Profetische biografie (2) – Kenmerken van de Profeet

PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Studeer heel eenheid 4 Schema’s, begrippen, hadith, personen en een toets voor alle lessen samen →

Zittend bidden op hoge leeftijd, zijn vasten en zijn recitatie

Ibn Masʿūd. Hij bad een nacht met de Profeet ﷺ, die zo lang stond dat Ibn Masʿūd 'iets slechts' van plan was: gaan zitten en de Profeet ﷺ laten staan (al-Bukhārī en Muslim). An-Nawawī: als staan te zwaar wordt, mag de volger gaan zitten; Ibn Masʿūd deed het niet uit respect.

Zittend bidden. ʿĀʾisha: hij bad het nachtgebed nooit zittend tot hij oud werd (al-Bukhārī); toen hij zwaarder werd, bad hij meestal zittend (Muslim). Ḥafṣa: pas een jaar voor zijn dood zag ik hem zittend vrijwillig bidden (Muslim). Er is geen vaste zithouding: elke houding mag, behalve wat verboden is, zoals hurken als een hond. Al-Qāḍī ʿAbd al-Wahhāb: kleermakerszit is het best, want het is het waardigst. Wie staand bidt, dat is beter; wie zittend bidt, heeft de helft van het loon van wie staat… (al-Bukhārī, van ʿImrān ibn Ḥuṣayn). Volgens het boek gaat dat over vrijwillige gebeden; een verplicht gebed mag alleen zittend bij onvermogen, en dan is het loon volledig.

Zijn vasten. Afgezien van Ramaḍān vastte hij nooit een volle maand (Muslim). Het meest vastte hij in Shaʿbān (al-Bukhārī en Muslim). Hij vastte drie dagen per maand, soms aan het begin (at-Tirmidhī) en zonder vaste dagen (Muslim). Ibn Qudāma: drie dagen per maand vasten is aanbevolen, daarover is geen verschil. Abū Hurayra kreeg drie adviezen: drie dagen per maand vasten, twee rakʿa's ḍuḥā en de witr voor het slapen (al-Bukhārī en Muslim). Vast drie dagen per maand, want een goede daad is tienvoudig, dus dat is als altijd vasten (al-Bukhārī en Muslim). Hij zocht de maandag en donderdag op (at-Tirmidhī, ḥasan). Imam Aḥmad: de vastende moet zijn vasten bewaken tegen zijn tong. Wie valse woorden en het handelen ernaar niet laat, Allah heeft er geen behoefte aan dat hij zijn eten en drinken laat (al-Bukhārī).

Nederigheid voor zijn Heer. Er komt een sluier over mijn hart, en ik vraag Allah meer dan honderd keer per dag om vergeving (Muslim, van al-Agharr al-Muzanī).

Zijn recitatie. Umm Salama: hij las vers voor vers en stopte na elk vers (at-Tirmidhī; al-Albānī ṣaḥīḥ). ʿĀʾisha: soms las hij zacht, soms hardop (at-Tirmidhī). Ibn Ḥajar: zijn recitatie was middelmatig, niet heel luid en niet heel zacht (al-Isrāʾ 17:110). De Koran is om te overdenken (Ṣād 38:29); dat lukt niet door snel te lezen. Ibn ʿAbbās: liever lees ik al-Baqara in één nacht met overdenking dan de hele Koran zo snel (al-Bayhaqī). Al-Ājurrī: een beetje met overdenking is mij liever dan veel zonder. ʿAbd Allāh ibn Mughaffal zag hem op de dag van de verovering op zijn kameel al-Fatḥ reciteren met tarjīʿ, het herhalen van de klank (al-Bukhārī). Ibn Abī Jamra: dat is mooi reciteren, niet zingen. Al-Qārī: maar het aanleren van zangmelodieën vonden de vroege generaties afkeurenswaardig.

Kernpunten

  • Op hoge leeftijd bad hij vrijwillige gebeden zittend.
  • Zittend vrijwillig bidden geeft half loon; een verplicht gebed alleen bij onvermogen, met volledig loon.
  • Hij vastte veel in Shaʿbān, drie dagen per maand, en maandag en donderdag.
  • Hij vroeg dagelijks meer dan honderd keer om vergeving.
  • Zijn recitatie was rustig, vers voor vers, middelmatig van volume, met overdenking.

Bron: السيرة النبوية (٢): الشمائل النبوية, les 18, vanaf p. 56.

Begrippen

السبحة as-subḥa · vrijwillig gebed
nāfila (les 18, p. 56)
التربع at-tarabbuʿ · kleermakerszit
zitten met gekruiste benen; de waardigste zithouding (les 18, p. 56)
غرة الشهر ghurrat ash-shahr · begin van de maand
de eerste dagen van de maand (les 18, p. 57)
يغان على قلبي yughānu ʿalā qalbī · een sluier komt over mijn hart
volgens het boek: het hart raakt bedekt (les 18, p. 58)
الترتيل at-tartīl · rustig reciteren
langzaam en duidelijk lezen (les 18, p. 59)
الترجيع at-tarjīʿ · herhalen van de klank
de stem bij het reciteren laten golven (les 18, p. 60)