Geloof in de boodschappers en in de Laatste Dag#
De vierde pijler: de boodschappers. Een rasūl is taalkundig iemand die gezonden wordt. Als term: een dienaar die Allah uitkoos voor de openbaring en zond naar een ongelovig volk. Een nabī komt van nabaʾ, bericht: hij krijgt berichten en geeft ze door. Als term: een dienaar die Allah uitkoos voor de openbaring en beval ernaar te handelen.
Het verschil. Dat er geen verschil is, noemt het boek onjuist. De bekende opvatting dat de rasūl een wet kreeg met de opdracht die te verkondigen en de nabī zonder die opdracht, vindt het boek onwaarschijnlijk:
- Allah zegt dat Hij ook profeten zond (al-Ḥajj 22:52), en zenden houdt verkondigen in;
- niet verkondigen zou openbaring verzwijgen zijn;
- de volken werden mij getoond: er kwam een profeet met één man, een profeet met twee, een profeet met een groepje en een profeet met niemand (muttafaq ʿalayh). Profeten verkondigden dus wel.
Het boek kiest als waarschijnlijkst de opvatting van Ibn Taymiyya: de rasūl wordt gezonden naar een ongelovig volk dat hem loochent, de nabī naar gelovigen die de wet van een eerdere boodschapper volgen, om hen te onderwijzen en tussen hen te oordelen.
Belang: wie één boodschapper verwerpt, verwerpt Allah en alle boodschappers (an-Nisāʾ 4:150–152). Het geloof houdt in: hun boodschap is waar, en ongeloof in één is ongeloof in allen (vgl. ash-Shuʿarāʾ 26:105: "het volk van Nūḥ loochende de boodschappers"); zij riepen allen op tot tawḥīd (al-Anbiyāʾ 21:25), al verschilden hun wetten (al-Māʾida 5:48); zij zijn onfeilbaar in het ontvangen en overbrengen van de boodschap; en zij verschillen in rang, met Muḥammad ﷺ als laatste en beste (al-Baqara 2:253; al-Aḥzāb 33:40). Vruchten: kennis van Allahs barmhartigheid, dankbaarheid en liefde en eerbied voor de boodschappers.
De vijfde pijler: de Laatste Dag (eenheid 3, p. 27–29). Het is de Dag van de Opstanding; hij heet 'laatste' omdat er geen dag na komt. Het boek noemt ook andere namen, zoals al-Wāqiʿa, al-Ḥāqqa, al-Qāriʿa en Yawm ad-Dīn. Het geloof erin omvat alles na de dood:
- de bestraffing en gelukzaligheid in het graf, voor ziel en lichaam, en de ondervraging over Heer, religie en profeet;
- de opwekking en de verzameling (al-Muʾminūn 23:15–16);
- de afrekening en de weegschaal: een werkelijke weegschaal met goede daden in de ene schaal en slechte in de andere (al-Anbiyāʾ 21:47);
- Paradijs en Hel: beide geschapen en vergaan niet (Āl ʿImrān 3:133; al-Baqara 2:24).
Vruchten: ijver in gehoorzaamheid en afstand van zonde; troost voor wat men in deze wereld mist; besef van Allahs volmaakte rechtvaardigheid; meer vrees en hoop. Het boek voegt eraan toe dat de Laatste Dag ook een antwoord aan atheïsten is: zonder afrekening zou de wereld verwoest raken (al-Muʾminūn 23:115).
Kernpunten
- Definities van rasūl en nabī en de opvatting die het boek als waarschijnlijkst noemt.
- Vier onderdelen van het geloof in de boodschappers.
- Betekenis van de Laatste Dag en vier zaken na de dood.
- Vruchten van beide pijlers.
Bron: العقيدة (٣), les 3, vanaf p. 21.
Begrippen
- الرسول ar-rasūl · boodschapper
- gezonden naar een ongelovig volk (opvatting van Ibn Taymiyya) (les 3, p. 21–22)
- النبي an-nabī · profeet
- gezonden naar gelovigen met de wet van een eerdere boodschapper (les 3, p. 21–22)
- فتنة القبر fitnat al-qabr · beproeving van het graf
- ondervraging van de dode over Heer, religie en profeet (les 3, p. 27)
- الميزان al-mīzān · weegschaal
- werkelijke weegschaal waarop de daden gewogen worden (les 3, p. 28)