Aanbidding (ʿibāda)#
Eenheid 2 behandelt aanbidding: haar soorten en voorwaarden.
Taalkundig is ʿibāda gehoorzaamheid met onderworpenheid en nederigheid. Als term: overgave en onderworpenheid aan Allah, om dichter bij Hem te komen met wat Hij heeft voorgeschreven, met liefde en eerbied. Of zoals Ibn Taymiyya het definieert: een verzamelnaam voor alles wat Allah liefheeft en waarmee Hij tevreden is, van woorden en daden, innerlijk en uiterlijk.
Aanbidding is het grote doel van de schepping en de edele rang waarmee de besten van de schepping beschreven worden; Allah beveelt haar op veel plaatsen (adh-Dhāriyāt 51:56; an-Naḥl 16:36; al-Anbiyāʾ 21:25 en 21:92). Hij beval Zijn Profeet ﷺ haar tot de dood (al-Ḥijr 15:99), waarschuwde tegen hoogmoed ertegenover (Ghāfir 40:60), beschreef er de engelen mee (al-Aʿrāf 7:206), Zijn uitverkoren dienaren (al-Insān 76:6; al-Furqān 25:63), de Messias (az-Zukhruf 43:59) en Muḥammad ﷺ op zijn edelste momenten (al-Isrāʾ 17:1; al-Kahf 18:1).
Kader: sommige mensen die zich op het soefisme beroepen, leggen al-Ḥijr 15:99 ("totdat de zekerheid tot je komt") uit als: totdat je de kennis van Allah bereikt, waarna de plichten vervallen. Ash-Shinqīṭī noemt die uitleg ongeloof, zandaqa en uittreden uit de islam volgens consensus; het is geen uitleg (taʾwīl) maar spel. De Profeet ﷺ, de beste aanbidder, bleef aanbidden tot zijn laatste moment.
Kernpunten
- Twee definities, waaronder die van Ibn Taymiyya.
- Aanbidding als doel van de schepping en als eretitel van engelen en profeten.
- Weerlegging van de uitleg dat de plichten vervallen bij 'zekerheid' (al-Ḥijr 15:99).
Bron: العقيدة (٢), les 5, vanaf p. 29.
Begrippen
- العبادة al-ʿibāda · aanbidding
- overgave en onderworpenheid aan Allah met liefde en eerbied, volgens wat Hij voorschreef (les 5, p. 29)
- اليقين (في الحجر ٩٩) al-yaqīn · de zekerheid
- in al-Ḥijr 15:99 volgens het boek: de dood, niet 'kennis waarna de plichten vervallen' (les 5, p. 29)
- الزندقة az-zandaqa · ketterij, verborgen ongeloof
- ash-Shinqīṭī's oordeel over de genoemde uitleg (les 5, p. 29)