PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Eenheid 2: De rechten van de metgezellen en de geleerden

Overzicht

Eenheid 2 · 4 lessen

De rechten van de metgezellen en de geleerden

Vier lessen samen op één pagina

De metgezellen zijn de beste mensen na de profeten. Tot hun rechten behoren: geloven in hun voortreffelijkheid en hun rangorde, hen liefhebben, "raḍiya llāhu ʿanhu" over hen zeggen, hen niet beledigen en hen verdedigen. De geleerden zijn de erfgenamen van de profeten; tot hun rechten behoren respect, liefde, je tot hen wenden, oprechte raad en het beschermen van hun eer.

Bron: At-Tarbiya al-Islāmiyya (1): de rechten, Zad-reeks · p. 22–32

Je voortgang in dit hoofdstuk0%

Eenheid 2 in één kaart

De onderwerpen van de vier lessen zoals in het boek.

De rechten van de metgezellen en de geleerdenEenheid 2
  • Het recht van de metgezellenles 5
    • hun voortreffelijkheid
    • hun rangorde
    • hen liefhebben
    • hen niet beledigen
  • Hen verdedigen en volgenles 6
    • afstand van wie hen aanvalt
    • hun betrouwbaarheid
    • hun voorbeeld volgen
  • Het recht van de geleerdenles 7
    • respect
    • liefde
    • je tot hen wenden
    • gehoorzamen in het goede
  • De eer van de geleerdenles 8
    • goed over hen denken
    • oprechte raad
    • de misstap van een geleerde

Het hoofdstuk in één oogopslag

  1. De metgezellen zijn de beste mensen na de profeten en de beste generatie van deze gemeenschap, volgens de Koran en de overeenstemming van de vroege generaties.
  2. Hun rangorde in voortreffelijkheid volgt die van het kalifaat: Abū Bakr, ʿUmar, ʿUthmān, dan ʿAlī.
  3. Tot hun rechten behoren hen liefhebben, hen prijzen, voor hen om vergeving vragen en hen niet beledigen.
  4. Alle metgezellen zijn betrouwbaar (ʿudūl): vrij van de beschrijving zondig.
  5. De geleerden zijn de erfgenamen van de profeten en de vertrouwelingen van Allah over Zijn wet.
  6. Tot hun rechten behoren respect, liefde, voor hen bidden en je tot hen wenden, vooral bij beproevingen en nieuwe kwesties.
  7. Een misstap van een geleerde maakt het niet toegestaan zijn eer aan te tasten; alleen de profeten zijn tegen fouten beschermd.
  8. Over geleerden kwaadspreken is erger dan over anderen, omdat het de hele islam schaadt.

Lessen in dit hoofdstuk

  1. Les 5 · p. 22 Het recht van de metgezellen
  2. Les 6 · p. 24 De metgezellen verdedigen, hun betrouwbaarheid en hen volgen
  3. Les 7 · p. 27 Het recht van de geleerden
  4. Les 8 · p. 29 De eer van de geleerden beschermen

Oefeningen van het boek op p. 26 en 32. Delen die in het boek alleen ter kennisname zijn, staan zo aangeduid. De Nederlandse weergave van verzen en hadith geeft de betekenis weer; het is geen vertaling.

Schema’s

De rechten van de metgezellen

Zoals het boek ze in les 5 en 6 opsomt.

  1. Geloven in hun voortreffelijkheid
  2. Getuigen dat het Paradijs is voor wie Allah en Zijn Boodschapper dat beloofden
  3. Geloven in hun rangorde
  4. Hen liefhebben en prijzen
  5. Om vergeving voor hen vragen en "raḍiya llāhu ʿanhu" zeggen
  6. Hen niet aanvallen of beledigen
  7. Afkeuren wie hen aanvalt
  8. Geloven in hun betrouwbaarheid
  9. Hun voorbeeld volgen

De volgorde van de rechtgeleide kaliefen

Zoals het boek het van Ibn Qudāma overneemt.

  1. Abū Bakrom zijn voortreffelijkheid, zijn voorsprong en omdat de Profeet ﷺ hem liet voorgaan in het gebed
  2. ʿUmarom zijn voortreffelijkheid en de aanwijzing door Abū Bakr
  3. ʿUthmānomdat de raad (shūrā) hem koos
  4. ʿAlīom zijn voortreffelijkheid en de overeenstemming van zijn tijdgenoten

De rechten van de geleerden

Zoals het boek ze in les 7 en 8 opsomt.

