PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Eenheid 4: Wat het tawḥīd tenietdoet of vermindert

Overzicht

Eenheid 4 · 12 lessen

Wat het tawḥīd tenietdoet of vermindert

Van het tweede deel van les 5 tot les 17

Ongeloof (kufr) en zijn soorten, en het verschil tussen groot en klein ongeloof. Shirk en zijn soorten: de grote shirk met zijn soorten en vormen, het afsluiten van de wegen erheen, en de kleine shirk, zichtbaar en verborgen. Wanneer kleine shirk groot wordt, en het verschil tussen kufr en shirk.

Bron: Kitāb al-ʿAqīda (3), Zad-reeks · p. 35–63

Je voortgang in dit hoofdstuk0%

Eenheid 4 in één kaart

De onderwerpen zoals op p. 36 van het boek.

Wat het tawḥīd tenietdoet of vermindertEenheid 4
  • Ongeloofles 5–6
    • groot: vijf soorten
    • klein
    • de verschillen
  • Grote shirkles 7–8
    • smeekbede
    • intentie en wil
    • gehoorzaamheid
    • liefde
  • Vormen van grote shirkles 9–10
    • slachten en geloften voor een ander
    • overdrijving
    • tovenarij
    • doden om hulp roepen
  • Wegen afsluitenles 11–13
    • graven
    • slachten bij graven
    • verboden gebedstijden
    • ruqya
  • Zichtbare kleine shirkles 14–15
    • zweren bij een ander
    • "wat Allah wil en jij"
    • amuletten en bijgeloof
    • waarzeggers
  • Verborgen kleine shirkles 16–17
    • gezien en gehoord willen worden
    • wereldse doelen
    • wanneer het groot wordt

Het hoofdstuk in één oogopslag

  1. Kufr betekent taalkundig bedekken; als vakterm: niet geloven in Allah en Zijn boodschappers, met loochening, twijfel of afwending.
  2. Groot ongeloof heeft vijf soorten: loochening, weigering uit hoogmoed, twijfel, afwending en hypocrisie. Klein ongeloof zijn zonden die de sharīʿa kufr noemt, maar die iemand niet buiten de islam brengen.
  3. Shirk is Allah een deelgenoot geven in Zijn heerschappij, Zijn goddelijkheid of Zijn namen en eigenschappen. Veel mensen denken dat het alleen buigen voor een afgod is; dat is een grote vergissing.
  4. Grote shirk is een vorm van aanbidding aan een ander dan Allah richten. Soorten: in de smeekbede, in de intentie, in gehoorzaamheid en in liefde.
  5. Wie een ander iets vraagt wat alleen Allah kan, pleegt shirk; een dode iets vragen is altijd shirk.
  6. Graven verheerlijken, erop bouwen en er zegen zoeken is een van de grootste wegen naar shirk; de Profeet ﷺ sloot die wegen af.
  7. Kleine shirk is wat naar grote shirk leidt en door de sharīʿa shirk wordt genoemd; het vernietigt het tawḥīd niet helemaal, maar vermindert het. Het is zichtbaar of verborgen.
  8. Kufr is ruimer dan shirk: elke mushrik is een kāfir, maar niet andersom.

Lessen in dit hoofdstuk

  1. Les 6 · p. 40 Klein ongeloof en het verschil met groot ongeloof
  2. Les 7 · p. 41 Shirk en de soorten ervan
  3. Les 8 · p. 44 Wat men aan anderen dan Allah mag vragen; andere soorten grote shirk
  4. Les 9 · p. 46 Vormen van grote shirk: offeren, geloften, overdrijving en tovenarij
  5. Les 10 · p. 48 De lelijkste vormen van shirk
  6. Les 11 · p. 51 Wegen naar shirk afsluiten: graven
  7. Les 12 · p. 53 Offeren bij graven en bidden bij zonsopgang
  8. Les 13 · p. 54 Ruqya die niet met de sharīʿa overeenkomt
  9. Les 14 · p. 55 Kleine shirk: zweren bij een ander dan Allah en 'wat Allah wil en jij'
  10. Les 15 · p. 58 Amuletten, bijgeloof en waarzeggers
  11. Les 16 · p. 60 Verborgen kleine shirk: gezien willen worden
  12. Les 17 · p. 61 Wereldse doelen met aanbidding; wanneer kleine shirk groot wordt

Oefeningen van het boek op p. 50 en p. 63. Wat het boek noemt over vormen van shirk bij bepaalde groepen, staat hier zoals in het boek. De Nederlandse weergave van verzen en hadith geeft de betekenis weer; het is geen vertaling.

Schema’s

Soorten ongeloof

Twee soorten, zoals in het boek.

Kufr
  • Groot: buiten de islam
    • loochening
    • weigering uit hoogmoed
    • twijfel
    • afwending
    • hypocrisie
  • Klein: niet buiten de islam
    • ondankbaarheid voor gunsten
    • een moslim bevechten
    • afstamming aanvallen en weeklagen
    • zich aan een ander dan zijn vader toeschrijven

Groot en klein ongeloof

Vier verschillen.

VergelijkingGrootKlein
Islam en dadenbrengt buiten de islam en maakt daden waardeloosniet, maar vermindert de daden en stelt bloot aan de bedreiging
Hiernamaalseeuwig in het Vuuraan Allahs wil overgelaten; als gestraft, niet eeuwig
Bloed en bezitniet meer beschermdblijven beschermd
Loyaliteitvolledige vijandschap, ook bij naaste familieliefde naar de mate van geloof, afkeer naar de mate van zonde

Les 6p. 40

Soorten shirk

Het schema van het boek op p. 42.

