wordt naar het beperkte uitgelegd. Varkensvlees is in al zijn delen verboden; de meerderheid houdt het varken voor onrein, Mālik niet.
  8. Met "wanneer de dood nadert" is niet het werkelijke sterven bedoeld, maar het naderen ervan of ziekte. Volgens Ibn al-ʿArabī is de plicht tot een testament afgeschaft en is het aanbevolen, behalve voor wat men moet bekendmaken, zoals een schuld zonder bewijs (bayyina).

Onderdelen van dit hoofdstuk

  1. Onderdeel 13 · p. 16 ﴿ولا تقولوا لمن يُقتل في سبيل الله أموات بل أحياء ولكن لا تشعرون﴾ البقرة: 154
  2. Onderdeel 14 · p. 17 ﴿إن الصفا والمروة من شعائر الله﴾ البقرة: 158
  3. Onderdeel 15 · p. 18 ﴿إنما حرّم عليكم الميتة والدم ولحم الخنزير وما أُهلّ به لغير الله فمن اضطر غير باغ ولا عاد فلا إثم عليه إن الله غفور رحيم﴾ البقرة: 173
  4. Onderdeel 16 · p. 20 ﴿كُتب عليكم إذا حضر أحدكم الموت إن ترك خيراً الوصية للوالدين والأقربين بالمعروف حقاً على المتقين﴾ البقرة: 180

Deze kaart volgt alleen de notities; het vervolg van Ibn ʿUthaymīn over het testament staat bovenaan p. 21. Op p. 16 staat bij de meningen over de martelaar het woord «نرى», waarvan de betekenis niet duidelijk is; het is weggelaten. Op p. 20 is de zin van Ibn al-ʿArabī «ولا يمكن أن تنظم من كلامها لفظة» in de notities onduidelijk; alleen de aantekening van de schrijver is gevolgd: de doodsstrijd is zwaar. Op p. 21 is het woord «لعلوّها» onduidelijk en weggelaten. Op p. 17 schrijft de schrijver dat Manāt bij aṣ-Ṣafā en al-Marwa stond; dat is hier niet overgenomen omdat het niet vaststaat.

Schema’s

De martelaar: wassen en bidden

P. 16–17.

VergelijkingWassenHet gebed over hemBewijs
Mālik en ash-Shāfiʿī (de meerderheid)nietniethadith van Jābir: «Was hen niet», en hij bad niet over hen; sommigen gebruikten ook ﴿integendeel, zij leven﴾
Abū Ḥanīfa en één overlevering van Aḥmadnietwelhadith van ʿUqba ibn ʿĀmir: hij bad over de gesneuvelden van Uḥud zoals over een dode
Sommige geleerdenwelwelde notities noemen hun bewijs niet

An-Nawawī: het "gebed" in de hadith van ʿUqba is een smeekbede, want het was acht jaar na hun begrafenis. Onderdeel 13p. 16

De aanleiding van het vers over aṣ-Ṣafā en al-Marwa

Uit de hadith van ʿĀʾisha bij al-Bukhārī, p. 17.

  1. In de jāhiliyyade Anṣār verrichtten de bedevaart voor de afgod Manāt
  2. Na hun bekeringvroegen zij de Boodschapper ﷺ ernaar
  3. De vraagwij voelden (vroeger) bezwaar tegen het lopen tussen aṣ-Ṣafā en al-Marwa
  4. De openbaring﴿Aṣ-Ṣafā en al-Marwa behoren tot de symbolen van Allah; wie de ḥajj of de ʿumra verricht, treft geen zonde als hij tussen beide loopt﴾
  5. Het juiste begriphet vers staat het lopen toe voor wie bezwaar voelde, niet het nalaten, zoals ʿĀʾisha ʿUrwa terechtwees

Onderdeel 14p. 17

Wat verboden is in ﴿Hij heeft jullie alleen verboden: kadaver, bloed en varkensvlees﴾

Verboden voedselal-Baqara 173
  • Kadaver (mayta)vanzelf gestorven of zonder slachting gedood
    • uitgezonderd: vis en sprinkhaan
    • drijvende vis: verboden bij Abū Ḥanīfa
    • juist: alle dode vis en sprinkhanen zijn toegestaan
  • Bloedvolgens allen verboden en onrein
    • bedoeld is vergoten bloed (al-Anʿām)
    • uitgezonderd: lever en milt
  • Varkensvleesvolgens allen verboden in al zijn delen
    • vlees genoemd omdat men het om het vlees slacht
    • onrein volgens de meerderheid
    • rein volgens Mālik
  • Wat aan een ander dan Allah is gewijdin hetzelfde vers

Onderdeel 15p. 18

Dode vis en dode sprinkhanen

P. 18–19.

VergelijkingVisSprinkhaan
Ash-Shāfiʿī en anderentoegestaan zonder slachting, drijvend of niet, gestorven door vangst of vanzelftoegestaan, of de kop nu afgesneden is of niet
Abū Ḥanīfa (de Ḥanafieten)drijvende vis, die zonder oorzaak stierf, is verbodentoegestaan, hoe hij ook stierf
Juist volgens de notitiesalle dode vis mag gegeten worden, vanwege de algemene teksten en de hadith van de walvisalle dode sprinkhanen mogen gegeten worden

Onderdeel 15p. 18

Het oordeel over het testament

Ibn al-ʿArabī en Ibn ʿUthaymīn, p. 20–21.

