PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Eenheid 3: De rechten van ouders en kinderen

Overzicht

Eenheid 3 · 4 lessen

De rechten van ouders en kinderen

Vier lessen samen op één pagina

Het recht van de ouders komt neer op goed voor hen zijn en hen geen kwaad doen; goedheid voor de ouders is een van de grootste daden, en hen kwaad doen een van de grootste zonden. Kinderen hebben rechten op hun ouders vóór en na hun geboorte: van een goede partner kiezen tot een goede naam, barmhartigheid, onderwijs, opvoeding, onderhoud en bescherming.

Bron: At-Tarbiya al-Islāmiyya (1): de rechten, Zad-reeks · p. 33–45

Je voortgang in dit hoofdstuk0%

Eenheid 3 in één kaart

De onderwerpen van de vier lessen zoals in het boek.

De rechten van ouders en kinderenEenheid 3
  • Het recht van de oudersles 9
    • goedheid
    • de waarde van goedheid
  • Regels en ouders kwaad doenles 10
    • hun recht gaat voor
    • met woorden en daden
    • het gevaar ervan
  • Het recht van de kinderenles 11
    • vóór de geboorte
    • na de geboorte
  • Onderwijs en opvoedingles 12
    • geloofsleer en gebed
    • manieren
    • onderhoud en bescherming

Het hoofdstuk in één oogopslag

  1. Allah noemt het recht van de ouders samen met Zijn eigen recht, en draagt op hen te danken na Hem.
  2. Hun recht komt neer op twee dingen: goed voor hen zijn, en hen geen kwaad doen.
  3. Goedheid voor de ouders brengt de tevredenheid van Allah, hoort bij het karakter van de profeten, is beter dan vrijwillige aanbidding en is een reden voor verhoring en voor het Paradijs.
  4. ʿUqūq is alles waarmee een kind zijn ouders pijn doet in woord of daad; het is verboden en een van de grootste zonden.
  5. Allah ondervraagt de vader over zijn kind vóórdat Hij het kind over zijn vader ondervraagt.
  6. De rechten van het kind zijn tweeërlei: vóór en na zijn geboorte.
  7. Tot de rechten van het kind behoort onderwijs in de juiste geloofsleer, de Koran, de plichten van de godsdienst en goede manieren.
  8. De vader moet zijn kind onderhouden, zoon of dochter, zonder verspilling en zonder krenterigheid.

Lessen in dit hoofdstuk

  1. Les 9 · p. 33 Het recht van de ouders
  2. Les 10 · p. 35 Regels over de ouders, en ouders kwaad doen
  3. Les 11 · p. 40 Het recht van de kinderen op hun ouders
  4. Les 12 · p. 43 Het kind onderwijzen, onderhouden en beschermen

Oefeningen van het boek op p. 39 en 45. Delen die in het boek alleen ter kennisname zijn, staan zo aangeduid. De Nederlandse weergave van verzen en hadith geeft de betekenis weer; het is geen vertaling.

Schema’s

De waarde van goedheid voor de ouders

Zoals het boek ze opsomt.

  1. Brengt de tevredenheid van Allah
  2. Hoort bij het karakter van de profeten
  3. Een van de schoonheden van de sharia
  4. Hoort bij edel karakter
  5. Beter dan vrijwillige aanbidding
  6. Een reden voor redding
  7. Een reden voor verhoring van smeekbeden
  8. Een van de grootste redenen voor het Paradijs

Soorten ʿuqūq

Zoals in het boek.

VergelijkingVoorbeelden
Met woordenhen beledigen of ervoor zorgen dat ze beledigd worden, en je stem tegen hen verheffen
Met dadenhen scherp aankijken, anderen boven hen stellen, hen niet respecteren, en hen slaan

Les 10p. 37

De rechten van het kind

In twee delen, zoals in het boek.

VergelijkingRechten
Vóór de geboorteeen goede partner kiezen, om goede nakomelingen bidden, en de naam van Allah noemen bij de gemeenschap
Na de geboortebidden dat het goed wordt, een goede naam, barmhartigheid, zijn waardigheid bewaren, ruimte voor spel, onderwijs en opvoeding, onderhoud en bescherming

Les 11p. 41

Uitleg

  1. Het gevaar van ʿuqūq

    Het brengt schande en straf, wekt de woede van Allah, ontneemt de blik van Allah op de Dag der Opstanding en de toegang tot het Paradijs, is een van de ergste vormen van familiebanden verbreken en verhindert dat daden aanvaard worden.