Shirk
  • Groot
    • in de smeekbede: aanbidding en verzoek
    • in intentie en wil
    • in gehoorzaamheid
    • in liefde
  • Klein, zichtbaar
    • woorden: zweren bij een ander, "wat Allah wil en jij"
    • daden: amuletten, bijgeloof, astrologie, waarzeggers
  • Klein, verborgen
    • gezien en gehoord willen worden
    • met aanbidding de wereld zoeken

Vormen van grote shirk

Zoals het boek ze noemt in les 9 en 10.

  1. Slachten voor een ander dan Allahom die te naderen en te eren; het vlees is verboden (al-Māʾida 5:3)
  2. Geloften voor een ander dan Allaherger dan zweren bij een ander, als knielen voor een ander
  3. Overdrijving met vromenen hun een deel van de aanbidding geven (an-Nisāʾ 4:171)
  4. Tovenarij met knopen en bezweringengroot ongeloof; met middelen en drankjes: zonde
  5. ʿAlī en de imams van de Profeetfamilie tot heren makenen hen aanroepen en voor hen slachten
  6. Te ver gaan met shaykhshun kennis van het verborgene toeschrijven en hen aanroepen
  7. Begravenen in mausolea om hulp roepenaz-Zumar 39:3

De wegen naar shirk afsluiten

De Profeet ﷺ was uiterst streng over graven.

  1. Graven niet tot gebedsplaatsen makenwie dat doet, is vervloekt
  2. Graven gelijk makenniet verhogen, bepleisteren of erop bouwen
  3. Niet richting graven biddenen er niet op zitten
  4. Niet speciaal naar graven reizenalleen naar de drie moskeeën
  5. Geen dieren slachten bij graven
  6. Niet bidden bij zonsopgang en -ondergangom niet te lijken op wie de zon aanbidt
  7. Ruqya alleen volgens de sharīʿaniet met shirk of magische tekens

Wie naar een ziener of waarzegger gaat

Drie gevallen.

VergelijkingGevalOordeel
Eerstevraagt, maar gelooft hem nietveertig dagen wordt zijn gebed niet aanvaard
Tweedevraagt en gelooft hemgroot ongeloof
Derdevraagt om hem te ontmaskeren of terecht te wijzenvoorgeschreven en beloond, soms verplicht

Les 15p. 59

Riyāʾ, sumʿa en wereldse doelen

De verborgen kleine shirk.

VergelijkingRiyāʾSumʿaWereldse doelen
Men handelt voorlof om wat men zietlof om wat men hoortiets van de wereld, zoals geld of een positie
Voorbeeldgebed, liefdadigheid, hadjKoranrecitatie, preken, gedenkenhadj, voorganger zijn of kennis zoeken voor geld

Les 17p. 61

Wanneer kleine shirk groot wordt

In twee gevallen.

  1. Als men een ander verheerlijkt zoals Allahzoals zweren bij een ander uit verheerlijking als die van Allah
  2. Als het de grondslag van het geloof raakt of de overhand krijgtzoals huichelen in het geloof zelf, of als riyāʾ of wereldse doelen de daden beheersen

Uitleg

  1. Groot ongeloof

    Brengt buiten de islam en kent vijf soorten: loochening, weigering uit hoogmoed terwijl men het gelooft, twijfel, volledige afwending van de godsdienst, en hypocrisie in het geloof.

    Meer uitleg

    Al-Layth: de ongelovige heet kāfir omdat het ongeloof zijn hart bedekt.

  2. Klein ongeloof

    Zonden die de sharīʿa kufr noemt maar die niet buiten de islam brengen: ondankbaarheid voor gunsten, een moslim bevechten, afstamming aanvallen, luid weeklagen, en zich willens aan een ander dan zijn vader toeschrijven.

    Meer uitleg

    Allah noemt de strijdende partijen gelovigen (al-Ḥujurāt 49:9); dus is een moslim bevechten klein ongeloof.

  3. Het gevaar van shirk

    Shirk heeft vele verschijningsvormen, zichtbaar en verborgen. Ibrāhīm bad zijn Heer om hem en zijn zonen van afgodendienst te behoeden (Ibrāhīm 14:35); wij hebben dat nog meer nodig.

    Meer uitleg

    Luqmān 31:13; al-Māʾida 5:72; an-Nisāʾ 4:48; al-Ḥajj 22:31.

  4. Shirk in de smeekbede

    Een ander dan Allah aanroepen; de smeekbede is de kern van aanbidding. Wie een profeet, engel, heilige of graf aanroept, pleegt shirk.

    Meer uitleg

    Ibn al-Qayyim: behoeften vragen aan de doden, hen om hulp roepen en zich tot hen wenden is de oorsprong van de shirk in de wereld.

  5. Wat men anderen mag vragen

    Wie een ander vraagt wat alleen Allah kan, pleegt shirk (al-Aḥqāf 46:5); mensen vragen wat zij kunnen, zoals een lening of hulp, mag. Een dode iets vragen is altijd shirk.

    Meer uitleg

    Hetzelfde geldt voor hulp zoeken (istiʿāna).

  6. Shirk in intentie, gehoorzaamheid en liefde

    Met al zijn daden uitsluitend de wereld of aanzien zoeken, zoals de echte hypocrieten; een ander het recht geven om wetten te maken, toe te staan en te verbieden; of de liefde van aanbidding aan een ander geven.

