Profetische biografie (3) – Omgang van de Profeet met anderen

PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Studeer heel eenheid 2 Schema’s, begrippen, hadith, personen en een toets voor alle lessen samen →

Zijn omgang met bedienden

De Profeet ﷺ behandelde wie hem diende als een liefdevolle vader en een barmhartige broer.

Voeden en kleden als jezelf. Jullie bedienden zijn jullie broeders; Allah heeft hen onder jullie gezag geplaatst. Wie zijn broeder onder zich heeft, laat hem hem voeden van wat hij zelf eet en kleden van wat hij zelf draagt. Belast hen niet met wat hen te zwaar is, en als jullie dat doen, help hen dan (al-Bukhārī en Muslim) (p. 32).

Ziekenbezoek, ook bij een niet-moslim. Een joodse jongen diende de Profeet ﷺ en werd ziek. Hij bezocht hem, ging bij zijn hoofd zitten en zei: Word moslim. De jongen keek naar zijn vader, die zei: 'Gehoorzaam Abū l-Qāsim.' Hij werd moslim, en de Profeet ﷺ ging naar buiten zeggende: Alle lof aan Allah die hem van het Vuur heeft gered (al-Bukhārī).

Smeken voor de bediende. Anas' moeder vroeg: 'Uw kleine dienaar, smeek voor hem.' Hij smeekte voor Anas om al het goede, en als laatste: O Allah, vermeerder zijn bezit en zijn kinderen en zegen hem daarin. Anas werd een van de rijksten van de Anṣār, en volgens zijn dochter Umayna waren meer dan honderdtwintig van zijn nakomelingen al begraven (al-Bukhārī en Muslim).

Vragen naar hun behoeften en niet boos worden. Hij vroeg een bediende: Heb je iets nodig? (Aḥmad; al-Albānī ṣaḥīḥ). Toen Anas, op weg voor een boodschap, bleef staan bij spelende kinderen, pakte de Profeet ﷺ hem lachend bij zijn nek: Anaitje, ben je gegaan waar ik je heen stuurde? (Muslim) (p. 33).

Verdraagzaamheid. Anas diende hem tien jaar, thuis en op reis. Nooit zei hij 'oef', en nooit 'waarom deed je dit?' of 'waarom deed je dat niet?' (al-Bukhārī en Muslim). Als iemand uit zijn familie Anas iets verweet, zei hij: Laat hem; als het beschikt was, was het gebeurd (Aḥmad; al-Albānī ṣaḥīḥ) (p. 34).

Kernpunten

  • Bedienden zijn broeders: voed en kleed hen zoals jezelf.
  • Belast hen niet boven hun kunnen, of help hen.
  • Hij bezocht een zieke niet-moslimbediende en nodigde hem uit tot de islam.
  • Hij smeekte voor Anas en vroeg bedienden naar hun behoeften.
  • In tien jaar berispte hij Anas nooit.

Bron: السيرة النبوية (٣): التعاملات النبوية, les 9, vanaf p. 32.

Begrippen

خولكم khawalukum · jullie bedienden
zo genoemd omdat zij zaken verzorgen (les 9, p. 32)
أف uff · 'oef'
woord van ergernis dat hij nooit tegen Anas zei (les 9, p. 33)
أنيس Unays · Anaitje
verkleinwoord van Anas, uit vriendelijkheid (les 9, p. 33)