Sūrat al-ʿAlaq: lees in de naam van je Heer#
Volgens de meeste uitleggers is al-ʿAlaq de eerste soera die werd geopenbaard, en waren de eerste vijf verzen, tot 'wat hij niet wist', het begin van de openbaring.
Lees (96:1–5). 'Lees in de naam van je Heer die schiep': lees, Muḥammad, met de hulp van de naam van Allah, de Schepper van alles (vgl. az-Zumar 39:62). Hij schiep de mens uit een ʿalaq, gestold bloed. Het bevel wordt herhaald: je Heer is de Edelmoedigste, die de onwetendheid van Zijn dienaren vergeeft. Hij leerde het schrift met de pen, en leerde de mens wat hij niet wist.
De overmoed van de mens (96:6–8). 'Kallā' is een terechtwijzing: het past de mens niet zijn Heer ondankbaar te zijn na zulke gunsten. De mens wordt overmoedig zodra hij zich onafhankelijk ziet door rijkdom en kinderen. De gelovige is uitgezonderd: hij ziet zich nooit, zelfs geen oogwenk, onafhankelijk van Allah. 'Tot je Heer is de terugkeer' is een bedreiging aan de overmoedige.
Lessen. De Profeet ﷺ was ummī: hij kon niet lezen of schrijven (al-ʿAnkabūt 29:48). Dat hij toch dit Boek bracht, snijdt volgens het boek elke twijfel af dat Koran en Sunna door hem verzonnen zijn. Daarmee vervalt ook de bewering dat ummī 'uit Umm al-Qurā' betekent. Dat Allah de schepping van de mens apart noemt, is een eer voor de mens (al-Isrāʾ 17:70).
Kernpunten
- Volgens de meeste uitleggers zijn 96:1–5 de eerste geopenbaarde verzen.
- De eerste openbaring begint met lezen, de pen en kennis.
- De mens wordt overmoedig als hij zich onafhankelijk waant; de gelovige weet zich altijd afhankelijk van Allah.
- Het ongeletterd-zijn van de Profeet ﷺ is een bewijs dat hij de Koran niet zelf maakte.
- Het apart noemen van de schepping van de mens is een eer.
Bron: التفسير (٤), les 3, vanaf p. 16.
Begrippen
- العلق al-ʿalaq · gestold bloed
- het stadium waaruit Allah de mens schiep (les 3, p. 17)
- الطغيان aṭ-ṭughyān · overmoed
- het overschrijden van de grens door hoogmoed (les 3, p. 17)
- الرجعى ar-rujʿā · de terugkeer
- de terugkeer tot Allah ter verantwoording (les 3, p. 17)
- الأمي al-ummī · de ongeletterde
- wie niet leest of schrijft; zo was de Profeet ﷺ (les 3, p. 18)