  1. Hen eren en respecteren
  2. Hen liefhebben en loyaal zijn
  3. Voor hen bidden en hen prijzen
  4. Je tot hen wenden
  5. Hen gehoorzamen in het goede
  6. Hen raadplegen en voor laten gaan
  7. Goed over hen denken
  8. Hun oprechte raad geven
  9. Hun eer beschermen

Uitleg

  1. De metgezellen liefhebben

    Aṭ-Ṭaḥāwī: wij houden van de metgezellen van de Boodschapper van Allah ﷺ, overdrijven in de liefde voor geen van hen en keren ons van geen van hen af; hen liefhebben is godsdienst, geloof en goeddoen, en hen haten is ongeloof, hypocrisie en overtreding.

  2. Wie de metgezellen kleineert

    Abū Zurʿa: wie een van de metgezellen kleineert, is een verborgen ongelovige; want de metgezellen hebben ons de Koran en de soenna overgebracht, en zulke mensen willen onze getuigen afkraken om Koran en soenna ongeldig te maken.

  3. De betrouwbaarheid van de metgezellen

    Ibn Ḥajar: de soennieten zijn het erover eens dat zij allemaal betrouwbaar zijn; alleen een kleine groep vernieuwers week daarvan af.

  4. Respect voor geleerden bij de vroege generaties (alleen ter kennisname)

    Aḥmad: ons is opgedragen nederig te zijn tegenover wie ons onderwijst. Ibn Ḥazm gaf de overeenstemming weer dat de mensen van de Koran, de geleerde en de voortreffelijke gerespecteerd moeten worden.

    Meer uitleg

    Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  5. De eer van de geleerden verdedigen (alleen ter kennisname)

    Ibn ʿAsākir: het vlees van de geleerden is vergiftigd, en hoe Allah de schande van wie hen kleineert blootlegt, is bekend.

    Meer uitleg

    Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  6. Waarop het beschermen van hun eer rust

    Een fout maakt het niet toegestaan de eer van een geleerde aan te tasten; alleen de profeten zijn tegen fouten beschermd. Een geleerde die in zijn inspanning de waarheid zoekt, heeft twee beloningen als hij gelijk heeft en één als hij zich vergist, en is dan verontschuldigd. Je hebt baat bij zijn kennis maar volgt hem niet in zijn fout. Geleerden aanvallen is de weg van vernieuwers en zondaars.

  7. Wat er misgaat als hun rechten verwaarloosd worden (alleen ter kennisname)

    Kennis verzwakt en onwetendheid en vernieuwing verspreiden zich, verwerpelijke zaken nemen toe, dwalende mensen krijgen de leiding, mensen worden brutaal tegenover de godsdienst en geven fatwa’s zonder kennis, de soenna verdwijnt en waarheid en onwaarheid raken vermengd.

    Meer uitleg

    Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

Kernpunten

BewijsUit het boek

De voortreffelijkheid van de metgezellen

  • De verzen over de uitgewekenen en de helpers (al-Ḥashr 59:8–9)
  • "De beste mensen zijn mijn generatie, dan wie op hen volgen, dan wie op hen volgen."
DefinitieUit het boek

De betrouwbaarheid van de metgezellen

  • Zij zijn allemaal vrij van de beschrijving zondig.
OpsommingUit het boek

Rechten van de geleerden

  1. respect
  2. liefde
  3. voor hen bidden
  4. je tot hen wenden
  5. goed over hen denken
  6. oprechte raad
  7. hun eer beschermen
OnderscheidUit het boek

De geleerde die zich inspant

  • Heeft hij gelijk: twee beloningen.
  • Vergist hij zich: verontschuldigd, met één beloning; je volgt hem niet in zijn fout.

Begrippen

الخلفاء الراشدون

al-khulafāʾ ar-rāshidūn

De rechtgeleide kaliefen: Abū Bakr, ʿUmar, ʿUthmān en ʿAlī.

Hun rangorde in voortreffelijkheid volgt die van het kalifaat.

الترضي

at-taraḍḍī

"Raḍiya llāhu ʿanhu" zeggen: moge Allah tevreden met hem zijn.

Een recht van de metgezellen.

الزنديق

az-zindīq

Verborgen ongelovige; zo noemt Abū Zurʿa wie de metgezellen kleineert.

Omdat zulke mensen onze getuigen willen afkraken om Koran en soenna ongeldig te maken.

