De metgezellen verdedigen, hun betrouwbaarheid en hen volgen#
(7) Afkeuren wie hen aanvalt en je van hem distantiëren. Aṭ-Ṭaḥāwī: «Wij haten wie hen haat en hen anders dan goed noemt, en wij noemen hen alleen met goed.» Abū Zurʿa zegt: «Als je iemand een metgezel ziet kleineren, weet dan dat hij een zindīq is.» Zijn reden: de Koran en de soenna zijn via de metgezellen tot ons gekomen. Wie hen ongeloofwaardig maakt, wil de getuigen afwijzen om zo Koran en soenna te ondermijnen.
(8) Geloven in hun betrouwbaarheid (ʿadāla) en dat zij vrij waren van hypocrisie en slechte zeden (at-Tawba 9:100). ʿAdāla van de metgezellen betekent dat geen van hen als zondig en onbetrouwbaar (fāsiq) geldt. Ḥumayd aṭ-Ṭawīl vertelt dat iemand Anas vroeg of hij een hadith zelf van de Profeet ﷺ had gehoord. Anas werd boos en zei: «Niet alles wat wij jullie vertellen, hoorden wij zelf van de Boodschapper van Allah, maar wij logen niet tegen elkaar» (Ibn Manda in al-Īmān, met een ṣaḥīḥ keten). Ibn Ḥajar: Ahl as-Sunna zijn het erover eens dat zij allen betrouwbaar zijn; alleen enkele vernieuwers wijken af.
(9) Hen navolgen, vooral de rechtgeleide kaliefen. Ik raad jullie aan Allah te vrezen en te luisteren en te gehoorzamen, ook aan een Abessijnse slaaf. Wie van jullie na mij leeft, zal veel onenigheid zien. Houd je dan aan mijn soenna en de soenna van de rechtgeleide kaliefen; grijp die vast met je kiezen (Abū Dāwūd en at-Tirmidhī, ṣaḥīḥ volgens al-Albānī).
Opdracht (p. 26). De leerling denkt na over de houding tegenover de onrust (fitna) tussen de metgezellen, over manieren om hen bekend te maken, over hoe je reageert op wie hen aanvalt, en over het gevaarlijkste gevolg van hen uitschelden.
Kernpunten
- Wie de metgezellen aanvalt, valt volgens Abū Zurʿa de getuigen van Koran en soenna aan.
- Alle metgezellen zijn betrouwbaar (ʿudūl); dat is consensus van Ahl as-Sunna.
- ʿAdāla betekent: geen van hen geldt als fāsiq.
- De soenna van de rechtgeleide kaliefen moet je vasthouden.
Bron: التربية الإسلامية (١) الحقوق, les 6, vanaf p. 24.
Begrippen
- العدالة al-ʿadāla · betrouwbaarheid
- bij de metgezellen: vrij zijn van de beschrijving fāsiq (les 6, p. 25)
- الزنديق az-zindīq · ketter, verborgen ongelovige
- zo noemt Abū Zurʿa wie de metgezellen kleineert (les 6, p. 24)
- الفسق al-fisq · zondigheid
- openlijk ongehoorzaam zijn aan Allah, waardoor iemand onbetrouwbaar wordt (les 6, p. 25)
- النواجذ an-nawājidh · kiezen
- "grijp vast met je kiezen": houd stevig vast (les 6, p. 25)