Islamitische jurisprudentie (1)

PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Studeer heel eenheid 4 Schema’s, begrippen, hadith, personen en een toets voor alle lessen samen →

Voorwaarden van de adhān

Voorwaarden voor een geldige adhān. (1) De tijd is begonnen; uitzonderingen zijn de eerste adhān voor het fajr-gebed en de eerste adhān voor het vrijdaggebed. (2) De volgorde en aaneengesloten zinnen, zoals de soenna ze geeft. (3) In het Arabisch en met de overgeleverde woorden.

Reinheid, richting Qibla, staan en niet praten zijn geen voorwaarde, maar wel aanbevolen. Een korte pauze tussen de zinnen is soenna; iets langer is geen probleem.

De muʾadhdhin moet moslim, verstandig en man zijn. De adhān van een ongelovige, waanzinnige, dronkene of kind zonder onderscheidingsvermogen is niet geldig, en een vrouw roept niet voor mannen.

Aanbevolen eigenschappen (ter kennisname): betrouwbaar (mensen gaan op hem af voor gebed en vasten), volwassen (al is de adhān van een kind met onderscheidingsvermogen geldig), kennis van de tijden, een mooie stem, rein van beide ḥadath, staand naar de Qibla, langzaam bij de adhān en snel bij de iqāma.

Hoofd draaien. Rechts en links draaien bij ḥayya ʿalā ṣ-ṣalāh en ḥayya ʿalā l-falāḥ is soenna (al-Bukhārī en Muslim, van Abū Juḥayfa over Bilāl). Wie met een microfoon roept, draait volgens het boek niet, want de luidsprekers doen het werk.

Kernpunten

  • De adhān is pas geldig als de tijd begonnen is, op twee uitzonderingen na.
  • Volgorde, aaneengesloten zinnen en Arabisch zijn voorwaarden.
  • De muʾadhdhin is moslim, verstandig en man.
  • Langzaam bij de adhān, snel bij de iqāma.

Bron: الفقه (١), les 23, vanaf p. 87.

Begrippen

شروط صحة الأذان shurūṭ ṣiḥḥat al-adhān · voorwaarden van de adhān
tijd, volgorde en aaneengesloten, Arabisch (les 23, p. 87)
الحيعلتان al-ḥayʿalatān · de twee oproepen
ḥayya ʿalā ṣ-ṣalāh en ḥayya ʿalā l-falāḥ (les 23, p. 88)
الترسل at-tarassul · langzaam roepen
rustig en duidelijk de adhān roepen (les 23, p. 88)