Eenheid 9: Zogen en onderhoud, wachttijd na overlijden, huwelijksaanzoek en bruidsgave#
Overzicht
Eenheid 9 · 7 onderdelen
Zogen en onderhoud, wachttijd na overlijden, huwelijksaanzoek en bruidsgave
Zogen en het onderhoud van de zogende moeder, de ʿidda na overlijden en de rouw, het bedekte aanzoek, de mutʿa en de halve bruidsgave
Deze eenheid behandelt al-Baqara 233–237: het zogen is na twee jaar voltooid en wat daarna komt maakt niet maḥram; de vader geeft de zogende moeder voeding en kleding naar wat redelijk is, naar zijn vermogen. Dan de ʿidda van de weduwe, vier maanden en tien dagen, en de drie zaken waarop het wachten (tarabbuṣ) betrekking heeft: trouwen, parfum en opsmuk, en het huis verlaten; met het meningsverschil over parfum, de hadith van Umm ʿAṭiyya die dat beslist, en de vormen van uitgaan. Daarna het bedekte aanzoek (taʿrīḍ) aan een vrouw in haar ʿidda, en de vrouw die vóór gemeenschap gescheiden wordt: zonder vastgestelde bruidsgave krijgt zij de mutʿa, met een vastgestelde bruidsgave de helft daarvan. Tot slot het verschil over de afzondering (khalwa) en over wie ‘degene in wiens hand de huwelijksband is’ is: de man of de walī.
Bron: Notities bij Aḥkām al-Qurʾān (Ibn al-ʿArabī) · p. 37–44
De eenheid in één kaart
Bladzijde 37 tot 44; p. 41 ontbreekt.
Twee jaar zogenp. 37–38
- na twee jaar maakt het niet maḥram
- de melk is daarna als ander voedsel
Voeding en kleding van de zogende moederp. 38
- naar het vermogen van de vader
- getrouwd of gescheiden
- zonder verkwisting of gierigheid
De ʿidda na overlijdenp. 38–40
- vier maanden en tien dagen
- trouwen, parfum en opsmuk, uitgaan
- de hadith van Umm ʿAṭiyya
Het bedekte aanzoekp. 42
- toespeling en uitspraak
- de formule van Mālik en die van Ibn al-ʿArabī
Gescheiden vóór gemeenschapp. 43–44
- geen bruidsgave vastgesteld: de mutʿa
- wel vastgesteld: de helft
- afzondering vestigt de bruidsgave niet
In wiens hand de huwelijksband isp. 44
- de man
- de walī
Het hoofdstuk in één oogopslag
Als de zuigeling twee jaar heeft gezogen, is zijn zogen voltooid; de melk is daarna als elk ander voedsel. Zogen na twee jaar telt niet en maakt niet maḥram.
﴿bi-l-maʿrūf﴾: naar het vermogen van de vader, ruim of krap. De vader geeft de zogende moeder voeding en kleding, als loon voor het zogen, of zij nu met hem getrouwd is of gescheiden.
Het eerste zegt Ibn al-ʿArabī, het tweede as-Saʿdī. Ibn Kathīr voegt toe: naar wat gebruikelijk is bij vrouwen zoals zij in haar land, zonder verkwisting of gierigheid.
Onderdeel 39p. 38Tarabbuṣ is wachten, en het betreft drie zaken: trouwen, parfum en verzorging, en vrij handelen en uitgaan.
De hadith van Umm ʿAṭiyya in de twee Ṣaḥīḥ’s beslist de kwestie van parfum en opsmuk: een vrouw rouwt niet langer dan drie dagen om een dode, behalve om een echtgenoot: vier maanden en tien dagen.
Daarmee is de discussie of de hadith van Asmāʾ bint ʿUmays de rouwhadith heeft opgeheven overbodig.
Onderdeel 39p. 39Verhuizen uit het huis waar de man stierf is volgens de meeste geleerden niet toegestaan; volgens ʿUmar en Mālik gaat de ʿidda voor op de ḥajj.
Ibn al-ʿArabī verklaart dat: de ʿidda is een recht van Allah én van de mens, de ḥajj alleen van Allah.
Onderdeel 39p. 40Allah stond toe dat men in de ʿidda met een toespeling (taʿrīḍ) een aanzoek aanduidt; taʿrīḍ is een uitspraak die het doel laat begrijpen zonder het uitdrukkelijk te zeggen.
Mālik neigde naar: ‘Ik bewonder je, ik houd van je, ik heb interesse in je’; Ibn al-ʿArabī koos: ‘Allah zal het goede naar je brengen; verheug je, want je bent gewild.’
Onderdeel 40p. 42Wie vóór gemeenschap gescheiden wordt zonder vastgestelde bruidsgave krijgt de mutʿa, die bij de Mālikieten aanbevolen is; wie vóór gemeenschap gescheiden wordt na vaststelling krijgt verplicht de helft.
Afzondering (khalwa) vestigt de volledige bruidsgave niet volgens de bekende Mālikitische mening en ash-Shāfiʿī, anders dan bij Abū Ḥanīfa.
Onderdeel 42p. 43‘Degene in wiens hand de huwelijksband is’: volgens Ibn al-ʿArabī is het het meest waarschijnlijk de walī; volgens as-Saʿdī is het juist de man, en dat is de mening van ʿAlī en een groep tābiʿūn die al-Baghawī noemt.
Onderdelen van dit hoofdstuk
- Onderdeel 37 · p. 37 ﴿والوالدات يرضعن أولادهن حولين كاملين لمن أراد أن يتم الرضاعة﴾ 233
- Onderdeel 38 · p. 38 ﴿وعلى المولود له رزقهن وكسوتهن بالمعروف﴾ البقرة: 233
- Onderdeel 39 · p. 38 ﴿والذين يُتوفّون منكم ويذرون أزواجاً يتربّصن بأنفسهن أربعة أشهر وعشراً﴾ البقرة: 234
- Onderdeel 40 · p. 42 ﴿ولا جناح عليكم فيما عرّضتم به من خطبة النساء أو أكننتم في أنفسكم﴾ 235
- Onderdeel 41 · p. 43 ﴿لا جناح عليكم إن طلّقتم النساء ما لم تمسّوهن أو تفرضوا لهن فريضة﴾ 236
- Onderdeel 42 · p. 43 ﴿وإن طلّقتموهن من قبل أن تمسّوهن وقد فرضتم لهن فريضة فنصف ما فرضتم إلا أن يعفون أو يعفو الذي بيده عقدة النكاح﴾ 237
- Onderdeel 43 · p. 44 ﴿أو يعفو الذي بيده عقدة النكاح﴾
Bladzijde 41 ontbreekt; daarop stond het vervolg over het uitgaan van de weduwe (de derde vorm), en mogelijk meer vóór vers 235. Wat uit de toelichting en de kantnotities komt, is toegeschreven zoals in de notities. Op p. 39 blijven twee dingen onduidelijk: wie zegt ‘maar dit alles is overbodig door de hadith van Umm ʿAṭiyya’ (Ibn Ḥazm of de samensteller van de notities), en wie die hadith ‘beslissend vond’; en de toelichting voegt bij Umm Salama toe ‘die deze hadith overleverde’ zonder dat duidelijk is welke hadith bedoeld is. De kaart bouwt daar niet op.