  2. Regels over de ouders (alleen ter kennisname)

    Het recht van de ouders gaat voor dat van andere mensen, en dat van de moeder voor dat van de vader. Hun recht vervullen gaat voor vrijwillige aanbidding. Je moet hen gehoorzamen in wat hun baat en jou niet schaadt, ook als zij zondig of ongelovig zijn, zolang zij niet tot een zonde opdragen. Een kind dat het kan, moet hen onderhouden als zij dat nodig hebben.

    Meer uitleg

    Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  3. Als een vader van het geld van zijn kind neemt (alleen ter kennisname)

    Dat mag onder voorwaarden, onder meer: het schaadt het kind niet, het is uit nood en niet om meer te vergaren, en hij neemt het niet om het aan een ander kind te geven.

    Meer uitleg

    Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  4. Kinderen verwaarlozen

    Allah gaf de vaders een opdracht over hun kinderen vóór Hij de kinderen een opdracht over hun vaders gaf. Wie het onderwijs van zijn kind verwaarloost, doet het zeer veel kwaad; de meeste kinderen raken op het verkeerde pad door hun vaders.

  5. Uitgangspunten van de opvoeding (alleen ter kennisname)

    Het kind is een toevertrouwd goed; de verantwoordelijkheid voor de opvoeding ligt eerst bij de ouders, en zij hebben de meeste invloed op het kind.

    Meer uitleg

    Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  6. Het kind beschermen (alleen ter kennisname)

    Het kind beschermen met de voorgeschreven ruqya, kwaad van het weghouden, en het meenemen naar goede plaatsen en goede mensen.

    Meer uitleg

    Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

Kernpunten

DefinitieUit het boek

ʿUqūq

  • Alles waarmee een kind zijn ouders pijn doet in woord of daad.
BewijsUit het boek

ʿUqūq is verboden

  • "Zeg niet 'oef' tegen hen en snauw hen niet af" (al-Isrāʾ 17:23)
  • "Zal ik jullie de grootste van de grote zonden vertellen? Iets met Allah gelijkstellen, de ouders kwaad doen, en valse uitspraken."
VoorwaardeUit het boek

De ouders gehoorzamen

  • In wat hun baat en het kind niet schaadt.
  • Zolang zij niet tot een zonde opdragen.
OpsommingUit het boek

Rechten van het kind na de geboorte

  1. bidden dat het goed wordt
  2. een goede naam
  3. barmhartigheid en zachtheid
  4. zijn waardigheid
  5. onderwijs en opvoeding
  6. onderhoud
  7. bescherming

Begrippen

البر

al-birr

Goedheid voor de ouders.

Vooral op hoge leeftijd.

العقوق

al-ʿuqūq

Ouders kwaad doen: alles waarmee een kind zijn ouders pijn doet in woord of daad.

Verboden en een van de grootste zonden.

الفطرة

al-fiṭra

De natuurlijke aanleg waarmee elk kind geboren wordt.

"Zijn ouders maken er een jood, christen of veelgodenaanbidder van."

ذات الدين

dhāt ad-dīn

De godsdienstige vrouw.

De Profeet ﷺ droeg op haar te kiezen.

الإسراف والتقتير

al-isrāf wa-t-taqtīr

Verspilling en krenterigheid.

Je onderhoudt het kind zonder het een en zonder het ander.

Hadith

De hadith die in de lessen van dit hoofdstuk genoemd worden, met tekst en bronvermelding zoals in het boek.

  1. Overgeleverd door ʿAbdallāh ibn Masʿūd

    «أي العمل أفضل؟ قال: الصلاة على ميقاتها، قلت: ثم أي؟ قال: ثم بر الوالدين»

    Welke daad is het beste? Hij zei: het gebed op zijn tijd. Ik vroeg: en daarna? Hij zei: daarna goed zijn voor de ouders

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    In een andere versie: het meest geliefd bij Allah.

  2. Overgeleverd door ʿAbdallāh ibn ʿAmr

    «رضى الرب في رضى الوالد، وسخط الرب في سخط الوالد»

    De tevredenheid van de Heer ligt in de tevredenheid van de vader, en de woede van de Heer in de woede van de vader

    Bron: at-Tirmidhī; authentiek volgens al-Albānī

  3. «أحي والداك؟ قال: نعم، قال: ففيهما فجاهد»

    Leven je ouders nog? Hij zei: ja. Hij zei: span je dan voor hen in

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    Tegen iemand die toestemming vroeg om te strijden; de betekenis: steek al je inspanning in goed zijn voor hen.

