Profetische biografie (4) – Situaties en toestanden van de Profeet

PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Studeer heel eenheid 13 Schema’s, begrippen, hadith, personen en een toets voor alle lessen samen →

Zijn verwijten

Een karakter als de Koran. Hishām ibn ʿĀmir vroeg ʿĀʾisha naar het karakter van de Profeet ﷺ. Zij zei: lees je de Koran niet? Zijn karakter was de Koran (Muslim). Anas: ik diende hem tien jaar, en bij Allah, hij zei nooit 'oef' tegen mij, en nooit 'waarom deed je dat?' of 'had je dat maar gedaan' (al-Bukhārī en Muslim). Tien volle jaren is een lange tijd waarin de ziel onrustig kan worden, en toch berispte hij hem niet.

Ter kennisname. Het boek leidt eruit af dat men geen verwijt maakt over wat voorbij is, omdat er ruimte is om het opnieuw te doen. Er kwam nooit een kwetsend of obsceen woord van hem. Soms strafte of verweet hij, soms zag men afkeer op zijn gezicht of werd het rood, of wendde hij zich af: telkens uit afkeer van wat tegen Allahs wet ingaat, en als opvoeding van zijn metgezellen en de umma.

Niet alles uitpluizen. 'Hij liet een deel ervan weten en liet een deel rusten' (at-Taḥrīm 66:3): dat hij zijn vrouw niet op alles wees wat zij verspreid had, hoort bij zijn edele karakter. Sufyān ibn ʿUyayna: een edel mens pluist nooit alles uit. Het boek noemt ook, zonder bron, de hadith van Umm Zarʿ, waarin een vrouw haar man prees: thuis als een luipaard, buiten als een leeuw, en hij vraagt niet naar wat hij achterliet; hij vergeeft en ziet over het hoofd.

Zijn vrouwen. ʿUmar vertelde dat hij op drie punten met zijn Heer overeenkwam: de plaats van Ibrāhīm als gebedsplaats, de afscherming voor de moeders der gelovigen, en de waarschuwing aan de vrouwen van de Profeet ﷺ, waarop at-Taḥrīm 66:5 werd neergezonden: 'misschien zal zijn Heer hem, als hij jullie scheidt, betere vrouwen geven' (al-Bukhārī).

ʿĀʾisha en de joden. Joden groetten met 'as-sām ʿalayk' (de dood over jou). Hij antwoordde: En over jullie. ʿĀʾisha voegde vloeken toe. Hij zei: Rustig, ʿĀʾisha! Houd je aan zachtheid, en pas op voor hardheid en grofheid. Op haar vraag: Hoorde jij niet wat ik zei? Ik gaf hun antwoord; mijn smeekbede over hen wordt verhoord, en die van hen over mij niet. (al-Bukhārī en Muslim).

Usāma. Bij al-Ḥuraqa doodde Usāma ibn Zayd een man nadat die 'lā ilāha illā Allāh' had gezegd. De Profeet ﷺ zei herhaaldelijk: Usāma, heb je hem gedood nadat hij lā ilāha illā Allāh zei?! Usāma zei dat de man het alleen zei om zich te beschermen. Hij herhaalde het tot Usāma wenste dat hij pas die dag moslim was geworden (al-Bukhārī en Muslim). Het boek: dit was onderwijs en de uiterste vermaning, zodat niemand nog iemand doodt die de tawḥīd uitspreekt. Usāma zwoer daarna nooit een moslim te bestrijden, en bleef daarom buiten de strijd tussen de metgezellen.

Kernpunten

  • Het karakter van de Profeet ﷺ was de Koran.
  • Anas diende hem tien jaar zonder ooit een verwijt te krijgen.
  • Een edel mens pluist niet alles uit en ziet over het hoofd.
  • Hij leerde ʿĀʾisha zachtheid, zelfs tegenover wie kwetsend groette.
  • Zijn verwijt aan Usāma leerde de umma de heiligheid van wie de tawḥīd uitspreekt.

Bron: السيرة النبوية (٤): مواقف النبي ﷺ وأحواله, les 24, vanaf p. 75.

Begrippen

العتاب al-ʿitāb · verwijt
iemand zacht aanspreken op een fout (les 24, p. 75)
الاستقصاء al-istiqṣāʾ · uitpluizen
alles tot op de bodem navragen (les 24, p. 76)
الرفق ar-rifq · zachtheid
wat de Profeet ﷺ ʿĀʾisha aanraadde (les 24, p. 77)
السام as-sām · de dood
de kwetsende groet van sommige joden (les 24, p. 77)