Schema’s
Waarop het wachten in de ʿidda na overlijden betrekking heeft
Ibn al-ʿArabī: tarabbuṣ is wachten, en het betreft drie zaken (p. 38–40).
Tarabbuṣ (wachten)vier maanden en tien dagen
Trouwenverboden in de ʿidda
Parfum en opsmukal-Ḥasan stond het toe; de hadith van Umm ʿAṭiyya verbiedt het
- geen kohl
- geen parfum
- geen geverfde kleding behalve ʿaṣb
Uitgaandrie vormen
- verhuizen: niet toegestaan
- voor aanbidding: de ʿidda gaat voor op de ḥajj
- de derde vorm staat op de ontbrekende p. 41
Parfum en opsmuk voor de weduwe: het verloop van de discussie
p. 39–40
De mening van al-Ḥasan al-Baṣrīhij stond haar parfum en opsmuk toe; Ḥammād ibn Salama overlevert via Ḥumayd van hem: zij brengt kohl aan, kamt zich, parfumeert zich, verft met henna en doet wat zij wil
Zijn bewijsde hadith van Asmāʾ bint ʿUmays: «Houd je drie dagen in, doe daarna wat je goeddunkt» (Aḥmad; al-Albānī noemt hem ṣaḥīḥ)
De bewering van opheffing (weergegeven door Ibn Ḥazm)zij zeiden: deze hadith heft de rouwhadith op omdat hij later is; Umm Salama kreeg de rouw opgedragen na de dood van Abū Salama, en die viel zonder verschil vóór de dood van Jaʿfar
De beslissing: de hadith van Umm ʿAṭiyyain de twee Ṣaḥīḥ’s: geen rouw langer dan drie dagen behalve om een echtgenoot, vier maanden en tien dagen; geen kohl en geen parfum
De vrouw die vóór gemeenschap gescheiden wordt
Verzen 236 en 237 (p. 43–44). Ibn al-ʿArabī: het zijn twee categorieën.
| Vergelijking | Geen bruidsgave vastgesteld | Bruidsgave vastgesteld |
|---|---|---|
| Vers | ﴿Het is geen zonde voor jullie als jullie van vrouwen scheiden die jullie niet hebben aangeraakt of voor wie jullie geen bruidsgave hebben vastgesteld﴾ (236) | ﴿dan de helft van wat jullie hebben vastgesteld﴾ (237) |
| Wat zij krijgt | de mutʿa | de helft van de vastgestelde bruidsgave |
| Status bij Ibn al-ʿArabī | aanbevolen | verplicht |
| Opmerking | sommige geleerden maakten haar verplicht op grond van het gebod | ook als hij met haar alleen was, zolang er geen gemeenschap bij kwam |
﴿Degene in wiens hand de huwelijksband is﴾: de man of de walī?
Ibn al-ʿArabī: een lastig vraagstuk (p. 44).
| Vergelijking | Betekenis van kwijtschelden | Wie dat zegt | Argument |
|---|---|---|---|
| De man | hij geeft de volledige bruidsgave | ʿAlī, Saʿīd ibn al-Musayyab, Saʿīd ibn Jubayr, ash-Shaʿbī, Shurayḥ, Mujāhid en Qatāda (al-Baghawī); volgens as-Saʿdī de juiste mening | hij kan de band ontbinden; de walī is geen eigenaar en geen gevolmachtigde, en mag niets van haar bruidsgave laten vallen of van haar bezit weggeven |
| De walī | hij laat de helft van de bruidsgave vallen die de vrouw toekomt | Ibn al-ʿArabī: na onderzoek het meest waarschijnlijk | het argument staat niet in de overgeleverde tekst |
Formules voor een bedekt aanzoek
p. 42
Voorbeelden uit de toelichting‘Ik wil graag trouwen’ / ‘jij bent een vrouw die elke man zich wenst’
Waar Mālik naar neigde‘Ik bewonder je, ik houd van je, ik heb interesse in je’: voor Ibn al-ʿArabī de sterkste toespeling
Wat Ibn al-ʿArabī koos‘Allah zal het goede naar je brengen; verheug je, want je bent gewild’
Uitleg
﴿En de moeders zogen hun kinderen twee volle jaren﴾ (233): de zoogtijd
Het vers: ﴿En de moeders zogen hun kinderen twee volle jaren, voor wie het zogen wil voltooien﴾. As-Saʿdī: als de zuigeling twee jaar heeft gezogen, is zijn zogen voltooid en is de melk daarna als elk ander voedsel. Daarom telt zogen na twee jaar niet en maakt het niet maḥram.
Meer uitleg
De kantnotitie: religieus gezien eindigt het zogen met het verstrijken van twee jaar; daarom ontstaan daarna geen familiebanden door zogen.
﴿En de vader moet hen voeden en kleden naar wat redelijk is﴾ (233): onderhoud van de zogende moeder
Ibn al-ʿArabī: ﴿bi-l-maʿrūf﴾ betekent naar het vermogen van de vader, ruim of krap; wie het breed heeft geeft dus meer. As-Saʿdī: dit geldt of zij nog met hem getrouwd is of gescheiden; de vader geeft haar voeding en kleding, en dat is het loon voor het zogen. Ibn Kathīr: naar wat gebruikelijk is bij vrouwen zoals zij (van haar stand) in haar land, zonder verkwisting of gierigheid, naar zijn vermogen.
﴿Zij wachten vier maanden en tien dagen﴾ (234): waarop het wachten betrekking heeft
Het vers: ﴿En zij onder jullie die sterven en echtgenotes achterlaten: die wachten vier maanden en tien dagen﴾. Ibn al-ʿArabī: tarabbuṣ is wachten, en het betreft drie zaken: trouwen, parfum en verzorging, en vrij handelen en uitgaan (het huis verlaten).
Parfum en opsmuk voor de weduwe
Ibn al-ʿArabī: van al-Ḥasan al-Baṣrī wordt overgeleverd dat hij het haar toestond, op grond van wat de Profeet ﷺ tegen Asmāʾ bint ʿUmays zei toen Jaʿfar stierf: «Houd je drie dagen in, doe daarna wat je goeddunkt» (Aḥmad; al-Albānī noemt hem ṣaḥīḥ). Ḥammād ibn Salama overlevert via Ḥumayd van hem: de weduwe brengt kohl aan, kamt zich, parfumeert zich, verft met henna en doet wat zij wil. Ibn Ḥazm: wie dit zegt, beroept zich op de hadith van Asmāʾ en zegt dat hij de rouwhadith opheft omdat hij later kwam: Umm Salama overleverde de rouwhadith, en de Profeet ﷺ droeg haar de rouw op na de dood van Abū Salama, en die viel zonder verschil vóór de dood van Jaʿfar.
