Zijn kuisheid in spreken ﷺ#
Meer omschrijvingen. Ook 'het bed' (al-firāsh) gebruikte hij als omschrijving: Als een man zijn vrouw naar zijn bed roept en zij weigert, en hij brengt de nacht boos op haar door, dan vervloeken de engelen haar tot de ochtend. (al-Bukhārī en Muslim). Tegen Abū Ṭalḥa zei hij: Hebben jullie vannacht de huwelijksnacht gehad? (al-Bukhārī en Muslim).
Ver van obsceniteit. Hij zei: Allah houdt niet van het obscene en van wie obsceniteit zoekt. (Muslim). Al-fuḥsh is het lelijke in woord en daad. De gelovige kiest woorden die alleen het goede kunnen betekenen. Zo zei de Profeet ﷺ: Als een van jullie wakker wordt, laat hij zijn hand niet in het vat dompelen voordat hij haar drie keer gewassen heeft, want hij weet niet waar zijn hand de nacht doorbracht. (al-Bukhārī en Muslim). Al-ʿIrāqī: hij noemde de lichaamsdelen niet, maar gebruikte een omschrijving die toch begrepen wordt.
Soms een eed. Hij zwoer soms ter bevestiging, meestal met Bij Hem in Wiens hand mijn ziel is. Ibn Ḥajar: de zielen van de dienaren zijn in Allahs hand, door Zijn beschikking en bestuur. Voorbeelden in al-Bukhārī en Muslim: dat iemand hout sprokkelt is beter dan bedelen; wie op Allahs weg gewond wordt komt op de Opstanding met de kleur van bloed en de geur van musk; niemand gelooft echt tot de Profeet ﷺ hem liever is dan zijn vader en kind; de mondgeur van de vastende is bij Allah beter dan musk. Soms zwoer hij met 'wa-ymu llāh': Als Fāṭima, de dochter van Muḥammad, zou stelen, zou ik haar hand afhakken. (al-Bukhārī en Muslim).
De derde persoon gebruiken. Wat lelijk klinkt als je het over jezelf zegt, legde hij in de derde persoon. Over de baar die geen goede ziel draagt: Wee haar! Waar brengen zij haar heen? (al-Bukhārī). Ibn ʿAllān: wie iets lelijks citeert, legt het bij de derde persoon. Zo ook de duivel die huilt als de mens zich neerwerpt: 'wee hem' (Muslim). En in het verhaal van Abū Ṭālib: 'hij is op de godsdienst van ʿAbd al-Muṭṭalib' (al-Bukhārī en Muslim).
Zachte stem waar nodig. Al-Miqdād vertelt dat de Profeet ﷺ 's nachts zo groette dat wie wakker was het hoorde en wie sliep niet wakker werd (Muslim). Ibn al-Jawzī noemt dit de mooiste etiquette.
Slot. Het boek markeert de samenvatting op p. 19 als alleen ter kennisname. Hij was de welsprekendste, niet te snel en niet afgebroken, en sprak alleen waarvan hij beloning hoopte. Umm Maʿbad beschreef hem: als hij zweeg had hij waardigheid, als hij sprak was hij verheven; zijn spreken was zoet en duidelijk, niet te weinig en niet te veel, als kralen aan een snoer (al-Ḥākim, al-Mustadrak).
Kernpunten
- De Profeet ﷺ omschreef de omgang tussen man en vrouw met nette woorden zoals 'het bed'.
- Allah houdt niet van het obscene; de gelovige kiest woorden die alleen het goede betekenen.
- Zijn meest gebruikte eed was 'bij Hem in Wiens hand mijn ziel is'.
- Wat lelijk klinkt over jezelf, legde hij in de derde persoon.
- Hij verlaagde zijn stem waar dat paste, om slapers niet te storen.
Bron: السيرة النبوية (٤): مواقف النبي ﷺ وأحواله, les 2, vanaf p. 16.
Begrippen
- الفحش al-fuḥsh · obsceniteit
- het lelijke van woord en daad (les 2, p. 16)
- والذي نفسي بيده wa-lladhī nafsī bi-yadih · bij Hem in Wiens hand mijn ziel is
- de eed die de Profeet ﷺ het meest gebruikte (les 2, p. 17)
- ضمير الغائب ḍamīr al-ghāʾib · derde persoon
- iets lelijks niet op zichzelf betrekken maar op 'hem' of 'haar' (les 2, p. 18)