عدالة الصحابة

ʿadālat aṣ-ṣaḥāba

De betrouwbaarheid van de metgezellen: zij zijn allemaal vrij van de beschrijving zondig.

النواجذ

an-nawājidh

De kiezen.

"Houd haar met je kiezen vast": houd je er stevig aan vast.

ورثة الأنبياء

warathat al-anbiyāʾ

De erfgenamen van de profeten: de geleerden, die de kennis dragen.

أولو الأمر

ulū l-amr

Zij die gezag hebben: de bestuurders en de geleerden.

Zo zegt Ibn Kathīr in zijn tafsīr.

الزلة

az-zalla

Een misstap van een geleerde.

Je hebt baat bij zijn kennis, maar volgt hem niet in zijn fout.

Hadith

De hadith die in de lessen van dit hoofdstuk genoemd worden, met tekst en bronvermelding zoals in het boek.

  1. «خير الناس قرني، ثم الذين يلونهم، ثم الذين يلونهم»

    De beste mensen zijn mijn generatie, dan wie op hen volgen, dan wie op hen volgen

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    Over de voortreffelijkheid van de metgezellen.

  2. Overgeleverd door Muḥammad ibn al-Ḥanafiyya

    «قلت لأبي: أي الناس خير بعد رسول الله ﷺ؟ قال: أبو بكر، قلت: ثم من؟ قال: ثم عمر، وخشيت أن يقول عثمان، قلت: ثم أنت؟ قال: ما أنا إلا رجل من المسلمين»

    Ik vroeg mijn vader: wie is de beste mens na de Boodschapper van Allah ﷺ? Hij zei: Abū Bakr. Ik vroeg: en dan? Hij zei: dan ʿUmar. Ik was bang dat hij ʿUthmān zou noemen en vroeg: en dan jij? Hij zei: ik ben slechts een van de moslims

    Bron: al-Bukhārī

    Zijn vader is ʿAlī ibn Abī Ṭālib.

  3. Overgeleverd door ʿAbdallāh ibn ʿUmar

    «كنا نخير بين الناس في زمن النبي ﷺ، فنخير أبا بكر، ثم عمر، ثم عثمان»

    In de tijd van de Profeet ﷺ vergeleken wij de mensen: wij achtten Abū Bakr de beste, dan ʿUmar, dan ʿUthmān

    Bron: al-Bukhārī

  4. Overgeleverd door Abū Saʿīd al-Khudrī

    «لا تسبوا أصحابي ...»

    Beledig mijn metgezellen niet ...

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    Volledig in eenheid 1.

  5. Overgeleverd door Anas ibn Mālik

    «ما كل ما نحدثكم سمعناه من رسول الله ﷺ، ولكن لم يكن يكذب بعضنا على بعض»

    Niet alles wat wij jullie vertellen hebben wij zelf van de Boodschapper van Allah ﷺ gehoord, maar wij logen niet tegen elkaar

    Bron: Ibn Manda in al-Īmān, met een authentieke keten

    Overgeleverd door Ḥumayd aṭ-Ṭawīl, toen iemand Anas vroeg of hij het zelf gehoord had en Anas’ gezicht betrok.

  6. «أوصيكم بتقوى الله والسمع والطاعة وإن عبدًا حبشيًا، فإنه من يعش منكم بعدي فسيرى اختلافًا كثيرًا، فعليكم بسنتي وسنة الخلفاء المهديين الراشدين، تمسكوا بها وعضوا عليها بالنواجذ»

    Ik raad jullie godsvrees aan, en luisteren en gehoorzamen, ook aan een Abessijnse slaaf. Wie van jullie na mij leeft, zal veel onenigheid zien; houd je dan aan mijn soenna en de soenna van de rechtgeleide kaliefen, grijp haar vast en houd haar met je kiezen vast

    Bron: Abū Dāwūd en at-Tirmidhī; authentiek volgens al-Albānī

  7. Overgeleverd door ʿUbāda ibn aṣ-Ṣāmit

    «ليس من أمتي من لم يجل كبيرنا ويرحم صغيرنا ويعرف لعالمنا»

    Wie onze ouderen niet eert, onze jongeren niet barmhartig behandelt en onze geleerde niet erkent, hoort niet bij mijn gemeenschap

    Bron: Aḥmad; goed (ḥasan) volgens al-Albānī

    Zo in het boek.

  8. «إن من إجلال الله إكرام ذي الشيبة المسلم ...»

    Tot het eren van Allah behoort het eren van de grijze moslim ...