Het testamental-Baqara 180
  • De meningenIbn al-ʿArabī
    • verplicht
    • afgeschaft (juist), en aanbevolen
  • VerplichtIbn ʿUthaymīn
    • elke verplichte schuld zonder bewijs
    • aan Allah: zakāt en gelofte
    • aan een mens: koopprijs, loon, lening
  • Aanbevolenals er voor de schuld bewijs is
    • omdat het bewijs kan wegvallen
    • omdat het de erfgenamen de uitvoering makkelijker maakt

Onderdeel 16p. 20

De betekenis van ﴿wanneer de dood een van jullie nadert﴾

Ibn al-ʿArabī, p. 20.

  1. Niet het werkelijke stervenwant dan wordt berouw niet meer aanvaard, en anders zou het een onmogelijke opdracht zijn
  2. Eerste betekenisals de dood dichtbij komt; tekenen volgens de toelichting: ouderdom of een ziekte die meestal tot de dood leidt
  3. Tweede betekenisals hij ziek wordt, want ziekte is een oorzaak van de dood

Onderdeel 16p. 20

Uitleg

  1. ﴿En zeg niet over wie op de weg van Allah gedood wordt: zij zijn dood; integendeel, zij leven﴾ (al-Baqara 154)

    Ibn al-ʿArabī: sommigen gebruikten dit vers voor de mening dat de martelaar niet gewassen wordt en dat er niet over hem gebeden wordt: dat doet men met een dode, en de martelaar leeft. Zo zeggen Mālik en ash-Shāfiʿī. De notities voegen toe: sommige geleerden zeggen dat hij gewassen wordt en dat er over hem gebeden wordt; anderen, zoals Abū Ḥanīfa en Aḥmad in één overlevering, dat hij niet gewassen wordt maar dat er wel over hem gebeden wordt.

    Meer uitleg

    Abū Ḥanīfa beroept zich op meerdere hadith, waaronder die van ʿUqba ibn ʿĀmir: de Profeet ﷺ bad over de gesneuvelden van Uḥud zoals hij over een dode bad (al-Bukhārī en Muslim). De meerderheid beroept zich op de hadith van Jābir bij al-Bukhārī, waarin de Profeet ﷺ zei: «Was hen niet, want elke wond, of elk bloed, zal op de Dag der Opstanding naar muskus geuren»; in dezelfde hadith staat dat hij niet over hen bad. An-Nawawī zegt in al-Majmūʿ: onze geleerden en anderen antwoordden op de hadith van ʿUqba dat met "gebed" hier een smeekbede bedoeld is. Die uitleg is onvermijdelijk; het bekende begrafenisgebed is volgens consensus niet bedoeld, want de Profeet ﷺ deed dit kort voor zijn dood, acht jaar nadat zij begraven waren. Was het het bekende begrafenisgebed geweest, dan had hij het geen acht jaar uitgesteld.

  2. ﴿Aṣ-Ṣafā en al-Marwa behoren tot de symbolen van Allah﴾ (al-Baqara 158)

    Het vers gaat verder: ﴿wie de ḥajj naar het Huis of de ʿumra verricht, treft geen zonde als hij tussen beide loopt; en wie vrijwillig goed doet: Allah is Waarderend, Alwetend﴾. ʿUrwa ibn az-Zubayr zei tegen ʿĀʾisha: "Wat denk je van Allahs woord ﴿Aṣ-Ṣafā en al-Marwa behoren tot de symbolen van Allah﴾? Bij Allah, dan treft niemand een zonde als hij er niet tussen loopt." Zij zei: "Slecht is wat je zegt, zoon van mijn zuster. Deze stam van de Anṣār verrichtte voor hun bekering de bedevaart voor Manāt, de afgod. Toen zij moslim werden, vroegen zij de Boodschapper ﷺ: wij voelden bezwaar tegen het lopen tussen aṣ-Ṣafā en al-Marwa. Toen openbaarde Allah dit vers." (al-Bukhārī)

    Meer uitleg

    Het vers kwam dus niet om het nalaten van het lopen toe te staan en is er ook geen bewijs voor; het kwam om te laten weten dat het lopen is toegestaan voor wie er in de jāhiliyya bezwaar tegen voelde, of voor wie het in de jāhiliyya deed met het oog op de afgoden die er stonden. ﴿En wie vrijwillig goed doet: Allah is Waarderend, Alwetend﴾ werd gebruikt door wie ontkent dat de saʿy een zuil is, zoals Abū Ḥanīfa, die vindt dat hij geen zuil is van de ḥajj en de ʿumra. De bedoeling van het vers is echter: wie vrijwillig goed doet bovenop het verplichte, door uit zichzelf een ʿumra of ḥajj te verrichten die niet verplicht is, diens daad waardeert Allah en Hij beloont hem ervoor.

  3. ﴿Hij heeft jullie alleen verboden: kadaver﴾ (al-Baqara 173): de mayta

    Met mayta is als oordeel bedoeld: een dier dat vanzelf stierf zonder door slachting gedood te zijn, of dat zonder slachting gedood werd. Van de Profeet ﷺ is overgeleverd: «Twee kadavers en twee soorten bloed zijn ons toegestaan: de twee kadavers zijn vis en sprinkhaan, de twee soorten bloed lever en milt» (ad-Dāraquṭnī). De geleerden verschillen over deze uitzondering. Sommigen zonderen sprinkhaan en vis uit en staan toe ze te eten zonder bewerking en zonder slachting; zo zeggen ash-Shāfiʿī en anderen. Anderen verbieden het bij vis en staan het toe bij sprinkhanen: dat is Abū Ḥanīfa.