Meer uitleg
De hadith van Umm Salama in de toelichting: «De Profeet ﷺ verbood de vrouw in ʿidda kohl, olie en hennaverf» (Abū Dāwūd). Daarna zeggen de notities: dit alles is overbodig door de hadith van Umm ʿAṭiyya in de twee Ṣaḥīḥ’s, die de kwestie beslist: «Een vrouw rouwt niet langer dan drie dagen om een dode, behalve om een echtgenoot: vier maanden en tien dagen; en zij draagt geen geverfd kledingstuk, behalve een ʿaṣb-kleed», en in het vervolg: «en zij brengt geen kohl aan en raakt geen parfum aan». Iḥdād is afzien van opsmuk en parfum. ʿAṣb is een Jemenitische stof die geverfd wordt vóór het weven.
Het uitgaan van de weduwe
Ibn al-ʿArabī: het uitgaan kent drie vormen. Eén: verhuizen, uit het huis waar haar man stierf naar een ander huis, zoals naar het huis van haar vader; dat is volgens de meeste geleerden niet toegestaan, want Allah zegt: ﴿Zet hen niet uit hun huizen, en zij gaan er niet uit﴾ (aṭ-Ṭalāq 1). Twee: uitgaan voor een aanbidding, zoals ḥajj en ʿumra. ʿUmar onder de kaliefen en Mālik onder de geleerden vonden dat de algemene plicht om te wachten in de tijd van de ʿidda voorgaat op de algemene tijd van de ḥajjplicht, vooral als we zeggen dat de ḥajj mag worden uitgesteld.
Meer uitleg
En als we zeggen dat de ḥajj direct verplicht is, is het recht van het wachten toch sterker dan dat van de ḥajj: de ʿidda is een recht van Allah en daarna van de mens, om zijn zaad te beschermen en zijn afstamming zuiver vast te stellen, terwijl de ḥajj alleen een recht van Allah is. De kantnotitie: de tijd van de ʿidda is begrensd, die van de ḥajj niet. De derde vorm van uitgaan stond op p. 41, die ontbreekt.
﴿Het is geen zonde voor jullie als jullie op een aanzoek zinspelen﴾ (235): het bedekte aanzoek
Ibn al-ʿArabī: Allah verbood het huwelijk in de ʿidda en verplichtte de vrouw te wachten. Hij wist dat de mensen het niet kunnen laten over trouwen te praten; daarom stond Hij toe dat men er openlijk over spreekt met alle mensen, en dat men het met een toespeling noemt tegenover degene die het contract sluit, de vrouw of de walī; bij de vrouw geldt dat nog sterker. Taʿrīḍ is een uitspraak die het doel laat begrijpen zonder het uitdrukkelijk te zeggen; taṣrīḥ is het uitdrukkelijk noemen en duidelijk uitspreken.
Meer uitleg
Voorbeelden in de toelichting: ‘ik wil graag trouwen’, of ‘jij bent een vrouw die elke man zich wenst’. Ibn al-ʿArabī: Mālik neigde ernaar dat hij zegt: ‘Ik bewonder je, ik houd van je, ik heb interesse in je’, en dat is voor mij de sterkste toespeling. Wat ik zelf vind, is dat hij zegt: ‘Allah zal het goede naar je brengen; verheug je, want je bent gewild’, dat wil zeggen: met veel huwelijkskandidaten.
﴿Geen zonde als jullie scheiden van vrouwen die jullie niet aanraakten of voor wie jullie geen bruidsgave vaststelden﴾ (236): de mutʿa
Allah gaf de vrouw die gescheiden wordt vóór gemeenschap en vóór vaststelling van een bruidsgave de mutʿa. Ibn al-ʿArabī: daarom verschillen de geleerden over de verplichting ervan. Sommigen vonden haar verplicht, op grond van het gebod. Onze geleerden (de Mālikieten) zeiden: niet verplicht, om twee redenen. Eén: Allah heeft geen hoeveelheid bepaald, maar dat aan het inzicht van de schatter overgelaten. Dat is zwak, want Allah liet ook de hoogte van het onderhoud van de echtgenote aan inzicht over, en dat is wel verplicht. Twee: Allah zegt erover ﴿een plicht voor de weldoeners﴾; was zij verplicht, dan had Hij haar aan alle mensen opgelegd.
Meer uitleg
As-Saʿdī: zoals zij hen deden uitkijken, verlangen en hun hart eraan hechten, en hun daarna niet gaven wat zij wilden, zo moeten zij daartegenover de mutʿa geven. De kantnotitie: een soort compensatie.
﴿En als jullie van hen scheiden vóór de aanraking, terwijl jullie een bruidsgave hadden vastgesteld, dan de helft﴾ (237): de halve bruidsgave
Ibn al-ʿArabī: dit is een van de twee eerder genoemde categorieën: de vrouw die gescheiden wordt vóór gemeenschap en na vaststelling; zij krijgt verplicht de helft van het vastgestelde, zoals de mufawwaḍa de mutʿa als aanbevolen zaak krijgt. Verder: de vrouw die vóór gemeenschap gescheiden wordt krijgt de helft, ook als hij met haar alleen was; afzondering vestigt de bruidsgave niet, tenzij er gemeenschap bij komt, volgens de bekende mening van de school, en zo zegt ook ash-Shāfiʿī. Abū Ḥanīfa zegt: de bruidsgave wordt door afzondering gevestigd. De letterlijke betekenis van de Koran steunt onze mening.
Meer uitleg
De kantnotitie: de Koran spreekt over aanraking (gemeenschap), niet over afzondering.
﴿of degene in wiens hand de huwelijksband is, ziet ervan af﴾ (237): de man of de walī
Ibn al-ʿArabī: dit is een lastig vraagstuk waarover de geleerden verschillen. Volgens sommigen is het de man: hij geeft dan de volledige bruidsgave. Volgens anderen is het de walī: hij laat dan de helft vallen die de vrouw toekwam. Wat mij na onderzoek en nagaan is gebleken: het meest waarschijnlijk is het de walī. As-Saʿdī: het is volgens de juiste mening de man, want hij kan de band ontbinden, en de walī kan niet geldig afzien van wat de vrouw toekomt, omdat hij geen eigenaar en geen gevolmachtigde is.
Meer uitleg
Al-Baghawī: sommigen zeggen dat het de man is; dat is de mening van ʿAlī, en zo zeggen ook Saʿīd ibn al-Musayyab, Saʿīd ibn Jubayr, ash-Shaʿbī, Shurayḥ, Mujāhid en Qatāda. Zij zeggen: haar walī mag niets van de bruidsgave laten vallen, of zij nu maagd is of eerder getrouwd, zoals hij dat vóór de scheiding volgens consensus ook niet mag, en zoals hij niets van haar bezit mag weggeven.
