PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Eenheid 3: Met beproefden, armen, rijken, niet-moslims en nieuwe moslims

Overzicht

Eenheid 3 · 8 lessen

Met beproefden, armen, rijken, niet-moslims en nieuwe moslims

Acht lessen samen op één pagina

Hij ﷺ troostte beproefden, spoorde hen aan tot geduld, hield rekening met hun gevoelens en bezocht hen. Hij zocht de armen op, hielp hen, zat bij hen en ging hun voor boven zijn eigen gezin. Hij erkende de verdienste van rijken en leidde hen in goed beheer, rechtvaardig schenken en het tonen van Allahs gunst. Niet-moslims behandelde hij rechtvaardig: hij nodigde hen uit, was een goede buur, handelde met hen, bezocht hun zieken en maakte gebruik van hun kennis. En hij verheugde zich over wie moslim werd, onderwees hem, won zijn hart en droeg hem op zijn volk te onderwijzen.

Bron: As-Sīra an-Nabawiyya (3), Zad-reeks · p. 35–49

Je voortgang in dit hoofdstuk0%

Eenheid 3 in één kaart

De belangrijkste punten uit het boek.

Groepen in de samenlevingEenheid 3
  • Beproefdenles 10
    • aansporen tot geduld
    • gevoelens sparen
    • bezoek
  • Armenles 11
    • opzoeken
    • respect
    • de mensen van de ṣuffa
  • Rijkenles 12–13
    • verdienste erkennen
    • een derde is veel
    • rechtvaardig tussen kinderen
  • Niet-moslimsles 14–15
    • rechtvaardigheid
    • uitnodiging
    • handel en nut
  • Nieuwe moslimsles 16–17
    • vreugde over hun islam
    • onderwijs
    • hun hart winnen en goed nieuws

Het hoofdstuk in één oogopslag

  1. Wie een beproefde ziet, zegt: alle lof zij Allah die mij bewaard heeft voor waarmee Hij jou beproefde …; de geleerden: in stilte, zodat hij het zelf hoort en de beproefde niet.
  2. Men geeft de arme niet wat men zelf niet zou eten, in navolging van het vers over het geven van het goede (al-Baqara 267).
  3. Hij liet de arme muhājirūn in de moskee wonen, noemde hen de mensen van de ṣuffa, zat bij hen en was vertrouwd met hen.
  4. Geld is een pijler van het leven, en veel van zijn metgezellen waren rijk: Abū Bakr, ʿAbd ar-Raḥmān ibn ʿAwf, ʿUthmān en anderen.
  5. Schenking is iets anders dan onderhoud: rechtvaardig onderhoud is ieder kind geven wat het nodig heeft, ook als het bedrag verschilt.
  6. De relatie met niet-moslims berust op rechtvaardigheid en geen onrecht, zoals in soera al-Mumtaḥana.
  7. Men mag gebruikmaken van de kennis van niet-moslims, zoals geneeskunde en landbouw; de Profeet ﷺ huurde bij de hijra een polytheïstische gids.
  8. Wie moslim wordt, doet ghusl (volgens de meesten aanbevolen) en werpt het haar van kufr af, dat wil zeggen een haardracht die een kenteken van ongelovigen is.

Lessen in dit hoofdstuk

  1. Les 10 · p. 35 Zijn omgang met beproefden en mensen met een beperking
  2. Les 11 · p. 37 Zijn omgang met de armen
  3. Les 12 · p. 40 Zijn omgang met de rijken
  4. Les 13 · p. 41 Schenking is iets anders dan onderhoud
  5. Les 14 · p. 43 Zijn omgang met niet-moslims
  6. Les 15 · p. 44 Goed buurschap en geschenken met niet-moslims
  7. Les 16 · p. 46 Zijn omgang met nieuwe moslims
  8. Les 17 · p. 47 De islam vóór al het andere

Oefeningen van het boek op p. 36, 39, 42, 45 en 49. De Nederlandse weergave van hadith en verzen geeft de betekenis weer; het is geen vertaling.

