PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Eenheid 6: De rechten in werk en bestuur

Overzicht

Eenheid 6 · 4 lessen

De rechten in werk en bestuur

Vier lessen samen op één pagina

De werknemer heeft rechten op de werkgever: niet meer dan hij aankan, zijn volle loon en een goede behandeling; de werkgever heeft recht op betrouwbaarheid, gehoorzaamheid en integriteit. De bestuurder heeft recht op gehoorzaamheid in het goede, geduld, oprechte raad en steun; de bevolking heeft recht op een bestuurder die de godsdienst handhaaft, volgens de sharia oordeelt, rechtvaardig is, beschermt en zorgt.

Bron: At-Tarbiya al-Islāmiyya (1): de rechten, Zad-reeks · p. 74–88

Je voortgang in dit hoofdstuk0%

Eenheid 6 in één kaart

De onderwerpen van de vier lessen zoals in het boek.

De rechten in werk en bestuurEenheid 6
  • Werknemer en werkgeverles 21
    • recht van de werknemer
    • recht van de werkgever
    • geschenken aan ambtenaren
  • Het recht van de bestuurderles 22
    • gehoorzamen in het goede
    • geduld, geen opstand
  • Zijn rechten vervullenles 23
    • oprechte raad
    • steun
    • respect
    • voor hem bidden
  • De rechten van de bevolkingles 24
    • de godsdienst handhaven
    • volgens de sharia oordelen
    • rechtvaardigheid
    • zorg
    • voorbeeld

Het hoofdstuk in één oogopslag

  1. Werk is de basis van het leven; ook de profeten werkten: Ādam als boer, Nūḥ als timmerman, Dāwūd als smid en Muḥammad ﷺ als herder en handelaar.
  2. De werknemer heeft er recht op niet zwaarder belast te worden dan hij aankan, goed behandeld te worden en zijn volle loon te krijgen naar zijn werk.
  3. Groot onrecht is een werknemer met een contract laten overkomen en hem dan dwingen een tweede contract te tekenen met minder loon en rechten.
  4. De werknemer is betrouwbaarheid, oprechtheid, gehoorzaamheid buiten zonde en integriteit verschuldigd; geschenken aan ambtenaren vallen onder verduistering.
  5. De sharia geeft wie over de bevolking gaat, rechtvaardig of zondig, rechten; de grootste is gehoorzaamheid in het goede.
  6. In een zonde wordt niet gehoorzaamd; met onrecht van de bestuurder heb je geduld en je komt niet tegen hem in opstand zolang hij het gebed onderhoudt.
  7. De rechten van de bestuurder worden vervuld, ook als hij tekortschiet in die van de bevolking; vraag Allah om je recht.
  8. Bestuur is een toevertrouwd goed en een last, geen eer; tot de grootste rechten van de bevolking behoren het handhaven van haar godsdienst, oordelen naar wat Allah openbaarde, en rechtvaardigheid.

Lessen in dit hoofdstuk

  1. Les 21 · p. 74 De rechten van de werknemer en de werkgever
  2. Les 22 · p. 78 Het recht van de bestuurder op de bevolking
  3. Les 23 · p. 80 De onderdanen vervullen de rechten van de bestuurder
  4. Les 24 · p. 84 De rechten van de bevolking op de bestuurder

Oefeningen van het boek op p. 83 en 88. Delen die in het boek alleen ter kennisname zijn, staan zo aangeduid. De Nederlandse weergave van verzen en hadith geeft de betekenis weer; het is geen vertaling.

Schema’s

Rechten van werknemer en werkgever

Zoals in les 21.

VergelijkingRechten
Recht van de werknemerniet meer dan hij aankan, een goede behandeling, zijn loon, geen kwaad, aandacht voor hem, ruimte voor zijn religieuze plichten, rust, en sociale zekerheid
Recht van de werkgevergeen nalatigheid en verantwoordelijkheidsgevoel, betrouwbaarheid en oprechtheid, gehoorzaamheid buiten zonde, en geen misbruik van de functie

Les 21p. 74

De rechten van de bestuurder op de bevolking

Zoals het boek ze in les 22 en 23 opsomt.

