De lelijkheid van de zonde tonen#
De Profeet ﷺ had meerdere manieren om met een zonde om te gaan.
De ernst ervan tonen. Toen ʿĀʾisha over Ṣafiyya zei dat zij klein was, zei hij: Je hebt een woord gezegd dat de zee zou veranderen als het ermee vermengd werd (Abū Dāwūd en at-Tirmidhī; al-Albānī ṣaḥīḥ). Ondanks de omvang van de zee zou deze roddel haar bederven (p. 53).
De zondaar mijden als dat nut heeft. Soms meed hij zondaars een tijd, tot Allah hun zaak besliste of hun berouw aanvaardde, zoals bij de drie die achterbleven bij Tabūk.
Met de hand verwijderen als men daartoe bevoegd is. Ibn ʿAbbās: hij zag een gouden ring aan de hand van een man, trok hem eraf en gooide hem weg: Neemt iemand van jullie een gloeiende kool van het Vuur en doet die aan zijn hand?! Men zei tegen de man: 'Neem je ring en heb er nut van.' Hij zei: 'Nee, bij Allah, ik neem hem nooit, nu de Boodschapper van Allah hem weggooide' (Muslim). Hieruit leert het boek: volledig gehoorzamen, zonder uitvluchten via zwakke interpretaties.
Bedekt berispen. Abū Ḥumayd as-Sāʿidī: Ibn al-Lutbiyya werd aangesteld over de ṣadaqa van Banū Sulaym en zei bij de afrekening: 'Dit is voor jullie en dit is mij geschonken.' De Profeet ﷺ zei: Had je maar in het huis van je vader en moeder gezeten, om te zien of je geschenken kreeg. Daarna zei hij in een preek zonder namen te noemen: Wat is er met de ambtenaar die wij aanstellen en die zegt: dit is van jullie en dit is mij geschonken? Had hij maar in het huis van zijn vader en moeder gezeten… (al-Bukhārī en Muslim) (p. 54).
Kernpunten
- De Profeet ﷺ liet de ernst van een zonde zien.
- Mijden mag als het de zondaar of de gemeenschap baat, zoals bij Tabūk.
- Wie de macht heeft, verwijdert het kwaad met de hand.
- Vaak berispte hij zonder namen te noemen.
- Geschenken aan ambtenaren vanwege hun functie zijn verboden.
Bron: السيرة النبوية (٣): التعاملات النبوية, les 19, vanaf p. 53.
Begrippen
- الهجر al-hajr · mijden
- het tijdelijk verbreken van contact met een zondaar als dat nut heeft (les 19, p. 53)
- التعريض at-taʿrīḍ · bedekte toespeling
- berispen zonder de persoon te noemen (les 19, p. 54)
- العامل al-ʿāmil · ambtenaar
- iemand die aangesteld is om bijvoorbeeld de zakāt te innen (les 19, p. 54)