Schema’s

Onderhoud en schenking

Zoals het boek ze onderscheidt.

VergelijkingOnderhoudSchenking
Grondslagbehoeftegelijkheid tussen kinderen
Hoeveelheidverschilt per behoefteniet aan één kind zonder de anderen
Bewijskader van het boek, p. 41"ik getuig niet van onrecht"

Les 13p. 41

Zijn leiding met de nieuwe moslim

Uit het boek, met bewijs.

  1. Vreugde over zijn islamzoals bij ʿIkrima en ʿAdī
  2. Hem gebed en smeekbede leren
  3. Opdracht tot ghusl
  4. Zijn hart winnen, ook met geld
  5. Goed nieuws over zijn eerdere goede daden"je werd moslim met het goede dat je al deed"
  6. Opdracht zijn volk te onderwijzen

Uitleg

  1. Het bezoek aan ʿItbān ibn Mālik

    ʿItbān, die slecht zag, vroeg de Profeet ﷺ in zijn huis te bidden zodat hij die plek als gebedsplaats kon nemen. Hij kwam met Abū Bakr, vroeg toestemming en zei: waar wil je dat ik in je huis bid? En hij bad twee rakʿa’s.

  2. De vrouw die de moskee veegde

    Hij miste haar; men zei dat zij gestorven was. Hij zei: waarom hebben jullie het mij niet laten weten? Wijs mij haar graf, en hij bad over haar.

  3. Ik getuig niet van onrecht

    Bashīr wilde dat de Profeet ﷺ getuige was van een gift aan alleen zijn zoon an-Nuʿmān. Hij vroeg: heb je al je kinderen hetzelfde gegeven? Nee. Dan: laat mij dan geen getuige zijn.

  4. Omgang met niet-moslims in de praktijk

    Hij aanvaardde geschenken van al-Muqawqis en Kisrā, kocht op termijn voedsel van een jood en gaf zijn harnas als pand, bezocht de zieke joodse jongen, en Ibn ʿAmr liet zijn joodse buur een geschenk sturen.

Kernpunten

OpsommingUit het boek

Zijn leiding met de armen

  1. hen opzoeken en naar hen vragen
  2. hun behoeften vervullen
  3. respect: hun niet geven wat wij niet eten
  4. hen niet overslaan bij feestmalen
  5. bij hen zitten zonder hoogmoed
  6. hun behoefte vóór die van zijn gezin
BewijsUit het boek

Verbod op onrecht tegen een verdragspartner

  • wie een verdragspartner onrecht doet of hem zijn recht onthoudt … tegen hem pleit ik op de Dag der Opstanding
  • wie een verdragspartner doodt, ruikt de geur van het Paradijs niet

Begrippen

بحبيبتيه

bi-ḥabībatayhi

Zijn twee ogen, omdat zij hem de liefste lichaamsdelen zijn.

البصير

al-baṣīr

Een vriendelijke omschrijving voor een blinde.

أهل الصفة

ahl aṣ-ṣuffa

Arme muhājirūn die hij in de moskee liet wonen.

عالة يتكففون الناس

ʿāla yatakaffafūn an-nās

Arm en de mensen met open hand om iets vragend.

الخريت

al-khirrīt

Iemand die ervaren is in de wegen.

باخع نفسك

bākhiʿ nafsak

Jezelf vernietigend uit verlangen en verdriet om hen.

Hadith

De hadith die in de lessen van dit hoofdstuk genoemd worden, met tekst en bronvermelding zoals in het boek.