  1. Hem gehoorzamen in het goede
  2. Geduld met zijn onrecht, geen opstand
  3. Zijn rechten vervullen, ook als hij tekortschiet
  4. Hem oprecht raad geven
  5. Hem steunen en beschermen
  6. Hem eren en respecteren
  7. Zacht tegen hem spreken
  8. Zijn gebreken niet rondvertellen
  9. Achter hem bidden en met hem strijden
  10. Je niet bemoeien met wat bij hem hoort
  11. Voor hem bidden

De rechten van de bevolking op de bestuurder

Zoals het boek ze in les 24 opsomt.

  1. De godsdienst van de gemeenschap handhaven
  2. Oordelen naar wat Allah openbaarde
  3. Rechtvaardig besturen en onrecht wegnemen
  4. De gemeenschap beschermen
  5. Voor haar zorgen, vooral voor de zwakken
  6. Haar oprecht raad geven, met zachtheid
  7. Haar zaken zelf behartigen
  8. Betrouwbare mensen aanstellen
  9. Een goed voorbeeld zijn

Uitleg

  1. Een goede behandeling

    Het boek noemt uit de leefwijze van de Profeet ﷺ dat hij nooit een bediende sloeg, dat Anas hem negen jaar diende zonder dat hij hem ooit verweet wat hij deed of naliet, en dat toen Abū Masʿūd zijn slaaf sloeg, de Profeet ﷺ hem vermaande en hij de slaaf vrijliet.

  2. Ruimte voor religieuze plichten

    De werknemer moet zijn plichten kunnen vervullen, zoals het gebed, het vasten en de ḥajj; de werkgever moet ervoor oppassen niet te horen bij wie mensen van de weg van Allah afhouden (al-ʿAlaq 96:9–10).

  3. Sociale zekerheid

    Onderlinge solidariteit geeft de burger een deel uit de staatskas als hij niet kan werken of ziek is.

  4. Oprechtheid tegenover de leiders

    Ibn Rajab: hen helpen bij het ware, hen daarin gehoorzamen, hen eraan herinneren en zacht en vriendelijk wijzen op fouten, niet tegen hen in opstand komen, en voor hen bidden om succes.

  5. Waarom je de gebreken van bestuurders niet rondvertelt

    Omdat het de mensen opzweept, het gezag ondermijnt en wie in opstand wil komen brutaal maakt (al-Ḥujurāt 49:12).

  6. Manieren om de godsdienst te handhaven (alleen ter kennisname)

    Kennis en verkondiging verspreiden, de geleerden eren en hun raad volgen, en tegengaan wat geloof en moraal van de mensen bederft. Al-Māwardī: zodat de godsdienst beschermd is tegen gebreken en de gemeenschap tegen misstappen.

    Meer uitleg

    Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  7. Betrouwbare mensen aanstellen

    ʿUmar: wie over iets van de moslims gaat en iemand aanstelt uit vriendschap of verwantschap, heeft Allah, Zijn Boodschapper en de moslims verraden. Ibn Taymiyya: de bestuurder moet voor elke taak de geschiktste aanstellen die hij vindt.

  8. De bestuurder als voorbeeld

    ʿUmar bij zijn dood: weet dat het de mensen goed blijft gaan zolang hun bestuurders en leiders recht blijven (al-Bayhaqī). Ibn Ḥajar: want de mensen volgen de godsdienst van hun koningen.

Kernpunten

VoorwaardeUit het boek

De bestuurder gehoorzamen

  • In het goede.
  • Draagt hij een zonde op, dan geen luisteren en geen gehoorzamen.
BewijsUit het boek

Gehoorzaamheid is verplicht

  • "Gehoorzaam Allah, gehoorzaam de Boodschapper en wie onder jullie gezag hebben" (an-Nisāʾ 4:59)
  • "Wie de bestuurder gehoorzaamt, gehoorzaamt mij."
DefinitieUit het boek

Geschenken aan ambtenaren

  • Wat een ambtenaar vanwege zijn functie geschonken krijgt.
  • Het valt onder verduistering.
OpsommingUit het boek

Rechten van de bevolking

  1. de godsdienst handhaven
  2. volgens de sharia oordelen
  3. rechtvaardigheid
  4. bescherming
  5. zorg
  6. oprechte raad
  7. betrouwbare mensen aanstellen

Begrippen

الخول

al-khawal

Bedienden: wie jullie zaken behartigen.