    Bron: Abū Dāwūd; goed (ḥasan) volgens al-Albānī

    Zie eenheid 1; daarin ook: "en de drager van de Koran".

  9. Overgeleverd door ʿAbdallāh ibn ʿAbbās

    «مكثت سنة أريد أن أسأل عمر بن الخطاب عن آية فما أستطيع أن أسأله هيبة له»

    Een jaar lang wilde ik ʿUmar ibn al-Khaṭṭāb iets over een vers vragen, maar uit ontzag voor hem durfde ik het niet

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    Over respect voor de geleerden.

  10. «إن الله وملائكته حتى النملة في جحرها وحتى الحوت في البحر ليصلون على معلم الناس الخير»

    Allah en Zijn engelen, zelfs de mier in haar hol en de vis in de zee, zegenen wie de mensen het goede onderwijst

    Bron: at-Tirmidhī, die hem authentiek noemde

  11. Overgeleverd door ʿAbdallāh ibn ʿAbbās

    «كان القراء أصحاب مجلس عمر ومشاورته، كهولًا كانوا أو شبانًا»

    De Koranlezers zaten in de raad van ʿUmar en werden door hem geraadpleegd, of ze nu oud of jong waren

    Bron: al-Bukhārī

  12. «الدين النصيحة، قلنا: لمن؟ قال: لله ولكتابه ولرسوله ولأئمة المسلمين وعامتهم»

    De godsdienst is oprechtheid. Wij vroegen: tegenover wie? Hij zei: tegenover Allah, Zijn Boek, Zijn Boodschapper, de leiders van de moslims en hun gewone mensen

    Bron: Muslim

Personen

De personen die in dit hoofdstuk genoemd worden, en waarom.

Genoemd in de tekst

  • ʿAlī ibn Abī Ṭālib

    علي بن أبي طالب

    Metgezel · gest. 40 AH

    Zijn zoon vroeg hem wie na de Profeet ﷺ de beste was; hij zei: Abū Bakr, dan ʿUmar.

  • Muḥammad ibn al-Ḥanafiyya

    محمد ابن الحنفية

    Geleerde · gest. 81 AH

    Overleverde zijn vraag aan zijn vader ʿAlī wie de beste mens was.

  • Abū Bakr aṣ-Ṣiddīq

    أبو بكر الصديق

    Metgezel · gest. 13 AH

    De voortreffelijkste metgezel en de eerste die recht had op het kalifaat.

  • ʿUmar ibn al-Khaṭṭāb

    عمر بن الخطاب

    Metgezel · gest. 23 AH

    De tweede in voortreffelijkheid en kalifaat; de Koranlezers zaten in zijn raad.

  • ʿUthmān ibn ʿAffān

    عثمان بن عفان

    Metgezel · gest. 35 AH

    De derde in voortreffelijkheid en kalifaat.

  • Ibn Qudāma al-Maqdisī

    ابن قدامة المقدسي

    Geleerde · gest. 620 AH

    Legde de volgorde uit waarin de rechtgeleide kaliefen recht hadden op het kalifaat.

  • aṭ-Ṭaḥāwī

    أبو جعفر الطحاوي

    Geleerde · gest. 321 AH

    Zei: wij houden van de metgezellen van de Boodschapper ﷺ en noemen hen alleen in goede zin.

  • Abū Saʿīd al-Khudrī

    أبو سعيد الخدري

    Metgezel · gest. 74 AH

    Overleverde "Beledig mijn metgezellen niet".

  • Abū Zurʿa ar-Rāzī

    أبو زرعة الرازي

    Geleerde · gest. 264 AH

    Zei: wie een metgezel kleineert, is een verborgen ongelovige.

  • Ḥumayd aṭ-Ṭawīl

    حميد الطويل

    Geleerde · gest. 142 AH

    Overleverde dat Anas boos werd toen hem gevraagd werd of hij het zelf gehoord had.

  • Anas ibn Mālik

    أنس بن مالك

    Metgezel · gest. 93 AH

    Zei: wij logen niet tegen elkaar.

  • ʿUbāda ibn aṣ-Ṣāmit

    عبادة بن الصامت

    Metgezel · gest. 34 AH

    Overleverde "Wie onze ouderen niet eert, hoort niet bij mijn gemeenschap".

  • ʿAbd Allāh ibn ʿAbbās

    عبد الله بن عباس

    Metgezel · gest. 68 AH

    Durfde ʿUmar een jaar lang niets te vragen, en overleverde dat de Koranlezers in ʿUmars raad zaten.