    Meer uitleg

    An-Nawawī zegt in al-Majmūʿ: dode vis en sprinkhanen zijn rein volgens de teksten en de consensus. Allah zegt: ﴿Toegestaan is jullie het wild van de zee en zijn voedsel﴾, en de Profeet ﷺ zei over de zee: «Zijn water is reinigend, zijn kadaver is toegestaan» (at-Tirmidhī en Abū Dāwūd). ʿAbdullāh ibn Abī Awfā zei: "Wij trokken met de Boodschapper ﷺ zeven keer ten strijde en aten met hem sprinkhanen" (al-Bukhārī en Muslim). Voor ons (de Shāfiʿieten) maakt het niet uit of het dier door vangst of vanzelf stierf, of de vis drijvend werd gevonden of niet, en of de kop van de sprinkhaan afgesneden is of niet. De notities voegen toe: de Ḥanafieten verbieden drijvende vis, die zonder oorzaak stierf, en staan dode sprinkhanen toe hoe ze ook stierven. Juist is dat alle dode vis en sprinkhanen gegeten mogen worden, vanwege de algemene teksten; wat de andere partij aanvoert, is niet vrij van zwakte. In al-Bukhārī en Muslim staat dat de metgezellen aten van een enorme walvis die de zee op het strand had geworpen, zonder te weten waaraan hij gestorven was, en dat zij iets ervan mee terugnamen naar Medina. De Boodschapper ﷺ zei: «Het is voorziening die Allah voor jullie tevoorschijn bracht. Hebben jullie nog iets van zijn vlees bij je om ons te eten te geven?» Zij stuurden hem ervan, en hij at het.

  4. ﴿bloed en varkensvlees﴾ (al-Baqara 173)

    De geleerden zijn het erover eens dat bloed verboden en onrein is: het wordt niet gegeten en er wordt geen gebruik van gemaakt. Allah noemt het hier onbeperkt, en in al-Anʿām beperkt tot vergoten bloed: ﴿tenzij het een kadaver is, of vergoten bloed, of varkensvlees﴾. De geleerden leggen hier het onbeperkte uit naar het beperkte. Van ʿIkrima (een tābiʿī) is overgeleverd: "Zonder dit vers waren de moslims het bloed in de aderen gaan nazoeken, zoals de joden dat deden."

    Meer uitleg

    De umma is het erover eens dat varkensvlees in al zijn delen verboden is. Dat juist "vlees" genoemd wordt, komt doordat het een dier is dat men slacht om zijn vlees. Over de onreinheid van het varken verschillen ze: de meerderheid van de geleerden zegt dat het onrein is; Mālik zegt dat het rein is, zoals elk levend dier bij hem, want volgens hem is de reden van reinheid het leven.

  5. ﴿Voorgeschreven is jullie, wanneer de dood een van jullie nadert en hij bezit nalaat, het testament﴾ (al-Baqara 180)

    Ibn al-ʿArabī: "Onze geleerden zeiden: het gaat niet om het werkelijke moment van sterven, want dan wordt berouw niet meer aanvaard" (de schrijver tekent aan: want de doodsstrijd is zwaar). "Als het bevel daarop sloeg, was het een onmogelijke opdracht. Het komt neer op twee betekenissen." De eerste: als de dood dichtbij komt (volgens de toelichting in de notities is een teken daarvan hoge ouderdom of een ziekte die meestal tot de dood leidt). De tweede: als hij ziek wordt, want ziekte is een oorzaak van de dood. Het testament (waṣiyya) is hier beperkt tot wat na de dood geldt, en zo ook in het gewone gebruik.

    Meer uitleg

    Over het oordeel zegt Ibn al-ʿArabī: men verschilt erover in twee meningen. Sommigen zeggen dat het testament verplicht is, anderen dat het afgeschaft (mansūkh) is. Juist is dat het afgeschaft is en aanbevolen is, behalve voor wat de verantwoordelijke (mukallaf) moet bekendmaken of moet voldoen. Ibn ʿUthaymīn zegt in zijn uitleg van Bulūgh al-Marām: het verplichte testament betreft elke verplichte schuld van de erflater waarvoor geen bewijs (bayyina) is, of die schuld nu aan Allah is, zoals zakāt en een gelofte, of aan een mens, zoals de prijs van iets gekochts, loon en een lening. Zonder testament zou het recht van de rechthebbende verloren gaan. Is er wel bewijs, dan vervalt de plicht en blijft de aanbeveling: men doet er goed aan een testament te maken, ook als er bewijs is, om twee redenen. Ten eerste kan het bewijs wegvallen, doordat het vergeten of ontkend wordt; het bewijs kan immers een persoon zijn, die sterft. Ten tweede kunnen de erfgenamen het makkelijker uitvoeren als het testament van de erflater zelf komt.

Kernpunten

OpsommingUit het boek

De meningen over de martelaar

  1. Niet wassen en niet over hem bidden: Mālik en ash-Shāfiʿī, de meerderheid
  2. Niet wassen maar wel over hem bidden: Abū Ḥanīfa en één overlevering van Aḥmad
  3. Wassen en over hem bidden: sommige geleerden
BewijsUit het boek

Bewijzen van de meerderheid voor niet wassen en niet bidden

  • De hadith van Jābir (al-Bukhārī): «Was hen niet, want elke wond, of elk bloed, zal op de Dag der Opstanding naar muskus geuren»
  • In dezelfde hadith staat dat hij niet over hen bad
  • Sommigen gebruikten ﴿integendeel, zij leven﴾: wassen en bidden doet men met een dode
OnderscheidUit het boek

Begrafenisgebed of smeekbede in de hadith van ʿUqba

  • Hij bad over de gesneuvelden van Uḥud kort voor zijn eigen dood
  • Dat was acht jaar na hun begrafenis
  • Dus is een smeekbede bedoeld, niet het bekende begrafenisgebed; dat staat volgens consensus vast (an-Nawawī)
OnderscheidUit het boek

