De Khawārij en takfīr#
Volgens het boek zijn het vooral de Khawārij die tot takfīr overgaan. Hun bekendste kenmerken:
- Ongelovig verklaren om grote zonden die onder ongeloof en shirk liggen, en zeggen dat zulke zondaars eeuwig in het Vuur blijven zoals ongelovigen. Ibn Taymiyya: de Khawārij waren de eersten die moslims ongelovig verklaarden; zij doen dat om zonden en om meningsverschil over hun bidʿa, en achten bloed en bezit van hun tegenstanders toegestaan.
- Ongelovig verklaren om wat geen zonde is, zoals zitten met ongelovigen, terwijl de Profeet ﷺ met ongelovigen zat, sprak en onderhandelde, zoals bij al-Ḥudaybiya. De eerste Khawārij verweten ʿAlī dat hij aan Muʿāwiya schreef. ʿAlī antwoordde dat Suhayl ibn ʿAmr, toen nog ongelovig, bij al-Ḥudaybiya naar de Profeet ﷺ kwam toen die vrede sloot met Quraysh (Aḥmad en al-Ḥākim, die het authentiek noemde).
- Ongelovig verklaren zonder de voorwaarden en belemmeringen na te gaan: zij aanvaarden geen onwetendheid, vergissing, uitleg of onvermijdelijke onmacht.
- Ongelovig verklaren van wie hun takfīr niet volgt. Zij baseren zich op de regel 'wie de ongelovige niet ongelovig noemt, is ongelovig'. Volgens het boek is die regel juist, maar alleen voor wie volgens de hele gemeenschap ongelovig is, zoals joden, christenen, polytheïsten en afgodendienaars.
Het onderscheidende kenmerk: onterecht takfīr en daarna onterecht het bloed van tegenstanders toegestaan achten: zij doden de mensen van de islam en laten de afgodendienaars met rust (al-Bukhārī en Muslim).
Kernpunten
- Vier kenmerken van de takfīr van de Khawārij.
- ʿAlī en het voorbeeld van Suhayl ibn ʿAmr bij al-Ḥudaybiya.
- De regel 'wie de ongelovige niet ongelovig noemt' geldt alleen voor wie volgens de hele gemeenschap ongelovig is.
- Hun onderscheidende kenmerk: takfīr en daarna bloedvergieten.
Bron: العقيدة (٤), les 9, vanaf p. 29.
Begrippen
- الكبائر al-kabāʾir · grote zonden
- zonden die onder ongeloof en shirk liggen; volgens het boek maken de Khawārij zondaars daarom ongelovig (les 9, p. 29)
- الاستحلال al-istiḥlāl · toegestaan achten
- iets wat verboden is als toegestaan beschouwen, zoals het bloed van moslims (les 9, p. 30)
- صلح الحديبية ṣulḥ al-ḥudaybiya · het verdrag van al-Ḥudaybiya
- de vrede die de Profeet ﷺ sloot met Quraysh, met onderhandelingen met ongelovigen (les 9, p. 29)