    Meer uitleg

    an-Nisāʾ 4:142; ash-Shūrā 42:21; al-Baqara 2:165.

  7. Slachten en geloften voor een ander

    Slachten voor een ander dan Allah om die te naderen en te eren is shirk die buiten de islam brengt, en het vlees is verboden. Een gelofte aan een ander dan Allah is shirk, als knielen voor een ander.

    Meer uitleg

    Wie dat deed, wordt aangeraden berouw te tonen; dan wordt het verleden vergeven (al-Anfāl 8:38).

  8. Is tovenarij ongeloof?

    Twee soorten: knopen en bezweringen waarmee de tovenaar de duivels inschakelt: groot ongeloof (al-Baqara 2:102). Middelen en drankjes die lichaam en verstand beïnvloeden: de dader is geen ongelovige, maar wel zondig.

  9. Graven

    De Profeet ﷺ vervloekte de joden en christenen omdat zij de graven van hun profeten tot gebedsplaatsen maakten, en noemde wie op graven van vromen bouwen de slechtste schepselen bij Allah.

    Meer uitleg

    Ibn Taymiyya: de imams zijn het erover eens dat moskeeën op graven niet zijn voorgeschreven, en dat elke moskee op een graf moet worden afgebroken.

  10. Ruqya

    Bezweringen zijn geen probleem zolang ze geen shirk zijn; niet toegestaan is ruqya met shirk, met hulp van kwakzalvers, tovenaars of zieners, of met magische tekens.

    Meer uitleg

    De geleerden zijn het eens dat ruqya mag onder drie voorwaarden: met Allahs woord of Zijn namen en eigenschappen, in het Arabisch of met bekende betekenis, en met het geloof dat ze niet uit zichzelf werkt.

  11. Zichtbare kleine shirk

    In woorden: zweren bij een ander dan Allah, en "wat Allah wil en jij". In daden: amuletten ophangen, bijgeloof, astrologie, en naar zieners en waarzeggers gaan.

    Meer uitleg

    Ook "het lot wilde" of "de omstandigheden wilden" mag niet: omstandigheden willen niets; de wil ligt bij Allah.

  12. Wanneer zweren, amuletten en bijgeloof grote shirk zijn

    Zweren bij een ander is grote shirk als men die even hoog of hoger acht dan Allah; amuletten en bijgeloof zijn grote shirk als men gelooft dat ze uit zichzelf werken.

    Meer uitleg

    Zoals sommige soefi’s die liegend bij Allah zweren maar bang zijn liegend bij hun shaykh te zweren.

  13. Verborgen kleine shirk

    Riyāʾ: handelen om door mensen geprezen te worden. Wereldse doelen: handelen voor iets van de wereld, zoals geld of een positie (Hūd 11:15–16).

    Meer uitleg

    Riyāʾ gaat over wat gezien wordt, sumʿa over wat gehoord wordt.

  14. Kufr en shirk

    In de afloop is er geen verschil tussen de kāfir en wie grote shirk pleegt (al-Bayyina 98:6). De geleerden noemen wie aan een ander geeft wat Allah toekomt een mushrik, en wie iets doet wat het geloof tenietdoet of iets onmiskenbaars uit de godsdienst ontkent een kāfir.

    Meer uitleg

    Kufr is ruimer dan shirk. Een van de grootste oorzaken van de verspreiding van shirk is onwetendheid over het tawḥīd.

Kernpunten

OpsommingUit het boek

Soorten groot ongeloof

  1. loochening
  2. weigering uit hoogmoed
  3. twijfel
  4. afwending
  5. hypocrisie
OpsommingUit het boek

Soorten grote shirk

  1. in de smeekbede
  2. in intentie en wil
  3. in gehoorzaamheid
  4. in liefde
OnderscheidUit het boek

Wat men anderen mag vragen

  • Wat alleen Allah kan: shirk.
  • Wat een levende kan: geen probleem.
  • Een dode iets vragen: altijd shirk.
VoorwaardeUit het boek

Voorwaarden voor toegestane ruqya

  • met Allahs woord of Zijn namen en eigenschappen
  • in het Arabisch of met bekende betekenis
  • geloven dat ze niet uit zichzelf werkt, maar door Allah
UitzonderingUit het boek

Wanneer kleine shirk groot wordt

  • als men een ander verheerlijkt zoals Allah
  • als het de grondslag van het geloof raakt of de overhand krijgt
BewijsUit het boek

Boetedoening

  • Na zweren bij al-Lāt en al-ʿUzzā: lā ilāha illā Llāh.
  • Na bijgeloof: "O Allah, er is geen goed dan Uw goed, geen voorteken dan Uw voorteken, en geen god buiten U."
OnderscheidUit het boek

Kufr en shirk

  • Dezelfde afloop: eeuwig in het Vuur.
  • Kufr is ruimer: elke mushrik is een kāfir, niet andersom.

Begrippen

الكفر

al-kufr

Ongeloof. Taal: bedekken en verbergen.

Vakterm: niet geloven in Allah en Zijn boodschappers, met of zonder loochening: ook twijfel, of afwending uit afgunst, hoogmoed of begeerte.

كفر التكذيب

kufr at-takdhīb

Ongeloof van loochening: geloven dat de boodschappers liegen, of iets ontkennen wat onmiskenbaar tot de godsdienst behoort.

Zoals wie het vasten ontkent omdat het de productie zou remmen.