"Jullie bedienden zijn jullie broeders."

الغلول

al-ghulūl

Verduistering: wat een ambtenaar zonder recht neemt.

Geschenken aan ambtenaren vallen eronder.

الأثرة

al-athara

Dat anderen boven jou worden voorgetrokken.

"En ook als anderen boven jou worden voorgetrokken."

الافتئات

al-iftiʾāt

Je eigenmachtig bemoeien met wat bij de bestuurder hoort, zonder zijn toestemming.

Zoals oorlog en vrede en het voltrekken van strafbepalingen.

الجنة

al-junna

Een schild: een afscherming die de vijand tegenhoudt en de mensen tegen elkaar beschermt.

"De leider is slechts een schild, achter wie gestreden wordt."

القراء

al-qurrāʾ

De Koranlezers: wie de betekenissen van de Koran kennen en er inzicht in hebben.

Hadith

De hadith die in de lessen van dit hoofdstuk genoemd worden, met tekst en bronvermelding zoals in het boek.

  1. «لأن يأخذ أحدكم حبله ثم يغدو إلى الجبل فيحتطب فيبيع فيأكل ويتصدق، خير له من أن يسأل الناس»

    Dat een van jullie zijn touw neemt, naar de berg gaat, hout sprokkelt, het verkoopt, ervan eet en liefdadigheid geeft, is beter voor hem dan de mensen te vragen

    Bron: al-Bukhārī

    Over de waarde van werken.

  2. «إخوانكم خولكم، جعلهم الله تحت أيديكم، فمن كان أخوه تحت يده فليطعمه مما يأكل، وليلبسه مما يلبس، ولا تكلفوهم ما يغلبهم، فإن كلفتموهم فأعينوهم»

    Jullie bedienden zijn jullie broeders, die Allah onder jullie gezag heeft gesteld. Wie zijn broeder onder zich heeft, laat hem hem te eten geven van wat hij zelf eet en hem kleden met wat hij zelf draagt; belast hen niet met wat hun te zwaar is, en doe je dat toch, help hen dan

    Bron: al-Bukhārī

    Khawal: wie jullie zaken behartigen.

  3. Overgeleverd door Abū Hurayra

    «ثلاثة أنا خصمهم يوم القيامة ... ورجل استأجر أجيرًا فاستوفى منه ولم يعطه أجره»

    Tegen drie mensen treed ik op de Dag der Opstanding op ... en een man die een arbeider in dienst nam, het werk van hem volledig kreeg en hem zijn loon niet gaf

    Bron: al-Bukhārī

  4. «الحمد لله الذي أنقذه من النار»

    Alle lof zij Allah, Die hem van het Vuur heeft gered

    Bron: al-Bukhārī

    Toen hij de joodse jongen bezocht die hem diende, hem tot de islam uitnodigde en de jongen moslim werd.

  5. Overgeleverd door Abū Hurayra

    «ما من مؤمن إلا وأنا أولى به في الدنيا والآخرة، اقرؤوا إن شئتم: ﴿النبي أولى بالمؤمنين من أنفسهم﴾، فأيما مؤمن مات وترك مالًا فليرثه عصبته من كانوا، ومن ترك دينًا أو ضياعًا فليأتني فأنا مولاه»

    Er is geen gelovige of ik sta hem het naast, in dit leven en het Hiernamaals; reciteer als je wilt: "De Profeet staat de gelovigen nader dan zijzelf." Elke gelovige die sterft en bezit nalaat, laat zijn erfgenamen hem beërven, wie dat ook zijn; en wie een schuld of hulpeloze nabestaanden nalaat, laat die bij mij komen, want ik ben zijn beschermer

    Bron: in de twee Ṣaḥīḥ’s (al-Bukhārī en Muslim)

    Bedoeld is de staatskas van de moslims of wat die vervangt.

  6. «والخادم في مال سيده راع وهو مسؤول عن رعيته»

    De bediende is herder over het bezit van zijn heer en wordt ondervraagd over wat hem is toevertrouwd

    Bron: al-Bukhārī

    Over de rechten van de werkgever.