Waarvoor het vers over aṣ-Ṣafā en al-Marwa kwam, en waarvoor niet

  • Niet om het nalaten van het lopen toe te staan; het is er ook geen bewijs voor
  • Wel om het lopen toe te staan voor wie er in de jāhiliyya bezwaar tegen voelde
  • Of voor wie het in de jāhiliyya deed met het oog op de afgoden
DefinitieUit het boek

Mayta (kadaver)

  • Een dier dat vanzelf stierf, zonder door slachting gedood te zijn
  • Of een dier dat zonder slachting gedood werd
UitzonderingUit het boek

Uitzonderingen op kadaver en bloed

  • De twee kadavers: vis en sprinkhaan
  • De twee soorten bloed: lever en milt
  • Volgens de hadith «Twee kadavers en twee soorten bloed zijn ons toegestaan» (ad-Dāraquṭnī)
BewijsUit het boek

Bewijzen dat dode vis en sprinkhanen toegestaan zijn

  • ﴿Toegestaan is jullie het wild van de zee en zijn voedsel﴾ (al-Māʾida 96)
  • «Zijn water is reinigend, zijn kadaver is toegestaan» (at-Tirmidhī en Abū Dāwūd)
  • Ibn Abī Awfā: "Wij trokken met de Boodschapper ﷺ zeven keer ten strijde en aten met hem sprinkhanen"
  • De walvis die de zee uitwierp en waarvan de Profeet ﷺ at
DefinitieUit het boek

Drijvende dode vis (aṭ-ṭāfī)

  • Vis die sterft zonder kwaal of van buiten komende oorzaak, zoals een klap met een steen of door een mens
  • En dan boven komt drijven
  • De Ḥanafieten verbieden hem, de Shāfiʿieten staan hem toe
OnderscheidUit het boek

Onbeperkt bloed en vergoten bloed

  • Al-Baqara: ﴿bloed﴾, onbeperkt
  • Al-Anʿām: ﴿of vergoten bloed﴾, beperkt
  • De geleerden leggen het onbeperkte uit naar het beperkte
  • ʿIkrima: zonder dit vers waren de moslims het bloed in de aderen gaan nazoeken, zoals de joden
OnderscheidUit het boek

Het verbod op het varken en zijn onreinheid

  • Verbod: in al zijn delen verboden, volgens de hele umma
  • Onreinheid: onrein volgens de meerderheid
  • Rein volgens Mālik, want bij hem is de reden van reinheid het leven
OpsommingUit het boek

Wat "de dood nadert" in het testamentvers betekent

  1. Niet het werkelijke sterven: dan wordt berouw niet aanvaard, en het zou een onmogelijke opdracht zijn
  2. Eerste betekenis: als de dood dichtbij komt, door ouderdom of een ziekte die meestal tot de dood leidt
  3. Tweede betekenis: als hij ziek wordt, want ziekte is een oorzaak van de dood
VoorwaardeUit het boek

Wanneer is een testament verplicht?

  • Als de erflater een verplichte schuld heeft waarvoor geen bewijs is
  • Of die schuld nu aan Allah is, zoals zakāt en een gelofte
  • Of aan een mens, zoals een koopprijs, loon of een lening
  • Is er wel bewijs, dan vervalt de plicht en blijft de aanbeveling
OpsommingUit het boek

Waarom is een testament aanbevolen, ook als er bewijs is?

  1. Omdat het bewijs kan wegvallen: vergeten, ontkend, of omdat het een persoon is die kan sterven
  2. Omdat de erfgenamen het makkelijker uitvoeren als het testament van de erflater zelf komt
DefinitieToelichting

De saʿy tussen aṣ-Ṣafā en al-Marwa

  • Het heen en weer lopen tussen aṣ-Ṣafā en al-Marwa bij de ḥajj en de ʿumra; dat is bedoeld met ﴿dat hij tussen beide loopt﴾

خبايا الزوايا

Khabāyā az-zawāyā: wat in de hoeken verborgen zit. Fijne punten, uitzonderingen en subtiele onderscheiden uit de les zelf, die je bij snel lezen mist.

Het argument uit het leven van de martelaar

Ibn al-ʿArabī zegt "sommigen klampten zich vast aan" dit vers: wassen en bidden doet men met een dode, en de martelaar leeft. In de notities steunt de meerderheid vooral op de hadith van Jābir.

Acht jaar tussen begrafenis en gebed

Als zijn gebed over de gesneuvelden van Uḥud het bekende begrafenisgebed was geweest, had hij het geen acht jaar uitgesteld; het uitstel toont dat een smeekbede bedoeld is.

Geen zonde betekent niet dat nalaten mag

ʿUrwa begreep uit ﴿treft geen zonde als hij tussen beide loopt﴾ dat het nalaten geen zonde is. ʿĀʾisha wees hem terecht: het vers werd geopenbaard over wie bezwaar voelde tegen het lopen; dat het doen geen zonde is, is geen toestemming het na te laten.

﴿Wie vrijwillig goed doet﴾ gaat niet over de saʿy zelf

Abū Ḥanīfa gebruikte het om te ontkennen dat de saʿy een zuil is; volgens de notities is bedoeld: wie een ḥajj of ʿumra verricht bovenop het verplichte.

Het standpunt van Abū Ḥanīfa over vis nader bekeken

In de tekst van Ibn al-ʿArabī verbiedt Abū Ḥanīfa het bij vis; de toelichting preciseert dat de Ḥanafieten alleen drijvende vis verbieden die zonder oorzaak stierf.

De walvis raakt precies het geschilpunt

De zee wierp de walvis uit en de metgezellen wisten niet waaraan hij gestorven was; dat komt overeen met vis die zonder bekende oorzaak stierf, en toch at de Profeet ﷺ ervan.

Waarom wordt bij het varken "vlees" genoemd?