  4. «يأتي عليكم أويس بن عامر مع أمداد أهل اليمن من مراد ثم من قرن، كان به برص فبرأ منه إلا موضع درهم، له والدة هو بها بر، لو أقسم على الله لأبره، فإن استطعت أن يستغفر لك فافعل»

    Uways ibn ʿĀmir zal bij jullie komen met de versterkingen uit Jemen, van Murād en dan van Qaran. Hij had lepra en genas ervan op een plek ter grootte van een dirham na. Hij heeft een moeder voor wie hij goed is; als hij bij Allah zou zweren, zou Allah zijn eed vervullen. Als je kunt, laat hem dan voor je om vergeving vragen

    Bron: Muslim

    Goed zijn voor je ouders is een reden dat smeekbeden verhoord worden.

  5. «الوالد أوسط أبواب الجنة»

    De vader is de middelste poort van het Paradijs

    Bron: Aḥmad en Ibn Māja; authentiek volgens al-Albānī

  6. «ألا أنبئكم بأكبر الكبائر: الإشراك بالله، وعقوق الوالدين، وقول الزور»

    Zal ik jullie de grootste van de grote zonden vertellen? Iets met Allah gelijkstellen, de ouders kwaad doen, en valse uitspraken

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

  7. «إن من أكبر الكبائر أن يلعن الرجل والديه، قيل: وكيف يلعن الرجل والديه؟ قال: يسب الرجل أبا الرجل فيسب أباه، ويسب أمه»

    Tot de grootste zonden behoort dat iemand zijn ouders vervloekt. Men vroeg: hoe vervloekt iemand zijn ouders? Hij zei: hij beledigt de vader van een ander, die dan zijn vader beledigt, en hij beledigt diens moeder

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    Ouders kwaad doen met woorden.

  8. «رغم أنفه، ثم رغم أنفه، ثم رغم أنفه، قيل: من يا رسول الله؟ قال: من أدرك والديه عند الكبر أحدهما أو كليهما ثم لم يدخل الجنة»

    Moge hij vernederd worden, en nog eens, en nog eens. Men vroeg: wie, Boodschapper van Allah? Hij zei: wie een of beide ouders op hoge leeftijd meemaakt en toch het Paradijs niet binnengaat

    Bron: Muslim

  9. «ثلاثة لا ينظر الله إليهم يوم القيامة ...»

    Naar drie mensen kijkt Allah op de Dag der Opstanding niet ...

    Bron: an-Nasāʾī; authentiek volgens al-Albānī

    Een van hen: wie zijn ouders kwaad doet.

  10. «ما من ذنب أحرى أن يعجل الله لصاحبه العقوبة في الدنيا مع ما يدخر له في الآخرة من البغي وقطيعة الرحم»

    Er is geen zonde die er meer voor in aanmerking komt dat Allah haar bestraffing al in dit leven brengt, naast wat Hij in het Hiernamaals bewaart, dan onrecht en het verbreken van familiebanden

    Bron: Aḥmad en at-Tirmidhī; authentiek volgens al-Albānī

  11. «ثلاثة لا يقبل الله منهم صرفًا ولا عدلًا: عاق، ومنان، ومكذب بالقدر»

    Van drie mensen aanvaardt Allah geen enkele daad, verplicht noch vrijwillig: wie zijn ouders kwaad doet, wie zijn gaven voortdurend aanrekent, en wie de voorbeschikking loochent

    Bron: Ibn Abī ʿĀṣim; goed (ḥasan) volgens al-Albānī

  12. «والرجل راع على أهل بيته وهو مسؤول عنهم، والمرأة راعية على بيت بعلها وولده وهي مسؤولة عنهم»

    De man is herder over zijn gezin en wordt over hen ondervraagd, en de vrouw is herderin over het huis van haar man en zijn kinderen en wordt over hen ondervraagd

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

    Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  13. «ما من مولود إلا يولد على الفطرة، فأبواه يهودانه وينصرانه ويشركانه»

    Elk kind wordt geboren op de natuurlijke aanleg; zijn ouders maken er een jood, christen of veelgodenaanbidder van

    Bron: Muslim

    Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  14. «تنكح المرأة لأربع: لمالها ولحسبها وجمالها ولدينها، فاظفر بذات الدين تربت يداك»

    Met een vrouw wordt getrouwd om vier dingen: haar bezit, haar afkomst, haar schoonheid en haar godsdienst; kies dan de godsdienstige, anders zul je het berouwen

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    Een goede partner kiezen.