  1. Overgeleverd door Anas

    «إن الله قال: إذا ابتليت عبدي بحبيبتيه فصبر، عوضته منهما الجنة»

    Allah zegt: als Ik Mijn dienaar beproef met het verlies van zijn twee geliefden (zijn ogen) en hij geduld heeft, geef Ik hem daarvoor het Paradijs

    Bron: al-Bukhārī

  2. Overgeleverd door Jābir

    «انطلقوا بنا إلى البصير الذي في بني واقف نعوده»

    Laten we de ziende (de blinde) bij Banū Wāqif gaan bezoeken

    Bron: al-Bayhaqī; al-Albānī noemde hem authentiek

    Het was een blinde man.

  3. Overgeleverd door ʿUmar

    «من رأى صاحب بلاء فقال: الحمد لله الذي عافاني مما ابتلاك به، وفضلني على كثير ممن خلق تفضيلا، إلا عوفي من ذلك البلاء ما عاش»

    Wie een beproefde ziet en zegt: alle lof zij Allah die mij bewaard heeft voor waarmee Hij jou beproefde en mij boven velen van Zijn schepselen heeft bevoorrecht, wordt zijn leven lang voor die beproeving bewaard

    Bron: at-Tirmidhī; al-Albānī noemde hem ḥasan

  4. Overgeleverd door Abū Hurayra

    «إن هذه القبور مملوءة ظلمة على أهلها، وإن الله عز وجل ينورها لهم بصلاتي عليهم»

    Deze graven zijn vol duisternis voor hun bewoners, en Allah verlicht ze voor hen door mijn gebed over hen

    Bron: Muslim

  5. Overgeleverd door ʿĀʾisha

    «لا تطعموهم مما لا تأكلون»

    Geef hun niet te eten van wat jullie zelf niet eten

    Bron: Aḥmad; al-Albānī noemde hem ḥasan

  6. Overgeleverd door Abū Hurayra

    «شر الطعام طعام الوليمة، يدعى لها الأغنياء ويترك الفقراء»

    Het slechtste eten is het eten van een feestmaal waarvoor de rijken worden uitgenodigd en de armen worden overgeslagen

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

  7. «لا أعطيكم وأدع أهل الصفة تلوى بطونهم من الجوع»

    Ik geef jullie niets terwijl ik de mensen van de ṣuffa laat met buiken die kronkelen van de honger

    Bron: Aḥmad; Aḥmad Shākir noemde hem authentiek

    Toen ʿAlī en Fāṭima om een bediende vroegen.

  8. Overgeleverd door Abū Hurayra

    «ما نفعني مال قط ما نفعني مال أبي بكر»

    Nooit heeft bezit mij zo geholpen als het bezit van Abū Bakr

    Bron: at-Tirmidhī en Ibn Māja; al-Albānī noemde hem authentiek

  9. Overgeleverd door Saʿd ibn Abī Waqqāṣ

    «الثلث يا سعد، والثلث كثير، إنك أن تذر ذريتك أغنياء خير من أن تذرهم عالة يتكففون الناس»

    Een derde, Saʿd, en een derde is veel. Dat je je nakomelingen rijk achterlaat is beter dan dat je hen arm achterlaat, de mensen om iets vragend

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

  10. Overgeleverd door an-Nuʿmān ibn Bashīr

    «فلا تشهدني إذا، فإني لا أشهد على جور»

    Laat mij dan geen getuige zijn, want ik getuig niet van onrecht

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

  11. Overgeleverd door Kaʿb ibn Mālik

    «أمسك عليك بعض مالك فهو خير لك»

    Houd een deel van je bezit voor jezelf; dat is beter voor je

    Bron: al-Bukhārī

  12. Overgeleverd door Mālik ibn Naḍla

    «إذا آتاك الله مالا فلير عليك»

    Als Allah je bezit heeft gegeven, laat het dan aan je te zien zijn

    Bron: Aḥmad, Abū Dāwūd en an-Nasāʾī; al-Albānī noemde hem authentiek

  13. Overgeleverd door ʿAbd Allāh ibn ʿAmr

    «من قتل نفسا معاهدا لم يرح رائحة الجنة، وإن ريحها ليوجد من مسيرة أربعين عاما»

    Wie een verdragspartner doodt, ruikt de geur van het Paradijs niet, terwijl die geur te ruiken is op een afstand van veertig jaar reizen

    Bron: al-Bukhārī

  14. «فوالله لأن يهدي الله بك رجلا خير لك من حمر النعم»

    Bij Allah, dat Allah door jou één man leidt, is beter voor je dan rode kamelen

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    Tegen ʿAlī bij Khaybar.