Vlees wordt genoemd omdat men dit dier om zijn vlees zou slachten, terwijl het verbod al zijn delen omvat.

Verboden is niet altijd onrein

Men is het eens dat het varken verboden is, maar verschilt over zijn onreinheid: Mālik verbiedt het en houdt het toch voor rein, want bij hem is de reden van reinheid het leven.

Een opdracht bij het sterven zelf

Als "de dood nadert" letterlijk het sterven zou zijn, was het een onmogelijke opdracht, want dan wordt berouw niet aanvaard en is de doodsstrijd zwaar; daarom moet het opgevat worden als het naderen van de dood of als ziekte.

Begrippen

الشهيد

ash-shahīd

De martelaar: wie op de weg van Allah gedood wordt; Allah verbiedt hem dood te noemen: ﴿integendeel, zij leven, maar jullie beseffen het niet﴾.

شعائر الله

shaʿāʾir Allāh

De symbolen van Allah; zo noemt Allah aṣ-Ṣafā en al-Marwa.

الجناح

al-junāḥ

Zonde, bezwaar. Dat het in het vers ontkend wordt, betekent dat het lopen is toegestaan voor wie er bezwaar tegen voelde, niet dat nalaten is toegestaan.

التحرج

at-taḥarruj

Iets als zonde zien en het daarom vermijden, zoals de Anṣār bezwaar voelden tegen het lopen tussen aṣ-Ṣafā en al-Marwa.

مناة

Manāt

Een afgod; voor hun bekering verrichtten de Anṣār in de jāhiliyya de bedevaart voor hem.

التطوع

at-taṭawwuʿ

Vrijwillig goed: wat boven het verplichte uitgaat, zoals een ʿumra of ḥajj die men uit zichzelf doet zonder dat ze verplicht is.

الميتة

al-mayta

Een dier dat vanzelf stierf zonder door slachting gedood te zijn, of dat zonder slachting gedood werd.

حتف أنفه

ḥatf anfih

Vanzelf sterven: zonder gedood of geslagen te zijn.

الذكاة

adh-dhakāt

Het doden waardoor een dier toegestaan wordt (de slachting); wat anders gedood wordt, is mayta.

السمك الطافي

as-samak aṭ-ṭāfī

Vis die sterft zonder kwaal of van buiten komende oorzaak, zoals een klap met een steen of door een mens, en boven komt drijven.

De Ḥanafieten verbieden hem, de Shāfiʿieten staan hem toe.

الدم المسفوح

ad-dam al-masfūḥ

Vergoten bloed: de beperking van het verbod in al-Anʿām: ﴿of vergoten bloed﴾; daarnaar wordt het onbeperkte "bloed" in al-Baqara uitgelegd.

حمل المطلق على المقيد

ḥaml al-muṭlaq ʿalā l-muqayyad

Een onbeperkt woord op de ene plaats uitleggen met de beperking die op een andere plaats staat, zoals "bloed" hier en "vergoten bloed" in al-Anʿām.

علة الطهارة

ʿillat aṭ-ṭahāra

Bij Mālik is de reden van reinheid het leven: elk levend dier is rein, ook het varken.

حضور الموت

ḥuḍūr al-mawt

In het vers: het naderen van de dood of ziekte, niet het werkelijke sterven.

Tekenen van het naderen zijn hoge ouderdom of een ziekte die meestal tot de dood leidt.

الوصية

al-waṣiyya

Het testament; hier beperkt tot wat na de dood geldt, en zo ook in het gewone gebruik.

الوصية الواجبة

al-waṣiyya al-wājiba

Het verplichte testament: bij elke verplichte schuld van de erflater waarvoor geen bewijs is, aan Allah zoals zakāt en gelofte, of aan een mens zoals de prijs van iets gekochts, loon en een lening.

البينة

al-bayyina

Het bewijs waarmee een recht vaststaat; het kan een persoon zijn, die kan sterven.

النسخ

an-naskh

Afschaffing; volgens Ibn al-ʿArabī is de plicht tot een testament afgeschaft en is het aanbevolen.

Regels (qawāʿid)

De uṣūl-regels (qawāʿid) en vuistregels uit dit hoofdstuk, kort geformuleerd om te onthouden.

  1. Het onbeperkte wordt naar het beperkte uitgelegd

    حمل المطلق على المقيد

    Bloed staat in al-Baqara onbeperkt en in al-Anʿām beperkt tot vergoten bloed; de geleerden leggen het onbeperkte uit naar het beperkte.

    Voorbeeld: Men hoeft het bloed in de aderen niet na te zoeken, zoals blijkt uit de uitspraak van ʿIkrima.

  2. Er is geen opdracht tot het onmogelijke

    لا تكليف بالمحال

    Daarom wordt "de dood nadert" in het testamentvers niet letterlijk opgevat.

  3. De algemene teksten worden toegepast

    العمل بعموم النصوص

    In de notities wordt verkozen dat alle dode vis en sprinkhanen toegestaan zijn vanwege de algemene teksten, zoals «zijn kadaver is toegestaan».

    Voorbeeld: Drijvende dode vis is toegestaan, want hij valt onder de algemene tekst.

  4. Bij Mālik is de reden van reinheid het leven

    علة الطهارة عند مالك الحياة

    Daarom is elk levend dier bij hem rein.

    Voorbeeld: Het varken is bij Mālik rein, al is het verboden.

  5. Een oordeel om rechten te beschermen

    الحكم المعلل بحفظ الحقوق

    Een testament is verplicht voor een schuld zonder bewijs, omdat anders het recht van de rechthebbende verloren gaat; is er bewijs, dan vervalt de plicht.