  • al-ʿAnkabūt 29:68

كفر الإباء والاستكبار

kufr al-ibāʾ wa-l-istikbār

Ongeloof van weigering en hoogmoed: weten dat de boodschapper de waarheid spreekt en zich toch uit hoogmoed niet onderwerpen.

Zoals Iblīs.

  • al-Baqara 2:34

كفر الشك

kufr ash-shakk

Ongeloof van twijfel: aarzelen en niet zeker zijn van de waarheid van de boodschappers.

  • al-Kahf 18:35–37

كفر الإعراض

kufr al-iʿrāḍ

Ongeloof van afwending: zich met gehoor, hart en kennis afkeren van wat de boodschapper bracht.

  • al-Aḥqāf 46:3

كفر النفاق

kufr an-nifāq

Ongeloof van hypocrisie: uiterlijk geloof tonen en innerlijk ongelovig zijn.

  • al-Munāfiqūn 63:3

الكفر الأصغر

al-kufr al-aṣghar

Klein ongeloof: zonden die de sharīʿa kufr noemt, zonder dat de dader buiten de islam valt.

Zoals ondankbaarheid voor gunsten, een moslim bevechten, afstamming aanvallen en luid weeklagen.

  • an-Naḥl 16:112

الشرك

ash-shirk

Shirk. Taal: iets wat tussen meer dan één gedeeld wordt.

Vakterm: Allah een deelgenoot geven in Zijn heerschappij, goddelijkheid of namen en eigenschappen.

الشرك الأكبر

ash-shirk al-akbar

Grote shirk: een vorm van aanbidding aan een ander dan Allah richten.

Brengt buiten de islam; wie zonder berouw zo sterft, blijft eeuwig in het Vuur.

  • al-Kahf 18:110

دعاء العبادة

duʿāʾ al-ʿibāda

Smeekbede als aanbidding: Allah naderen met allerlei aanbidding; de aanbidder hoopt met zijn daad op Allahs barmhartigheid en vreest Zijn straf.

دعاء المسألة

duʿāʾ al-masʾala

Smeekbede als verzoek: vragen om wat baat en om wegname van wat schaadt.

  • Yūnus 10:18

شرك الطاعة

shirk aṭ-ṭāʿa

Shirk van gehoorzaamheid: geloven dat een ander dan Allah het recht heeft wetten te maken en iets toe te staan of te verbieden.

Wetgeving is een kenmerk van goddelijkheid.

  • ash-Shūrā 42:21
  • at-Tawba 9:31

شرك المحبة

shirk al-maḥabba

Shirk van liefde: de liefde van aanbidding, met eerbied, verheerlijking en nederigheid, aan een ander dan Allah geven.

  • al-Baqara 2:165

الغلو

al-ghuluww

Overdrijving: te ver gaan met vromen, heiligen en profeten en hun een deel van de aanbidding geven.

  • an-Nisāʾ 4:171

سد الذرائع

sadd adh-dharāʾiʿ

Wegen afsluiten: de middelen verbieden die naar shirk leiden.

Zoals het verbod te bouwen op graven, richting graven te bidden en te bidden bij zonsopgang en -ondergang.

العقر

al-ʿaqr

Dieren slachten bij graven.

In de jāhiliyya slachtten ze dieren bij het graf van een overleden leider.

الرقية

ar-ruqya

Bezwering ter genezing. Toegestaan onder drie voorwaarden: met Allahs woord of Zijn namen en eigenschappen, in het Arabisch of met bekende betekenis, en met het geloof dat ze niet uit zichzelf werkt.

الشرك الأصغر

ash-shirk al-aṣghar

Kleine shirk: alles wat naar grote shirk leidt en door de sharīʿa shirk wordt genoemd.

Vernietigt het tawḥīd niet helemaal, maar vermindert en verzwakt het.

التميمة

at-tamīma

Amulet: kralen, leer of draad die men ophangt tegen onheil of het boze oog.

Kleine shirk als men het als middel ziet; grote shirk als men gelooft dat het uit zichzelf beschermt.

التولة

at-tiwala

Iets wat sommige vrouwen maken om de liefde van hun man te winnen.

التشاؤم (الطيرة)

at-tashāʾum (aṭ-ṭiyara)

Bijgeloof over onheil: denken dat iets slechts gebeurt door iets wat men ziet, weet of hoort.

Zoals bij uilen en kraaien, het getal 13 of de maand Ṣafar.

الكاهن والعراف

al-kāhin wa-l-ʿarrāf

De ziener beweert de toekomst te kennen, de waarzegger het verleden.

التنجيم

at-tanjīm

Astrologie: uit de stand van de sterren afleiden wat er op aarde gebeurt.

Een valse claim op kennis van het verborgene.

الرياء

ar-riyāʾ

Gezien willen worden: een daad van aanbidding doen om door mensen geprezen te worden.

Riyāʾ gaat over wat gezien wordt, sumʿa over wat gehoord wordt.

السمعة

as-sumʿa

Gehoord willen worden: zoals Koran reciteren, preken of gedenken voor de mensen.

Hadith

De hadith die in de lessen van dit hoofdstuk genoemd worden, met tekst en bronvermelding zoals in het boek.

  1. «سباب المسلم فسوق، وقتاله كفر»

    een moslim uitschelden is zondigheid, en tegen hem vechten is ongeloof

    Bron: Muslim

    Een voorbeeld van klein ongeloof: Allah noemt de strijdende partijen toch gelovigen (al-Ḥujurāt 49:9).

