PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Eenheid 1: De rechten van Allah en van de Profeet ﷺ

Overzicht

Eenheid 1 · 4 lessen

De rechten van Allah en van de Profeet ﷺ

Vier lessen samen op één pagina

Het recht van Allah op de dienaren is dat zij Hem alleen aanbidden. Tot Zijn rechten behoren ook geloof in Hem en in Zijn namen en eigenschappen, Hem eren, schaamte tegenover Hem en liefde voor Hem. Daarna de rechten van de Profeet ﷺ: geloof in hem als laatste profeet en in zijn bescherming tegen fouten, niet overdrijven over hem, hem liefhebben en volgen.

Bron: At-Tarbiya al-Islāmiyya (1): de rechten, Zad-reeks · p. 9–21

Je voortgang in dit hoofdstuk0%

Eenheid 1 in één kaart

De onderwerpen van de vier lessen zoals in het boek.

De rechten van Allah en van de Profeet ﷺEenheid 1
  • Het recht van Allahles 1
    • aanbidding
    • geloof in namen en eigenschappen
    • eerbied
  • Meer rechten van Allahles 2
    • schaamte tegenover Hem
    • liefde
    • berouw
    • goede verwachting
  • Het recht van de Profeet ﷺles 3
    • geloof in zijn profeetschap
    • de laatste profeet
    • bescherming tegen fouten
    • niet overdrijven
  • Overdrijving en verdere rechtenles 4
    • overdrijving in zijn beschrijving
    • liefde en navolging
    • zijn familie en metgezellen

Het hoofdstuk in één oogopslag

  1. De rechten van Allah kennen is de belangrijkste plicht; Zijn recht gaat voor alle andere.
  2. Het recht van Allah op Zijn dienaren komt neer op Hem alleen aanbidden, zonder deelgenoot.
  3. Tot Zijn rechten behoort geloof in Zijn namen en eigenschappen zoals ze overgeleverd zijn en zoals de vroege generaties ze begrepen, met het geloof dat niets op Hem lijkt.
  4. Allah eren betekent ook Zijn verboden grenzen en Zijn tekenen eren, en wie Hem gehoorzaamt eren.
  5. Tot Zijn rechten behoren liefde voor Hem, Hem gedenken en danken, tevreden zijn met Hem als Heer, berouw en een goede verwachting van Hem.
  6. De rechten van de Profeet ﷺ rusten op geloof in hem, hem eren, hem steunen en hem volgen.
  7. Hij is de laatste profeet, zijn wet vervangt alle eerdere wetten en zijn boodschap is voor djinn en mensen.
  8. Tot zijn grootste rechten behoren: niet over hem overdrijven, hem meer liefhebben dan ouder en kind, en hem volgen zonder vernieuwing in zijn godsdienst.

Lessen in dit hoofdstuk

  1. Les 1 · p. 9 Het recht van Allah op Zijn dienaren
  2. Les 2 · p. 11 Ook een recht van Allah: schaamte tegenover Hem
  3. Les 3 · p. 14 Het recht van de Profeet ﷺ op zijn gemeenschap
  4. Les 4 · p. 18 Overdrijving in de beschrijving van de Profeet ﷺ en zijn verdere rechten

Oefeningen van het boek op p. 13 en 21. Delen die in het boek alleen ter kennisname zijn, staan zo aangeduid. De Nederlandse weergave van verzen en hadith geeft de betekenis weer; het is geen vertaling.

Schema’s

De rechten van Allah volgens het boek

Uit les 1 en 2.

  1. Geloof in Hem
  2. Hem alleen aanbidden
  3. Geloof in Zijn namen en eigenschappen
  4. Hem eren en respecteren
  5. Schaamte tegenover Hem en vrees voor Hem
  6. Je onderwerpen aan het oordeel van Allah en Zijn Boodschapper
  7. Liefde voor Hem
  8. Hem gedenken en danken
  9. Tevreden zijn met Hem als Heer
  10. Het kwade niet aan Hem toeschrijven
  11. Om vergeving vragen en berouw tonen
  12. Een goede verwachting van Hem

Overdrijving over de Profeet ﷺ

Over zijn persoon en over zijn beschrijving, zoals in het boek.