  7. «من غش فليس منا»

    Wie bedriegt, hoort niet bij ons

    Bron: Muslim

  8. «من استعملناه على عمل فرزقناه رزقًا، فما أخذ بعد ذلك فهو غلول»

    Wie wij met een taak belasten en een vergoeding geven: wat hij daarna nog neemt, is verduistering

    Bron: Abū Dāwūd, met een authentieke keten

  9. Overgeleverd door Abū Ḥumayd as-Sāʿidī

    «ما بال عامل أبعثه فيقول: هذا لكم وهذا أهدي لي، أفلا قعد في بيت أبيه أو في بيت أمه حتى ينظر أيهدى إليه أم لا؟ والذي نفس محمد بيده لا ينال أحد منكم منها شيئًا إلا جاء به يوم القيامة يحمله على عنقه ... اللهم هل بلغت»

    Hoe zit het met een ambtenaar die ik uitzend en die zegt: dit is voor jullie en dit is mij geschonken? Had hij niet in het huis van zijn vader of moeder kunnen blijven zitten om te zien of hem iets geschonken zou worden? Bij Hem in Wiens hand Muḥammads ziel is: niemand van jullie neemt er iets van, of hij brengt het op de Dag der Opstanding mee op zijn nek ... O Allah, heb ik het overgebracht?

    Bron: in de twee Ṣaḥīḥ’s (al-Bukhārī en Muslim)

    Over Ibn al-Lutbiyya, die als inzamelaar van de zakat was aangesteld.

  10. «من أطاعني فقد أطاع الله، ومن يعصني فقد عصى الله، ومن يطع الأمير فقد أطاعني، ومن يعص الأمير فقد عصاني»

    Wie mij gehoorzaamt, gehoorzaamt Allah, en wie mij ongehoorzaam is, is Allah ongehoorzaam; wie de bestuurder gehoorzaamt, gehoorzaamt mij, en wie de bestuurder ongehoorzaam is, is mij ongehoorzaam

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

  11. «ثلاثة لا ينظر الله إليهم يوم القيامة ولا يزكيهم ولهم عذاب أليم ... ورجل بايع إمامًا لا يبايعه إلا لدنيا، فإن أعطاه منها رضي، وإن لم يعطه منها سخط»

    Naar drie mensen kijkt Allah op de Dag der Opstanding niet, Hij zuivert hen niet en voor hen is er een pijnlijke straf ... en een man die een leider trouw zweert alleen voor wereldse winst: geeft die hem ervan, dan is hij tevreden, en geeft hij hem niets, dan is hij boos

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

  12. «على المرء المسلم السمع والطاعة فيما أحب وكره، إلا أن يؤمر بمعصية، فإن أمر بمعصية فلا سمع ولا طاعة»

    De moslim moet luisteren en gehoorzamen, in wat hij prettig vindt en wat hij niet prettig vindt, tenzij hem een zonde wordt opgedragen; wordt hem een zonde opgedragen, dan is er geen luisteren en geen gehoorzamen

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

  13. «عليك السمع والطاعة في عسرك ويسرك، ومنشطك ومكرهك، وأثرة عليك»

    Je moet luisteren en gehoorzamen, in moeilijkheid en gemak, in wat je graag doet en wat je tegenstaat, en ook als anderen boven jou worden voorgetrokken

    Bron: Muslim

  14. «خيار أئمتكم الذين تحبونهم ويحبونكم، ويصلون عليكم وتصلون عليهم، وشرار أئمتكم الذين تبغضونهم ويبغضونكم، وتلعنونهم ويلعنونكم، قيل: أفلا ننابذهم بالسيف؟ قال: لا، ما أقاموا فيكم الصلاة، وإذا رأيتم من ولاتكم شيئًا تكرهونه فاكرهوا عمله ولا تنزعوا يدًا من طاعة»

    Jullie beste leiders zijn zij die jullie liefhebben en die jullie liefhebben, die voor jullie bidden en voor wie jullie bidden; jullie slechtste leiders zijn zij die jullie haten en die jullie haten, die jullie vervloeken en die jullie vervloeken. Men vroeg: zullen wij hen dan niet met het zwaard bestrijden? Hij zei: nee, zolang zij onder jullie het gebed onderhouden. Als jullie bij jullie bestuurders iets zien wat jullie afkeuren, keur dan hun daad af, maar trek je hand niet terug uit de gehoorzaamheid

    Bron: Muslim

    Ṣallā ʿalā hier: voor iemand bidden.

