De inscriptie van zijn ring, de tulband en het onderkleed#
De inscriptie. Anas: op de ring stond 'Muḥammad' op één regel, 'Boodschapper' op een tweede en 'Allah' op een derde (al-Bukhārī). Ibn ʿUmar: de zilveren ring ging na hem naar Abū Bakr, ʿUmar en ʿUthmān, tot hij in de put van Arīs viel (al-Bukhārī en Muslim). ʿAlī: hij droeg de ring aan zijn rechterhand (an-Nasāʾī en Ibn Māja; al-Albānī ṣaḥīḥ). Volgens het boek is een zilveren ring voor mannen toegestaan maar geen Sunna, omdat hij hem liet maken om brieven aan Kisrā, de keizer en de Negus te zegelen, en niet als daad van aanbidding (p. 26).
De tulband. Bij de verovering van Mekka droeg hij een zwarte tulband (Muslim, van Jābir), en hij preekte in een zwarte tulband (Muslim, van ʿAmr ibn Ḥurayth). An-Nawawī: zwarte kleding mag, ook bij de preek, al is wit beter: de beste van jullie kleding is wit (Abū Dāwūd en at-Tirmidhī). Ibn ʿUmar: als hij een tulband droeg, liet hij het uiteinde tussen zijn schouders hangen (at-Tirmidhī, ḥasan). Volgens het boek is de tulband een gewoonte (sunnat ʿāda) en geen aanbidding: hij droeg hem niet als aanbidding en beval hem niet (p. 27).
Het onderkleed (izār). ʿUbayd ibn Khālid al-Muḥāribī liep in Medina toen iemand achter hem zei: trek je onderkleed op, want dat is godvrezender en duurzamer. Het was de Profeet ﷺ. ʿUbayd zei dat het maar een eenvoudig gestreept kleed was. De Profeet ﷺ vroeg: heb je in mij geen voorbeeld? Zijn onderkleed kwam tot halverwege zijn onderbenen (an-Nasāʾī; al-Albānī ṣaḥīḥ). Tegen Ḥudhayfa zei hij, wijzend op zijn kuit: dit is de plaats van het onderkleed; wil je niet, dan lager; wil je niet, dan heeft het onderkleed geen recht op de enkels (at-Tirmidhī, ṣaḥīḥ).
Isbāl (kleding onder de enkels). Volgens het boek is dat verboden. Abū Dharr: drie met wie Allah op de Dag der Opstanding niet spreekt…, onder wie wie zijn kleed laat slepen (Muslim). Abū Hurayra: wat van het onderkleed onder de enkels is, is in het Vuur (al-Bukhārī). Abū Saʿīd: het onderkleed van de moslim is tot halverwege het onderbeen, en tussen daar en de enkels is geen zonde (Abū Dāwūd). Het boek zegt dat de zonde zwaarder is uit hoogmoed, maar dat ook isbāl zonder hoogmoed tot straf in het Vuur leidt. Het citeert Ibn al-ʿArabī: wie zegt dat hij het niet uit hoogmoed doet, valt toch onder het verbod (p. 28). Over isbāl zonder hoogmoed bestaan onder geleerden ook andere meningen; het boek noemt die niet.
Kernpunten
- Op zijn ring stond 'Muḥammad Rasūl Allāh' in drie regels; hij droeg hem rechts.
- Een zilveren ring is voor mannen toegestaan, maar volgens het boek geen Sunna.
- De tulband is volgens het boek een gewoonte, geen aanbidding.
- Zijn onderkleed reikte tot halverwege het onderbeen.
- Isbāl is volgens het boek verboden, zwaarder bij hoogmoed.
Bron: السيرة النبوية (٢): الشمائل النبوية, les 7, vanaf p. 26.
Begrippen
- العمامة al-ʿimāma · tulband
- hoofddoek om het hoofd gewikkeld; volgens het boek een gewoonte (les 7, p. 26)
- العذبة al-ʿadhaba · afhangend uiteinde
- het uiteinde van de tulband dat tussen de schouders hangt (les 7, p. 27)
- سنة عادة sunnat ʿāda · gewoonte van de Profeet ﷺ
- wat hij uit gewoonte deed, niet als aanbidding (les 7, p. 27)
- الإزار al-izār · onderkleed
- doek om het onderlichaam (les 7, p. 27)
- الإسبال al-isbāl · kleding laten hangen
- kleding die onder de enkels komt (les 7, p. 28)
- الخيلاء al-khuyalāʾ · hoogmoed
- trots en pronken (les 7, p. 28)