Geloof in de engelen#
Niveau 1 en 2 behandelden de eerste pijler van het geloof, het geloof in Allah. Dit boek behandelt de overige pijlers en begint met de tweede: het geloof in de engelen.
Taalkundig is malāʾika het meervoud van malak. Het boek noemt twee afleidingen: van al-alūka, de boodschap, omdat de engelen boodschappers zijn tussen Allah en Zijn profeten (aṭ-Ṭabarī), of van al-malk, krachtig vastpakken.
Als term: schepselen van Allah, geschapen uit licht, onderworpen en geëerde dienaren die Allah niet ongehoorzaam zijn en doen wat hun bevolen wordt. Zij zijn niet mannelijk of vrouwelijk, eten en drinken niet, worden niet moe, trouwen niet, en alleen Allah kent hun aantal. Sommigen omschrijven hen als lichtwezens die met Allahs toestemming verschillende gedaanten kunnen aannemen.
Belang: het is de tweede pijler; zonder dit geloof is iemands geloof niet geldig (al-Baqara 2:285; 2:98).
Het geloof in de engelen omvat vier zaken:
- geloven dat zij werkelijk bestaan;
- geloven in de engelen van wie wij de naam kennen, zoals Jibrīl, en in de overigen in het algemeen;
- geloven in de eigenschappen die wij van hen kennen: de Profeet ﷺ zag Jibrīl in zijn oorspronkelijke gedaante met zeshonderd vleugels die de horizon vulden; een engel kan op Allahs bevel de vorm van een man aannemen, zoals Jibrīl bij Maryam;
- geloven in hun taken die wij kennen, zoals Allah dag en nacht verheerlijken zonder moe te worden.
Taken van enkele engelen: Jibrīl brengt de openbaring; Mīkāʾīl is belast met regen en plantengroei; Isrāfīl blaast op de hoorn; de engel des doods neemt de zielen; Mālik bewaakt de Hel; engelen zijn belast met de foetus in de baarmoeder, met het bewaren en opschrijven van de daden en met het ondervragen van de dode in het graf.
Het boek merkt op dat de bekende naam ʿIzrāʾīl voor de engel des doods niet in de Koran of Sunna voorkomt; Allah noemt hem naar zijn taak (as-Sajda 32:11).
Vruchten: dankbaarheid voor Allahs zorg voor de mens; rust, omdat de gelovige weet dat hij omringd is door Allahs zorg; standvastigheid, omdat wie zich bewust is van de engelen die met hem zijn, zich schaamt om in het openbaar of in het geheim ongehoorzaam te zijn.
Kernpunten
- Twee afleidingen van het woord malak en de technische definitie.
- Vier zaken die het geloof in de engelen omvat.
- Taken van Jibrīl, Mīkāʾīl, Isrāfīl, de engel des doods, Mālik en andere engelen.
- De naam ʿIzrāʾīl is niet overgeleverd.
- Drie vruchten van dit geloof.
Bron: العقيدة (٣), les 1, vanaf p. 11.
Begrippen
- الملائكة al-malāʾika · engelen
- geschapen uit licht, gehoorzame en geëerde dienaren (les 1, p. 11)
- الألوكة al-alūka · boodschap
- een van de afleidingen van het woord malak (les 1, p. 11)
- ملك الموت malak al-mawt · engel des doods
- neemt de zielen; de naam ʿIzrāʾīl is niet overgeleverd (les 1, p. 13)
- الصور aṣ-ṣūr · de hoorn
- waarop Isrāfīl blaast (les 1, p. 13)