  15. Overgeleverd door Ḥudhayfa ibn al-Yamān

    «تسمع وتطيع للأمير وإن ضرب ظهرك وأخذ مالك، فاسمع وأطع»

    Je luistert naar de bestuurder en gehoorzaamt hem, ook als hij je op je rug slaat en je bezit afneemt; luister en gehoorzaam

    Bron: Muslim

  16. Overgeleverd door ʿAbdallāh ibn Masʿūd

    «إنكم سترون بعدي أثرة وأمورًا تنكرونها، قالوا: فما تأمرنا يا رسول الله؟ قال: أدوا إليهم حقهم، وسلوا الله حقكم»

    Na mij zullen jullie zien dat anderen worden voorgetrokken en zaken die jullie afkeuren. Zij vroegen: wat draag je ons dan op? Hij zei: geef hun hun recht en vraag Allah om jullie recht

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

  17. «وأعطوهم حقهم، فإن الله سائلهم عما استرعاهم»

    Geef hun hun recht, want Allah zal hen ondervragen over wat Hij hun heeft toevertrouwd

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

  18. «ومن بايع إمامًا فأعطاه صفقة يده وثمرة قلبه فليطعه إن استطاع، فإن جاء آخر ينازعه فاضربوا عنق الآخر»

    Wie een leider trouw zweert en hem de handslag en de vrucht van zijn hart geeft, laat hem hem gehoorzamen zoveel hij kan; komt er een ander die hem het gezag betwist, sla dan de nek van die ander

    Bron: Muslim

    Over het steunen van de leider.

  19. «يصلون لكم، فإن أصابوا فلكم، وإن أخطؤوا فلكم وعليهم»

    Zij leiden jullie in het gebed; doen zij het goed, dan is het voor jullie, en vergissen zij zich, dan is het voor jullie en tegen hen

    Bron: al-Bukhārī

    Bidden achter de bestuurder, rechtvaardig of zondig.

  20. «لا هجرة، ولكن جهاد ونية»

    Er is geen hijra meer, maar wel strijd en intentie

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

  21. «فالأمير الذي على الناس راع وهو مسؤول عن رعيته»

    De bestuurder over de mensen is een herder en wordt ondervraagd over wie hem is toevertrouwd

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

  22. «وإنها أمانة، وإنها يوم القيامة خزي وندامة، إلا من أخذها بحقها وأدى الذي عليه فيها»

    Het is een toevertrouwd goed, en op de Dag der Opstanding is het schande en spijt, behalve voor wie het met recht op zich nam en vervulde wat het van hem vroeg

    Bron: Muslim

    Tegen Abū Dharr, toen hij om een bestuursfunctie vroeg.

  23. Overgeleverd door ʿAbdallāh ibn ʿAbbās

    «ادعهم إلى شهادة أن لا إله إلا الله وأني رسول الله، فإن هم أطاعوا لذلك فأعلمهم أن الله قد افترض عليهم خمس صلوات في كل يوم وليلة ...»

    Roep hen op te getuigen dat er geen god is dan Allah en dat ik de Boodschapper van Allah ben; gehoorzamen zij daarin, leer hun dan dat Allah hun vijf gebeden per dag en nacht heeft opgelegd ...

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    Toen hij Muʿādh naar Jemen stuurde. Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  24. Overgeleverd door ʿImrān ibn Ḥuṣayn

    «أحسن إليها، فإذا وضعت فأتني بها»

    Wees goed voor haar, en breng haar bij mij als zij bevallen is

    Bron: Muslim

    Over de vrouw van Juhayna die kwam bekennen; daarna werd de strafbepaling voltrokken en bad hij over haar. Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  25. «إنما الإمام جنة يقاتل من ورائه»

    De leider is slechts een schild, achter wie gestreden wordt

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

    Een schild: als een afscherming die de vijand tegenhoudt en de mensen tegen elkaar beschermt.

  26. Overgeleverd door ʿUmar ibn al-Khaṭṭāb

    «لئن سلمني الله لأدعن أرامل أهل العراق لا يحتجن إلى رجل بعدي أبدًا»

    Als Allah mij in leven laat, zal ik de weduwen van Irak zo achterlaten dat zij na mij nooit meer van een man afhankelijk zijn

    Bron: al-Bukhārī

    Hij zei dit toen hij kalief was.

