Reinheid en haar soorten#
Het boek opent het hoofdstuk over reinheid (ṭahāra) met de betekenis van het woord: in de taal is het zuiverheid en vrij zijn van vuil.
Twee soorten reinheid. (1) Innerlijke reinheid: het hart zuiver houden van shirk en zonden (at-Tawba 9:28, al-Aḥzāb 33:33). (2) Uiterlijke reinheid: het opheffen van de ḥadath en het verwijderen van khabath. Khabath is najāsa, onreinheid; die moet weg van het lichaam, de kleding en de plaats van wie bidt.
Twee soorten ḥadath. De kleine ḥadath is een toestand die op de vier wassingsdelen rust (gezicht, handen, hoofd en voeten). Hij maakt het gebed en wat daarop lijkt ongeldig en wordt opgeheven met de woeḍoe. De grote ḥadath rust op het hele lichaam en wordt opgeheven met de ghusl.
Kernpunten
- Reinheid is innerlijk (van shirk en zonden) en uiterlijk (van ḥadath en najāsa).
- Najāsa moet weg van lichaam, kleding en gebedsplaats.
- De kleine ḥadath gaat weg met de woeḍoe, de grote met de ghusl.
- Een ḥadath is een toestand, geen zichtbaar vuil.
Bron: الفقه (١), les 1, vanaf p. 13.
Begrippen
- الطهارة aṭ-ṭahāra · reinheid
- zuiverheid; in de fiqh het opheffen van ḥadath en het verwijderen van najāsa (les 1, p. 13)
- الحدث al-ḥadath · rituele onreinheid
- een toestand van het lichaam die het gebed ongeldig maakt (les 1, p. 13)
- الخبث al-khabath · vuil, onreinheid
- ander woord voor najāsa, zichtbare onreinheid (les 1, p. 13)
- الحدث الأكبر al-ḥadath al-akbar · grote rituele onreinheid
- rust op het hele lichaam en vraagt een ghusl (les 1, p. 13)