Geloof in de voorbeschikking#
De zesde pijler is het geloof in al-qaḍāʾ wa-l-qadar.
Taalkundig betekent qaḍāʾ iets vastleggen en voltooien; qadar betekent bepalen: de omvang van iets kennen en omvatten.
Als term zeggen sommige geleerden dat beide woorden hetzelfde betekenen: Allahs bepaling van alle dingen volgens Zijn voorafgaande kennis en Zijn wijsheid. Anderen maken onderscheid: qadar is het algemene besluit in de eeuwigheid, qaḍāʾ de uitwerking en het plaatsvinden ervan. Allah bepaalt dat iets op zijn tijd zal gebeuren; wanneer het dan gebeurt, is dat qaḍāʾ. Het boek noemt deze tweede opvatting de sterkste.
Oordeel: het is een pijler van het geloof volgens Koran, Sunna en consensus; wie het ontkent, is volgens het boek ongelovig. Bewijzen: al-Aḥzāb 33:38; al-Anfāl 8:42; al-Qamar 54:49; in de hadith van Jibrīl: en dat je gelooft in de voorbeschikking, het goede en het slechte ervan (Muslim); en weet dat wat jou trof, jou niet kon missen, en wat jou miste, jou niet kon treffen (Aḥmad en Abū Dāwūd; authentiek volgens al-Albānī).
Een kader merkt op dat de Arabieren vóór de islam de voorbeschikking kenden en niet ontkenden. Het boek citeert een vers van ʿAntara en een spreuk: "de bepalingen lopen tot in het oog van de naald".
Kernpunten
- Taalkundige betekenis van qaḍāʾ en qadar.
- Twee opvattingen over het verschil; het boek kiest voor onderscheid.
- Het geloof in de voorbeschikking is een pijler; ontkenning is volgens het boek ongeloof.
Bron: العقيدة (٣), les 4, vanaf p. 29.
Begrippen
- القضاء al-qaḍāʾ · beschikking
- volgens het boek: het plaatsvinden en de uitwerking van het besluit (les 4, p. 29–30)
- القدر al-qadar · voorbeschikking
- volgens het boek: het algemene besluit in de eeuwigheid (les 4, p. 29–30)