De tijden van maghrib, ʿishāʾ en fajr#
Maghrib begint als de zon helemaal onder is en loopt tot de rode schemering verdwijnt: De tijd van maghrib is zolang de schemering niet weg is (Muslim). De schemering (shafaq) is de roodheid na zonsondergang. Het is soenna maghrib vroeg te bidden: Mijn gemeenschap blijft in het goede zolang zij maghrib niet uitstellen tot de sterren talrijk zijn (Abū Dāwūd, ṣaḥīḥ volgens al-Albānī).
ʿIshāʾ begint als de rode schemering weg is en eindigt na de eerste helft van de nacht: De tijd van ʿishāʾ is tot de helft van de nacht (Muslim). Let op: dat is het midden tussen maghrib en fajr, niet middernacht van de klok zoals veel mensen denken. Wie later bidt, haalt in.
Fajr loopt van de ware dageraad tot zonsopgang. De soenna is het vroeg te bidden: gelovige vrouwen baden mee in hun omslagdoeken en gingen naar huis terwijl niemand hen herkende door het donker (al-Bukhārī en Muslim, van ʿĀʾisha). Fajr mag je niet opzettelijk uitstellen tot na zonsopgang; volgens het boek is het gebed dan ongeldig en buiten de tijd.
Kernpunten
- Maghrib loopt tot de rode schemering weg is; bid het vroeg.
- ʿIshāʾ loopt tot de helft van de nacht tussen maghrib en fajr.
- De helft van de nacht is niet middernacht van de klok.
- Fajr loopt tot zonsopgang; bid het vroeg in het donker.
Bron: الفقه (١), les 26, vanaf p. 96.
Begrippen
- الشفق ash-shafaq · schemering
- de roodheid aan de hemel na zonsondergang (les 26, p. 96)
- نصف الليل niṣf al-layl · helft van de nacht
- het midden tussen maghrib en fajr (les 26, p. 97)
- الفجر الصادق al-fajr aṣ-ṣādiq · ware dageraad
- het licht dat zich over de horizon verspreidt (les 26, p. 97)
- الغلس al-ghalas · ochtendduister
- het donker aan het einde van de nacht (les 26, p. 97)