  6. Afschaffing (naskh)

    النسخ

    Volgens Ibn al-ʿArabī is de plicht tot een testament afgeschaft en is het aanbevolen.

Meningsverschillen

Kwesties waarover de geleerden verschillen, met de standpunten en wat de auteur of de toelichting de voorkeur geeft.

  1. Wordt de martelaar gewassen en wordt er over hem gebeden?

    1. Niet wassen, niet bidden: Mālik en ash-Shāfiʿī, de meerderheid, met de hadith van Jābir
    2. Niet wassen, wel bidden: Abū Ḥanīfa en één overlevering van Aḥmad, met de hadith van ʿUqba ibn ʿĀmir
    3. Wassen en bidden: sommige geleerden

    Voorkeur: De notities lijken de meerderheid te volgen: zij geven het antwoord van an-Nawawī op de hadith van ʿUqba dat een smeekbede bedoeld is, want het was acht jaar na de begrafenis.

    Gevolg van het verschil: Wie op de weg van Allah gedood wordt, wordt volgens de meerderheid en Abū Ḥanīfa niet gewassen; over het gebed over hem verschillen zij.

  2. Is de saʿy tussen aṣ-Ṣafā en al-Marwa een zuil van de ḥajj en de ʿumra?

    1. Geen zuil: Abū Ḥanīfa, op grond van ﴿en wie vrijwillig goed doet﴾
    2. Wel een zuil: dat volgt uit de weerlegging in de notities van wie het ontkent; de notities noemen geen namen

    Voorkeur: De notities weerleggen het argument: ﴿wie vrijwillig goed doet﴾ betekent een ḥajj of ʿumra bovenop het verplichte, en het vers kwam niet om het nalaten van het lopen toe te staan.

    Gevolg van het verschil: Of de saʿy een zuil is zonder welke ḥajj en ʿumra niet compleet zijn, of niet.

  3. Zijn dode vis en sprinkhanen toegestaan, en vooral drijvende dode vis?

    1. Beide toegestaan zonder slachting, drijvend of niet: ash-Shāfiʿī en anderen
    2. Drijvende vis verboden, dode sprinkhanen toegestaan hoe ze ook stierven: Abū Ḥanīfa en de Ḥanafieten

    Voorkeur: Alle dode vis en sprinkhanen mogen gegeten worden, vanwege de algemene teksten en de hadith van de walvis; het bewijs van de andere partij is niet vrij van zwakte.

    Gevolg van het verschil: Het oordeel over vis die dood en drijvend wordt gevonden.

  4. Is het varken onrein?

    1. Onrein: de meerderheid van de geleerden
    2. Rein: Mālik, zoals elk levend dier bij hem, want de reden van reinheid is het leven

    Voorkeur: De notities kiezen niet; ze geven de mening van de meerderheid en daarna die van Mālik.

    Gevolg van het verschil: Over het verbod het te eten, in al zijn delen, is men het eens.

  5. Wat is het oordeel over het testament in ﴿Voorgeschreven is jullie, wanneer de dood een van jullie nadert﴾?

    1. Verplicht
    2. Afgeschaft

    Voorkeur: Ibn al-ʿArabī: juist is dat ze afgeschaft is en aanbevolen, behalve voor wat de verantwoordelijke moet bekendmaken of voldoen.

    Gevolg van het verschil: Een testament is verplicht voor een schuld zonder bewijs en aanbevolen voor de rest (Ibn ʿUthaymīn).

Koranverzen

De Koranverzen die in dit hoofdstuk als bewijs of voorbeeld worden aangehaald, en waarvoor.

  1. ﴿ولا تقولوا لمن يقتل في سبيل الله أموات بل أحياء ولكن لا تشعرون﴾

    Al-Baqara 154: gebruikt door wie zegt dat de martelaar niet gewassen wordt en dat er niet over hem gebeden wordt, omdat hij leeft.

  2. ﴿إن الصفا والمروة من شعائر الله فمن حج البيت أو اعتمر فلا جناح عليه أن يطوف بهما ومن تطوع خيراً فإن الله شاكر عليم﴾

    Al-Baqara 158: neemt het bezwaar weg van wie aarzelde tussen beide te lopen; Abū Ḥanīfa gebruikte het slot om te ontkennen dat de saʿy een zuil is.

  3. ﴿إنما حرم عليكم الميتة والدم ولحم الخنزير وما أهل به لغير الله فمن اضطر غير باغ ولا عاد فلا إثم عليه إن الله غفور رحيم﴾

    Al-Baqara 173: het verbod op kadaver, bloed en varkensvlees.

  4. ﴿أحل لكم صيد البحر وطعامه متاعاً لكم وللسيارة﴾

    Al-Māʾida 96: an-Nawawī bewijst ermee dat dode vis rein is.

  5. ﴿إلا أن يكون ميتة أو دماً مسفوحاً أو لحم خنزير﴾

    Al-Anʿām 145: beperkt bloed tot vergoten bloed; daarnaar wordt het onbeperkte woord in al-Baqara uitgelegd.

  6. ﴿كتب عليكم إذا حضر أحدكم الموت إن ترك خيراً الوصية للوالدين والأقربين بالمعروف حقاً على المتقين﴾

    Al-Baqara 180: wat "de dood nadert" betekent, en het oordeel over het testament: de plicht ervan is afgeschaft.

Hadith

De hadith die in dit hoofdstuk genoemd worden, zoals in de notities.

  1. Overgeleverd door ʿUqba ibn ʿĀmir

    «أن النبي عليه الصلاة والسلام صلّى على قتلى أحد صلاته على الميت»

    De Profeet ﷺ bad over de gesneuvelden van Uḥud zoals hij over een dode bad.