  27. «ما من أمير يلي أمر المسلمين ثم لا يجهد لهم وينصح، إلا لم يدخل معهم الجنة»

    Geen bestuurder die over de zaken van de moslims gaat en zich dan niet voor hen inspant en oprecht voor hen is, of hij gaat niet met hen het Paradijs binnen

    Bron: Muslim

  28. «اللهم من ولي من أمر أمتي شيئًا فشق عليهم فاشقق عليه، ومن ولي من أمر أمتي شيئًا فرفق بهم فارفق به»

    O Allah, wie iets van de zaken van mijn gemeenschap bestuurt en het hun zwaar maakt, maak het hem zwaar; en wie iets van de zaken van mijn gemeenschap bestuurt en zacht met hen is, wees zacht met hem

    Bron: Muslim

  29. «من ولاه الله عز وجل شيئًا من أمر المسلمين فاحتجب دون حاجتهم وخلتهم وفقرهم، احتجب الله عنه دون حاجته وخلته وفقره»

    Wie door Allah over iets van de zaken van de moslims wordt aangesteld en zich afsluit voor hun behoefte, gebrek en armoede, voor hem sluit Allah Zich af wat zijn behoefte, gebrek en armoede betreft

    Bron: Aḥmad en Abū Dāwūd; authentiek volgens al-Albānī

  30. «إذا وسد الأمر إلى غير أهله فانتظر الساعة»

    Als het gezag wordt toevertrouwd aan wie het niet waard is, wacht dan op het Uur

    Bron: al-Bukhārī

    Over het kiezen van betrouwbare mensen.

  31. Overgeleverd door Abū Bakr aṣ-Ṣiddīq

    «بقاؤكم عليه ما استقامت بكم أئمتكم»

    Jullie blijven erop zolang jullie leiders met jullie recht blijven

    Bron: al-Bukhārī

    Tegen een vrouw die vroeg hoe lang zij op deze goede zaak zouden blijven.

Personen

De personen die in dit hoofdstuk genoemd worden, en waarom.

Genoemd in de tekst

  • ʿĀʾisha bint Abī Bakr

    عائشة بنت أبي بكر

    Metgezel · gest. 58 AH

    Het boek noemt haar woorden dat de Profeet ﷺ nooit een bediende sloeg.

  • Anas ibn Mālik

    أنس بن مالك

    Metgezel · gest. 93 AH

    Diende de Profeet ﷺ negen jaar, die hem nooit verweet wat hij deed of naliet.

  • Abū Hurayra

    أبو هريرة

    Metgezel · gest. 57 AH

    Overleverde "Tegen drie mensen treed ik op" en "Er is geen gelovige of ik sta hem het naast".

  • Abū Masʿūd al-Anṣārī (al-Badrī)

    أبو مسعود الأنصاري

    Metgezel · gest. 40 AH

    Sloeg zijn slaaf; de Profeet ﷺ vermaande hem en hij liet de slaaf vrij.

  • Abū Ḥumayd as-Sāʿidī

    أبو حميد الساعدي

    Metgezel

    Overleverde het verhaal van Ibn al-Lutbiyya en de geschenken aan ambtenaren.

  • Ibn al-Lutbiyya

    ابن اللتبية

    Metgezel

    Werd aangesteld om de zakat in te zamelen en zei: dit is voor jullie en dit is mij geschonken.

  • Ibn al-Qayyim al-Jawziyya

    ابن القيم

    Geleerde · gest. 751 AH

    Zei: wie bestuurders gehoorzaamt in ongehoorzaamheid aan Allah, is zelf ongehoorzaam; en bestuurders zacht aanspreken is gewenst.

  • Ḥudhayfa ibn al-Yamān

    حذيفة بن اليمان

    Metgezel · gest. 36 AH

    Overleverde "Je luistert naar de bestuurder, ook als hij je op je rug slaat".

  • aṭ-Ṭaḥāwī

    أبو جعفر الطحاوي

    Geleerde · gest. 321 AH

    Zei: wij zien geen opstand tegen onze leiders, ook als zij onrecht doen.

  • ʿAbd Allāh ibn Masʿūd

    عبد الله بن مسعود

    Metgezel · gest. 32 AH

    Overleverde "Geef hun hun recht en vraag Allah om jullie recht".