Kernpunten
Voltooiing van het zogen
- Het zogen is voltooid na twee jaar
- De melk is daarna als ander voedsel
- Zogen na twee jaar telt niet en maakt niet maḥram
Betekenis van ﴿bi-l-maʿrūf﴾ bij het onderhoud
- Ibn al-ʿArabī: naar het vermogen van de vader, ruim of krap
- As-Saʿdī: geldt voor de echtgenote én de gescheiden vrouw; het is het loon voor het zogen
- Ibn Kathīr: naar wat gebruikelijk is bij vrouwen zoals zij in haar land, zonder verkwisting of gierigheid, naar zijn vermogen
Waarop het wachten betrekking heeft
- Trouwen
- Parfum en verzorging
- Vrij handelen en uitgaan
De hadith van Umm ʿAṭiyya over de rouw
- Geen rouw langer dan drie dagen om een dode, behalve om een echtgenoot: vier maanden en tien dagen
- Geen geverfde kleding, behalve een ʿaṣb-kleed
- Geen kohl en geen parfum
Uitzonderingen in de rouw
- Rouw om een dode mag drie dagen; uitzondering: om de echtgenoot vier maanden en tien dagen
- Geverfde kleding is verboden; uitzondering: het ʿaṣb-kleed
Vormen van uitgaan van de weduwe
- Verhuizen: volgens de meeste geleerden niet toegestaan
- Voor aanbidding zoals ḥajj en ʿumra: de ʿidda gaat voor volgens ʿUmar en Mālik
- De derde vorm staat op de ontbrekende p. 41
Waarom de ʿidda voorgaat op de ḥajj
- Als de ḥajj mag worden uitgesteld: dan is het des te duidelijker; de tijd van de ʿidda is begrensd, die van de ḥajj niet (kantnotitie)
- Als de ḥajj direct verplicht is: de ʿidda is een recht van Allah en van de mens (bescherming van zijn zaad en afstamming), de ḥajj alleen van Allah
Toespeling en uitdrukkelijk spreken
- Taʿrīḍ: een uitspraak die het doel laat begrijpen zonder het uitdrukkelijk te zeggen
- Taṣrīḥ: het uitdrukkelijk noemen en duidelijk uitspreken
- Allah stond de toespeling op een aanzoek toe tegenover degene die het contract sluit: de vrouw of de walī
De twee categorieën vrouwen gescheiden vóór gemeenschap
- Geen bruidsgave vastgesteld: de mutʿa, aanbevolen volgens Ibn al-ʿArabī
- Bruidsgave vastgesteld: verplicht de helft
De twee argumenten van de Mālikieten dat de mutʿa niet verplicht is
- Allah bepaalde geen hoeveelheid maar liet dat aan inzicht over; Ibn al-ʿArabī noemt dit zwak: ook het onderhoud wordt naar inzicht bepaald en is toch verplicht
- ﴿een plicht voor de weldoeners﴾: was zij verplicht, dan had Hij haar aan alle mensen opgelegd
Wanneer de volledige bruidsgave vaststaat bij de Mālikieten
- Gemeenschap
- Afzondering alleen vestigt de bruidsgave niet (bekende mening van de school); zo zegt ook ash-Shāfiʿī
Argumenten dat het de man is
- Hij kan de huwelijksband ontbinden (as-Saʿdī)
- De walī is geen eigenaar en geen gevolmachtigde (as-Saʿdī)
- De walī mag vóór de scheiding volgens consensus niets van de bruidsgave laten vallen, dus ook niet erna (al-Baghawī)
- De walī mag niets van haar bezit weggeven (al-Baghawī)
De mufawwaḍa
- De vrouw die getrouwd is zonder dat een bruidsgave werd genoemd; hier bedoeld: de vrouw die gescheiden wordt vóór gemeenschap en vóór vaststelling van een bruidsgave
خبايا الزوايا
Khabāyā az-zawāyā: wat in de hoeken verborgen zit. Fijne punten, uitzonderingen en subtiele onderscheiden uit de les zelf, die je bij snel lezen mist.
Waarom zogen na twee jaar niet maḥram maakt
As-Saʿdī verklaart het niet alleen met het getal: na twee jaar is de melk als ander voedsel geworden, en heeft zij niet meer de status van zogen.
Ook de gescheiden zogende moeder krijgt onderhoud
As-Saʿdī wijst erop dat het vers zowel de vrouw geldt die nog met de vader getrouwd is als de gescheiden vrouw, en dat voeding en kleding het loon voor het zogen zijn; het onderhoud hangt hier dus niet alleen aan het huwelijk.
Twee maatstaven voor ‘wat redelijk is’
Ibn al-ʿArabī neemt het vermogen van de vader als maat; Ibn Kathīr combineert het gebruik bij vrouwen zoals zij in haar land met het vermogen van de man, zonder verkwisting of gierigheid.
De bewering van opheffing rust op de volgorde in de tijd
Wie opheffing aannam, wees erop dat Abū Salama zonder verschil vóór Jaʿfar stierf, zodat de hadith van Asmāʾ later is. De notities gaan niet op die bewering in, maar maken haar overbodig met de hadith van Umm ʿAṭiyya uit de twee Ṣaḥīḥ’s.
Twee algemene plichten tegen elkaar
Ibn al-ʿArabī zegt dat de algemene plicht van het wachten in de ʿidda voorgaat op de algemene tijd van de ḥajj, en werkt dat uit voor beide meningen over de ḥajj (uitstel toegestaan of direct verplicht): de uitkomst is in beide gevallen dezelfde.
Recht van Allah en recht van de mens
Waarom de ʿidda voorgaat, ook als de ḥajj direct verplicht is: in de ʿidda komen het recht van Allah en het recht van de mens (bescherming van zijn zaad en zuivere afstamming) samen; de ḥajj is alleen een recht van Allah.
Ibn al-ʿArabī kiest een mildere formule dan Mālik
Ibn al-ʿArabī noemt de formule van Mālik de sterkste toespeling en kiest daarna zelf een formule die verder van uitdrukkelijk spreken af staat: ‘Allah zal het goede naar je brengen; verheug je, want je bent gewild.’
Ibn al-ʿArabī noemt een argument van zijn eigen school zwak
Zijn geleerden geven twee redenen waarom de mutʿa niet verplicht is. De eerste (geen vaste hoeveelheid) noemt hij zwak, want ook het onderhoud van de echtgenote heeft geen vaste hoeveelheid en is toch verplicht. Hij steunt op de tweede: ﴿een plicht voor de weldoeners﴾.
De mutʿa als tegenwicht voor het gewekte verlangen
As-Saʿdī verklaart de mutʿa: de mannen wekten verwachting, verlangen en gehechtheid, en gaven daarna niet wat de vrouwen wilden; de mutʿa staat daartegenover.
Ibn al-ʿArabī en as-Saʿdī komen tot een andere voorkeur
Ibn al-ʿArabī kiest na onderzoek de walī; as-Saʿdī noemt de man de juiste mening; al-Baghawī geeft de mening ‘de man’ weer van ʿAlī en een groep tābiʿūn.