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    Dit is niet de letterlijke tekst van de hadith, maar de omschrijving ervan zoals in de notities. Abū Ḥanīfa beroept zich hierop; an-Nawawī antwoordt dat een smeekbede bedoeld is, want het was acht jaar na hun begrafenis.

  2. Overgeleverd door Jābir

    «لا تغسّلوهم، فإن كل جرح أو كل دم يفوح مسكاً يوم القيامة»

    Was hen niet, want elke wond, of elk bloed, zal op de Dag der Opstanding naar muskus geuren.

    Bron: al-Bukhārī

    Bewijs van de meerderheid; in dezelfde hadith staat dat hij niet over hen bad.

  3. Overgeleverd door ʿĀʾisha

    «بئس ما قلتَ يا ابن أختي (...)، إنما كان هذا الحيّ من الأنصار قبل أن يُسلموا يُهلّون لمناة الطاغية، فلما أسلموا سألوا رسول الله صلى الله عليه وسلم عن ذلك، فقالوا: يا رسول الله، إنا كنا نتحرّج أن نطوف بالصفا والمروة، فأنزل الله هذه الآية: ﴿إن الصفا والمروة من شعائر الله﴾»

    Slecht is wat je zegt, zoon van mijn zuster (...). Deze stam van de Anṣār verrichtte voor hun bekering de bedevaart voor Manāt, de afgod. Toen zij moslim werden, vroegen zij de Boodschapper van Allah ﷺ ernaar en zeiden: Boodschapper van Allah, wij voelden bezwaar tegen het lopen tussen aṣ-Ṣafā en al-Marwa. Toen openbaarde Allah dit vers: ﴿Aṣ-Ṣafā en al-Marwa behoren tot de symbolen van Allah﴾.

    Bron: al-Bukhārī

    Antwoord aan ʿUrwa ibn az-Zubayr, die zei: "Bij Allah, dan treft niemand een zonde als hij er niet tussen loopt."

  4. «أُحلّت لنا ميتتان ودمان، فأما الميتتان: السمك والجراد، والدمان: الكبد والطحال»

    Twee kadavers en twee soorten bloed zijn ons toegestaan: de twee kadavers zijn vis en sprinkhaan, de twee soorten bloed lever en milt.

    Bron: ad-Dāraquṭnī

    In de notities ingeleid met "van de Profeet ﷺ is overgeleverd" (passieve vorm).

  5. «هو الطهور ماؤه، الحلّ ميتته»

    Zijn water is reinigend, zijn kadaver is toegestaan.

    Bron: at-Tirmidhī en Abū Dāwūd

    Over de zee gezegd; an-Nawawī gebruikt het als bewijs dat dode vis rein is.

  6. Overgeleverd door ʿAbdullāh ibn Abī Awfā

    «غزونا مع رسول الله صلى الله عليه وسلم سبع غزوات نأكل معه الجراد»

    Wij trokken met de Boodschapper van Allah ﷺ zeven keer ten strijde en aten met hem sprinkhanen.

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

  7. «هو رزق أخرجه الله لكم، فهل معكم من لحمه شيء فتطعمونا؟»

    Het is voorziening die Allah voor jullie tevoorschijn bracht. Hebben jullie nog iets van zijn vlees bij je om ons te eten te geven?

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    Over de enorme walvis die de zee uitwierp en van wie de metgezellen niet wisten waaraan hij stierf; zij stuurden hem ervan en hij at het.

Personen

De personen die in dit hoofdstuk genoemd worden, en waarom.

Genoemd in de tekst

Genoemd in de bronvermelding

Herhaling

Het belangrijkste vlak voor een toets

  • Hoe gebruikte men al-Baqara 154 voor de mening dat de martelaar niet gewassen wordt en er niet over hem gebeden wordt?
  • Noem de drie meningen over het wassen van en bidden over de martelaar, met wie ze aanhangt.
  • Wat is het bewijs van Abū Ḥanīfa voor het gebed over de martelaar, en hoe antwoordt an-Nawawī?
  • Wat is het bewijs van de meerderheid uit de hadith van Jābir?
  • Wat is de aanleiding van ﴿Aṣ-Ṣafā en al-Marwa behoren tot de symbolen van Allah﴾?
  • Hoe wees ʿĀʾisha ʿUrwa terecht?
  • Hoe gebruikte Abū Ḥanīfa ﴿en wie vrijwillig goed doet﴾, en wat is ermee bedoeld?
  • Definieer mayta, en noem wat ervan en van bloed is uitgezonderd.
  • Wat zeggen ash-Shāfiʿī en Abū Ḥanīfa over dode vis en sprinkhanen, en wat is juist?
  • Wat is drijvende dode vis (aṭ-ṭāfī)?
  • Hoe bewijst de hadith van de walvis dat drijvende dode vis toegestaan is?
  • Waarom wordt bloed in al-Baqara uitgelegd als vergoten bloed? En wat zei ʿIkrima?
  • Waarom wordt bij het varken "vlees" genoemd? En wat is het verschil over zijn onreinheid?
  • Wat betekent "de dood nadert" in het testamentvers? En waarom wordt het niet letterlijk opgevat?
  • Wat is het oordeel over het testament volgens Ibn al-ʿArabī? En wanneer is het verplicht volgens Ibn ʿUthaymīn?
  • Waarom is een testament aanbevolen, ook als er bewijs is?

Flitskaarten

Mijn favorieten

Tik op het sterretje bij een kaart om hem hier te bewaren.

Veelgemaakte fouten

Fouten die studenten bij dit hoofdstuk vaak maken, met wat juist is.