  • Ibn Rajab

    ابن رجب

    Geleerde · gest. 795 AH

    Legde uit wat oprechtheid tegenover de leiders van de moslims is.

  • al-Qāḍī Abū Yaʿlā

    القاضي أبو يعلى الفراء

    Geleerde · gest. 458 AH

    Zei: vervult de leider de rechten van de gemeenschap, dan heeft hij recht op gehoorzaamheid en steun; en hij moet de zaken zelf behartigen.

  • Ibn Qudāma al-Maqdisī

    ابن قدامة المقدسي

    Geleerde · gest. 620 AH

    Zei: de ḥajj en de strijd gaan door onder elke leider, rechtvaardig of zondig.

  • ʿAbd Allāh ibn ʿAbbās

    عبد الله بن عباس

    Metgezel · gest. 68 AH

    Overleverde het uitzenden van Muʿādh naar Jemen en dat de Koranlezers in ʿUmars raad zaten. Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  • Muʿādh ibn Jabal

    معاذ بن جبل

    Metgezel · gest. 18 AH

    De Profeet ﷺ zond hem als verkondiger naar Jemen. Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  • al-Māwardī

    علي بن محمد الماوردي

    Geleerde · gest. 450 AH

    Noemde het bewaken van de godsdienst en het voltrekken van de strafbepalingen als plichten van de bestuurder. Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  • ʿImrān ibn Ḥuṣayn

    عمران بن حصين

    Metgezel · gest. 52 AH

    Overleverde het verhaal van de vrouw van Juhayna. Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  • ʿUmar ibn al-Khaṭṭāb

    عمر بن الخطاب

    Metgezel · gest. 23 AH

    Nam zich voor de weduwen van Irak te onderhouden, en zei: wie iemand aanstelt uit vriendschap of verwantschap, heeft Allah en Zijn Boodschapper verraden.

  • Ibn Taymiyya

    ابن تيمية

    Geleerde · gest. 728 AH

    Zei: de bestuurder moet voor elke taak de geschiktste aanstellen die hij vindt.

  • Abū Bakr aṣ-Ṣiddīq

    أبو بكر الصديق

    Metgezel · gest. 13 AH

    Zei: jullie blijven erop zolang jullie leiders recht blijven.

Genoemd in de bronvermelding

Herhaling

Het belangrijkste vlak voor een toets

  • Werk is de basis van het leven; ook de profeten werkten.
  • De werknemer heeft recht op zijn loon en een goede behandeling; hij is betrouwbaarheid en integriteit verschuldigd.
  • De bestuurder wordt gehoorzaamd in het goede, niet in een zonde.
  • Met zijn onrecht heb je geduld, je komt niet in opstand en je vervult zijn rechten.
  • Bestuur is een toevertrouwd goed: de bestuurder handhaaft de godsdienst, is rechtvaardig en zorgt voor de gemeenschap.

Flitskaarten

Mijn favorieten

Tik op het sterretje bij een kaart om hem hier te bewaren.

Test jezelf

  1. Welk werk deed Dāwūd volgens het boek?

  2. Geschenken die een ambtenaar vanwege zijn werk krijgt, zijn toegestaan.

  3. Wanneer gehoorzaam je de bestuurder niet?

  4. Wat droeg de Profeet ﷺ op als men voortrekkerij en afkeurenswaardige zaken zou zien?

  5. Bidden achter een zondige bestuurder is toegestaan.

  6. Wat betekent het dat de leider een schild is?

Originele tekst

Deze pagina bundelt de lessen van het hoofdstuk. De volledige samenvatting per les, en de bladzijden in het oorspronkelijke boek:

  1. Les 21 De rechten van de werknemer en de werkgever

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 74–77

  2. Les 22 Het recht van de bestuurder op de bevolking

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 78–79

  3. Les 23 De onderdanen vervullen de rechten van de bestuurder

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 80–83

  4. Les 24 De rechten van de bevolking op de bestuurder

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 84

Het hele hoofdstuk in het oorspronkelijke boek: At-Tarbiya al-Islāmiyya (1): de rechten, Zad-reeks · p. 74–88 p. 74

Dit is een studiehulp; het oorspronkelijke boek blijft de bron.