  15. «لو أن أحدكم إذا أتى أهله قال: بسم الله، اللهم جنبني الشيطان وجنب الشيطان ما رزقتني، فإن كان بينهما ولد لم يضره الشيطان ولم يسلط عليه»

    Als een van jullie, wanneer hij naar zijn vrouw gaat, zegt: in de naam van Allah, o Allah, houd de duivel van mij weg en houd de duivel weg van wat U ons schenkt; als er dan een kind komt, zal de duivel het niet schaden en geen macht over het krijgen

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

  16. Overgeleverd door Anas ibn Mālik

    «ما رأيت أحدًا كان أرحم بالعيال من رسول الله ﷺ»

    Ik heb niemand gezien die barmhartiger was voor zijn gezin dan de Boodschapper van Allah ﷺ

    Bron: Muslim

  17. Overgeleverd door ʿĀʾisha

    «قدم ناس من الأعراب فقالوا: أتقبلون صبيانكم؟ قالوا: نعم، قالوا: لكنا والله ما نقبل، فقال: وأملك إن كان الله نزع منكم الرحمة»

    Er kwamen bedoeïenen die vroegen: kussen jullie je kinderen? Men zei: ja. Zij zeiden: maar wij, bij Allah, kussen ze niet. Hij zei: wat kan ik eraan doen als Allah de barmhartigheid uit jullie heeft weggenomen?

    Bron: Muslim

  18. Overgeleverd door Abū Hurayra

    «كنا نصلي مع رسول الله ﷺ العشاء، فإذا سجد وثب الحسن والحسين على ظهره، فإذا رفع رأسه أخذهما بيده أخذًا رفيقًا فيضعهما على الأرض ... حتى قضى صلاته أقعدهما على فخذيه»

    Wij baden ʿishāʾ met de Boodschapper van Allah ﷺ. Als hij zich neerwierp, sprongen al-Ḥasan en al-Ḥusayn op zijn rug; als hij zijn hoofd ophief, pakte hij hen zachtjes vast en zette hen op de grond ... en toen hij zijn gebed beëindigd had, zette hij hen op zijn dijen

    Bron: Aḥmad; goed (ḥasan) volgens al-Albānī

    Rekening houden met het recht van het kind om te spelen.

  19. «يا غلام، إني أعلمك كلمات: احفظ الله يحفظك، احفظ الله تجده تجاهك، إذا سألت فاسأل الله، وإذا استعنت فاستعن بالله، واعلم أن الأمة لو اجتمعت على أن ينفعوك بشيء لم ينفعوك إلا بشيء قد كتبه الله لك ... رفعت الأقلام وجفت الصحف»

    Jongen, ik leer je enkele woorden: waak over Allah, dan waakt Hij over jou; waak over Allah, dan vind je Hem vóór je. Als je vraagt, vraag Allah, en als je hulp zoekt, zoek hulp bij Allah. Weet dat als de hele gemeenschap zich zou verenigen om je ergens mee te helpen, zij je alleen zou helpen met wat Allah al voor je heeft opgeschreven ... de pennen zijn opgeheven en de bladen zijn droog

    Bron: Aḥmad en at-Tirmidhī; authentiek volgens al-Albānī

    Gezegd tegen ʿAbdallāh ibn ʿAbbās; het kind de geloofsleer leren.

  20. «مروا أولادكم بالصلاة وهم أبناء سبع سنين، واضربوهم عليها وهم أبناء عشر، وفرقوا بينهم في المضاجع»

    Draag jullie kinderen het gebed op als zij zeven jaar zijn, tik hen erop aan als zij tien zijn, en laat hen apart slapen

    Bron: Aḥmad en Abū Dāwūd; goed (ḥasan) volgens al-Albānī

  21. Overgeleverd door Abū Hurayra

    «أخذ الحسن بن علي تمرة من تمر الصدقة فجعلها في فيه، فقال النبي ﷺ: كخ كخ، ارم بها، أما علمت أنا لا نأكل الصدقة»

    Al-Ḥasan ibn ʿAlī nam een dadel van de liefdadigheidsdadels en stak hem in zijn mond. De Profeet ﷺ zei: kikh kikh, spuug hem uit; weet je niet dat wij geen liefdadigheid eten?