Vergelijking met de situatie vóór de scheiding
Wie zegt dat het de man is, redeneert: de walī mag vóór de scheiding volgens consensus niets van de bruidsgave laten vallen, dus erna ook niet, en hij mag ook niets van haar bezit weggeven.
Begrippen
الرضاع
ar-raḍāʿ
het zogen van het kind; voltooid na twee volle jaren
Wat na twee jaar komt telt niet en maakt niet maḥram; de melk is dan als ander voedsel.
حولين كاملين
ḥawlayn kāmilayn
twee volle jaren
De volledige zoogtijd voor wie het zogen wil voltooien.
المولود له
al-mawlūd lahu
de vader (‘degene voor wie het kind geboren is’)
Op hem rusten voeding en kleding van de zogende moeder.
الرزق والكسوة
ar-rizq wa-l-kiswa
voeding (onderhoud) en kleding
As-Saʿdī: dat is het loon voor het zogen.
بالمعروف
bi-l-maʿrūf
naar het vermogen van de vader, ruim of krap
Bij Ibn Kathīr: naar wat gebruikelijk is bij vrouwen zoals zij in haar land, zonder verkwisting of gierigheid, naar zijn vermogen.
الإسراف والإقتار
al-isrāf wa-l-iqtār
verkwisting en gierigheid
Onderhoud naar wat redelijk is ligt daartussen.
التربّص
at-tarabbuṣ
wachten
Het betreft drie zaken: trouwen, parfum en verzorging, en vrij handelen en uitgaan.
الإحداد
al-iḥdād
de rouw: afzien van opsmuk en parfum
Een vrouw rouwt niet langer dan drie dagen om een dode, behalve om een echtgenoot: vier maanden en tien dagen.
المعتدّة
al-muʿtadda
de vrouw in haar wachttijd (ʿidda)
De Profeet ﷺ verbood haar kohl, olie en hennaverf, volgens de hadith van Umm Salama bij Abū Dāwūd.
ثوب عَصْب
thawb ʿaṣb
een soort Jemenitische stof die geverfd wordt vóór het weven
Dit is de uitzondering op geverfde kleding in de hadith van Umm ʿAṭiyya. De Nederlandse kantnotitie zegt dat de vrouw hem kennelijk gebruikte om zich in te wikkelen tegen menstruatiebloed.
خروج الانتقال
khurūj al-intiqāl
verhuizen uit het huis waar de man stierf naar een ander huis
Bijvoorbeeld naar het huis van haar vader; volgens de meeste geleerden is dat niet toegestaan.
خروج العبادة
khurūj al-ʿibāda
uitgaan voor een aanbidding, zoals ḥajj en ʿumra
ʿUmar en Mālik vonden dat de plicht van het wachten voorgaat.
على التراخي / على الفور
ʿalā at-tarākhī / ʿalā al-fawr
uitstel toegestaan / direct verplicht
Over de ḥajj zijn er twee meningen; de ʿidda gaat bij beide voor.
التعريض
at-taʿrīḍ
een uitspraak die het doel laat begrijpen zonder het uitdrukkelijk te zeggen
Bijvoorbeeld: ‘ik wil graag trouwen’, of ‘jij bent een vrouw die elke man zich wenst’.
التصريح
at-taṣrīḥ
iets uitdrukkelijk noemen en duidelijk uitspreken
Het tegendeel van taʿrīḍ.
الخطبة
al-khiṭba
het huwelijksaanzoek
In de ʿidda na overlijden mag het als toespeling, niet uitdrukkelijk.
نافقة
nāfiqa
veel gevraagd, met veel huwelijkskandidaten
Uit de formule die Ibn al-ʿArabī koos.
المسيس
al-masīs
aanraking: de gemeenschap
Wie daarvóór gescheiden wordt krijgt de mutʿa of de helft van de vastgestelde bruidsgave.
الفريضة
al-farīḍa
de vastgestelde bruidsgave
Is ze vastgesteld, dan krijgt de vrouw die vóór gemeenschap gescheiden wordt de helft.
المتعة
al-mutʿa
de gift die Allah gaf aan de vrouw die gescheiden wordt vóór gemeenschap en vóór vaststelling van een bruidsgave
As-Saʿdī: zij staat tegenover het verlangen dat de mannen bij hen wekten zonder hun te geven wat zij wilden.
المفوَّضة
al-mufawwaḍa
de vrouw die gescheiden wordt vóór gemeenschap en voor wie geen bruidsgave was vastgesteld
Volgens Ibn al-ʿArabī krijgt zij de mutʿa als aanbevolen zaak.
الخلوة
al-khalwa
afzondering: de man is alleen met zijn vrouw
Vestigt de volledige bruidsgave niet, tenzij er gemeenschap bij komt (bekende Mālikitische mening); bij Abū Ḥanīfa wel.
عقدة النكاح
ʿuqdat an-nikāḥ
de huwelijksband (het huwelijkscontract)
Er is verschil over wie hem in handen heeft: de man of de walī.
معضلة
muʿḍila
een lastig, moeilijk vraagstuk
Zo noemt Ibn al-ʿArabī de vraag wie de huwelijksband in handen heeft.
السَّبر
as-sabr
nagaan, doorzoeken
Ibn al-ʿArabī: na onderzoek en nagaan.
Regels (qawāʿid)
De uṣūl-regels (qawāʿid) en vuistregels uit dit hoofdstuk, kort geformuleerd om te onthouden.
-
Zogen na twee jaar telt niet en maakt niet maḥram
الرضاع بعد الحولين غير معتبر لا يحرّم
Want het zogen is voltooid, en de melk is daarna als ander voedsel.
-
Onderhoud naar wat redelijk is, naar het vermogen van wie het geeft
النفقة بالمعروف على قدر حال المنفق
Ruim of krap, zonder verkwisting of gierigheid.
Voorbeeld: Wie het breed heeft, geeft meer.
-
De weduwe in ʿidda verhuist niet uit haar huis
لا تنتقل المعتدّة من الوفاة من بيتها
Volgens de meeste geleerden, op grond van ﴿Zet hen niet uit hun huizen, en zij gaan er niet uit﴾.
Voorbeeld: Zij verhuist niet naar het huis van haar vader.
-
Wat zowel een recht van Allah als van de mens is, is sterker dan wat alleen van Allah is
ما اجتمع فيه حق الله وحق الآدمي آكد مما هو خالص لله
Zo verklaart Ibn al-ʿArabī dat de ʿidda voorgaat op de ḥajj, ook als die direct verplicht is.
Voorbeeld: De vrouw in ʿidda gaat niet op ḥajj.
-
Een plicht met een begrensde tijd gaat voor op een plicht met ruime tijd
الواجب المضيّق مقدّم على الموسّع
Een afgeleide formulering, niet de woorden van de notities. Ibn al-ʿArabī: ‘vooral als we zeggen dat de ḥajj mag worden uitgesteld’; de kantnotitie: de tijd van de ʿidda is begrensd, die van de ḥajj niet.
-
Een gebod duidt naar de letterlijke betekenis op verplichting
ظاهر الأمر الوجوب
Daarop beriep zich wie de mutʿa verplicht maakte; de Mālikieten leidden het af naar ‘aanbevolen’ met ﴿een plicht voor de weldoeners﴾.
