Regels 4–7 bij de namen en eigenschappen#
- De mooiste namen zijn niet tot een vast aantal beperkt. Allah heeft namen die Hij in Zijn kennis van het verborgene voor Zichzelf hield, die geen engel of profeet kent; bewijs is het smeekgebed bij zorg en verdriet (les 10), waarna de metgezellen vroegen of zij deze woorden moesten leren; hij zei: Ja, wie ze hoort, moet ze leren (Aḥmad; authentiek volgens al-Albānī).
- Geloof in Allahs namen omvat drie zaken: (1) geloven dat de naam Allah toekomt, op passende wijze; (2) geloven in de eigenschap die de naam aanduidt; (3) geloven in de gevolgen: het oordeel (ḥukm) en wat eruit voortvloeit (muqtaḍā). Voorbeeld as-Samīʿ: de naam; de eigenschap horen; het oordeel dat Allah het geheime en het gefluisterde hoort; en het gevolg: vrees, waakzaamheid en schaamte tegenover Hem.
- Wat over de eigenschappen gezegd wordt, is als wat over het wezen gezegd wordt. Allah heeft een werkelijk wezen dat niet lijkt op het wezen van de schepselen; zo ook Zijn eigenschappen. Hiermee debatteert men met wie het wezen erkent maar de eigenschappen ontkent. Zegt iemand: "Eigenschappen bevestigen is gelijkstelling", dan antwoordt men: "Jij erkent een werkelijk wezen voor Allah en ook voor de schepselen; is dat dan geen gelijkstelling?" Vraagt hij: "Hoe kan ik een eigenschap bevestigen waarvan ik de wijze niet ken?", dan antwoordt men: "Zoals jij een wezen bevestigt waarvan je de wijze niet kent."
- Wat over sommige eigenschappen gezegd wordt, is als wat over andere gezegd wordt. Gericht tot wie leven, kennis, macht, horen en zien als werkelijk aanneemt, maar liefde, tevredenheid en woede als beeldspraak (majāz) uitlegt: er is geen verschil; anders spreekt hij zichzelf tegen.
De نشاط (p. 61) bevat acht vragen over eenheid 3 en 4.
Kernpunten
- Regel 4: geen vast aantal; sommige namen bleven verborgen.
- Regel 5: naam, eigenschap, oordeel en gevolg.
- Regels 6 en 7 als argumenten tegen wie eigenschappen (deels) ontkent.
Bron: العقيدة (٢), les 13, vanaf p. 59.
Begrippen
- الحكم والمقتضى al-ḥukm wa-l-muqtaḍā · oordeel en gevolg
- de uitwerking van een naam (bv. as-Samīʿ: Hij hoort het geheime; dus vrees Hem) (les 13, p. 59)
- المجاز al-majāz · beeldspraak
- wie sommige eigenschappen als beeldspraak uitlegt, wordt met regel 7 weerlegd (les 13, p. 60)
- الاستئثار al-istiʾthār · voor Zichzelf houden
- namen die Allah in Zijn kennis van het verborgene hield (les 13, p. 59)