VergelijkingVoorbeelden
Over zijn persoongeloven dat hij geen mens was, dat hij het eerste schepsel was, dat hij uit licht geschapen is of dat hij geen schaduw had
Over zijn beschrijvingbeweren dat hij het verborgene kent of na zijn dood baat en schaadt, bij hem zweren, zijn geboortedag vieren, en beweren dat hij in zijn graf leeft zoals vóór zijn dood

Les 3p. 17

Rechten van de Profeet ﷺ

Zoals het boek ze in les 3 en 4 opsomt.

  1. Geloof in zijn profeetschap
  2. Hij is de laatste profeet
  3. Geloof in zijn bescherming tegen fouten
  4. Zijn wet vervangt de eerdere
  5. Hij bracht de boodschap volledig over
  6. Zijn boodschap is voor iedereen
  7. Niet over hem overdrijven
  8. Hem liefhebben
  9. Hem eren en respecteren
  10. Hem volgen, zonder vernieuwing
  11. Niet over hem liegen
  12. Zijn familie liefhebben
  13. Zijn metgezellen eren
  14. Zijn soenna als maatstaf nemen

Uitleg

  1. Waarom alleen Allah aanbidding verdient

    Ibn Kathīr zegt in het kort: omdat Hij Zijn dienaren uit het niets tot bestaan bracht en hen overlaadde met zichtbare en verborgen gunsten; daardoor verdient Hij het alleen aanbeden te worden.

  2. De liefde van aanbidding

    Ibn al-Qayyim: de liefde van aanbidding is de edelste soort liefde, en zij is het zuivere recht van Allah op Zijn dienaren.

  3. Wat het kennen van Allahs rechten oplevert (alleen ter kennisname)

    Het bevrijdt van zelfingenomenheid en hoogmoed, maakt nederig, hecht het hart aan Allah en de hoop op Zijn genade, en geeft schaamte over eigen tekortkoming. Wie de rechten van Allah vervult, maakt Hij onafhankelijk van de schepselen.

    Meer uitleg

    Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  4. Hoe de metgezellen de Profeet ﷺ eerden

    ʿUrwa ibn Masʿūd ath-Thaqafī getuigde ervan toen hij nog geen moslim was: hij zag nooit een koning die door zijn metgezellen zo geëerd werd als Muḥammad door de zijne.

  5. Wie na hem profeetschap of een andere godsdienst claimt

    Volgens de overeenstemming van de moslims is wie na hem ﷺ beweert profeet te zijn een ongelovige leugenaar. Wie beweert dat er vandaag een andere aanvaarde godsdienst is dan de islam, loochent de Koran (Āl ʿImrān 3:85).

  6. "Licht" in de Koran

    Uit licht geschapen zijn de engelen. Dat de Koran de Profeet ﷺ "licht" noemt, slaat op de leiding die hem geopenbaard werd.

  7. Wat het vervullen van zijn rechten oplevert

    Leiding, de liefde van Allah, succes, de zoetheid van het geloof, rust in het hart en zijn gezelschap in het Paradijs.

Kernpunten

DefinitieUit het boek

Aanbidding

  • In de taal: onderwerping en nederigheid.
  • In de sharia: alles wat Allah liefheeft en waarmee Hij tevreden is, aan uiterlijke en innerlijke woorden en daden.
BewijsUit het boek

Het recht van Allah op de dienaren

  • "Aanbid Allah en stel niets met Hem gelijk" (an-Nisāʾ 4:36)
  • "Het recht van Allah op de dienaren is dat zij Hem aanbidden en niets met Hem gelijkstellen."
OpsommingUit het boek

Vormen van Allah eren

  1. Zijn verboden grenzen eren
  2. Zijn tekenen eren
  3. wie Hem gehoorzaamt eren
OnderscheidUit het boek

Overdrijving over zijn persoon en zijn beschrijving

  • Persoon: bijvoorbeeld geloven dat hij geen mens was of uit licht geschapen is.
  • Beschrijving: bijvoorbeeld beweren dat hij het verborgene kent, of bij hem zweren.

Begrippen

العبادة

al-ʿibāda

Aanbidding; in de taal: onderwerping en nederigheid.

Ibn Taymiyya: een woord voor alles wat Allah liefheeft en waarmee Hij tevreden is, aan uiterlijke en innerlijke woorden en daden.

الوقار

al-waqār

Grootheid, ontzag.

"Waarom verwachten jullie van Allah geen grootheid?" (Nūḥ 71:13): jullie vrezen Zijn grootheid niet.

