Hoe je bidt#
Wie gaat bidden, beseft dat hij zich tot Allah wendt en Hem toespreekt, met een hart vol eerbied, liefde en verlangen naar nabijheid.
Eerste rakʿa. Allāhu akbar, de handen tot de schouders of de oorlellen; rechts op links; het hoofd licht gebogen, niet naar de hemel; de openingssmeekbede, toevlucht, basmala, al-Fātiḥa en een sūra. Bij maghrib is het soenna korte sūra's uit de mufaṣṣal te reciteren en soms lange (zoals al-Aʿrāf of aṭ-Ṭūr); bij fajr lange uit de mufaṣṣal en soms korte (zoals az-Zalzala); bij de rest middellange. De mufaṣṣal loopt van Qāf tot an-Nās: lang van Qāf tot ʿAmma, middel van ʿAmma tot aḍ-Ḍuḥā, kort van aḍ-Ḍuḥā tot het einde.
Dan rukūʿ met takbīr en handen geheven, handen op de knieën met gespreide vingers, rug recht, drie keer subḥāna rabbiya l-ʿaẓīm. Opkomen met samiʿa llāhu liman ḥamidah en de handen geheven, dan rabbanā laka l-ḥamd (met varianten), en eventueel 'mil'a s-samāwāti ...'. Dan neerknielen zonder de handen te heffen, op zeven delen, armen niet op de grond, armen van de zij en buik van de dijen; niet plat uitgestrekt. Drie keer subḥāna rabbiya l-aʿlā en veel smeekbeden: In de sujūd: smeek veel, want het is waardig dat jullie verhoord worden (Muslim). Zitten op de linkervoet met rabbi ghfir lī, en een tweede sujūd.
Tweede rakʿa en verder. Hetzelfde, zonder openingssmeekbede. Na de tweede rakʿa de tashahhud, met de pink en ringvinger gebogen, duim en middelvinger in een kring, wijzen met de wijsvinger en ernaar kijken. In een gebed van drie of vier rakʿa sta je op met geheven handen en reciteer je daarna alleen al-Fātiḥa (soms meer mag). In de laatste tashahhud zit je in tawarruk, voeg je de ṣalāt ibrāhīmiyya toe (al-Bukhārī en Muslim), zoek je toevlucht tegen de straf van de Hel, het graf, de beproeving van leven en dood en de Dajjāl (Muslim), en smeek je wat je wilt. Dan de taslīm rechts en links.
Ter kennisname. Een sutra (muur, pilaar) voor je, dichtbij (Abū Dāwūd). Na het gebed: lā ilāha illā llāh waḥdahu ... (al-Bukhārī en Muslim, al-Mughīra); drie keer vergeving vragen en 'Allāhumma anta s-salām' (Muslim, Thawbān); 33 keer subḥāna llāh, al-ḥamdu lillāh en Allāhu akbar; de muʿawwidhāt. De handen heffen bij de smeekbede na het gebed is volgens het boek niet voorgeschreven.
Kernpunten
- Bid met een aanwezig hart, beseffend dat je Allah toespreekt.
- Maghrib met korte, fajr met lange sūra's uit de mufaṣṣal.
- In de sujūd veel smeken.
- De tweede rakʿa zonder openingssmeekbede.
- Na het gebed gedenken; de handen heffen is dan volgens het boek niet voorgeschreven.
Bron: الفقه (١), les 33, vanaf p. 117.
Begrippen
- صفة الصلاة ṣifat aṣ-ṣalāt · hoe je bidt
- de volgorde van het gebed van begin tot einde (les 33, p. 117)
- المفصل al-mufaṣṣal · de mufaṣṣal
- de sūra's van Qāf tot an-Nās (les 33, p. 118)
- السترة as-sutra · afscherming
- iets voor de biddende, zoals een muur of pilaar (les 33, p. 120)
- الصلاة الإبراهيمية aṣ-ṣalāt al-ibrāhīmiyya · ṣalāt ibrāhīmiyya
- de zegenbede over de Profeet ﷺ zoals over Ibrāhīm (les 33, p. 119)
- الأذكار بعد الصلاة al-adhkār baʿd aṣ-ṣalāt · gedenken na het gebed
- lofprijzing en smeekbede na de taslīm (les 33, p. 120)