Geloofsleer (2)

PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Studeer heel eenheid 1 Schema’s, begrippen, hadith, personen en een toets voor alle lessen samen →

Betekenis van tawḥīd al-ulūhiyya

Het boek opent eenheid 1 met tawḥīd al-ulūhiyya, de eenheid van Allah in aanbidding.

Taalkundig komt ulūhiyya van aliha – yaʾlahu – ilāha: aanbidden. Het boek wijst op de lezing van Ibn ʿAbbās ﴿wa-yadharaka wa-ilāhataka﴾ (al-Aʿrāf 7:127), "en jouw aanbidding". De naam Allāh gaat terug op ilāh in de betekenis van maʾlūh: de aanbedene. Ulūhiyya is dus ʿubūdiyya, dienaarschap.

Als term: Allah alleen nemen in de daden van aanbidding van de dienaren, of korter: Allah alleen aanbidden. Voorbeelden zijn smeekbede, gelofte, offer, hoop, liefde, vrees, vertrouwen, toevlucht zoeken, hulp vragen in nood en hulp vragen in het algemeen. Niemand mag dus dienaar zijn van een engel, profeet, walī, shaykh, afgod of beeld.

Andere namen zijn tawḥīd al-ʿamal, tawḥīd al-qaṣd en tawḥīd al-irāda wa-ṭ-ṭalab, omdat het steunt op zuiverheid van bedoeling. Het geldt voor innerlijke aanbidding (smeekbede, vrees, liefde, hoop, vertrouwen, gelofte, gehoorzaamheid) en voor uiterlijke daden (gebed, zakāt, vasten, ḥajj, familiebanden, het goede gebieden en het kwade verbieden).

Het berust op drie zaken: (1) Allah alleen in intentie, wil en doel (ikhlāṣ); (2) Allah alleen in smeekbede en verzoek; (3) Allah alleen in liefde en bondgenootschap (walāya).

Bewijzen die het boek noemt: al-Anbiyāʾ 21:25; an-Naḥl 16:36; al-Muʾminūn 23:23 (Nūḥ) en 23:32 (Hūd); Āl ʿImrān 3:18; al-Isrāʾ 17:39; al-Qaṣaṣ 28:88; at-Tawba 9:31; al-Anʿām 6:162–163.

Kernpunten

  • Taalkundige en technische definitie van ulūhiyya.
  • Drie andere namen: tawḥīd al-ʿamal, al-qaṣd, al-irāda wa-ṭ-ṭalab.
  • Drie fundamenten: intentie, smeekbede, liefde en bondgenootschap.
  • Innerlijke en uiterlijke aanbidding vallen er allebei onder.

Bron: العقيدة (٢), les 1, vanaf p. 11.

Begrippen

الألوهية al-ulūhiyya · godheid, aanbeden-zijn
Allah alleen aanbidden; taalkundig: aanbidding (les 1, p. 11)
الإله al-ilāh · god
'de aanbedene' (maʾlūh) (les 1, p. 11)
توحيد القصد والطلب tawḥīd al-qaṣd wa-ṭ-ṭalab · eenheid in doel en verzoek
andere naam voor tawḥīd al-ulūhiyya (les 1, p. 11)
الولاية al-walāya · bondgenootschap, nabijheid
Allah alleen nemen in liefde en loyaliteit (les 1, p. 12)