De maatstaven van takfīr#
Het boek noemt zes maatstaven:
- Takfīr is een religieus oordeel en het recht van Allah alleen. Ibn Taymiyya: ongeloof en zondigheid zijn religieuze oordelen; ongelovig is wie Allah en Zijn Boodschapper ongelovig noemen.
- Wie 'lā ilāha illā llāh' zegt, is in principe moslim; wat zeker vaststaat, verdwijnt alleen door zekerheid.
- Wij oordelen naar het uiterlijk; het innerlijk is aan Allah. Usāma ibn Zayd doodde een man die 'lā ilāha illā llāh' had gezegd, omdat hij dacht dat de man het alleen uit angst zei. De Profeet ﷺ bleef herhalen: heb je hem gedood nadat hij lā ilāha illā llāh zei?, tot Usāma wenste dat hij pas die dag moslim was geworden (al-Bukhārī en Muslim).
- Eerst nagaan, dan oordelen (al-Ḥujurāt 49:6).
- De sharīʿa verbiedt het ongelovig verklaren van een moslim; als zijn eer al beschermd is, dan zeker zijn religie (aš-Šawkānī).
- Alleen iemand met kennis van de voorwaarden en belemmeringen spreekt zo'n oordeel uit.
Daad en persoon: een daad kan ongeloof zijn, zoals shirk, het gebed helemaal laten, of een grafbewoner om nut vragen. Dan zegt men in het algemeen 'wie dit doet, is ongelovig'. Maar of een bepaald persoon ongelovig is, is iets anders: hij kan onwetend zijn, zich vergissen, verkeerd uitleggen of gedwongen zijn. Ibn Taymiyya: de bepaalde persoon wordt niet ongelovig verklaard totdat het bewijs hem heeft bereikt.
Gevolgen voor de persoon (kader): zijn bloed wordt niet meer beschermd (vgl. wie lā ilāha illā llāh zegt, beschermt van mij zijn bloed en bezit, al-Bukhārī en Muslim), hij verliest het voogdijschap over zijn gezin, zijn vrouw wordt hem verboden, er is geen erfenis, zijn slachtvlees is niet toegestaan, en bij zijn dood wordt niet voor hem gebeden of vergeving gevraagd en wordt hij niet bij moslims begraven.
Vier voorwaarden: (1) vaststaan dat de uitspraak of daad volgens Koran of Sunna ongeloof is; (2) vaststaan dat deze persoon het deed; (3) het bewijs heeft hem bereikt (al-Isrāʾ 17:15; geen jood of christen hoort van mij en sterft zonder te geloven, of hij hoort bij het Vuur, Muslim); (4) er is geen belemmering.
Kernpunten
- Zes maatstaven, waaronder: het recht van Allah, zekerheid blijft tot zekerheid, oordelen naar het uiterlijk.
- Het verhaal van Usāma ibn Zayd.
- Een daad ongeloof noemen is iets anders dan een persoon ongelovig verklaren.
- Zware gevolgen van takfīr voor de persoon.
- Vier voorwaarden voordat een persoon ongelovig verklaard wordt.
Bron: العقيدة (٤), les 7, vanaf p. 25.
Begrippen
- تكفير المعين takfīr al-muʿayyan · een bepaald persoon ongelovig verklaren
- alleen als de voorwaarden vervuld zijn en er geen belemmering is (les 7, p. 26)
- شروط التكفير shurūṭ at-takfīr · voorwaarden van takfīr
- de daad is ongeloof, de persoon deed het, het bewijs bereikte hem, geen belemmering (les 7, p. 27)
- قيام الحجة qiyām al-ḥujja · het bereiken van het bewijs
- de persoon kent het bewijs zodat hij geen excuus meer heeft (les 7, p. 27)