  15. «إني لم أبعث لعانا، وإنما بعثت رحمة»

    Ik ben niet gezonden als iemand die vervloekt; ik ben gezonden als barmhartigheid

    Bron: Muslim

  16. Overgeleverd door al-Barāʾ

    «أسلم ثم قاتل … عمل قليلا وأجر كثيرا»

    Word moslim en strijd daarna … Hij deed weinig en kreeg veel beloning

    Bron: al-Bukhārī

  17. «أسلمت على ما أسلفت من خير»

    Je bent moslim geworden met het goede dat je eerder deed

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    Tegen Ḥakīm ibn Ḥizām.

  18. Overgeleverd door Mālik ibn al-Ḥuwayrith

    «لو رجعتم إلى بلادكم فعلمتموهم … وإذا حضرت الصلاة فليؤذن لكم أحدكم، وليؤمكم أكبركم»

    Keer terug naar jullie land en onderwijs hen … Als het gebed komt, laat één van jullie de oproep doen en de oudste van jullie voorgaan

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

Personen

De personen die in dit hoofdstuk genoemd worden, en waarom.

Genoemd in de tekst

Herhaling

Het belangrijkste vlak voor een toets

  • De beproefde wordt getroost, tot geduld aangespoord en in zijn gevoelens gespaard.
  • De arme wordt opgezocht, gerespecteerd en gezelschap gehouden, zonder hoogmoed.
  • De rijke wordt geleid in goed beheer en rechtvaardigheid tussen zijn kinderen.
  • De niet-moslim wordt rechtvaardig behandeld en met wijsheid uitgenodigd.
  • Over de nieuwe moslim verheugt men zich; hij wordt onderwezen en zijn hart wordt gewonnen.

Flitskaarten

Mijn favorieten

Tik op het sterretje bij een kaart om hem hier te bewaren.

Test jezelf

  1. Wat wordt bedoeld met "zijn twee geliefden"?

  2. De smeekbede bij het zien van een beproefde zeg je hardop, zodat hij het hoort.

  3. Wat raadde de Profeet ﷺ Saʿd aan voor zijn testament?

  4. Waarom weigerde de Profeet ﷺ getuige te zijn van de gift van Bashīr?

  5. Een moslim mag een niet-moslim inhuren voor iets nuttigs.

  6. Wat is volgens de meesten het oordeel over ghusl voor wie moslim wordt?

Originele tekst

Deze pagina bundelt de lessen van het hoofdstuk. De volledige samenvatting per les, en de bladzijden in het oorspronkelijke boek:

  1. Les 10 Zijn omgang met beproefden en mensen met een beperking

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 35–36

  2. Les 11 Zijn omgang met de armen

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 37–39

  3. Les 12 Zijn omgang met de rijken

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 40

  4. Les 13 Schenking is iets anders dan onderhoud

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 41–42

  5. Les 14 Zijn omgang met niet-moslims

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 43

  6. Les 15 Goed buurschap en geschenken met niet-moslims

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 44–45

  7. Les 16 Zijn omgang met nieuwe moslims

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 46

  8. Les 17 De islam vóór al het andere

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 47

Het hele hoofdstuk in het oorspronkelijke boek: As-Sīra an-Nabawiyya (3), Zad-reeks · p. 35–49 p. 35

Dit is een studiehulp; het oorspronkelijke boek blijft de bron.