Amuletten, bijgeloof en waarzeggers#
Kleine shirk in daden zijn handelingen met het lichaam: amuletten ophangen, bijgeloof, astrologie en naar waarzeggers gaan.
1. Amuletten (tamāʾim) zijn kralen, leer, draad of wol die men aan kinderen, huizen of auto's hangt tegen schade of het boze oog. Het is kleine shirk als men gelooft dat het slechts een middel is: wie een amulet ophangt, heeft shirk gepleegd (Aḥmad, met authentieke keten). Als men gelooft dat het amulet zelf onheil afweert, is het grote shirk.
2. Bijgeloof, onheil voorspellen (tashāʾum): verwachten dat er iets naars gebeurt door iets wat men ziet, weet of hoort.
- Gezien: vogels als de uil of de raaf (vandaar het woord taṭayyur), een zwarte kat, bepaalde mensen. Zo deden ongelovige volken met hun profeten, zoals het volk van Ṣāliḥ (an-Naml 27:47).
- Geweten: getallen als 13, bepaalde dagen, maanden of jaren, zoals de maand Ṣafar in de jāhiliyya.
- Gehoord: woorden als "verliezer" of "mislukkeling".
- Moderne vormen volgens het boek: een omgekeerde schoen, een open schaar, het gezicht van iemand, of een bepaalde kleur zoals zwart.
Bijgeloof is shirk, drie keer gezegd (Abū Dāwūd en at-Tirmidhī). Wie door bijgeloof van zijn plan wordt afgehouden, heeft shirk gepleegd. De boete is te zeggen: O Allah, er is geen goed behalve Uw goed, geen voorteken behalve Uw voorteken en geen god naast U (Aḥmad; authentiek volgens al-Albānī). Dit is kleine shirk als men het als een middel ziet, en grote shirk als men gelooft dat het zelf werkt.
3. Waarzeggers en astrologen. De kāhin beweert de toekomst te kennen, de ʿarrāf het verleden. Astrologie is uit de stand van de sterren afleiden wat er op aarde gebeurt. Dajal (bedrog) omvat dit alles. Wie naar zo iemand gaat, heeft volgens het boek drie mogelijkheden:
- vragen zonder te geloven: wie naar een waarzegger gaat en hem iets vraagt, wiens gebed wordt veertig nachten niet aanvaard (Muslim);
- vragen en geloven: groot ongeloof. Wie naar een kāhin of ʿarrāf gaat en gelooft wat hij zegt, heeft ongeloof gepleegd in wat aan Muḥammad ﷺ is neergezonden (Aḥmad, Abū Dāwūd en Ibn Māja; authentiek volgens al-Albānī);
- gaan om hem te ontmaskeren of terecht te wijzen: toegestaan en beloond, soms zelfs verplicht.
Handlezen, koffiedik kijken, zandlezen en horoscopen vallen hieronder, ook via tv of telefoon. Wie gelooft dat zo iemand het absolute verborgene kent, begaat iets nog ernstigers (al-Anʿām 6:59; an-Naml 27:65).
Kernpunten
- Amuletten: kleine shirk als middel, grote shirk als men gelooft dat ze zelf werken.
- Bijgeloof: gezien, geweten, gehoord, en moderne vormen; de boete ervoor.
- Kāhin, ʿarrāf, astrologie en drie mogelijkheden bij het bezoeken van een waarzegger.
Bron: العقيدة (٣), les 15, vanaf p. 58.
Begrippen
- التميمة at-tamīma · amulet
- iets wat men ophangt tegen schade of het boze oog (les 15, p. 57)
- الطيرة / التشاؤم aṭ-ṭiyara / at-tashāʾum · bijgeloof, onheil voorspellen
- naars verwachten door iets wat men ziet, weet of hoort (les 15, p. 58–59)
- الكاهن al-kāhin · waarzegger
- beweert de toekomst te kennen (les 15, p. 59)
- العراف al-ʿarrāf · ziener
- beweert het verleden te kennen (les 15, p. 59)
- التنجيم at-tanjīm · astrologie
- uit de stand van de sterren gebeurtenissen op aarde afleiden (les 15, p. 59)