  • ✗ Niet zo: ﴿treft geen zonde als hij tussen beide loopt﴾ opvatten als: nalaten is geen zonde

    ✓ Wel zo: Dat was het begrip van ʿUrwa, en ʿĀʾisha wees het af: het vers ging over wie bezwaar voelde tegen het lopen, niet over het nalaten ervan.

  • ✗ Niet zo: Zeggen dat de hadith van ʿUqba een begrafenisgebed bij de begrafenis van de martelaren van Uḥud bewijst

    ✓ Wel zo: Het was kort voor de dood van de Profeet ﷺ, acht jaar na hun begrafenis; bedoeld is een smeekbede.

  • ✗ Niet zo: Zeggen dat Abū Ḥanīfa alle dode vis verbiedt

    ✓ Wel zo: De Ḥanafieten verbieden drijvende vis, die zonder oorzaak stierf.

  • ✗ Niet zo: Elk bloed verboden achten, ook wat in de aderen achterblijft

    ✓ Wel zo: Verboden is vergoten bloed, omdat het onbeperkte naar het beperkte wordt uitgelegd; anders waren de moslims de aderen gaan nazoeken, zoals ʿIkrima zei.

  • ✗ Niet zo: Zeggen dat alleen het vlees van het varken verboden is, omdat het vers "vlees" noemt

    ✓ Wel zo: De umma is het eens dat het in al zijn delen verboden is; vlees wordt genoemd omdat men om het vlees slacht.

  • ✗ Niet zo: Zeggen dat Mālik het varken toestaat omdat hij het rein acht

    ✓ Wel zo: Bij Mālik is het rein omdat het leven de reden van reinheid is; het verbod staat voor iedereen vast.

  • ✗ Niet zo: Het testament uitstellen tot het werkelijke sterven

    ✓ Wel zo: Bedoeld is het naderen van de dood of ziekte; bij het werkelijke sterven wordt berouw niet aanvaard, en de doodsstrijd is zwaar.

  • ✗ Niet zo: Zeggen dat wie een schuld met bewijs heeft, geen testament hoeft te maken

    ✓ Wel zo: De plicht vervalt maar de aanbeveling blijft, omdat het bewijs kan wegvallen en om de uitvoering voor de erfgenamen makkelijker te maken.

Test jezelf

  1. Welke reden gaf wie ﴿integendeel, zij leven﴾ gebruikte om de martelaar niet te wassen en niet over hem te bidden?

  2. Wie zegt: de martelaar wordt niet gewassen, maar er wordt wel over hem gebeden?

  3. In de hadith van Jābir staat dat de Profeet ﷺ niet over de martelaren van Uḥud bad.

  4. Hoe antwoordt an-Nawawī op de hadith van ʿUqba over het gebed over de gesneuvelden van Uḥud?

  5. Waarover werd het vers over aṣ-Ṣafā en al-Marwa geopenbaard, volgens de hadith van ʿĀʾisha?

  6. ʿĀʾisha gaf ʿUrwa gelijk dat wie niet tussen aṣ-Ṣafā en al-Marwa loopt, geen zonde treft.

  7. Welk deel van het vers gebruikte Abū Ḥanīfa om te ontkennen dat de saʿy een zuil is?

  8. Wat is volgens de notities bedoeld met ﴿wie vrijwillig goed doet﴾?

  9. Wat is mayta als oordeel?

  10. Welke twee soorten bloed zijn uitgezonderd in de hadith bij ad-Dāraquṭnī?

  11. Wat zeggen de Ḥanafieten over dode vis en sprinkhanen?

  12. De notities kiezen ervoor dat alle dode vis en sprinkhanen gegeten mogen worden, vanwege de algemene teksten.

  13. De metgezellen wisten waaraan de walvis die de zee uitwierp gestorven was, voordat zij ervan aten.

  14. Hoe brengen de geleerden "bloed" in al-Baqara (onbeperkt) en "vergoten bloed" in al-Anʿām samen?

  15. Wat is volgens Mālik de reden van reinheid?

  16. De umma is het eens dat het varken in al zijn delen verboden is; "vlees" wordt genoemd omdat men het om zijn vlees slacht.

  17. Waarom wordt "de dood nadert" in het testamentvers niet letterlijk opgevat?

  18. Wat is volgens Ibn al-ʿArabī juist over het oordeel over het testament?

  19. Volgens Ibn ʿUthaymīn: is er voor de schuld bewijs, dan vervalt de plicht tot een testament en blijft het aanbevolen.

Originele tekst

Deze pagina bundelt de onderdelen van dit hoofdstuk. De tekst van elk onderdeel zoals in de notities:

  1. Onderdeel 13 ﴿ولا تقولوا لمن يُقتل في سبيل الله أموات بل أحياء ولكن لا تشعرون﴾ البقرة: 154

    Tekst van het onderdeel · Bladzijden: p. 16

  2. Onderdeel 14 ﴿إن الصفا والمروة من شعائر الله﴾ البقرة: 158

    Tekst van het onderdeel · Bladzijden: p. 17

  3. Onderdeel 15 ﴿إنما حرّم عليكم الميتة والدم ولحم الخنزير وما أُهلّ به لغير الله فمن اضطر غير باغ ولا عاد فلا إثم عليه إن الله غفور رحيم﴾ البقرة: 173

    Tekst van het onderdeel · Bladzijden: p. 18–19

  4. Onderdeel 16 ﴿كُتب عليكم إذا حضر أحدكم الموت إن ترك خيراً الوصية للوالدين والأقربين بالمعروف حقاً على المتقين﴾ البقرة: 180

    Tekst van het onderdeel · Bladzijden: p. 20

Het hele hoofdstuk in de notities: Notities bij Aḥkām al-Qurʾān (Ibn al-ʿArabī) · p. 16–21 p. 16

Dit is een studiehulp; de notities zelf blijven de bron.