Zijn omgang met zondaars#
De gemeenschap van de metgezellen. De metgezellen hadden de grootste godsvrees en begingen het minst grote zonden. Toch vielen sommigen, vooral wie nog maar kort uit de Jāhiliyya kwam, in zonden; zij keerden snel terug met berouw (p. 50).
Zachtheid. Abū Umāma: een jongeman vroeg toestemming voor ontucht. De mensen keerden zich tegen hem, maar de Profeet ﷺ zei: Kom dichterbij. Hij vroeg: Zou jij het willen voor je moeder? 'Nee.' De mensen willen het ook niet voor hun moeders. Zo ook voor zijn dochter, zus en tantes. Daarna legde hij zijn hand op hem: O Allah, vergeef zijn zonde, reinig zijn hart en bescherm zijn kuisheid. Daarna keek de jongen nergens meer naar (Aḥmad; al-Albānī ṣaḥīḥ).
Niet hard bij de straf. Burayda ibn al-Ḥuṣayb vertelt over de Ghāmidiyya: zij bekende ontucht en vroeg om reiniging. Hij stuurde haar terug: Ga tot je bevalt, en daarna: Ga en zoog hem tot je hem speent (p. 51). Daarna werd de straf voltrokken. Khālid ibn al-Walīd gooide een steen, bloed spatte op hem en hij schold haar uit. De Profeet ﷺ zei: Rustig, Khālid! Bij Hem in Wiens hand mijn ziel is, zij heeft berouw getoond dat, als een tolheffer het toonde, hem vergeven zou worden. Hij bad over haar en zij werd begraven (Muslim). Het boek voegt een overlevering toe waarin ʿUmar vraagt of hij over haar bidt en de Profeet ﷺ zegt dat haar berouw zeventig mensen van Medina zou omvatten (Muslim; zie de opmerking).
Niet uitschelden of vervloeken. Bij een dronken man die gestraft werd zei iemand: 'Moge Allah hem vernederen!' De Profeet ﷺ zei: Wees geen helpers van de duivel tegen jullie broeder (al-Bukhārī), en bij Abū Dāwūd: zeg liever: O Allah, vergeef hem, wees hem genadig (al-Albānī ṣaḥīḥ). In een andere bewoording: Vervloek hem niet, want bij Allah, ik weet alleen dat hij Allah en Zijn Boodschapper liefheeft (al-Bukhārī). Shaykh al-Islām: men mag in het algemeen vervloeken wie wijn drinkt, maar niet een bepaalde persoon die Allah en Zijn Boodschapper liefheeft (p. 52).
Kernpunten
- Ook in de beste gemeenschap vallen mensen in zonde; snel berouw is het kenmerk.
- De Profeet ﷺ overtuigde de jongeman met zachtheid en smeekte voor hem.
- Bij een straf geen hardheid of scheldwoorden: berouw kan alles uitwissen.
- Smeek voor de zondaar om vergeving, niet om vernedering.
- Vervloeken in het algemeen mag, een bepaalde gelovige vervloeken niet.
Bron: السيرة النبوية (٣): التعاملات النبوية, les 18, vanaf p. 50.
Begrippen
- الحد al-ḥadd · vastgestelde straf
- de straf die de sharīʿa voor bepaalde zonden vaststelt (les 18, p. 51)
- صاحب مكس ṣāḥib maks · tolheffer
- iemand die onrechtmatig heffingen neemt (les 18, p. 52)
- لعن المعين laʿn al-muʿayyan · een bepaald persoon vervloeken
- verboden bij een gelovige die Allah en Zijn Boodschapper liefheeft (les 18, p. 52)