الحرمات

al-ḥurumāt

De verboden grenzen van Allah: de zonden.

Je eert ze door ze te vermijden.

الشعائر

ash-shaʿāʾir

De tekenen van Allah: Zijn geboden.

Ze eren komt voort uit godsvrees van het hart.

خاتم النبيين

khātam an-nabiyyīn

Het zegel der profeten: de laatste profeet.

Wie na hem beweert profeet te zijn, is een ongelovige leugenaar.

العصمة

al-ʿiṣma

Bescherming van de Profeet ﷺ in zijn boodschap en het overbrengen ervan, en tegen ongeloof, shirk en schandelijke daden.

الإطراء

al-iṭrāʾ

Overdreven lof.

De Profeet ﷺ verbood het.

التعزير

at-taʿzīr

Eren en respecteren.

"En eren hem" (al-Aʿrāf 7:157): zij eren en respecteren hem.

Hadith

De hadith die in de lessen van dit hoofdstuk genoemd worden, met tekst en bronvermelding zoals in het boek.

  1. Overgeleverd door Muʿādh ibn Jabal

    «يا معاذ أتدري ما حق الله على العباد وما حق العباد على الله؟ ... فإن حق الله على العباد أن يعبدوه ولا يشركوا به شيئًا، وحق العباد على الله ألا يعذب من لا يشرك به شيئًا»

    Muʿādh, weet je wat het recht van Allah op de dienaren is en wat het recht van de dienaren op Allah is? ... Het recht van Allah op de dienaren is dat zij Hem aanbidden en niets met Hem gelijkstellen, en het recht van de dienaren op Allah is dat Hij wie niets met Hem gelijkstelt niet bestraft

    Bron: in de twee Ṣaḥīḥ’s (al-Bukhārī en Muslim)

    Hij vroeg: "Zal ik het de mensen niet als goed nieuws vertellen?" Hij zei: "Nee, anders gaan zij erop leunen."

  2. Overgeleverd door Abū Mūsā al-Ashʿarī

    «إن من إجلال الله إكرام ذي الشيبة المسلم، وحامل القرآن غير الغالي فيه والجافي عنه، وإكرام ذي السلطان المقسط»

    Tot het eren van Allah behoort het eren van de grijze moslim, van de drager van de Koran die er niet in overdrijft en er zich niet van afkeert, en het eren van de rechtvaardige machthebber

    Bron: Abū Dāwūd; goed (ḥasan) volgens al-Albānī

    Een vorm van Allah eren: wie Hem gehoorzaamt eren.

  3. «ثلاث من كن فيه وجد حلاوة الإيمان: أن يكون الله ورسوله أحب إليه مما سواهما ...»

    Wie drie dingen heeft, vindt de zoetheid van het geloof: dat Allah en Zijn Boodschapper hem dierbaarder zijn dan al het andere ...

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    Over de liefde voor Allah.

  4. «والخير كله في يديك والشر ليس إليك»

    Al het goede is in Uw handen, en het kwade wordt niet aan U toegeschreven

    Bron: Muslim

    Het kwade niet aan Allah toeschrijven.

  5. Overgeleverd door Jābir ibn ʿAbdallāh

    «لا يموتن أحدكم إلا وهو يحسن الظن بالله»

    Laat niemand van jullie sterven zonder een goede verwachting van Allah te hebben

    Bron: Muslim

  6. Overgeleverd door ʿUrwa ibn Masʿūd ath-Thaqafī

    «أي قوم، والله لقد وفدت على الملوك، ووفدت على قيصر وكسرى والنجاشي، والله إن رأيت ملكًا قط يعظمه أصحابه ما يعظم أصحاب محمد محمدًا»

    Mijn volk, bij Allah, ik ben bij koningen op bezoek geweest, bij Caesar, Khosrau en de Negus; bij Allah, nooit zag ik een koning die door zijn metgezellen zo geëerd werd als de metgezellen van Muḥammad Muḥammad eren

    Bron: al-Bukhārī

    Hij zei dit toen hij nog geen moslim was.