-
Dat iets geen vaste hoeveelheid heeft, betekent niet dat het niet verplicht is
عدم التقدير لا ينفي الوجوب
Zo weerlegt Ibn al-ʿArabī het eerste argument van zijn eigen geleerden.
Voorbeeld: Het onderhoud van de echtgenote wordt naar inzicht bepaald en is toch verplicht.
-
De letterlijke betekenis van de Koran volgen
الأخذ بظاهر القرآن
Hiermee onderbouwt Ibn al-ʿArabī dat afzondering de bruidsgave niet vestigt: het vers spreekt over aanraking.
-
Wie geen eigenaar of gevolmachtigde is, beschikt niet over andermans bezit
لا يتصرّف في مال غيره من ليس مالكا ولا وكيلا
Hiermee weerlegt as-Saʿdī dat ‘degene in wiens hand de huwelijksband is’ de walī zou zijn.
Meningsverschillen
Kwesties waarover de geleerden verschillen, met de standpunten en wat de auteur of de toelichting de voorkeur geeft.
Mag de weduwe parfum en opsmuk gebruiken?
- Al-Ḥasan al-Baṣrī: het mag; zij brengt kohl aan, kamt zich, parfumeert zich, verft met henna en doet wat zij wil, op grond van de hadith van Asmāʾ; zijn aanhangers beweerden dat de rouwhadith is opgeheven
- Verboden: de hadith van Umm Salama (verbod op kohl, olie en henna) en de hadith van Umm ʿAṭiyya in de twee Ṣaḥīḥ’s: rouw om een echtgenoot vier maanden en tien dagen, geen kohl en geen parfum
Voorkeur: De hadith van Umm ʿAṭiyya in de twee Ṣaḥīḥ’s beslist de kwestie en maakt de discussie over opheffing overbodig.
Gevolg van het verschil: Of de vrouw de hele ʿidda na overlijden opsmuk en parfum laat, of alleen drie dagen.
Gaat de weduwe in haar ʿidda op ḥajj?
- ʿUmar onder de kaliefen en Mālik onder de geleerden: nee, de plicht van het wachten gaat voor op de ḥajj
Voorkeur: Ibn al-ʿArabī onderbouwt het voor beide meningen: als de ḥajj uitgesteld mag worden is het duidelijk; als hij direct verplicht is, is het recht van de ʿidda sterker omdat het van Allah én de mens is.
Gevolg van het verschil: De vrouw in ʿidda stelt de ḥajj uit tot haar ʿidda voorbij is.
Is de mutʿa voor de vrouw gescheiden vóór gemeenschap en vóór vaststelling verplicht?
- Sommigen vonden haar verplicht op grond van het gebod
- De Mālikitische geleerden: niet verplicht, want er is geen hoeveelheid bepaald, en Allah zegt ﴿een plicht voor de weldoeners﴾
Voorkeur: Ibn al-ʿArabī steunt op het tweede argument, noemt het eerste zwak, en zegt: de mufawwaḍa krijgt de mutʿa als aanbevolen zaak.
Gevolg van het verschil: Of de man zondigt als hij haar de mutʿa niet geeft.
Vestigt afzondering (khalwa) de volledige bruidsgave?
- Bekende mening van de Mālikitische school, en ash-Shāfiʿī: nee, tenzij er gemeenschap bij komt
- Abū Ḥanīfa: ja, de bruidsgave wordt door afzondering gevestigd
Voorkeur: Ibn al-ʿArabī: de letterlijke betekenis van de Koran steunt onze mening.
Gevolg van het verschil: Wie met zijn vrouw alleen was zonder gemeenschap en daarna scheidt: zij krijgt de helft volgens de eerste mening, de volledige bruidsgave volgens Abū Ḥanīfa.
Wie is ‘degene in wiens hand de huwelijksband is’ in ﴿of degene in wiens hand de huwelijksband is, ziet ervan af﴾?
- De man, die dan de volledige bruidsgave geeft: de mening van ʿAlī, Saʿīd ibn al-Musayyab, Saʿīd ibn Jubayr, ash-Shaʿbī, Shurayḥ, Mujāhid en Qatāda; as-Saʿdī noemt dit juist
- De walī, die dan de helft laat vallen die de vrouw toekwam: volgens Ibn al-ʿArabī na onderzoek het meest waarschijnlijk
Voorkeur: De voorkeur verschilt: Ibn al-ʿArabī de walī; as-Saʿdī de man, omdat hij de band kan ontbinden en de walī geen eigenaar of gevolmachtigde is.
Gevolg van het verschil: Of de walī de helft die de vrouw toekomt mag laten vallen, of dat het afzien bij de man ligt, die dan de volledige bruidsgave geeft.
Koranverzen
De Koranverzen die in dit hoofdstuk als bewijs of voorbeeld worden aangehaald, en waarvoor.
﴿والوالدات يرضعن أولادهن حولين كاملين لمن أراد أن يتم الرضاعة﴾
Basis voor de zoogtijd: wat na twee jaar komt maakt niet maḥram (al-Baqara 233).
﴿وعلى المولود له رزقهن وكسوتهن بالمعروف﴾
Voeding en kleding van de zogende moeder komen naar redelijkheid voor rekening van de vader (al-Baqara 233).
﴿بالمعروف﴾
Door Ibn al-ʿArabī uitgelegd als naar het vermogen van de vader, door Ibn Kathīr als wat gebruikelijk is bij vrouwen zoals zij, zonder verkwisting of gierigheid.
﴿والذين يتوفون منكم ويذرون أزواجا يتربصن بأنفسهن أربعة أشهر وعشرا﴾
De ʿidda na overlijden en de drie zaken waarop het wachten betrekking heeft (al-Baqara 234).
﴿لا تخرجوهن من بيوتهن ولا يخرجن﴾
Bewijs dat de vrouw in ʿidda niet verhuist (aṭ-Ṭalāq 1).
﴿ولا جناح عليكم فيما عرضتم به من خطبة النساء أو أكننتم في أنفسكم﴾
Het bedekte aanzoek in de ʿidda is toegestaan (al-Baqara 235).
﴿لا جناح عليكم إن طلقتم النساء ما لم تمسوهن أو تفرضوا لهن فريضة﴾
De vrouw gescheiden vóór gemeenschap en vóór vaststelling; zij krijgt de mutʿa (al-Baqara 236).
﴿حقا على المحسنين﴾
Het tweede argument van de Mālikieten dat de mutʿa niet verplicht is (al-Baqara 236).
﴿وإن طلقتموهن من قبل أن تمسوهن وقد فرضتم لهن فريضة فنصف ما فرضتم إلا أن يعفون أو يعفو الذي بيده عقدة النكاح﴾
De vrouw gescheiden vóór gemeenschap en na vaststelling krijgt de helft; letterlijk genomen vestigt afzondering de bruidsgave niet (al-Baqara 237).