  2. «اثنتان في الناس هما بهم كفر: الطعن في النسب، والنياحة على الميت»

    twee dingen bij de mensen zijn bij hen ongeloof: afstamming aanvallen en luid weeklagen over een dode

    Bron: Muslim

    Klein ongeloof.

  3. «لا ترغبوا عن آبائكم، فمن رغب عن أبيه فهو كفر»

    keer je niet af van je vaders; wie zich van zijn vader afkeert, dat is ongeloof

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

    Een kind dat zich willens en wetens aan een ander dan zijn vader toeschrijft: klein ongeloof.

  4. «يا أيها الناس، اتقوا هذا الشرك؛ فإنه أخفى من دبيب النمل»

    mensen, wees op je hoede voor deze shirk, want hij is verborgener dan het kruipen van mieren

    Bron: Aḥmad en al-Bukhārī in al-Adab al-Mufrad; authentiek volgens al-Albānī

    Shirk is meer dan buigen voor een afgod: er is zichtbare en verborgen shirk.

  5. Overgeleverd door ʿAbd Allāh ibn Masʿūd

    «سألت النبي ﷺ: أي الذنب أعظم عند الله؟ قال: «أن تجعل لله ندا وهو خلقك». قلت: إن ذلك لعظيم!»

    Ik vroeg de Profeet ﷺ: welke zonde is bij Allah de grootste? Hij zei: "Dat je Allah een gelijke geeft, terwijl Hij jou geschapen heeft." Ik zei: dat is werkelijk groot!

    Bron: al-Bukhārī

    Over het gevaar van shirk.

  6. «الدعاء هو العبادة»

    de smeekbede is de aanbidding

    Bron: Aḥmad en de Sunan-werken, met een authentieke keten

    Smeekbede is de kern van aanbidding; een ander dan Allah aanroepen is grote shirk.

  7. «لما كان يوم فتح مكة أمّن رسول الله ﷺ الناس إلا أربعة نفر وامرأتين، وقال: «اقتلوهم، وإن وجدتموهم متعلقين بأستار الكعبة»... فركب عكرمة البحر فأصابتهم ريح عاصف، فقال أصحاب السفينة: أخلصوا، فإن آلهتكم لا تغني عنكم شيئا هاهنا. فقال عكرمة: والله لئن لم ينجني من البحر إلا الإخلاص، لا ينجيني في البر غيره، اللهم إن لك علي عهدا، إن أنت عافيتني مما أنا فيه أن آتي محمدا ﷺ حتى أضع يدي في يده، فلأجدنه عفوا كريما، فجاء فأسلم»

    Op de dag van de verovering van Mekka gaf de Boodschapper ﷺ de mensen veiligheid, behalve vier mannen en twee vrouwen ... ʿIkrima ging scheep en een stormwind trof hen. De opvarenden zeiden: wees oprecht (in je smeekbede tot Allah alleen), want jullie goden baten jullie hier niets. ʿIkrima zei: als alleen oprechtheid mij op zee redt, dan redt niets anders mij op het land. O Allah, ik beloof U: als U mij hieruit redt, ga ik naar Muḥammad ﷺ en leg mijn hand in de zijne, en ik zal hem vergevend en edel vinden. Hij kwam en werd moslim

    Bron: Abū Dāwūd en an-Nasāʾī; authentiek volgens al-Albānī

    Oprechtheid en hoe ʿIkrima moslim werd.

  8. Overgeleverd door ʿAdī ibn Ḥātim

    «سمعته ﷺ يقرأ في سورة براءة: ﴿اتخذوا أحبارهم ورهبانهم أربابا من دون الله﴾، فقال عدي: «أما إنهم لم يكونوا يعبدونهم، ولكنهم كانوا إذا أحلوا لهم شيئا استحلوه، وإذا حرموا عليهم شيئا حرموه». فقال ﷺ: «فتلك عبادتهم»»

    Ik hoorde hem ﷺ in soera Barāʾa reciteren: "Zij namen hun schriftgeleerden en monniken tot heren naast Allah." ʿAdī zei: "Zij aanbaden hen niet, maar als die hun iets toestonden, beschouwden zij het als toegestaan, en als die hun iets verboden, beschouwden zij het als verboden." De Profeet ﷺ zei: "Dat is hun aanbidding van hen."

    Bron: at-Tirmidhī; goed (ḥasan) volgens al-Albānī

    Bij de shirk van gehoorzaamheid; weergegeven zoals in het boek.

  9. «لعن الله من ذبح لغير الله»

    Allah heeft wie voor een ander dan Allah slacht vervloekt

    Bron: Muslim

    Slachten voor een ander dan Allah om die te naderen en te eren is grote shirk.

  10. «إياكم والغلو، فإنما أهلك من كان قبلكم الغلو»

    pas op voor overdrijving, want overdrijving heeft wie vóór jullie waren te gronde gericht

    Bron: Aḥmad en an-Nasāʾī; authentiek volgens al-Albānī

    Bij overdrijving ten aanzien van vromen, heiligen en profeten.

  11. «اجتنبوا السبع الموبقات، قلنا: وما هن يا رسول الله؟ قال: الشرك بالله، والسحر... الحديث»

    Mijd de zeven verwoestende zonden. Wij vroegen: welke zijn dat, Boodschapper van Allah? Hij zei: shirk met Allah, tovenarij ... (de hadith)

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    Bij tovenarij met knopen en bezweringen: groot ongeloof.