  7. «وإنه سيكون في أمتي كذابون ثلاثون، كلهم يزعم أنه نبي، وأنا خاتم النبيين لا نبي بعدي»

    In mijn gemeenschap zullen dertig leugenaars komen die allemaal beweren profeet te zijn, terwijl ik het zegel der profeten ben: na mij is er geen profeet

    Bron: Abū Dāwūd en Ibn Māja; authentiek volgens al-Albānī

  8. «وأنتم تسألون عني فما أنتم قائلون؟ قالوا: نشهد أنك قد بلغت وأديت ونصحت، فقال بإصبعه السبابة يرفعها إلى السماء وينكتها إلى الناس: اللهم اشهد، اللهم اشهد، ثلاث مرات»

    Jullie zullen over mij ondervraagd worden; wat zullen jullie dan zeggen? Zij zeiden: wij getuigen dat je het hebt overgebracht, vervuld en oprecht geraden. Hij hief zijn wijsvinger naar de hemel, wees ermee naar de mensen en zei drie keer: O Allah, wees getuige

    Bron: Muslim

    Hij ﷺ heeft de boodschap volledig overgebracht.

  9. Overgeleverd door Jābir ibn ʿAbdallāh

    «إنه ليس شيء بين السماء والأرض إلا يعلم أني رسول الله إلا عاصي الجن والإنس»

    Er is niets tussen hemel en aarde dat niet weet dat ik de Boodschapper van Allah ben, behalve de ongehoorzamen onder de djinn en de mensen

    Bron: Aḥmad in al-Musnad, met een goede keten

  10. Overgeleverd door Jābir ibn ʿAbdallāh

    «وكان النبي يبعث إلى قومه خاصة، وبعثت إلى الناس عامة»

    Een profeet werd alleen naar zijn eigen volk gezonden, en ik ben naar alle mensen gezonden

    Bron: in de twee Ṣaḥīḥ’s (al-Bukhārī en Muslim)

    Zijn boodschap is voor iedereen.

  11. Overgeleverd door Anas ibn Mālik

    «يا أيها الناس، قولوا بقولكم ولا يستهوينكم الشيطان، أنا محمد بن عبد الله، عبد الله ورسوله، والله ما أحب أن ترفعوني فوق منزلتي التي أنزلني الله»

    Mensen, zeg wat jullie gewoonlijk zeggen en laat de duivel jullie niet meeslepen. Ik ben Muḥammad ibn ʿAbdallāh, de dienaar van Allah en Zijn Boodschapper; bij Allah, ik wil niet dat jullie mij verheffen boven de plaats die Allah mij gaf

    Bron: Aḥmad en an-Nasāʾī in as-Sunan al-Kubrā; authentiek volgens al-Albānī

    Toen iemand hem aansprak met "onze heer, zoon van onze heer, de beste van ons en zoon van de beste van ons".

  12. «لا تطروني كما أطرت النصارى ابن مريم، فإنما أنا عبده، فقولوا: عبد الله ورسوله»

    Prijs mij niet overdreven zoals de christenen de zoon van Maryam prezen; ik ben slechts Zijn dienaar, zeg dus: de dienaar van Allah en Zijn Boodschapper

    Bron: al-Bukhārī

    Iṭrāʾ is overdreven lof.

  13. «خلقت الملائكة من نور»

    De engelen zijn geschapen uit licht

    Bron: Muslim

    Als weerlegging van wie beweert dat de Profeet ﷺ uit licht geschapen is.

  14. «من كان حالفًا فليحلف بالله أو ليصمت»

    Wie zweert, laat hij bij Allah zweren of zwijgen

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    Zweren bij de Profeet ﷺ is verboden.

  15. «لا يؤمن عبد حتى أكون أحب إليه من أهله وماله والناس أجمعين»

    Een dienaar gelooft niet echt totdat ik hem dierbaarder ben dan zijn familie, zijn bezit en alle mensen

    Bron: Muslim

  16. «من كذب علي متعمدًا فليتبوأ مقعده من النار»

    Wie opzettelijk over mij liegt, laat hij zijn plaats in het Vuur innemen

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

  17. «أذكركم الله في أهل بيتي»

    Ik herinner jullie aan Allah wat mijn familie betreft

    Bron: Muslim

    Zijn familie liefhebben zonder overdrijving.

  18. «لا تسبوا أصحابي، لا تسبوا أصحابي، فوالذي نفسي بيده لو أن أحدكم أنفق مثل أحد ذهبًا ما أدرك مد أحدهم ولا نصيفه»

    Beledig mijn metgezellen niet, beledig mijn metgezellen niet; bij Hem in Wiens hand mijn ziel is, als een van jullie goud zo groot als de berg Uḥud zou uitgeven, zou hij nog niet de handvol van een van hen bereiken, noch de helft daarvan

    Bron: al-Bukhārī en Muslim; de bewoording van Muslim

Personen

De personen die in dit hoofdstuk genoemd worden, en waarom.