﴿أو يعفو الذي بيده عقدة النكاح﴾
Het verschil: de man of de walī (al-Baqara 237).
Hadith
De hadith die in dit hoofdstuk genoemd worden, zoals in de notities.
-
Overgeleverd door Door de Profeet ﷺ gezegd tegen Asmāʾ bint ʿUmays toen Jaʿfar stierf
«أمسكي ثلاثاً، ثم افعلي ما بدا لك»
Houd je drie dagen in, doe daarna wat je goeddunkt.
Bron: Imam Aḥmad; shaykh al-Albānī noemt hem ṣaḥīḥ
Wie parfum en opsmuk voor de weduwe toestond, beriep zich hierop en beweerde dat hij de rouwhadith opheft.
-
Overgeleverd door Umm Salama
«إن النبي صلى الله عليه وسلم نهى المعتدّة عن الكحل والدهن والخضاب بالحنّاء»
De Profeet ﷺ verbood de vrouw in ʿidda kohl, olie en hennaverf.
Bron: Abū Dāwūd
Een van de rouwhadith; zij kreeg de rouw opgedragen na de dood van Abū Salama. De tekst van de hadith en de verwijzing naar Abū Dāwūd zijn een toevoeging van de toelichting (sharḥ).
-
Overgeleverd door Umm ʿAṭiyya
«لا تُحدّ امرأة على ميت فوق ثلاثة إلا على زوج: أربعة أشهر وعشراً، ولا تلبس ثوباً مصبوغاً إلا ثوب عَصْب»
Een vrouw rouwt niet langer dan drie dagen om een dode, behalve om een echtgenoot: vier maanden en tien dagen; en zij draagt geen geverfd kledingstuk, behalve een ʿaṣb-kleed.
Bron: In de twee Ṣaḥīḥ’s (al-Bukhārī en Muslim)
Gezien als beslissend in de kwestie van parfum en opsmuk. Iḥdād: afzien van opsmuk en parfum; ʿaṣb: een Jemenitische stof die geverfd wordt vóór het weven.
-
Overgeleverd door Umm ʿAṭiyya, over de Profeet ﷺ
«ولا تكتحل ولا تمسّ طيباً...»
En zij brengt geen kohl aan en raakt geen parfum aan…
Bron: Vervolg van de vorige hadith
Het vervolg van de hadith van Umm ʿAṭiyya.
Personen
De personen die in dit hoofdstuk genoemd worden, en waarom.
Genoemd in de tekst
-
al-Imām Mālik
الإمام مالك
Geleerde · gest. 179 AH
Vond dat de ʿidda voorgaat op de ḥajj; neigde naar de formule ‘ik bewonder je, ik houd van je, ik heb interesse in je’; volgens de bekende mening van zijn school vestigt afzondering de bruidsgave niet.
-
ʿUmar ibn al-Khaṭṭāb
عمر بن الخطاب
Metgezel · gest. 23 AH
Vond onder de kaliefen dat de ʿidda na overlijden voorgaat op de ḥajj.
-
al-Imām ash-Shāfiʿī
الإمام الشافعي
Geleerde · gest. 204 AH
Zei dat afzondering de bruidsgave niet vestigt zonder gemeenschap.
-
al-Imām Abū Ḥanīfa
الإمام أبو حنيفة
Geleerde · gest. 150 AH
Zei: de bruidsgave wordt door afzondering gevestigd.
-
Ibn Ḥazm
ابن حزم
Geleerde · gest. 456 AH
Gaf weer hoe voorstanders van parfum voor de weduwe zich op de hadith van Asmāʾ beriepen en opheffing beweerden.
-
al-Imām Aḥmad ibn Ḥanbal
الإمام أحمد بن حنبل
Geleerde · gest. 241 AH
Overleverde de hadith van Asmāʾ bint ʿUmays.
-
al-Imām al-Bukhārī
الإمام البخاري
Geleerde · gest. 256 AH
De hadith van Umm ʿAṭiyya staat in de twee Ṣaḥīḥ’s.
-
al-Imām Muslim
الإمام مسلم
Geleerde · gest. 261 AH
De hadith van Umm ʿAṭiyya staat in de twee Ṣaḥīḥ’s.
-
al-Baghawī
البغوي
Geleerde · gest. 516 AH
Gaf van ʿAlī en een groep tābiʿūn weer dat ‘degene in wiens hand de huwelijksband is’ de man is.
Herhaling
Het belangrijkste vlak voor een toets
- Wanneer is het zogen voltooid, en wat geldt voor zogen na twee jaar?
- Wat betekent ﴿bi-l-maʿrūf﴾ volgens Ibn al-ʿArabī en volgens Ibn Kathīr?
- Krijgt de gescheiden zogende moeder onderhoud? Hoe noemt as-Saʿdī het?
- Op welke drie zaken heeft het wachten in de ʿidda na overlijden betrekking?
- Waarop beriep al-Ḥasan al-Baṣrī zich om parfum voor de weduwe toe te staan?
- Hoe onderbouwden de voorstanders van opheffing hun bewering, en wat maakt die overbodig?
- Wat is een ʿaṣb-kleed?
- Mag de weduwe verhuizen, en wat is het bewijs?
- Waarom gaat de ʿidda voor op de ḥajj, bij beide meningen over de ḥajj?
- Definieer taʿrīḍ en taṣrīḥ.
- Naar welke formule neigde Mālik, en welke koos Ibn al-ʿArabī?
- Wat zijn de twee argumenten van de Mālikieten dat de mutʿa niet verplicht is, en welke noemt Ibn al-ʿArabī zwak?
- Wat krijgt de vrouw die gescheiden wordt vóór gemeenschap en na vaststelling van de bruidsgave?
- Vestigt afzondering de bruidsgave? Noem de meningen.
- Wie is ‘degene in wiens hand de huwelijksband is’? Noem de voorkeur van Ibn al-ʿArabī en van as-Saʿdī.
Flitskaarten
Mijn favorieten
Tik op het sterretje bij een kaart om hem hier te bewaren.
Veelgemaakte fouten
Fouten die studenten bij dit hoofdstuk vaak maken, met wat juist is.
✗ Niet zo: Denken dat zogen op elke leeftijd maḥram maakt
✓ Wel zo: Zogen na twee jaar telt niet en maakt niet maḥram: de melk is dan als ander voedsel.
✗ Niet zo: Denken dat het onderhoud van de zogende moeder vervalt door de scheiding
✓ Wel zo: As-Saʿdī: het vers geldt ook voor de gescheiden vrouw; de vader geeft haar voeding en kleding als loon voor het zogen.
✗ Niet zo: ﴿bi-l-maʿrūf﴾ opvatten als een vast bedrag voor iedereen
✓ Wel zo: Het hangt af van het vermogen van de vader, ruim of krap, en van wat gebruikelijk is bij vrouwen zoals zij in haar land.
✗ Niet zo: Denken dat de rouw om de echtgenoot maar drie dagen duurt
✓ Wel zo: Drie dagen geldt voor anderen; om de echtgenoot vier maanden en tien dagen, volgens de hadith van Umm ʿAṭiyya.