  12. Overgeleverd door ʿĀʾisha en Ibn ʿAbbās

    «لعنة الله على اليهود والنصارى، اتخذوا قبور أنبيائهم مساجد»

    Allahs vloek over de joden en de christenen: zij maakten de graven van hun profeten tot gebedsplaatsen

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    Hij ﷺ zei dit toen de dood hem naderde, als waarschuwing tegen wat zij deden.

  13. Overgeleverd door ʿĀʾisha

    «ولولا ذلك لأبرز قبره، غير أنه خشي أن يتخذ مسجدا»

    Was dat er niet geweest, dan zou zijn graf in de open lucht zijn gelegd; maar men vreesde dat het een gebedsplaats zou worden

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    Woorden van ʿĀʾisha.

  14. «اللهم لا تجعل قبري وثنا، لعن الله قوما اتخذوا قبور أنبيائهم مساجد»

    O Allah, maak mijn graf niet tot een afgod; Allah vervloekte een volk dat de graven van zijn profeten tot gebedsplaatsen maakte

    Bron: Aḥmad; authentiek volgens al-Albānī

    Bij het afsluiten van de weg naar graven verheerlijken.

  15. Overgeleverd door ʿĀʾisha

    «إن أولئك إذا كان فيهم الرجل الصالح فمات، بنوا على قبره مسجدا، وصوروا فيه تلك الصور، فأولئك شرار الخلق عند الله يوم القيامة»

    Als er bij hen een vrome man was en hij stierf, bouwden zij op zijn graf een gebedshuis en maakten daarin die afbeeldingen; dat zijn de slechtste schepselen bij Allah op de Dag van de Opstanding

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    Toen Umm Ḥabība en Umm Salama een kerk met afbeeldingen noemden die zij in Abessinië hadden gezien.

  16. Overgeleverd door Abū l-Hayyāj al-Asadī

    «قال لي علي: ألا أبعثك على ما بعثني عليه رسول الله ﷺ؟ أن لا تدع تمثالا إلا طمسته، ولا قبرا مشرفا إلا سويته»

    ʿAlī zei tegen mij: zal ik je niet uitsturen met de opdracht waarmee de Boodschapper van Allah ﷺ mij uitstuurde? Laat geen beeld achter zonder het uit te wissen, en geen verhoogd graf zonder het gelijk te maken

    Bron: Muslim

    Bij het bevel graven gelijk te maken.

  17. Overgeleverd door Jābir

    «نهى رسول الله ﷺ أن يجصص القبر، وأن يقعد عليه، وأن يبنى عليه»

    de Boodschapper van Allah ﷺ verbood het graf te bepleisteren, erop te zitten en erop te bouwen

    Bron: Muslim

  18. Overgeleverd door Abū Marthad al-Ghanawī

    «لا تصلوا إلى القبور، ولا تجلسوا عليها»

    bid niet in de richting van graven en zit er niet op

    Bron: Muslim

    Het verbod om richting graven te bidden.

  19. Overgeleverd door Anas

    «قمت يوما أصلي وبين يدي قبر لا أشعر به، فناداني عمر: القبر القبر، فظننت أنه يعني القمر، فقال لي بعض من يليني: إنما يعني القبر، فتنحيت عنه»

    Ik stond op een dag te bidden met een graf voor mij zonder dat ik het wist. ʿUmar riep mij: het graf, het graf! Ik dacht dat hij de maan (al-qamar) bedoelde, maar iemand naast mij zei: hij bedoelt het graf (al-qabr). Toen ging ik er weg

    Bron: al-Bayhaqī

    Een overlevering over ʿUmar.

  20. «لا تشد الرحال إلا إلى ثلاثة مساجد: المسجد الحرام، ومسجد الرسول ﷺ، والمسجد الأقصى»

    men reist niet speciaal af behalve naar drie moskeeën: de Heilige Moskee, de moskee van de Boodschapper ﷺ en de al-Aqṣā-moskee

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    Bij het verbod speciaal naar graven af te reizen.

  21. «لا عقر في الإسلام»

    er is geen ʿaqr (dieren slachten bij een graf) in de islam

    Bron: Abū Dāwūd; authentiek volgens al-Albānī

    Imam Aḥmad: als in de jāhiliyya een leider stierf, slachtten zij dieren bij zijn graf.

  22. «صل صلاة الصبح، ثم أقصر عن الصلاة حتى تطلع الشمس حتى ترتفع؛ فإنها تطلع حين تطلع بين قرني شيطان، وحينئذ يسجد لها الكفار»

    bid het ochtendgebed en houd dan op met bidden tot de zon opkomt en hoog staat, want zij komt op tussen de twee hoorns van een duivel, en op dat moment knielen de ongelovigen voor haar

    Bron: Muslim

    Wegen afsluiten: het verbod te bidden bij zonsopgang en zonsondergang.

  23. «لا بأس بالرقى ما لم تكن شركا»

    bezweringen (ruqā) zijn geen probleem zolang ze geen shirk zijn

    Bron: Muslim

    Ruqya hoort te gebeuren met het Boek van Allah en de Sunna.

