Wat hij graag at en dronk#
Nooit kritiek op eten. Hij hield van spijzen die de mens van nature prettig vindt. Abū Hurayra: De Profeet ﷺ bekritiseerde nooit eten: als hij er zin in had at hij het, anders liet hij het staan. Dit is een beschrijving door Abū Hurayra (al-Bukhārī). Ibn Baṭṭāl: dit is goede etiquette, want wat de één niet lust, lust een ander wel.
De schouder van het schaap. Hij nam uit een schaal de schouder, het deel dat hij het liefst had (Muslim). Het boek vertelt, zonder bron, dat de joodse vrouw daarom het gif in de schouder deed. De geleerden zeggen: hij hield ervan omdat het snel gaar en licht verteerbaar is, lekker, en ver van vuile plekken. Ibn al-Qayyim: het beste voedsel heeft drie eigenschappen: veel nut, licht voor de maag en snel verteerd.
Pompoen. Bij een kleermaker zag Anas de Profeet ﷺ de stukjes pompoen langs de rand van de schaal zoeken. Sindsdien bleef Anas van pompoen houden (al-Bukhārī en Muslim). Het boek ziet hierin een deugd van Anas: hij volgde de Profeet ﷺ zelfs in natuurlijke zaken.
Boter met dadels. Hij hield ervan boter en dadels samen te eten (Abū Dāwūd en Ibn Māja; ṣaḥīḥ): boter is warm en vochtig, dadels koud en droog, dus ze vullen elkaar aan. Hij zei twee of drie keer: ʿĀʾisha, een huis zonder dadels, de mensen daarin hebben honger. (Muslim). Ibn al-Qayyim noemt dadels fruit, voedsel, medicijn, drank en snoep tegelijk.
Zoet en koel. ʿĀʾisha: zijn liefste drank was het zoete koele (Aḥmad en an-Nasāʾī; ṣaḥīḥ). Het boek noemt drie mogelijke betekenissen: zoet bronwater; water met honing, dat volgens Ibn al-Qayyim de gezondheid bewaart; en nabīdh, water waarin dadels of rozijnen weken. Ibn ʿAbbās vertelt dat hij nabīdh tot drie dagen dronk en de rest liet weggieten of aan de bediende gaf (Muslim), uit vrees dat het zou gaan gisten. Ibn Baṭṭāl: genieten van goed eten is toegestaan en hoort bij de mensen van het goede. Allah zegt: 'verbied niet de goede dingen die Allah jullie heeft toegestaan' (al-Māʾida 5:87).
Kernpunten
- De Profeet ﷺ bekritiseerde nooit eten; wat hij niet lustte liet hij staan.
- Hij hield van de schouder van het schaap, pompoen, en boter met dadels.
- Een huis zonder dadels noemde hij een huis waar de mensen honger hebben.
- Zijn liefste drank was het zoete koele.
- Nabīdh dronk hij niet na drie dagen, uit vrees voor gisting.
- Genieten van goed eten is toegestaan.
Bron: السيرة النبوية (٤): مواقف النبي ﷺ وأحواله, les 6, vanaf p. 31.
Begrippen
- الذراع adh-dhirāʿ · de schouder (voorpoot)
- het deel van het schaap dat hij het liefst at (les 6, p. 31)
- الدباء ad-dubbāʾ · pompoen, kalebas
- groente die hij graag at (les 6, p. 32)
- النبيذ an-nabīdh · dadelwater
- water waarin dadels of rozijnen weken om het zoet te maken (les 6, p. 34)
- الحلو البارد al-ḥulw al-bārid · het zoete koele
- zijn liefste drank (les 6, p. 33)