Hoogmoed: definitie en oorzaken#
Een gevaarlijke ziekte. Hoogmoed (al-kibr) en ijdelheid (al-ʿujb) zijn morele afwijkingen die de mens van leiding naar dwaling brengen.
Definitie. Taalkundig: grootheid en tirannie. Sharʿī definieerde de Profeet ﷺ het zo: Hoogmoed is de waarheid afwijzen en de mensen minachten (Muslim). Dus twee dingen: baṭar al-ḥaqq, de waarheid ontkennen en zich te goed voelen om haar te aanvaarden; en ghamṭ an-nās, de mensen kleineren en zich boven hen verheffen.
Hoogmoed en ijdelheid. Abū Wahb al-Marwazī vroeg Ibn al-Mubārak wat hoogmoed is; hij zei: "Dat je de mensen minacht." En ijdelheid? "Dat je meent dat jij iets hebt wat anderen niet hebben; ik ken bij de biddenden niets slechters dan ijdelheid."
Oorzaken (p. 50–51).
- Zich aan niemand willen onderwerpen: dit groeit tot opstand tegen Allah. Het gevoel zelfvoorzienend te zijn leidt tot overschrijding (al-ʿAlaq 96:6–7); al-Baghawī: de mens overschrijdt zijn grens en verheft zich tegen zijn Heer omdat hij zich rijk waant.
- Een tomeloos verlangen boven anderen uit te steken: wie meent dat de samenleving hem voorrang verschuldigd is en die niet krijgt, probeert het via hoogmoed.
- Scheve maatstaven bij de mensen: zij eren de rijke met aanzien, ook als hij een zondaar is, en stellen de arme godvrezende achter.
- Zijn gunst met die van anderen vergelijken en de Gever vergeten: hij meent dat hij de gunsten verdiend heeft en veracht wie ze niet kreeg.
Kernpunten
- Hoogmoed is volgens de Profeet ﷺ de waarheid afwijzen en de mensen minachten.
- Ibn al-Mubārak: hoogmoed is mensen minachten; ijdelheid is menen dat jij iets hebt wat anderen niet hebben.
- Wie zich zelfvoorzienend waant, overschrijdt zijn grens tegenover zijn Heer.
- Scheve maatstaven bij de mensen en het vergeten van de Gever voeden hoogmoed.
Bron: التربية الإسلامية (٤) أمراض القلوب, les 18, vanaf p. 50.
Begrippen
- الكبر al-kibr · hoogmoed
- de waarheid afwijzen en de mensen minachten (les 18, p. 50)
- بطر الحق baṭar al-ḥaqq · de waarheid afwijzen
- de waarheid ontkennen en zich te goed voelen om haar te aanvaarden (les 18, p. 50)
- غمط الناس ghamṭ an-nās · de mensen minachten
- de mensen kleineren en zich boven hen verheffen (les 18, p. 50)
- العجب al-ʿujb · ijdelheid
- menen dat jij iets hebt wat anderen niet hebben (les 18, p. 50)