  24. Overgeleverd door Zaynab, de vrouw van ʿAbd Allāh ibn Masʿūd

    «كانت عجوز تدخل علينا ترقي من الحمرة... فجاء فجلس إلى جانبي فمسني فوجد مس خيط، فقال: ما هذا؟ فقلت: رقي لي فيه من الحمرة! فجذبه وقطعه فرمى به، وقال: لقد أصبح آل عبد الله أغنياء عن الشرك، سمعت رسول الله ﷺ يقول: «إن الرقى والتمائم والتولة شرك»... ولكن لو فعلت كما فعل رسول الله ﷺ كان خيرا لك وأجدر أن تشفين، تنضحين في عينك الماء وتقولين: «أذهب الباس، رب الناس، اشف أنت الشافي، لا شفاء إلا شفاؤك، شفاء لا يغادر سقما»»

    Een oude vrouw kwam bij ons om bezweringen uit te spreken tegen de roos (een ontsteking) ... Hij (ʿAbd Allāh) kwam naast mij zitten, raakte mij aan en voelde een draad. Hij zei: wat is dit? Ik zei: daarin is een bezwering voor mij uitgesproken tegen de roos. Hij trok hem los, knipte hem door, gooide hem weg en zei: de familie van ʿAbd Allāh heeft shirk niet nodig; ik hoorde de Boodschapper van Allah ﷺ zeggen: "Bezweringen, amuletten en tiwala zijn shirk." ... Had je gedaan wat de Boodschapper van Allah ﷺ deed, dan was dat beter voor je en eerder genezing: water in je oog sprenkelen en zeggen: "Neem de kwaal weg, Heer van de mensen; genees, U bent de Genezer; er is geen genezing dan Uw genezing, een genezing die geen ziekte achterlaat."

    Bron: Abū Dāwūd en Ibn Māja; authentiek volgens al-Albānī

    Bij ruqya die niet met de sharīʿa overeenkomt.

  25. Overgeleverd door Ibn ʿUmar

    «من حلف بغير الله فقد أشرك»

    wie bij een ander dan Allah zweert, heeft shirk gepleegd

    Bron: Abū Dāwūd; authentiek volgens al-Albānī

    Zweren bij een ander dan Allah is kleine shirk.

  26. Overgeleverd door ʿAbd Allāh ibn Masʿūd

    «لأن أحلف بالله كاذبا أحب إلي من أن أحلف بغير الله صادقا»

    Liever zweer ik leugenachtig bij Allah dan dat ik naar waarheid zweer bij een ander dan Allah

    Bron:

    Een uitspraak van Ibn Masʿūd: zweren bij een ander is shirk, leugenachtig zweren bij Allah een grote zonde, en shirk is erger.

  27. Overgeleverd door Abū Hurayra

    «ومن حلف فقال في حلفه: واللات والعزى، فليقل: لا إله إلا الله»

    wie bij het zweren zegt: "bij al-Lāt en al-ʿUzzā", moet zeggen: lā ilāha illā Llāh

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

    De boetedoening voor zweren bij een ander dan Allah.

  28. Overgeleverd door Ḥudhayfa

    «لا تقولوا: ما شاء الله وشاء فلان، ولكن قولوا: ما شاء الله ثم شاء فلان»

    zeg niet: "wat Allah wil en wat die-en-die wil", maar zeg: "wat Allah wil en daarna wat die-en-die wil"

    Bron: Aḥmad en Abū Dāwūd; authentiek volgens al-Albānī

    Shirk in woorden.

  29. Overgeleverd door ʿUqba ibn ʿĀmir al-Juhanī

    «من علق تميمة فقد أشرك»

    wie een amulet ophangt, heeft shirk gepleegd

    Bron: Aḥmad, met een authentieke keten

    Bij het ophangen van amuletten.

  30. Overgeleverd door ʿAbd Allāh ibn Masʿūd

    «إن الرقى والتمائم والتولة شرك»

    bezweringen, amuletten en tiwala zijn shirk

    Bron: Aḥmad en Abū Dāwūd; authentiek volgens al-Albānī

    Tiwala: iets wat sommige vrouwen maken om de liefde van hun man te winnen.

  31. Overgeleverd door ʿAbd Allāh ibn Masʿūd

    «الطيرة شرك، الطيرة شرك، الطيرة شرك»

    bijgelovig voorteken (ṭiyara) is shirk (drie keer)

    Bron: Abū Dāwūd en at-Tirmidhī, die hem authentiek verklaarde

    Bijgeloof over onheil is kleine shirk.

  32. «من ردته الطيرة عن حاجته فقد أشرك، قالوا: فما كفارة ذلك؟ قال: أن تقول: اللهم لا خير إلا خيرك، ولا طير إلا طيرك، ولا إله غيرك»

    wie zich door een voorteken van zijn plan laat afhouden, heeft shirk gepleegd. Zij vroegen: wat is de boetedoening daarvoor? Hij zei: dat je zegt: O Allah, er is geen goed dan Uw goed, geen voorteken dan Uw voorteken, en geen god buiten U

    Bron: Aḥmad; authentiek volgens al-Albānī

    Dit is ook de boetedoening voor bijgeloof.

  33. «من أتى عرافا فسأله عن شيء لم تقبل له صلاة أربعين ليلة»

    wie naar een waarzegger gaat en hem iets vraagt, van hem wordt veertig nachten geen gebed aanvaard

    Bron: Muslim (Ṣaḥīḥ)

    Het eerste geval: vragen zonder te geloven.

  34. «من أتى كاهنا أو عرافا فصدقه بما يقول، فقد كفر بما أنزل على محمد ﷺ»

    wie naar een ziener of waarzegger gaat en hem gelooft in wat hij zegt, heeft ongeloof begaan in wat aan Muḥammad ﷺ is neergezonden

    Bron: Aḥmad, Abū Dāwūd en Ibn Māja; authentiek volgens al-Albānī

    Het tweede geval: vragen en geloven is groot ongeloof.

