Profetische biografie (3) – Omgang van de Profeet met anderen

PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Studeer heel eenheid 3 Schema’s, begrippen, hadith, personen en een toets voor alle lessen samen →

Goed buurschap en geschenken met niet-moslims

Buurschap en geschenken. Toen voor ʿAbd Allāh ibn ʿAmr een schaap geslacht werd, vroeg hij of zij hun joodse buur iets hadden gegeven en noemde de hadith over Jibrīl die de buur aanbeval (Abū Dāwūd en at-Tirmidhī, die het ḥasan noemde). De Profeet ﷺ aanvaardde het geschenk van al-Muqawqis en van Kisrā, en de uitnodiging van de joodse vrouw die gif in het schaap deed (p. 44).

Handel. ʿĀʾisha: hij kocht voedsel van een jood op termijn en verpandde zijn ijzeren harnas (al-Bukhārī).

Ziekenbezoek. Zoals bij de joodse jongen (les 9).

Gebruik maken van hun kennis. De sharīʿa staat toe nuttige kennis van niet-moslims te nemen, zoals geneeskunde en landbouw. Bij de hijra huurden de Profeet ﷺ en Abū Bakr een man van Banū d-Dīl als gids, terwijl hij de religie van Quraysh volgde. Zij gaven hem hun rijdieren en spraken af bij de grot Thawr na drie nachten (al-Bukhārī). Ash-Shawkānī: dit bewijst dat een moslim een ongelovige mag huren om de weg te wijzen. Hij gaf Khaybar aan de joden om te bewerken voor de helft van de opbrengst, en dat bleef zo onder Abū Bakr en in het begin van ʿUmars kalifaat (al-Bukhārī) (p. 45).

Kernpunten

  • Geschenken geven aan en aannemen van niet-moslims is toegestaan.
  • Handel met hen op termijn en met onderpand is toegestaan.
  • Een zieke niet-moslim bezoeken is toegestaan.
  • Men mag hun kennis en arbeid benutten, zoals de gids bij de hijra.

Bron: السيرة النبوية (٣): التعاملات النبوية, les 15, vanaf p. 44.

Begrippen

التهادي at-tahādī · elkaar geschenken geven
geven en aannemen van geschenken, ook met niet-moslims (les 15, p. 44)
الخريت al-khirrīt · ervaren gids
iemand die de wegen goed kent (les 15, p. 45)
الرهن ar-rahn · onderpand
het harnas dat hij bij een jood in pand gaf (les 15, p. 44)