Regels van ahl as-sunna bij Allahs namen en eigenschappen (1–3)#
- Allahs namen zijn tawqīfī. Men houdt zich aan wat Koran en authentieke Sunna noemen; er is geen ruimte voor eigen inschatting, niets wordt toegevoegd of weggelaten (al-Isrāʾ 17:36). Allah wordt dus niet 'de Kenner' (al-ʿĀrif), 'de Verstandige' (al-ʿĀqil), 'de Komende' (al-Jāʾī, al-Ātī) genoemd, omdat de teksten dat niet doen.
- Al Allahs namen zijn 'ḥusnā' (allermooist): al-Aʿrāf 7:180; al-Isrāʾ 17:110; Ṭā Hā 20:8; al-Ḥashr 59:24. Ḥusnā is de vrouwelijke vorm van aḥsan: die het uiterste aan schoonheid bereikt. Zo bevat al-Ḥayy het volmaakte leven, zonder voorafgaand niet-bestaan en zonder einde, en ar-Raḥmān de volmaakte barmhartigheid (al-Aʿrāf 7:156; Ghāfir 40:7); de Profeet ﷺ zei: Allah is barmhartiger voor Zijn dienaren dan deze vrouw voor haar kind (al-Bukhārī en Muslim).
- Het domein van de eigenschappen is ruimer dan dat van de namen. Uit elke naam of daad wordt een eigenschap afgeleid; namen echter alleen uit teksten die namen noemen, niet uit eigenschappen. Eigenschappen als komen, naderen, grijpen, vasthouden, willen en neerdalen staan vast (al-Fajr 89:22; al-Baqara 2:210; Āl ʿImrān 3:11; al-Ḥajj 22:65; al-Burūj 85:12; al-Baqara 2:185; onze Heer daalt neer naar de onderste hemel, al-Bukhārī en Muslim), maar men zegt niet dat 'de Komende', 'de Grijpende' of 'de Neerdalende' tot Zijn namen behoren. Omgekeerd wijst al-ʿĀlim op kennis, al-Ghafūr op vergeving, al-Ḥakīm op wijsheid.
Kernpunten
- Regel 1: namen alleen via openbaring.
- Regel 2: alle namen zijn allermooist, met volmaakte betekenis.
- Regel 3: eigenschappen ruimer dan namen; geen namen afleiden uit daden.
Bron: العقيدة (٢), les 12, vanaf p. 57.
Begrippen
- الحسنى al-ḥusnā · allermooist
- wat het uiterste aan schoonheid bereikt (les 12, p. 57)
- صفات الأفعال ṣifāt al-afʿāl · eigenschappen van handelen
- zoals komen en neerdalen; geven geen naam (les 12, p. 58)