Bewijzen voor tawḥīd van de namen en eigenschappen#
De bewijzen zijn zeer talrijk. Het boek noemt er negen:
- al-Aʿrāf 7:180 (aan Allah behoren de mooiste namen; roep Hem daarmee aan).
- al-Isrāʾ 17:110.
- Ṭā Hā 20:8.
- al-Ḥashr 59:22–24.
- ash-Shūrā 42:11.
- Maryam 19:65 (ken jij iemand die Hem gelijk is?).
- Abū Hurayra: Allah heeft negenennegentig namen, honderd min één; wie ze 'telt' (aḥṣāhā), gaat het Paradijs binnen (al-Bukhārī en Muslim).
- Ibn Masʿūd: het smeekgebed bij zorg en verdriet, waarin de dienaar Allah vraagt bij elke naam die U toekomt, waarmee U Zichzelf noemde, die U in Uw Boek neerzond, die U aan iemand van Uw schepping leerde of die U in Uw kennis van het verborgene voor Uzelf hield, om de Koran tot de lente van zijn hart te maken; Allah neemt dan zijn zorg weg en geeft vreugde in de plaats (Aḥmad, met authentieke keten).
- Abū Hurayra: O Allah, U bent de Eerste en niets is vóór U, U bent de Laatste en niets is na U, U bent de Bovenste en niets is boven U, U bent de Innerlijke en niets is dichterbij dan U (Muslim).
Eenheid 3 heeft in het boek geen eigen نشاط; de vragen erover staan in de نشاط van p. 61.
Kernpunten
- Zes Koranverzen en drie hadith als bewijs.
- De hadith van de 99 namen en het smeekgebed bij zorg komen later terug (les 11 en 13).
Bron: العقيدة (٢), les 10, vanaf p. 48.
Begrippen
- الأسماء الحسنى al-asmāʾ al-ḥusnā · de mooiste namen
- Allahs namen (al-Aʿrāf 7:180) (les 10, p. 48)
- الإحصاء al-iḥṣāʾ · 'tellen', omvatten
- in de hadith van de 99 namen; uitgelegd in les 11 (les 10, p. 49)