  35. Overgeleverd door Maḥmūd ibn Labīd

    «إن أخوف ما أخاف عليكم الشرك الأصغر، قالوا: وما الشرك الأصغر؟ قال: الرياء، إن الله تبارك وتعالى يقول يوم تجازى العباد بأعمالهم: اذهبوا إلى الذين كنتم تراءون بأعمالكم في الدنيا، فانظروا هل تجدون عندهم جزاء؟!»

    Wat ik het meest voor jullie vrees, is de kleine shirk. Zij vroegen: wat is de kleine shirk? Hij zei: gezien willen worden (riyāʾ). Allah zegt op de dag dat de dienaren voor hun daden worden vergolden: ga naar hen voor wie jullie in de wereld je daden vertoonden, en kijk of jullie bij hen een beloning vinden!

    Bron: Aḥmad; authentiek volgens al-Arnaʾūṭ

    Bij gezien willen worden (riyāʾ).

  36. «تعس عبد الدينار وعبد الدرهم وعبد الخميصة، إن أعطي رضي، وإن لم يعط سخط، تعس وانتكس، وإذا شيك فلا انتقش»

    ellendig is de dienaar van de dinar, van de dirham en van het mooie kleed: krijgt hij, dan is hij tevreden; krijgt hij niet, dan is hij boos. Ellendig is hij en hij valt; en als een doorn hem prikt, wordt die niet verwijderd

    Bron: al-Bukhārī

    Bij met aanbidding wereldse doelen nastreven.

Personen

De personen die in dit hoofdstuk genoemd worden, en waarom.

Genoemd in de tekst

Genoemd in de bronvermelding

Herhaling

Het belangrijkste vlak voor een toets

  • Groot ongeloof: loochening, weigering, twijfel, afwending, hypocrisie.
  • Klein ongeloof brengt niet buiten de islam en niet eeuwig in het Vuur.
  • Grote shirk: aanbidding aan een ander richten; in smeekbede, intentie, gehoorzaamheid en liefde.
  • Een dode iets vragen is altijd shirk.
  • Slachten en geloften voor een ander, overdrijving en tovenarij met knopen zijn grote shirk.
  • De Profeet ﷺ sloot de wegen naar shirk af: graven, verboden tijden, ruqya.
  • Zichtbare kleine shirk: zweren bij een ander, "wat Allah wil en jij", amuletten, bijgeloof, waarzeggerij.
  • Verborgen kleine shirk: riyāʾ, sumʿa en wereldse doelen.
  • Elke mushrik is een kāfir, niet andersom.

Flitskaarten

Mijn favorieten

Tik op het sterretje bij een kaart om hem hier te bewaren.

Test jezelf

  1. Tot welke soort groot ongeloof hoort het ongeloof van Iblīs?

  2. Wat voor ongeloof bedoelt "tegen een moslim vechten is ongeloof"?

  3. Bij klein ongeloof zijn bloed en bezit niet meer beschermd.

  4. Shirk is alleen buigen voor een afgod.

  5. Wat is het oordeel als je een dode vraagt je schuld af te lossen?

  6. Wie gelooft dat een ander dan Allah mag toestaan en verbieden, valt in:

  7. Wat is het oordeel over tovenarij met knopen, bezweringen en magische tekens?

  8. Waarom verbood de Profeet ﷺ te bidden bij zonsopgang?

  9. Ruqya mag met woorden waarvan men de betekenis niet kent.

  10. Wat is zweren bij de Profeet of bij het leven van je vader?

  11. Wat zeg je in plaats van "wat Allah wil en wat die-en-die wil"?

  12. Wie een waarzegger iets vraagt en hem gelooft, begaat:

  13. Wat is het verschil tussen riyāʾ en sumʿa?

  14. Elke kāfir is een mushrik en elke mushrik een kāfir.

Originele tekst

Deze pagina bundelt de lessen van het hoofdstuk. De volledige samenvatting per les, en de bladzijden in het oorspronkelijke boek:

  1. Les 6 Klein ongeloof en het verschil met groot ongeloof

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 40

  2. Les 7 Shirk en de soorten ervan

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 41–43

  3. Les 8 Wat men aan anderen dan Allah mag vragen; andere soorten grote shirk

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 44–45

  4. Les 9 Vormen van grote shirk: offeren, geloften, overdrijving en tovenarij

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 46–47

  5. Les 10 De lelijkste vormen van shirk

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 48–50

  6. Les 11 Wegen naar shirk afsluiten: graven

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 51–52

  7. Les 12 Offeren bij graven en bidden bij zonsopgang

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 53

  8. Les 13 Ruqya die niet met de sharīʿa overeenkomt

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 54

  9. Les 14 Kleine shirk: zweren bij een ander dan Allah en 'wat Allah wil en jij'

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 55–57

  10. Les 15 Amuletten, bijgeloof en waarzeggers

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 58–59

  11. Les 16 Verborgen kleine shirk: gezien willen worden

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 60

  12. Les 17 Wereldse doelen met aanbidding; wanneer kleine shirk groot wordt

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 61

Het hele hoofdstuk in het oorspronkelijke boek: Kitāb al-ʿAqīda (3), Zad-reeks · p. 35–63 p. 35

Dit is een studiehulp; het oorspronkelijke boek blijft de bron.