✗ Niet zo: Denken dat elke geverfde stof zonder uitzondering verboden is in de rouw
✓ Wel zo: Het ʿaṣb-kleed is uitgezonderd: een Jemenitische stof die vóór het weven geverfd wordt.
✗ Niet zo: Denken dat de ḥajj voorgaat op de ʿidda omdat hij een zuil is
✓ Wel zo: Volgens ʿUmar en Mālik gaat de ʿidda voor; Ibn al-ʿArabī legt uit dat dit zelfs geldt als de ḥajj direct verplicht is, omdat de ʿidda een recht van Allah én de mens is.
✗ Niet zo: Denken dat het vers een uitdrukkelijk aanzoek aan een vrouw in ʿidda toestaat
✓ Wel zo: Toegestaan is de toespeling tegenover degene die het contract sluit: een uitspraak die het doel laat begrijpen zonder het uitdrukkelijk te zeggen.
✗ Niet zo: De mutʿa en de halve bruidsgave door elkaar halen
✓ Wel zo: De mutʿa is voor de vrouw zonder vastgestelde bruidsgave, de helft voor de vrouw met een vastgestelde; beiden zijn vóór gemeenschap gescheiden.
✗ Niet zo: Denken dat afzondering bij de Mālikieten gelijkstaat aan gemeenschap voor de bruidsgave
✓ Wel zo: Volgens de bekende mening van de school vestigt afzondering de bruidsgave niet zonder gemeenschap; dat afzondering volstaat is de mening van Abū Ḥanīfa.
✗ Niet zo: Ibn al-ʿArabī de mening ‘het is de man’ toeschrijven
✓ Wel zo: Volgens Ibn al-ʿArabī is het het meest waarschijnlijk de walī; de man is de mening die as-Saʿdī juist noemt.
Test jezelf
Hoe lang is de volledige zoogtijd in het vers?
Zogen na twee jaar maakt maḥram, net als zogen daarvóór.
As-Saʿdī: zogen na twee jaar telt niet en maakt niet maḥram; de melk is dan als ander voedsel.
Onderdeel 37p. 37Wat betekent ﴿bi-l-maʿrūf﴾ volgens Ibn al-ʿArabī?
Volgens as-Saʿdī geeft de vader de zogende moeder voeding en kleding, ook als zij gescheiden is.
Hij zegt: dit geldt of zij nog met hem getrouwd is of gescheiden; het is het loon voor het zogen.
Onderdeel 39p. 38Welke van deze hoort niet bij de zaken waarop het wachten betrekking heeft volgens Ibn al-ʿArabī?
Van wie wordt overgeleverd dat hij parfum en opsmuk voor de weduwe toestond?
Waarmee werd onderbouwd dat de hadith van Asmāʾ de rouwhadith opheft?
De hadith van Umm ʿAṭiyya die als beslissend geldt, staat in de twee Ṣaḥīḥ’s.
Wat is een ʿaṣb-kleed?
Wat is iḥdād volgens de toelichting?
Volgens de meeste geleerden mag de weduwe in haar ʿidda naar het huis van haar vader verhuizen.
Dat is volgens de meeste geleerden niet toegestaan: ﴿Zet hen niet uit hun huizen, en zij gaan er niet uit﴾.
Onderdeel 39p. 40Wie vond dat de plicht van het wachten voorgaat op de ḥajj?
Als de ḥajj direct verplicht is: waarom gaat de ʿidda dan toch voor volgens Ibn al-ʿArabī?
Wat is taʿrīḍ volgens Ibn al-ʿArabī?
Ibn al-ʿArabī koos zelf de formule ‘ik bewonder je, ik houd van je, ik heb interesse in je’.
Naar die formule neigde Mālik; Ibn al-ʿArabī noemt haar de sterkste toespeling en koos zelf: ‘Allah zal het goede naar je brengen; verheug je, want je bent gewild.’
Onderdeel 40p. 42Wat betekent nāfiqa in de formule van Ibn al-ʿArabī?
Welk argument van zijn geleerden dat de mutʿa niet verplicht is noemt Ibn al-ʿArabī zwak?
Want Allah liet ook de hoogte van het onderhoud aan inzicht over, en dat is wel verplicht.
Onderdeel 42p. 43Wat krijgt de vrouw die gescheiden wordt vóór gemeenschap en na vaststelling van de bruidsgave?
Volgens de bekende Mālikitische mening vestigt afzondering de volledige bruidsgave, ook zonder gemeenschap.
Afzondering vestigt de bruidsgave niet zonder gemeenschap (ook ash-Shāfiʿī); dat het wel zo is, is de mening van Abū Ḥanīfa.
Onderdeel 43p. 44Wat is volgens Ibn al-ʿArabī het meest waarschijnlijk over ‘degene in wiens hand de huwelijksband is’?
Waarom kan de walī volgens as-Saʿdī niet geldig afzien van wat de vrouw toekomt?
Al-Baghawī geeft van ʿAlī weer dat ‘degene in wiens hand de huwelijksband is’ de man is.
Originele tekst
Deze pagina bundelt de onderdelen van dit hoofdstuk. De tekst van elk onderdeel zoals in de notities:
- Onderdeel 37 ﴿والوالدات يرضعن أولادهن حولين كاملين لمن أراد أن يتم الرضاعة﴾ 233
Tekst van het onderdeel · Bladzijden: p. 37
- Onderdeel 38 ﴿وعلى المولود له رزقهن وكسوتهن بالمعروف﴾ البقرة: 233
Tekst van het onderdeel · Bladzijden: p. 38
- Onderdeel 39 ﴿والذين يُتوفّون منكم ويذرون أزواجاً يتربّصن بأنفسهن أربعة أشهر وعشراً﴾ البقرة: 234
Tekst van het onderdeel · Bladzijden: p. 38–41
- Onderdeel 40 ﴿ولا جناح عليكم فيما عرّضتم به من خطبة النساء أو أكننتم في أنفسكم﴾ 235
Tekst van het onderdeel · Bladzijden: p. 42
- Onderdeel 41 ﴿لا جناح عليكم إن طلّقتم النساء ما لم تمسّوهن أو تفرضوا لهن فريضة﴾ 236
Tekst van het onderdeel · Bladzijden: p. 43
- Onderdeel 42 ﴿وإن طلّقتموهن من قبل أن تمسّوهن وقد فرضتم لهن فريضة فنصف ما فرضتم إلا أن يعفون أو يعفو الذي بيده عقدة النكاح﴾ 237
Tekst van het onderdeel · Bladzijden: p. 43
- Onderdeel 43 ﴿أو يعفو الذي بيده عقدة النكاح﴾
Tekst van het onderdeel · Bladzijden: p. 44
Het hele hoofdstuk in de notities: Notities bij Aḥkām al-Qurʾān (Ibn al-ʿArabī) · p. 37–44 p. 37
Dit is een studiehulp; de notities zelf blijven de bron.