Sūrat al-ʿĀdiyāt: de ondankbare mens#
Sūrat al-ʿĀdiyāt is Mekkaans. Allah zweert bij de paarden die op Zijn weg rennen.
De eed (100:1–5). 'Bij de snuivend rennenden': aḍ-ḍabḥ is het geluid dat het paard bij het rennen uit zijn borst geeft. 'Die vonken slaan': hun hoeven slaan vonken uit de stenen. 'Die in de ochtend aanvallen': de beste tijd, want de vijand is dan achteloos of slaapt. Het boek voegt zonder bron toe dat de Profeet ﷺ in de ochtend aanviel en eerst luisterde naar een oproep tot het gebed. 'Die stof opwerpen' (an-naqʿ is stof) en 'die midden in een menigte dringen'.
Waarop gezworen wordt (100:6–8). 'De mens is jegens zijn Heer ondankbaar' (kanūd): hij ontkent Zijn gunsten, en hij getuigt daar zelf van. Zijn liefde voor geld is hevig.
Wat in de harten is (100:9–11). Weet hij niet dat de doden uit de graven worden gehaald en dat wordt blootgelegd wat in de harten verborgen was? Zijn Heer kent dan alles wat zij deden.
Lessen. Allah zweert bij wat Hij wil van Zijn schepselen; elders zweert Hij bij het leven van de Profeet ﷺ (al-Ḥijr 15:72). Al-kanūd is wie één slechte daad de vele goede doet vergeten; ash-shakūr is wie één goede daad de vele slechte doet vergeten. Op de Dag worden daden beoordeeld naar wat in het hart is (vgl. aṭ-Ṭāriq 86:9), dus moeten wij zorg dragen voor ons hart.
Kernpunten
- Allah zweert bij de paarden die op Zijn weg rennen.
- De mens is ondankbaar jegens zijn Heer en hevig gehecht aan geld.
- Op de Dag wordt blootgelegd wat in de harten verborgen was.
- Al-kanūd vergeet veel goeds om één slechte daad; ash-shakūr omgekeerd.
- Allah zweert bij wat Hij wil van Zijn schepselen.
Bron: التفسير (٤), les 9, vanaf p. 39.
Begrippen
- الضبح aḍ-ḍabḥ · het snuiven
- het geluid uit de borst van een rennend paard (les 9, p. 39)
- النقع an-naqʿ · het stof
- het stof dat de hoeven opwerpen (les 9, p. 40)
- الكنود al-kanūd · de ondankbare
- wie één slechte daad de vele goede doet vergeten (les 9, p. 40–41)
- الشكور ash-shakūr · de dankbare
- wie één goede daad de vele slechte doet vergeten (les 9, p. 41)