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    Het kind leren wat toegestaan en verboden is.

  22. «يا غلام، سم الله، وكل بيمينك، وكل مما يليك»

    Jongen, noem de naam van Allah, eet met je rechterhand en eet van wat vóór je ligt

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    Gezegd tegen zijn stiefzoon ʿUmar ibn Abī Salama.

  23. Overgeleverd door ʿAbdallāh ibn ʿAbbās

    «كان النبي ﷺ يعوذ الحسن والحسين ويقول: إن أباكما كان يعوذ بها إسماعيل وإسحاق: أعوذ بكلمات الله التامة من كل شيطان وهامة، ومن كل عين لامة»

    De Profeet ﷺ zocht bescherming voor al-Ḥasan en al-Ḥusayn en zei: jullie vader (Ibrāhīm) zocht hiermee bescherming voor Ismāʿīl en Isḥāq: ik zoek bescherming in de volmaakte woorden van Allah tegen elke duivel en elk giftig dier, en tegen elk kwaad oog

    Bron: al-Bukhārī

    Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  24. Overgeleverd door Burayda ibn al-Ḥuṣayb

    «صدق الله: ﴿إنما أموالكم وأولادكم فتنة﴾، رأيت هذين يمشيان ويعثران في قميصيهما فلم أصبر حتى نزلت فحملتهما»

    Allah heeft de waarheid gesproken: "Jullie bezit en jullie kinderen zijn slechts een beproeving." Ik zag deze twee lopen en struikelen in hun hemden en kon me niet inhouden: ik kwam naar beneden en droeg hen

    Bron: Aḥmad en de vier Sunan-werken; authentiek volgens al-Albānī

    Toen al-Ḥasan en al-Ḥusayn aankwamen terwijl hij preekte. Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  25. Overgeleverd door ʿAbdallāh ibn ʿUmar

    «إن من الشجر شجرة لا يسقط ورقها وهي مثل المسلم، حدثوني ما هي ... هي النخلة»

    Er is een boom waarvan de bladeren niet vallen en die lijkt op de moslim; vertel me welke het is ... het is de dadelpalm

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    ʿAbdallāh vertelde het zijn vader, die zei: had jij het maar gezegd, dat was me liever dan dit en dat bezitten. Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

Personen

De personen die in dit hoofdstuk genoemd worden, en waarom.

Genoemd in de tekst

Genoemd in de bronvermelding

Herhaling

Het belangrijkste vlak voor een toets

  • Het recht van de ouders: goed voor hen zijn en hen geen kwaad doen.
  • Goedheid voor de ouders is een van de grootste daden; hen kwaad doen een van de grootste zonden.
  • ʿUqūq kan met woorden en met daden.
  • De rechten van het kind beginnen al vóór zijn geboorte, bij het kiezen van een goede partner.
  • Het kind heeft recht op barmhartigheid, onderwijs, opvoeding, onderhoud en bescherming.

Flitskaarten

Mijn favorieten

Tik op het sterretje bij een kaart om hem hier te bewaren.

Test jezelf

  1. Welke daad komt in de hadith van Ibn Masʿūd na het gebed op zijn tijd?

  2. Je moet je ouders gehoorzamen, ook als zij tot een zonde opdragen.

  3. Hoe zorgt iemand ervoor dat zijn ouders vervloekt worden?

  4. Wat droeg de Profeet ﷺ op te kiezen bij een huwelijk?

  5. Op welke leeftijd draag je het kind het gebed op?

  6. De vader moet zijn kind onderhouden, zoon of dochter.

Originele tekst

Deze pagina bundelt de lessen van het hoofdstuk. De volledige samenvatting per les, en de bladzijden in het oorspronkelijke boek:

  1. Les 9 Het recht van de ouders

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 33–34

  2. Les 10 Regels over de ouders, en ouders kwaad doen

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 35–39

  3. Les 11 Het recht van de kinderen op hun ouders

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 40–42

  4. Les 12 Het kind onderwijzen, onderhouden en beschermen

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 43

Het hele hoofdstuk in het oorspronkelijke boek: At-Tarbiya al-Islāmiyya (1): de rechten, Zad-reeks · p. 33–45 p. 33

Dit is een studiehulp; het oorspronkelijke boek blijft de bron.