Genoemd in de tekst

  • Muʿādh ibn Jabal

    معاذ بن جبل

    Metgezel · gest. 18 AH

    Zat achter de Profeet ﷺ op een ezel toen die hem vroeg naar het recht van Allah op de dienaren.

  • Ibn Kathīr

    ابن كثير

    Geleerde · gest. 774 AH

    Het boek vat zijn uitleg samen dat alleen Allah aanbidding verdient.

  • Ibn Taymiyya

    ابن تيمية

    Geleerde · gest. 728 AH

    Definieerde aanbidding als alles wat Allah liefheeft en waarmee Hij tevreden is.

  • Abū Mūsā al-Ashʿarī

    أبو موسى الأشعري

    Metgezel · gest. 44 AH

    Overleverde de hadith "Tot het eren van Allah behoort".

  • Ibn al-Qayyim al-Jawziyya

    ابن القيم

    Geleerde · gest. 751 AH

    Zei dat de liefde van aanbidding de edelste liefde is, en dat tevreden zijn met Allah als Heer tot Zijn recht behoort.

  • an-Nawawī

    النووي

    Geleerde · gest. 676 AH

    Zei dat wie een zonde begaat zich meteen moet bekeren.

  • Jābir ibn ʿAbd Allāh

    جابر بن عبد الله

    Metgezel · gest. 78 AH

    Overleverde de hadith over een goede verwachting van Allah en over de boodschap voor iedereen.

  • ʿUrwa ibn Masʿūd ath-Thaqafī

    عروة بن مسعود الثقفي

    Metgezel · gest. 9 AH

    Beschreef hoe de metgezellen de Profeet ﷺ eerden, toen hij nog geen moslim was.

  • Anas ibn Mālik

    أنس بن مالك

    Metgezel · gest. 93 AH

    Overleverde dat de Profeet ﷺ verbood hem boven zijn plaats te verheffen.

  • Muḥammad ibn Ṣāliḥ al-ʿUthaymīn

    محمد بن صالح العثيمين

    Geleerde · gest. 1421 AH

    Zei dat de bewering dat de Profeet geen schaduw had een leugen is.

Genoemd in de bronvermelding

Herhaling

Het belangrijkste vlak voor een toets

  • Het recht van Allah is het grootste recht: Hem alleen aanbidden.
  • Tot Zijn rechten behoren Hem eren, Hem liefhebben, schaamte tegenover Hem en berouw.
  • De Profeet ﷺ is de laatste profeet; zijn boodschap is voor iedereen en zijn wet vervangt de eerdere.
  • Overdrijf niet over zijn persoon of zijn beschrijving.
  • Heb hem ﷺ lief boven familie en bezit, en volg hem zonder vernieuwing in zijn godsdienst.

Flitskaarten

Mijn favorieten

Tik op het sterretje bij een kaart om hem hier te bewaren.

Test jezelf

  1. Waar komt het recht van Allah op Zijn dienaren op neer?

  2. Wat betekent ʿibāda oorspronkelijk in de taal?

  3. Je eert de verboden grenzen van Allah door de zonden te vermijden.

  4. Wie zijn volgens de hadith uit licht geschapen?

  5. Zweren bij de Profeet ﷺ is toegestaan.

  6. Wat is iṭrāʾ?

Originele tekst

Deze pagina bundelt de lessen van het hoofdstuk. De volledige samenvatting per les, en de bladzijden in het oorspronkelijke boek:

  1. Les 1 Het recht van Allah op Zijn dienaren

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 9–10

  2. Les 2 Ook een recht van Allah: schaamte tegenover Hem

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 11–13

  3. Les 3 Het recht van de Profeet ﷺ op zijn gemeenschap

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 14–17

  4. Les 4 Overdrijving in de beschrijving van de Profeet ﷺ en zijn verdere rechten

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 18

Het hele hoofdstuk in het oorspronkelijke boek: At-Tarbiya al-Islāmiyya (1): de rechten, Zad-reeks · p. 9–21 p. 9

Dit is een studiehulp; het oorspronkelijke boek blijft de bron.