  • Ibn Abī Ḥātim ar-Rāzī

    ابن أبي حاتم

    Geleerde · gest. 327 AH

    Wijdde in de inleiding van al-Jarḥ wa-t-taʿdīl hoofdstukken aan het eren van geleerden. Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  • Sufyān ath-Thawrī

    سفيان الثوري

    Geleerde · gest. 161 AH

    Een van de imams die volgens Ibn Abī Ḥātim door de geleerden geëerd werden. Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  • al-Imām Aḥmad ibn Ḥanbal

    الإمام أحمد بن حنبل

    Geleerde · gest. 241 AH

    Zei: ons is opgedragen nederig te zijn tegenover wie ons onderwijst; nam ook de hadith van ʿUbāda op.

  • Ibn Ḥazm

    ابن حزم

    Geleerde · gest. 456 AH

    Gaf de overeenstemming weer dat de geleerde gerespecteerd moet worden. Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  • Ibn Abī al-ʿIzz al-Ḥanafī

    ابن أبي العز الحنفي

    Geleerde · gest. 792 AH

    Zei dat loyaliteit aan de gelovigen verplicht is, vooral aan de erfgenamen van de profeten.

  • Ibn Kathīr

    ابن كثير

    Geleerde · gest. 774 AH

    Legde "zij die gezag hebben" uit als de bestuurders en de geleerden.

  • Ḥammād ibn Salama

    حماد بن سلمة

    Geleerde · gest. 167 AH

    Aḥmad en Yaḥyā ibn Maʿīn verdachten wie hem bekritiseerde. Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  • Yaḥyā ibn Maʿīn

    يحيى بن معين

    Geleerde · gest. 233 AH

    Zei: wantrouw wie Ḥammād ibn Salama en ʿIkrima bekritiseert. Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  • ʿIkrima, vrijgelatene van Ibn ʿAbbās

    عكرمة مولى ابن عباس

    Geleerde

    Door Yaḥyā ibn Maʿīn samen met Ḥammād ibn Salama genoemd. Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  • Ibn ʿAsākir

    علي بن الحسن ابن عساكر

    Geleerde · gest. 571 AH

    Zei: het vlees van de geleerden is vergiftigd. Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  • Ibn al-Qayyim al-Jawziyya

    ابن القيم

    Geleerde · gest. 751 AH

    Zei dat een grote geleerde een misstap kan begaan waarvoor hij verontschuldigd is; die volg je niet, maar zijn aanzien blijft.

Genoemd in de bronvermelding

Herhaling

Het belangrijkste vlak voor een toets

  • De metgezellen zijn de besten na de profeten; hun rangorde volgt die van het kalifaat.
  • Wij houden van hen, zeggen "raḍiya llāhu ʿanhu" en beledigen hen niet; wie hen aanvalt keuren wij af.
  • Alle metgezellen zijn betrouwbaar.
  • De geleerden zijn de erfgenamen van de profeten: respecteer hen en wend je tot hen.
  • De misstap van een geleerde volg je niet, en geeft geen reden om hem aan te vallen.

Flitskaarten

Mijn favorieten

Tik op het sterretje bij een kaart om hem hier te bewaren.

Test jezelf

  1. Wie is volgens het antwoord van ʿAlī de beste mens na de Boodschapper van Allah ﷺ?

  2. Wat betekent de betrouwbaarheid van de metgezellen?

  3. De metgezellen niet beledigen is een van hun rechten.

  4. Wie zijn "zij die gezag hebben" volgens Ibn Kathīr?

  5. Als een geleerde zich in zijn inspanning vergist, mag je zijn eer aantasten.

  6. Tegenover wie is de godsdienst oprechtheid, volgens de hadith?

Originele tekst

Deze pagina bundelt de lessen van het hoofdstuk. De volledige samenvatting per les, en de bladzijden in het oorspronkelijke boek:

  1. Les 5 Het recht van de metgezellen

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 22–23

  2. Les 6 De metgezellen verdedigen, hun betrouwbaarheid en hen volgen

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 24–26

  3. Les 7 Het recht van de geleerden

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 27–28

  4. Les 8 De eer van de geleerden beschermen

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 29

Het hele hoofdstuk in het oorspronkelijke boek: At-Tarbiya al-Islāmiyya (1): de rechten, Zad-reeks · p. 22–32 p. 22

Dit is een studiehulp; het oorspronkelijke boek blijft de bron.